Heb je de illustratie al bekeken?
Einde

Onze Vader, die in de hemelen zijt

Onze Vader, die in de hemelen zijt
Uw naam worde geheiligd
Uw koninkrijk kome
Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemelen
geef ons heden ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden,
zoals ook wij vergeven onze schuldenaren
en leid ons niet in verzoeking,
maar verlos ons van het kwade
amen
Matteüs 6:9-13

Onze Vader …

"Onze" mag dan wel een bezittelijk voornaamwoord zijn, het gebruik van de meervoudsvorm toont dat ik die Vader met anderen zal moeten delen. Jezus nodigt mij al meteen uit om rondom te kijken, en anderen te betrekken in dit gesprek – al was het in gedachten. Valt mij dat niet wat lastig als een op zichzelf gerichte mens? Niet, als ik oog hebt voor de meerwaarde van al die broers en zussen, die natuurlijk net als ik hun gebreken hebben, maar vooral ook hun rijkdom. Misschien zal Hij hen gebruiken om mij te helpen in mijn nood. En het werkt ook in de andere richting: misschien ben ik de geknipte man of vrouw om die andere te bereiken. Ik kan niet in gesprek treden met Hem, los van het besef dat ik verbonden ben met vele anderen, want Hij is ook hun Vader.

Hoewel ik mij in dit gebed voor even materieel afsluit van de buitenwereld, gebeurt innerlijk het tegendeel: ik open mijn gedachten en mijn hart voor mijn Vader en voor de medemens. Want wanneer ik onverschillig ben voor wat rondom mij gebeurt, dan kan ik niet hopen op een goede verbinding met hierboven.

Maar hoe dan ook: die Vader behoort ook mij een beetje toe: Hij is er voor mij. Hij is in mij geïnteresseerd en stelt zich voor mij beschikbaar. En dat zijn niet zomaar woorden, want Jahwehs geschiedenis is onlosmakelijk verbonden met die van de mens. Hij heeft "zijn geluk" aan het onze gekoppeld.

 

"Onze Vader" is een uitspraak waarmee ik het vaderschap erken, en dus ook het vaderlijk gezag. God gaf mij die godsdienstvrijheid: de vrijheid om Hem al of niet als vader te aanvaarden. Kies ik voor Hem, dan behoort Hij mij toe, maar niet zoals een ingehuurde uitzendkracht of zoals een speeltje. Wel zoals een vader toebehoort aan zijn kind. Ik kan Hem dus niet bevelen en niet "gebruiken" zoals het mij past. Nu ik het Onze Vader bid, accepteer ik niet enkel dat Hij mijn Schepper is, ik erken dat Hij mijn Meerdere is op elk gebied, en gezag over mij mag uitoefenen.

Maar veel meer nog, druk ik nu mijn verlangen uit naar een hechte familiale band. Hij is mijn vader in de rijke relationele betekenis. Hij wil voor mij zorgen, mij beschermen, mij liefhebben... in goede en kwade dagen, want Hij erkent mij als zijn kind. Voor mij zal Hij door het vuur gaan!

Hij neemt mij au sérieux, Hij begeleidt mij naar volwassenheid en gunt mij de vrijheid van een volwassen zoon, die zich verantwoordelijk weet om een leven uit te bouwen en daarbij gaandeweg ook mag beschikken over het familievermogen.

"Onze Vader" is dus een aanspreektitel die de toon zet van het gesprek: het wordt geen zakelijk contact, geen beleefdheidsbezoek, geen vrijblijvende informele babbel. Neen, ik ga opnieuw langs bij iemand die heel veel om mij geeft. En ik zie er naar uit, want het zal mij goed doen. Er vallen wel eens harde woorden - meer dan eens word ik op mijn plaats gezet en geconfronteerd met wat ik fout deed - maar ook dan, voel ik me niet verstoten: ik word door Hem bemind!

