Heb je de illustratie al bekeken?
Einde

DE VERSMALDE VRAAG EN HET VERBREDE ANTWOORD
christelijk denken over mens en maatschappij

De inhoudstafel van het boek?

12.
DE VERSMALDE VRAAG EN HET VERBREDE ANTWOORD

een verstrengeling van goed en kwaad

Heel wat vragen over mens en maatschappij vinden niet zo licht een antwoord. Elke cultuur, elke generatie gaat opnieuw op zoek, stelt het uitroepteken weer in vraag. De uiteenlopende antwoorden op het economisch vraagstuk illustreren dit. Een vrije economie of een centraal geleide, het maakt een groot verschil uit. De politieke keuze confronteert ons met een analoog probleem. Leggen we het accent op de individuele vrijheid of op de polis?

En ook de individuele mens moet persoonlijk klaarkomen met steeds weer dezelfde vragen. Vrijheid of tucht, rede of gevoel, rust of actie, liefde of strengheid… het antwoord ligt niet altijd voor de hand.

De christenen deden het niet veel beter en spraken elkaar in de loop van de geschiedenis op heel wat punten tegen. Tot op vandaag de dag. Over het vredesvraagstuk en Zuid Afrika bijvoorbeeld, over de bevrijdingstheologie, Humanae Vitae of de relatie tussen vruchtbaarheid en seksualiteit. Over Israël en over de Noord-Zuid verhouding. De verdeeldheid over heel wat theologische vraagstukken heeft er bovendien toe geleid dat één lichaam verspreid is over heel wat kerken. Waarom zijn we het al te vaak oneens over het te bereiken doel en over de te volgen weg? Zijn we ons gevoel voor evenwicht verloren?

In de parabel van het onkruid maakt Jezus duidelijk dat de Schepper niet heeft gewild dat het zo zou gaan. Maar Jezus legt vervolgens niet de volle verantwoordelijkheid bij de mens. Jezus duidt de vijand aan als de oorzaak achter de oorzaak. Een Man zaaide goed zaad in zijn akker. 's Nachts kwam zijn vijand en zaaide onkruid tussen 't koren. Toen het koren opkwam, kwam ook het onkruid te voorschijn. De knechten vroegen: "Heer, hebt gij wel goed zaad gezaaid? Vanwaar komt al dat onkruid?" "Dat heeft een vijand gedaan." "Wilt u dat we het onkruid uittrekken?" "Neen, je zou met onkruid ook het koren kunnen uittrekken. Laat het samen opgroeien tot de oogst. Als de oogsttijd is gekomen zal Ik aan de maaiers zeggen: haal het onkruid bij elkaar en verbrand het, en verzamel dan het koren."
Koren en onkruid
groeien nu samen op. De wereld is een verstrengeling van goed en kwaad, van Gods belangen en de belangen van diens vijand. Gods werkplaats, maar ook een werkplaats van de vijand. En het is niet altijd duidelijk wie het instrument hanteert. Want zegen kan verworden tot een vloek, denk maar eens aan rijkdom. En ook moeite en verdriet kunnen heilzaam werken.

Een verstrengeling van mensen met soms gelijklopende en soms tegenstrijdige ideeën, met eigenliefde en liefde voor de ander. Genoodzaakt samen te leven. Goedschiks of tegen wil en dank, dragen we de consequenties van het feit dat we leven in een wereld die gebroken is. We worden hieraan herinnerd op brutale wijze wanneer we de vijand ontmoeten met geopend vizier. Overduidelijk in een persoon als Hitler, het geïncarneerde kwaad. Maar veelal blijft het vizier gesloten, worden de diepere motieven handig gecamoufleerd. De vijand met een masker: Lucifer die zich voordoet als de engel van het licht, de promotor van wat goed is.

