Einde

Waarom ontzeggen we God het recht om kwaad te zijn?

over de ongewone combinatie van 'godvrezend zijn' en 'zich veilig weten'

reusachtige politieman

  1. Potige kerels… maar plots viel de groep stil
  2. Het ouderwetse religieuze taalgebruik
  3. Een cultuur- en tijdsgebonden ouderwets begrip?
  4. Waarom mag God niet verontwaardigd en kwaad zijn?
  5. Angst is de logische reactie wanneer God zich even niet verbergt
  6. Een verrassende combinatie tussen godvrezendheid en geluk


1. Potige kerels… maar plots viel de groep stil


Reusachtige politieman

Angst en een gevoel van veiligheid is een ongewone, maar niet onmogelijke combinatie. In 2006 organiseerde Duitsland de Wereldbeker voetbal. Ik was toen toevallig in het treinstation in Keulen en een groepje voetbalsupporters liep met wat kabaal de hall binnen. Het zagen er potige kerels uit, maar plots viel de groep stil, zoals schoolkinderen wanneer de directeur de joelende klas binnenkomt. Hoe kwam dat? Opzij in de hall stond één politieman. Maar het was wel een reus zoals ik nooit eerder gezien had - ruim boven de 2 meter, en een schouderbreedte in verhouding tot zijn lengte. Hij droeg een helm en beschermende platen aan zijn onderbenen. Het effect van zijn aanwezigheid was dubbel: de hooligans vielen stil, maar de gewone reizigers waren gerustgesteld. Dit beeld sluit aan bij het thema van dit artikel: hoe grootser en schrikwekkender God is, hoe veiliger we ons voelen… op voorwaarde dat we met Hem vertrouwd zijn.



2. Het ouderwetse religieuze taalgebruik


wie het gesprek begint met een beladen woord

sollicitant in gesprek

Woorden die ouderwets klinken, verliezen hun neutrale betekenis. Ze laten je nostalgisch terugkeren naar de tijd van toen, of ze wekken wrevel op en dan moet je uitleggen waarom je dat woord nog wil gebruiken. Want wie het gesprek begint met een beladen woord, lijkt op een sollicitant die bij de aanvang van de ontmoeting een negatieve indruk maakt. Die mening wordt nadien nog moeilijk bijgesteld.

Wanneer het gaat over geloof, beschik je niet altijd over neutrale eigentijdse woorden om je gedachten te vertolken. Je moet die ouderwetse beladen woorden soms gebruiken om je punt te maken, en dan hopen op een open geest bij de gesprekspartner. Want er bestaan geen synoniemen voor woorden als zonde, heilig, genade, wijsheid… terwijl dat essentiële begrippen zijn om het geloof te begrijpen. Een bijkomende handicap is dat die woorden wél nog soms gebruikt worden, maar dan met enig cynisme door stand up comedians, waardoor de negatieve lading nog wordt versterkt.

een typemachine of een floppydisk

floppy disk en typemachine

Godvrezend is zo'n moeilijk woord dat thuis hoort in een andere tijd. Bij Van Dale online krijg je "Geen resultaat. Het woord is verkeerd gespeld of het staat niet in het gratis woordenboek." Je vindt het natuurlijk wél in de dikke Van Dale, maar in het gewone taalgebruik kom je dat woord niet meer tegen. Je mag dus veronderstellen dat het woord niet meer relevant is. Een beetje zoals een typemachine of een floppydisk - die heb je niet meer nodig.

Wanneer je synoniemen voor godvrezend opzoekt, dan vind je devoot, vroom, pieus… en keer je nog verder terug in de tijd. Niemand wil met die archaïsche adjectieven beschreven worden. Hoe komt het dat woorden die tekenend waren voor de geloofsbeleving en het godsbeeld van onze (over)grootouders, nu begraven liggen in puzzelwoordenboeken? We zijn niet alleen die woorden kwijtgeraakt, maar vaak ook de achterliggende begrippen. Je hebt nu een alinea nodig om iets te zeggen waarvoor voorheen één woord volstond.