… die in de hemelen zijt

Met de woorden "in de hemelen" onderscheid ik de Hemelse Vader van mijn biologische vader. Het wordt dus een gesprek van een andere orde, dan ik gewoon ben - mijn zintuigen zijn hier niet van tel. Ik mag Hem dan wel aanspreken met Vader, tegelijk aanvaard ik dat zijn vaderschap met niets van deze wereld, vergelijkbaar is. Want met de woorden "die in de hemelen zijt" erken ik Gods verhevenheid. Hij overziet alles en is onaantastbaar. Ik denk niet te licht of te goedkoop over Hem: ik respecteer Hem als geen ander.

Eerst leek die hemel een plaats, ver van mij verwijderd en dus moeilijk bereikbaar. Gebed was een gesprek naar een GSM met zwakke ontvangst - een verbinding van slechte kwaliteit met veel storing: een communicatie die moeilijk tot stand komt en op ongelegen momenten weer afbreekt.

Maar nu besef ik dat Jezus die woorden anders bedoelde en dat die hemel niet ver weg is.Je moet God aanbidden "in geest en waarheid", antwoordde Hij wanneer een vrouw Hem vroeg of zij moest bidden "op deze berg of in Jeruzalem." Neen, ik moet niet op bedevaart, mijn Vader is in de hemelen. Hij bevindt zich in een dimensie die voor mij, waar ik mij ook bevind, bereikbaar is. Eens mijn hart geopend is, duiden die woorden niet meer op afstand, maar op nabijheid. Hij is alomtegenwoordig – wat mij als kind geleerd werd, wordt nu persoonlijke ervaring. Hij is er wanneer ik wandel in de bossen, wanneer ik thuis zit of op kantoor, midden in het lawaai van de fabriek, in de metro… op voorwaarde dat ik er ben "voor Hem".

Vader is nabij voor wie Hem zoekt "in waarheid". De verbinding is dus slechts vrij van storing, wanneer mijn houding oprecht is. Ben ik aanmatigend en hautain, dan is die hemel heel ver weg, en laat God zich niet vinden. Ben ik bevooroordeeld, dan hoor ik slechts de echo van mijn eigen denken.

Uw Naam worde geheiligd

Denk ik negatief over Hem, verwijt ik Hem alle ellende in dit aardse tranendal, en - waarom niet - geef ik Hem ook de schuld van mijn eigen falen, dan wordt Zijn naam niet geheiligd, maar door het slijk gehaald. Maar wanneer ik erken dat er in Hem alleen maar licht is, en geen spatje vuil, dan wordt Zijn naam geheiligd. Mijn gebed heeft natuurlijk in de eerste plaats betrekking op mijn eigen houding. Gods naam wordt geheiligd, wanneer ik iets van zijn rijke persoonlijkheid weerspiegel door mijn taalgebruik, mijn levensstijl, mijn handelswijze. Dat lukt mij niet altijd. Daarom dit gebed !

Mijn gebed betreft ook de naaste, de collega, het familielid en de ontelbare anonieme wereldburgers. Nu ik ervaren heb, dat Hij ten diepste goed is, kan ik met overtuiging wensen, dat ook anderen tot dit inzicht komen, en ook Zijn naam zullen heiligen. Ik bid dat God gekend zal zijn, zoals Hij is, en dat Hij het respect zal krijgen dat Hem toekomt. Ik wens dat het uitspreken van Zijn naam een glimlach op de gezichten brengt. Dat het hoop geeft aan hen die het leven niet meer aankunnen. En dat het de sterke arrogante mens, die gewoon is zijn wetten op te leggen en de ander te gebruiken, een toontje lager doet zingen, zodat hij zich dienstverlenend opstelt.

God wordt daarentegen niet geheiligd wanneer Hij wordt genegeerd, of gelijkgeschakeld met andere goden die slechts de aanspreektitel met Hem gemeen hebben - blinde en dove creaties van de mens, die wel publiciteit maken voor vrijheid, maar veelal leiden tot een slaafse onderwerping. Op die manier wordt Hij omlaag gehaald. Ik bid dus dat ik Hem mag kennen zoals Hij is, en Hem dan de ereplaats geef die Hem toekomt. En ik vraag dat ook mijn medemens gecorrigeerd wordt in zijn Godsbeeld, en gaandeweg bevrijd wordt van hetgeen hem belet om mens te zijn. Dat hij, de ene ware God en Schepper van al wat is, leert kennen en Hem zijn dank betuigt. Dat hij Hem herkent als de Waarheid - met hoofdletter, anders dus dan "elk zijn waarheid".

