Einde

Teksten die je moet ont-kaderen

gebroken kader met zaag
over Bijbelteksten buitencategorie




1  Korintiërs 13

Sommige Bijbelteksten zijn zo bijzonder dat ze geklasseerd worden buitencategorie. Ze zijn onvergelijkbaar mooi geformuleerd, ze maken deel uit van een klasse apart, ze behoren tot de absolute top… een beetje zoals de Mont Ventoux - voor de wielrenners een col buitencategorie.

Die teksten zijn mooi en ontroerend, en daardoor kom je ze overal tegen: vroeger op de Delftse steentjes, daarna op allerlei kaartjes, nu op de vele Bible-apps en op Instagram. Maar Johan Cruijff zei eens "Elk voordeel, heb zijn nadeel" en dat is ook het geval met Bijbelteksten. Want door hun schoonheid komen ze terecht in de categorie van de onbereikbare idealen en dreigen ze hun effect te verliezen.

Ofwel worden ze zo vaak geciteerd dat ze ons niet meer aanspreken. We lezen eroverheen, we luisteren niet meer want we kennen die tekst al, of we luisteren niet meer met verwondering. Het helpt om ze dan in een andere vertaling of in een andere taal te lezen.

ontkaderen

Die teksten zijn letterlijk en figuurlijk ingekaderd. Ze behoren tot het decor, en niet meer tot het echte leven. We moeten die teksten daarom ont-kaderen. Dat woord bestaat officieel niet, maar wordt toch door iedereen begrepen. We moeten die teksten uit dat romantische kader halen en plaatsen in het gewone leven, want daarvoor zijn ze bedoeld. Hun echte plaats is het gewone leven!

Dat is ook zo bij de mooie woorden van een liefdesbrief. Het is in de dagdagelijkse realiteit dat zal blijken of die woorden echt gemeend zijn. Lukt het in het echte leven, dan mag de tekst ook wel in dat mooie kadertje opgehangen worden. Lukt het niet in het echte leven, dan verdwijnt het kadertje in de schuif, want dan klinken die mooie woorden als een aanklacht - het bewijs van het falen.

We moeten de tekst dus ont-kaderen door hem te plaatsen in het gewone leven. Dat gebeurt aan de hand van een getuigenis dat ik op een website vond en dat wellicht herkenbaar is. Het gaat over een ongeduldige vrouw die op de tekening in het rood werd ingekleurd - maar het had natuurlijk ook een man kunnen zijn.

wachtrij

Afgelopen week moest ik in het ziekenhuis zijn. Ondanks drie geopende balies stonden er lange rijen. Onduidelijke rijen ook, veroorzaakt door een privacyzone van een paar meter die degenen die aan de beurt zijn, scheidt van de wachtenden. Ik sloot ergens achter aan bij de rommelige groep wachtenden en al snel kreeg ik gezelschap van een vrouw van een jaar of 50.

"Wat een drukte! Vorige keer kon ik zo doorlopen." Spiedend gingen haar ogen over de schare en alert volgde ze iedere beweging. Op een gegeven moment kwam er een ouder echtpaar aanlopen dat wellicht uit onwetendheid in de privacyzone ging staan. "Ho, ho, achter aansluiten", riep mijn buurvrouw geërgerd. "We moeten allemaal op onze beurt wachten. Ú ook!" Het echtpaar droop beschaamd een meter of 10 af.

De vrouw keek mij aan met een blik van "hoe is het mogelijk, hè?!" en zette haar kruistocht tegen andermans ongeduld voort: "Op de parkeerplaats had ik ook al een incident. Ik wilde mijn auto parkeren en na een paar minuten manoeuvreren, pikte zo’n bullebak in een dure auto mijn plekje in."

"Misschien dacht hij dat u wat onhandig wou wegrijden, in plaats van parkeren."

Nog voor ze mij kon antwoorden, zag de buurvrouw iemand die met een snelle beweging een zojuist beschikbaar gekomen extra balie annexeerde. Verontwaardigd beet ze me toe: "Ziet u dat niet? U was vóór haar!"