Het onkruid is, zolang het niet volgroeid is, niet altijd van het koren te onderscheiden. De scheidslijn tussen goed en kwaad is niet altijd herkenbaar. Ook niet in eigen boezem. De bron van de motieven is veelal bevuild. Dat ervaarde Petrus toen hij Jezus op het matje riep. Wie te voortvarend is trekt met het onkruid ook het koren mee.

Bovendien zijn Koninkrijk en kosmos dynamische begrippen. Een kerk die statisch wordt, biedt geen ruimte voor Gods Geest, terwijl die misschien een nieuwe wind wil laten waaien of oude waarheden opnieuw wil formuleren. En zo verlaat een kerk het Koninkrijk om in te treden in de kosmos - de kerk als Godsvervreemdend instrument, als voedingsbodem voor het onkruid. De lijn tussen Koninkrijk en kosmos is niet altijd scherp getekend. Het vraagt profetisch inzicht om beide invloedssferen van elkaar te onderscheiden, in het persoonlijk leven en in de maatschappij. Het gecamoufleerde egoïsme is niet zomaar aan te wijzen. Wie daarvoor gevoelig is, merkt intuïtief wel dat er iets fout zit - hij ervaart een negatieve bijsmaak, maar kan het niet bewijzen.

de versmalde vraag

De verstrengeling maakt het leven moeilijk en plaatst ons soms voor een dilemma. Wie principieel geweldloos is, zal concessies moeten doen wanneer hij wordt geconfronteerd met misdaad. Wie voorstander is van openheid, zal niet meer in zijn kaarten laten kijken wanneer hij vaststelt dat de vrijgegeven informatie wordt gebruikt om hem een hak te zetten. Wie gelijkheid predikt, zal toch ongelijke weddeschalen moeten accepteren als stimulans voor toegewijde inzet en als regulerend instrument op een vrije arbeidsmarkt.

Jezus werd geregeld in de hoek gedrumd en geconfronteerd met een dilemma, hopend dat men Hem in diskrediet zou brengen. Het eerste voorbeeld komt uit een verdachte rechtse hoek. Het establishment, de Farizeeërs… in een poging Hem te strikken en zo de eigen positie te beschermen. Met een thema dat ons nog altijd bezig houdt. Het probleem van de vijandelijke overheersing, machtsmisbruik, de bezette gebieden, collaboratie, te hoge fiscale druk… Kortom, de christen en de politiek, samengebald in één venijnig vraagje. Vrijgevochten journalistiek waarmee men een politicus kan vloeren. "Mogen wij aan de keizer belasting betalen?" Hoe zal Hij daarop reageren?

Jezus neemt de uitdaging niet aan en geeft geen blauwdruk voor de ideale maatschappij. De fundamentele vragen blijven onbeantwoord, hier toch in dit interview. Hij stuurt ze met een kluitje in het riet, wetend dat ook God geen antwoorden kan geven, wanneer de mens Hem impliciet de deur al heeft gewezen, doordat het hart toegesloten is. Parels voor de zwijnen, maar dan zeg je 't wel héél cru. Jezus versmalt de vraag tot het directe probleem van de belastingsbetaler, en doet in zijn antwoord een appèl op de verantwoordelijkheid van elk mens. Die zal in concreto het antwoord moeten vinden. Geef aan de keizer wat aan de keizer toekomt, en aan God wat aan God toekomt.

Het tweede voorbeeld is gesitueerd in het verhaal van de blindgeborene. Een goed gemeende interpellatie vanuit de eigen fractie. Exemplatief voor een hele reeks "waarom vragen". Waarom is er ziekte en lijden? Waarom wordt de onschuldige zo vaak gestraft en gaat de schuldige vrijuit? "Is hij blind geboren omwille van zijn zonden of omwille van de zonden van zijn ouders?" Jezus laat de handschoen liggen en versmalt de vraag tot de tragedie van de blindgeborene. Hij openbaart in hem Gods grootheid - biedt genezing aan een mens in nood. Er was geen beter antwoord denkbaar voor de persoon in kwestie. Maar voor de discipelen is niet alles opgehelderd - "het lijden" blijft een open vraag.