Ik bid dat God niet verdrongen wordt naar het achterplan en gemarginaliseerd, maar dat Hij op een positieve wijze in het nieuws komt. Niet vertegenwoordigd door een onevenwichtig charlatan of een gewetenloze geldwolf, maar door onbesproken mensen, die het levend bewijs vormen van zijn boodschap. Ik bid dat zijn Naam geheiligd wordt!

Uw koninkrijk kome

Het Koninkrijk waarnaar Jezus nu verwijst, werd niet geboren in zijn fantasie. Neen, Hij spreekt als ooggetuige. Geen moraliserend sprookje dus over een naïeve ideale wereld die nooit gerealiseerd zal worden - een utopische klassenloze maatschappij. Neen, Hij getuigt van een werkelijkheid die nu reeds bestaat en die mijn stoutste verwachtingen overtreft. Wat Hij bij de Vader heeft ervaren, was een kwaliteit van leven, die niet in woorden is te vatten.

Johannes werd een blik gegund in die verborgen opmerkelijke wereld, en wat hij daar zag, omschrijft hij als het zuiverste goud en het helderste kristal! Dus toch een sprookjeswereld, maar zonder heks en boze wolf, en zonder hun perversere varianten uit de eigentijdse horror. Die dimensie waarin alles is, zoals het hoort te zijn, bestaat nu reeds, maar ze omvat slechts zeer partieel de mensenwereld. Maar Jezus geeft te kennen dat mijn gebroken wereld plaats zal ruimen voor die ideale wereld, en dat mijn vraag die ik tot de Vader richt, dit kan bespoedigen. Door dit gebed draag ik nu mijn steentje bij. Ik stem niet langer blanco, maar geef duidelijk mijn wil te kennen: ik vraag dat de overwinning in die andere dimensie, nu al zichtbaar wordt in mijn biotoop – misschien kleinschalig en symbolisch. Ik heet Hem nu reeds welkom als mijn Vader, mijn liefdevolle Metgezel, mijn Geneesheer en mijn Alles en nog wat... En tegelijk verklaar ik uit te kijken naar de tijd waarin dat nieuwe koninkrijk in volle lengte, diepte en breedte wordt geopenbaard.

Maar vandaag zijn we nog niet zo ver, en het vraagt geloof in de stijl van Jezus om dit gebed uit te spreken. Want er is rondom mij erg veel ellende en ik kan zoals velen een proteststem uitbrengen en Hem aanwijzen als grote schuldige. Of ik kan kiezen voor het kwade - uit onwetendheid of zwakheid, uit overtuiging of uit pervers verlangen. De verslagen vijand vindt in elke cultuur en in elk segment van de maatschappij, tal van handlangers en er wordt dus nog heel veel schade aangericht. Daarom leert Jezus mij dit gebed: zodat de Vader, deels in antwoord op mijn vraag, de schade kan beperken. Ik vraag dat Hij – de verborgen God - vandaag al op de voorgrond treedt en zich laat kennen als de Rechtvaardige Rechter en de Beschermer van wie wordt weggedrukt.

Toegegeven, "Uw koninkrijk kome" lijkt mij soms te abstract, te algemeen en te hoog gegrepen. Dan richt ik mijn gebed op het hier en nu: de problemen van vandaag en de onmiddellijke toekomst, mijn directe omgeving... Ik vestig mijn aandacht op iets kleins en vraag dat Hij daarin het verschil zal maken. En ja, ik besef maar al te goed dat Hij niet alle noden lenigt en niet alle verdriet wegneemt. Maar soms verrast Hij mij, wanneer Hij schroot omvormt tot juweeltjes. Zo illustreert Hij in een gevallen wereld zijn ambities. Hij geeft een voorsmaakje, en licht een tip van de grijze sluier die de toekomst voor mijn ogen afschermt.

Uw wil geschiedde op aarde zoals in de hemelen

In die hemel geschiedt Gods wil: daar heeft het Licht de duisternis verdreven, daar heeft het goede het kwade overwonnen. Jezus wil die overwinning hier en nu gereflecteerd zien.