Godvrezend klinkt al ouderwets, maar het kan nog ouderwetser: de vreze des HEEREN was vroeger een staande uitdrukking, waarbij de hoofdletters en de oude schrijfwijze duidelijk maakten dat JAHWEH werd bedoeld. In de recente Bijbelvertalingen vind je die vrees quasi niet meer terug. Moderne Bijbels kennen minder vrees, maar wel meer ontzag, eerbied of respect. Het Hebreeuwse yir'at en het Griekse phobos hebben inderdaad deze vier betekenissen, en hierna onderzoeken we of er nog steeds nood is aan een beetje vrees.



3. Een cultuur- en tijdsgebonden ouderwets begrip?


bang zijn voor God lijkt echt niet meer van deze tijd

Bang zijn voor God lijkt echt niet meer van deze tijd. Wanneer God een uitvinding van mensen is - een bedenksel dat slechts troost moet brengen - kan je die vrees beter schrappen. En dat is ook zo wanneer Hij wél bestaat, maar herleid moet worden tot een weldoende anonieme kracht die tot ons ter beschikking staat.

God is liefde

Vroeger dacht men er anders over en was God niet zozeer een kracht, maar een Persoon - of liever Drie-in-één Personen. Maar die God werd dan vooral voorgesteld als de Bestraffer. De vorige generaties hadden vaak een erg negatief godsbeeld met weinig ruimte voor liefde, en veel voor vrees. Daar moeten we niet naar terugkeren. Het thema "godsvrees" moet dus omzichtig worden aangebracht.

In de sixties kwam de omslag. Je zag dan aan de kerken affiches verschijnen met de boodschap "God is liefde", en het was echt wel nodig om dat in de verf te zetten! Want velen uit de oudere generaties hebben aan die strenge God pijnlijke herinneringen of zelfs trauma's overgehouden.

Lees ook "De gom, de rode bic en de markeerstift - over Gods (on)voorwaardelijke liefde"

de donder als Gods stem

weerkaart en modern huis

Vrees voor God doet wellicht denken aan de tijd waarin de mens de donder als Gods stem beschouwde - al of niet in de letterlijke zin. Het onweer boezemde angst in, en zette aan tot gebed om bescherming. De mens was veel kwetsbaarder want hij was vaak machteloos tegenover natuurelementen en ziekte.

Vandaag bekijken we het onweer vanuit de zetel achter het dubbelglas alsof het een film is. Staan er geen bomen dicht bij het huis, dan doet het ons niets. Hoewel, er is natuurlijk ook het toenemend natuurgeweld. Orkanen, overstromingen, oncontroleerbare branden… confronteren de mens opnieuw met zijn kwetsbaarheid. Maar voor die natuurfenomenen hebben we nu een wetenschappelijke uitleg - daar hebben we God niet voor nodig! En wij Belgen bekijken die rampen vooral als toeschouwer. We staan er zelden middenin.

dreigen we iets kwijt te raken wanneer we God niet langer vrezen?

Voor de meesten is God afwezig uit het gewone leven… behalve misschien dat doopsel, die plechtige communie, trouwdienst of begrafenis - hoewel dat vaak meer met cultuur, dan met God te maken heeft. Maar ook overtuigde christenen plaatsen God meer op de achtergrond, en zien zijn tussenkomst vooral als indirect.

Is de vrees voor God een cultuur- en tijdgebonden ouderwets begrip of verdient het in onze geloofsbeleving nog een plaats? En zo ja, wat begrijpen wij er onder? Moeten we het woord vrees overal vervangen door ontzag en eerbied, of zijn die woorden soms te zwak? Dreigen we iets kwijt te raken wanneer we God niet langer vrezen? Of volstaat de slogan "God is liefde" om onze relatie met Hem te beschrijven?

De slogan "God is liefde" heeft zijn nadelen want hij verengt het godsbegrip tot één enkel kenmerk. Hij doet vergeten dat God ook andere eigenschappen heeft, die we beter niet negeren. God is vooral ook rechtvaardig. Hij verdraagt geen machtsmisbruik, geen onrecht, geen vuile woorden en gedachten, geen hoogmoed… en Hij kan zich om die dingen heel erg kwaad maken. Dat gebeurde telkens weer bij monde van de profeten, en ook Jezus nam geen blad voor de mond. Maar meestal werd die kritische stem het zwijgen opgelegd, door de profeet te doden - zo ook bij Jezus.