Derde voorbeeld. Jezus als rechter over het lot van een vrouw, op overspel betrapt. "Meester, de wet van Mozes schrijft voor dat zo'n vrouw gestenigd moet worden. Wat vindt U ervan?" Hoe staat U tegenover schuld en straf? Bent U voor een repressieve of een permissieve maatschappij? Voorstander van amnestie? Waar liggen de grenzen van de privacy?

Ook hier valt geen traktaat te schrijven. Opnieuw werd de vraag versmald tot de concrete situatie van de vrouw in de beklaagdenbank. "Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen…"Jezus draait de rollen om en maakt de aanklager tot rechter, toetsend aan de eigen levensstijl. Maar geen van hen voelt zich geroepen om het vonnis te voltrekken, en Jezus zet het sein op groen voor een nieuw begin. "Ook ik veroordeel u niet. Ga heen, en zondig niet meer."

gij kunt het nu niet dragen

In de hier aangehaalde voorbeelden is Jezus kort van stof. Het heeft trouwens geen zin, deel te nemen aan het debat, wanneer de ander niet echt luistert en voortdurend zit te zinnen op een nieuwe vraag. Wel poogt Jezus tegemoet te komen aan de individuele nood. Maar Hij geeft geen antwoord op de algemeen gestelde vraag. Achter de brede vraag schuilt een dilemma dat grotendeels veroorzaakt wordt doordat de mens van God vervreemd is, en diens antwoord niet kent of niet aanvaardt. En Jezus heeft geen antwoorden in secundaire orde voor wie niet wil bouwen aan het Koninkrijk.

Bijkomend probleem is dat Jezus' antwoorden uitlopen tot in die andere dimensie en zo vervreemdend overkomen bij iemand die "het nu" fixeert. "Ik heb u nog veel te zeggen, maar gij kunt het nu niet dragen… wanneer de Geest der waarheid komt zal Hij u alles openbaren en Hij zal u de toekomst verkondigen." - een uitspraak van Jezus gericht aan zijn apostelen waaruit blijkt dat ook zij soms moeite hadden om te kunnen volgen.

Toch werden de lastige vragen niet altijd ontweken. Vaak vinden we het antwoord in een andere context terug en vinden we toch minstens "een hint" ter plaatse. Jezus wijst dan in welke richting men moet zoeken. Want een antwoord op de levensvragen is pas echt een antwoord dat voldoening schenkt, wanneer men het persoonlijk in de zoektocht van het leven heeft ontdekt en aan den lijve mocht ervaren. Een voorgeschoteld antwoord klinkt te academisch en zal niet verorberd worden wanneer de appetijt ontbreekt. Waarschijnlijk ligt hier één van de redenen waarom Jezus zijn diepere inzichten niet zomaar prijs geeft, maar veeleer inbedt in een parabel die - wanneer niet direct begrepen - toch in het geheugen wordt bewaard. Jezus wil vermijden dat Gods inzichten onaangeroerd blijven liggen op het bord, om nadien onbarmhartig ontleed en becommentarieerd te worden en ten slotte te belanden in de prullenmand.

leven staat gelijk met kiezen

Leven staat gelijk met kiezen. Wanneer de keuze onafwendbaar is, en elke optie schaadt, dan heb je een dilemma. Je kiest het minste kwaad, maar het doet pijn want je moet iets prijsgeven wat je liever had bewaard.

Een dilemma kan pijnlijk en verscheurend zijn. Vooral wanneer extroverte liefde en bereidheid om te helpen moet wijken voor het krenterige profijt. Wanneer loyale mededeelzaamheid de plaats moet ruimen voor verkrampte drang naar bezit en macht. Wanneer gevoel voor humor en geopende gedachten overschaduwd worden door een ideologisch of religieus verstard jargon. Wanneer fijngevoeligheid vertrapt wordt door meedogenloze wreedheid. Wanneer de invloedssfeer van God ingeperkt wordt door de ideeën van zijn vijand.