Dit gebed is een pleidooi tegen het fatalisme van wie de strijd al bij voorbaat opgeeft omdat wat God wil, toch zal geschieden. Met zijn oproep tot gebed spreekt Jezus tegen dat goed en kwaad al bij voorbaat vastliggen en dat Gods wil überhaupt geschiedt. Neen, heel veel van wat rondom mij gebeurt, is niet door Hem gewild. Het is het gevolg van wat vrije mensen doen, en vooral nalaten te doen. En God respecteert die vrijheid en komt doorgaans niet ongevraagd tussen in de mensenwereld. Ik moet Hem dus uitnodigen en Hem vragen in te grijpen! Dank zij deze woorden realiseer ik mij hoe hoog God de mens waardeert, dat Hij hem de macht geeft om zijn hand te bewegen - de hand van een Almachtige die met één pennentrek alles naar zijn wil kon plooien.

"Uw wil geschiedde" bid ik, wanneer ik niet goed weet wat vragen. Het leven is complex en mijn inzicht is beperkt. Ik mag Hem uiteraard mijn wensen kenbaar maken, maar mijn ideeën opdringen, zou getuigen van verwaandheid. Ik vraag Hem dus dat Hij het leven in goede banen leidt. Ik vertrouw er op dat Hij achter de schermen waar nodig bijstuurt. Met "Uw wil geschiedde" kan ik niet verkeerd doen. Het is een algemeen geformuleerde zegen, een gebed dat Vader gebruikt zoals Hij wil. Daarom sluit ik vaak met deze woorden mijn vragenuurtje af: ik vraag dit of dat, voor die en die... maar laat alles dan weer los, om het in zijn hand te leggen. Ik schik mij naar zijn wijsheid.

Soms heeft die uitspraak een geheel andere teneur. Dan duurt het jaren vooraleer ik die woorden moeizaam uitspreek. Na lang tegenspartelen geef ik mij gewonnen. Eindelijk erken ik dan dat Hij het bij het rechte eind heeft. Met "Uw wil geschiedde" begraaf ik de strijdbijl en geef ik Hem de ruimte om te doen wat goed is, ook al snijdt dit in mijn vlees.

geef ons heden ons dagelijks brood

De Joodse dagloner zal dat deeltje van 't gebed goed onthouden hebben. In navolging van Jezus bidt hij nu om werk, zodat hij in zijn noden kan voorzien. En lukt dat niet, dan bidt hij om een aalmoes, zodat wat ontbreekt, aangevuld wordt uit een andere bron.

Verwent door l'embarras du choix, besef ik nauwelijks nog dat je ook kan bidden voor alledaagse materiële noden. Onze winkelkar is vaak te klein voor al dat dagelijks brood en - met of zonder God – onze bankkaart doet de rest. Maar aan wie heb ik dat te danken? Wie zorgt voor het graan, voor de regen en zonneschijn? Of is dat te simplistisch? "Geef ons heden ons dagelijks brood" houdt de erkenning in dat Hij niet alleen in den beginne, maar ook vandaag nog schept. Dat Hij alles onderhoudt. Het is het vergeten dankgebed voor en na de maaltijd.

Is dat dagelijks brood dan zo vanzelfsprekend? Ik typ nu de woorden "onder de armoedegrens" in Google en krijgt duizenden resultaten. Ik probeer het maar niet in het Frans of in het Engels! Bovenaan het scherm lees ik "Roemenië: 45 % onder de armoedegrens". Ik klik de website aan, en lees nu een gebed dat tot mij gericht werd. "Vul de boodschappentas van een arm gezin in Oost-Europa!". Iets verder op de bladzijde "Moldavië: 75 % onder de armoedegrens". Misschien wil God mijn bankkaart gebruiken ten bate van diegene die wel nog bidt om zijn dagelijks brood. Het maakt mij wat onrustig want God beantwoordt het gebed om dagelijks brood bijna steeds via de medemens. Mijn gebed is maar oprecht als ik, voor zover mogelijk, zelf ook bereid ben, mijn bezit met anderen te delen.