"Ach ja, ik ben ook zo aan de beurt."

"Ja, maar, nu moet ík ook weer langer wachten! Het is tegenwoordig erg met al dat ongeduld!"



Het stukje illustreert hoe het niet moet. Zeker niet in coronatijden - maar dan om andere redenen die hier even buiten beschouwing worden gelaten. Want er is sprake van ongeduld, afgunst op de bullebak in de dure auto, en op de persoon die direct kon aanschuiven aan de extra balie. Er is ijdel vertoon en zelfgenoegzaamheid, boosheid, het toerekenen van het kwade, onverdraagzaamheid…

Wellicht herkennen we ook onszelf in mindere of meerdere mate. Het doet denken aan de kassa in het warenhuis, of het wachten bij de bakker waar iemand voor ons, zijn of haar leven aan het vertellen is. Of op de snelweg, wanneer we bij file in het foute rijvak staan. Dat zijn goede oefeningen in geduld en liefde.

Op zo'n moment zien we hoe moeilijk we het hebben wanneer we een beetje minder geluk hebben dan iemand anders. En we vergeten dan de keren dat het omgekeerd was en dat we heel blij waren dat we niet onze beurt moesten afwachten. Onze verontwaardiging is selectief, en dient ons eigenbelang. Het lijkt dan wel dat het kadertje aan de muur daar hangt om anderen te herinneren aan het feit dat ze voldoende rekening moeten houden met onze belangen! Maar dat is niet de bedoeling van die mooie teksten.

De liefde is geduldig en vol goedheid. De liefde kent geen afgunst, geen ijdel vertoon en geen zelfgenoegzaamheid. Ze is niet grof en niet zelfzuchtig, ze laat zich niet boos maken en rekent het kwaad niet aan, ze verheugt zich niet over het onrecht maar vindt vreugde in de waarheid. Alles verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, in alles volhardt ze. (1 Korintiërs 13:4 - 7)

Die kleine incidenten in het dagelijkse leven lijken misschien geen belang te hebben. Maar ze zijn wél relevant. Want wie een goede conditie wil hebben, zal dat niet bereiken door uitzonderlijke prestaties, eens om de zoveel maanden. Neen, hij moet dag aan dag zijn lichaam oefenen. Dan zullen zijn spieren sterk en soepel zijn. Dan zal hij, wanneer dat nodig is, zware prestaties kunnen leveren.

Voor sommigen onder ons is het wachten aan de kassa zo'n kleine dagelijkse oefening. Voor flegmatici liggen de uitdagingen natuurlijk elders... God verlangt van elk van ons dat we de kadertjes met die mooie woorden van de muur halen, en integreren in het dagelijkse leven. De moeilijkheden die we daarbij ervaren illustreren dat we nog wat te leren hebben, en dat we uit onszelf die hoge standaard die God vooropstelt, niet kunnen bereiken.

Jezus is de belichaming van die tekst over de liefde, zoals God die ziet. Enkel Hij voldoet ten volle aan de beschrijving. Maar God roept ons op om zelf ook te groeien in de liefde, en Hij wil ons daarin bijstaan.

Hij doet dat in eerste instantie door onze ogen te openen voor het feit dat er nog een en ander schort. Dat inzicht noemen we in het Bijbelse taalgebruik zondebesef. We moeten onze nood inzien, bereid zijn onze onmacht te erkennen en ernaar verlangen om anders te worden. Dat is de eerste stap in het groeiproces.

Deze hoop zal niet worden beschaamd, omdat Gods liefde in ons hart is uitgegoten door de heilige Geest, die ons gegeven is. (Romeinen 5:5)

Dan zal zijn Geest ons leven verder leiden en zal Hij zijn liefde uitgieten in ons hart. Wanneer wij daar aan meewerken, en blijven meewerken, dan zullen we - net als Paulus - niet beschaamd worden, want dan maken die mooie teksten gaandeweg deel uit van onze persoonlijkheid en van ons leven. En dat is goed voor onszelf, en goed voor de mensen rondom ons!



C.S. Van Audenard
mei 2020

Begin