Het mag niet de bedoeling zijn dilemma's te accentueren, want heel vaak, wanneer een mens of maatschappij zich daarvoor opent, is er Gods antwoord op de gestelde vraag. Maar soms ook dient de vraag versmald. De mate waarin versmald moet worden is onder meer afhankelijk van de ruimte die aan God gegeven wordt. Is de maatschappelijke openheid afwezig, dan is Gods ingrijpen slechts punctueel. Wordt een maatschappij gebouwd op christelijke principes, dan heeft God de handen vrij om nu al, via een menselijk kanaal, rechtvaardige structuren op te bouwen en antwoorden te geven op de breed gestelde vraag. Bijvoorbeeld door een onpartijdige justitie, die recht verleent aan arm of rijk. Door een gehandicaptenzorg die het lijden van de minst bedeelde in deze wereld al verzacht…

De brede vragen - de universele problemen van mens en maatschappij - zijn slechts oplosbaar wanneer Gods oplossing wordt aanvaard, wanneer Zijn levensstijl geaccepteerd wordt en de mens gaat leven overeenkomstig de richtlijnen van Zijn Woord. Of natuurlijk ook wanneer God wederom gaat scheppen en vernieuwen. Dit perspectief van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde maakte voor de eerste christenen het leven draaglijk in een uitzichtloze maatschappij.

het verbrede antwoord

Huisdokters en biechtvaders hebben iets gemeen: zij moeten tussen de regels kunnen lezen. De eerste moet, vertrekkend van de klachten van zijn patiënt, ontdekken wat de echte oorzaak van het lijden is. De tweede moet, achter het beleden kwaad, peilen naar de oorsprong. Allebei filteren ze de uitleg die ze te horen krijgen om een advies te geven in het belang van de totale mens. Een advies dat waarschijnlijk de levensstijl zal raken, en misschien heel wat verder gaat dan de patiënt verwacht… een verbreed antwoord op een te smalle vraag.

Een gesprek inleiden kan moeilijk zijn. Meestal draait men eerst wat rond de pot. Zelden valt men met de deur in huis. Bovendien weet de interpellant zijn vraag niet altijd juist te formuleren. intuïtief voelt hij wel dat er wat schort, maar het is moeilijk op zoek te gaan naar iets dat je nooit hebt gekend.

Jezus blijft dan ook niet stilstaan bij de formulering van de vraag. Hij maakt onderscheid tussen de franje en de kern, peilt naar de intenties en brengt de diepere noden aan het licht. Hij verliest zich niet in de bijkomstigheden, verlaat de "faits divers", de koetjes en de kalfjes, en raakt met zijn antwoord de essentie van het menselijk bestaan. Jezus verbreedt het antwoord zodat het ook het persoonlijke leven van de interpellant omvat. Een algemeen geformuleerde stelling wordt al dadelijk toegepast op het aanwezige publiek. Jezus legt daarbij de vinger op de wonde. Bij de Farizeeër die het daglicht schuwt, komt het verbrede antwoord als een kaakslag over. Bij hen die open staan voor God, komt er een intense blijdschap en een punt van herkenning omdat Jezus expliciet verwoordt, wat zij eigenlijk al wisten.

Centraal in Jezus' antwoord is de liefde tot God en tot de medemens. Een dualiteit die geen dualiteit mag zijn. Een kerngedachte die niet verhard mag worden tot doctrine, maar steeds weer nieuwe toepassingen vindt. Jezus plaatst dit alles in een decor waarin God ook God mag zijn. God is de steunpilaar waarop het bouwwerk rust, de as waarrond de schepping draait. De bron van schone energie voor een zuiver leven. Is de uitdaging niet groot om het antwoord te verbreden tot zichzelf en Hem te leren kennen als het verleden, het heden en de toekomst?

C.S. Van Audenard
1989
herwerkt in november 2002

Heb je de illustratie al bekeken?
Begin