Jezus moedigt mij aan te bidden voor gewone dagelijkse dingen. Het accent ligt niet langer op het Koninkrijk, maar wel op eigen noden. Weg met die vroomheid - alsof ik ver boven mijn het dagdagelijkse sta! Ik mag – ik moet – ook bidden voor mijzelf. Maar anders dan in de vorige verzen, zie ik hier geen lange-termijn-visie. Ik vraag geen "Win For Life-formule" met levenslang elke maand 1.000 euro. Geen gebed dat, eenmaal verhoord, zorgt voor mijn schaapjes op het droge. Geen appeltje voor mijn dorst, zodat ik mij - vrij van materiële zorgen – kan gaan wijden aan "hogere belangen". Neen, zo werkt het meestal niet. Wat de materiële zorgen betreft, wordt mij hier geleerd vandaag te vragen, wat ik vandaag nodig heb. Niet meer, niet minder. Mij wordt geleerd om van Hem afhankelijk te blijven en Hem te vertrouwen dat dit dagelijks gebed, ook morgen verhoord zal worden. Vader stelt het op prijs dat ik ook morgen, en overmorgen, en de dag daarop... nog eens binnenspring.

Dit gebed gaat over de gewone dingen van het leven - die dingen die pas mijn aandacht trekken wanneer ze mij ontbreken. Voedsel en onderdak voor mijn behoeftig lichaam, en waarom niet... voedsel en onderdak voor mijn behoeftige kwetsbare emoties en mijn gevoelige geest? Heeft Hij niet gezegd: "Een mens leeft niet van brood alleen?". Mijn dagelijks brood, slaat dat niet net zo goed op een vriendelijk woord? Op dat beetje bemoediging om de emotionele tank bij te vullen? “Brood” mag begrepen worden in de ruime zin van ‘t woord. Het slaat dan niet alleen op materiële dingen zoals huisvesting, een job, geld voor de auto en voor de verzekeringen... maar ook - en vooral - op mijn nood aan vriendschap.

Dit gebed raakt mij nu diep en maakt mij enthousiast, want ik zie een Vader die mij zoveel wil geven! Ik voel Hem nabij en dank Hem glimlachend voor zoveel goedheid. Ook kijk ik vol verwachting uit, hoe Hij morgen in mijn noden zal voorzien.

vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven onze schuldenaren

Maar misschien geef ik Hem niet eens de kans, mij te geven wat ik vraag. Ben ik wrokkig, heb ik mij afgesloten voor God of voor de medemens, dan sta ik daar te bidden met gebalde vuisten en kan ik niet ontvangen. Maar nu draai ik niet langer rond de pot: ik vertel Hem wat er fout gegaan is, en ik zeg dat het mij spijt. Ik voel mij vuil vanbinnen en met “Vergeef ons onze schulden” geef ik nu toe, dat ook ik schuldig ben. Ik heb boter op mijn hoofd en kan niet echt vrijmoedig vragen. Ik beroep mij dus op Zijn mildheid of genade.

Wat de volgorde in dit gebed betreft, wijkt Jezus af van het klassieke patroon. Meestal komt de schuldbelijdenis eerst, en pas daarna ga ik God loven. Hier is de volgorde omgekeerd. Nu ik dichter in Zijn buurt ben en door zijn licht beschenen wordt, besef ik dat er in mijn leven toch wel één en ander fout zit. Wie Hem wil ontmoeten, wordt gemeten naar zijn maatstaf: Wees heilig, want Ik ben heilig. Ik vergelijk mij nu met Hem die Alles weggeschonken heeft, hoewel Hij het waard is alles te ontvangen - ik heb geen reden meer om fier te zijn.

Ik vraag niet alleen vergeving voor "mijn" schuld, maar ook voor "onze" schuld, want ik besef dat ik het, in gelijke omstandigheden, wellicht niet beter zou gedaan hebben dan die andere. Er zit solidariteit in mijn gebed. Het onrecht is een kluwen van verantwoordelijkheden. Ik heb een aandeel in de zonde van mijn naaste! Wellicht zou ik, bij gebrek aan bewijzen, juridisch wel vrijuit gaan - maar dat stelt mij nu niet meer gerust! Voor het Hooggerechtshof kan ik mijn gelijk niet halen met subtiele spelletjes. Dat ballonnetje wordt zo doorprikt! Ik schiet tekort op zoveel vlakken... ik ben zijn goedheid helemaal niet waard, en wordt nu overweldigd door een gevoel van onmacht!

Het vervolg van dit gebed toont dat het menens is. "Vergeef ons onze schulden" is een holle uitspraak, wanneer het enkel in eigen voordeel wordt ingeroepen. Of God mij gratie schenkt, hangt af van mijn eigen houding. Ik moet de deur openen - niet enkel voor Hem, maar ook voor de medemens. Dan pas heb ik geopende handen en kan ik zelf ook ontvangen. En dat gebeurt ook effectief: niets liever doet Hij dan zijn kinderen in zijn armen sluiten! Ik ervaar nu een gemoedsrust en mijn instelling verandert: niet langer gefocust op een negatief verleden. Vergeef ons onze schulden staat nu voor nieuwe kansen. Ik kan loskomen van dit verleden en ben ook bereid om de medemens een nieuwe kans te geven.

leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van het kwade

Ik moet nu de ontgoocheling van het verleden achterlaten. Ik mag niet blijven stilstaan bij mijn falen, maar richt mij op een betere toekomst. Ik hoop Hem morgen blij te maken, maar ik erken mijn kwetsbaarheid en beroep mij dus op zijn bescherming. Ik vraag geen rozengeur en maneschijn, want ik wil mijn bijdrage in de strijd wel leveren. Maar ik vraag nadrukkelijk dat Hij er over waakt, in wat voor situaties ik terecht kom.

Ik bid "leid ons niet in verzoeking" omdat ik besef dat de wereld mij voortdurend uitnodigt om mijn EGO te dienen. Ik moet dus tegen de stroom in roeien, en steeds weer kiezen voor liefde in plaats van bekrompen egoïsme, voor betrokkenheid in plaats van onverschilligheid. Ik wil zuiverheid en geen vervuiling in mijn gedachten, mijn gesprekken en mijn handelen. En alleen, lukt mij dat niet... ik vraag dus goddelijke bijstand. Ik nodig Hem uit naast mij te staan en vraag Hem foute wegen te versperren en klare taal te spreken wanneer het dreigt mis te gaan. Ik vraag dat ikzelf en diegenen die mij lief zijn, niet in situaties terechtkomen, die ze niet aankunnen - niet geconfronteerd worden met verzoekingen, waaraan ze nog niet kunnen weerstaan.

Want ik zie rondom mij heel wat mensen - beschadigd door het leven - die grote moeite hebben om de bekoring te weerstaan. Bescherm hen Heer, wees hen nabij, omring hen met goede vrienden en geef hen innerlijke veerkracht, zodat zij het leven aankunnen en de juiste keuzes maken. Wanneer ik besef hoe het kwaad de mens kapotmaakt, roep ik tot U om verlossing. Ik zie zoveel ellende, en wil niet zelf de oorzaak zijn van nog meer verdriet. Verlos mij van het kwaad - soms diep in mij geworteld. En verlos ons van de kwade machten, die zo vaak, in onze maatschappij, de agenda lijken te bepalen.

Maar Heer, ik laat al die vragen nu even rusten, om gewoon in stilte bij U te zijn! Mag ik nog even genieten van uw aanwezigheid? Misschien legt U iets in mijn gedachten?

amen

Zo, dat was het! Ons gesprek heeft mij deugd gedaan! Een buitenstaander zal dat misschien niet snappen, maar ik ben blij, mijn God, dat ik U nog eens mocht ontmoeten! Alles staat weer op een rij! En morgenavond zoek ik U weer op, want we zijn nog lang niet uitgepraat, en ik weet dat U er, net als ik, naar uitkijk!

Tot morgen, Vader! See you, Jesus!

C.S. Van Audenard
december 1994
herwerkt in juli 2007

Lees verder "De tweede naïviteit" over de grondhouding om het Onze Vader te bidden
Lees verder "Waarom antwoordt God niet meteen?"
www.deversmaldevraag.be
Heb je de illustratie al bekeken?
Begin