slang

Ik trof schurken aan onder mijn volk, ineengedoken als vogelvangers loeren ze rond. Ze zetten een val, ze jagen op mensen. Zoals een korf vol vogels is, zo zijn hun huizen vol gestolen goed. Daardoor zijn ze machtig en rijk. Ze zijn vadsig en vet en slechter dan slecht. Ze staan het recht in de weg, wat wezen toekomt laat hun koud, de belangen van de armen dienen ze niet. Zou Ik zo’n volk niet straffen? – spreekt de HEER. Zou Ik mij niet wreken op een volk dat zoiets doet? (Jeremia 5:26 - 29 NBV)

Slangen zijn jullie, addergebroed, hoe denken jullie te kunnen ontkomen aan een veroordeling tot de Gehenna? Dat is de reden waarom Ik profeten en wijzen en schriftgeleerden naar jullie zal sturen. Jullie zullen sommigen van hen doden, kruisigen zelfs, en anderen in jullie synagogen geselen en van stad tot stad vervolgen. (Matteüs 23:33 - 34 NBV)

een rode draad doorheen het boek

rode draad doorheen textiel

In oudere Bijbelvertalingen is die vrees voor God als een rode draad doorheen de boeken geweven. Die vrees is niet het hoofdmotief van het weefsel, maar ze is wel altijd zichtbaar. Het hoofdmotief is inderdaad Gods liefde, en dat blijkt al uit de wijze waarop God zich presenteert aan Mozes. Maar toch is ook daar sprake van bestraffing.

‘Ik ben de Heer, een milde God, vol medelijden, vol liefde en geduld, een God op wie je vertrouwen kunt. Tot in de duizendste generatie bewijs Ik mijn trouw, vergeef Ik misdaad, onrecht en zonde. Maar de schuldige spreek Ik niet vrij. Ik verhaal de misdaden van de voorouders op de kinderen en kleinkinderen tot in de derde en vierde generatie.’ (Exodus 34:6 - 7 GNB)

De laatste zin geeft de pijnlijke realiteit weer van de intergenerationele overdracht. Maar belangrijk in deze tekst is hoe liefde zich verhoudt tot straf, als duizend tot drie of vier. Ook David heeft dat juist begrepen: Zijn woede duurt een oogwenk, zijn liefde een leven lang, … (Psalm 30:6 NBV).

Mensen hebben vaak het idee dat het Oude Testament een God kent die streng is en straft, en het Nieuwe Testament een God die zich niet meer kwaad kan maken. Maar dat is een misvatting. We vinden in de ganse Bijbel hetzelfde godsbeeld: iemand die tegelijk liefdevol en streng is. Enerzijds worden Mozes en het Joodse volk - omdat God zelf in wezen liefde is - opgeroepen om God en ook elkaar lief te hebben. Anderzijds kondigt Jezus een vreselijk oordeel aan, met voor velen schrikwekkende gevolgen. Toch heeft Hij er letterlijk alles voor over om mensen te redden van die helse toekomst, want Hij wil als onschuldige zelf het oordeel ondergaan.

een gezonde smetvrees

Ontzag, eerbied en respect zijn op hun plaats, maar die woorden zijn soms te zwak. Een gezonde vrees is ook nodig. De coronacrisis toont ons de meerwaarde van een gezonde smetvrees. Die angst zet ons aan tot voorzichtigheid en tot handelen. We wassen onze handen, ontsmetten de winkelkarren, dragen een mondmasker, ventileren de ruimte… en die houding loont. Dat soort vrees werkt niet verlammend, maar zet aan tot actie en verandert diepgaand onze levensstijl.

Paulus heeft inzicht in de ernst van Gods boodschap. Hij wordt gemotiveerd door een gezonde vrees, want hij schrijft: "Daar wij dan weten, hoezeer de Here te vrezen is, trachten wij de mensen te overtuigen." (2 Korintiërs 5:11 NBG)

woord séerieux met kruis

Die sérieux blijkt ook uit het onderwijs van Jezus, wanneer Hij zegt "En wees niet bang voor de mensen. Ze kunnen wel jullie lichaam doden, maar niet jullie ziel. Jullie kunnen beter bang zijn voor Hem die alle twee, lichaam en ziel, in de hel kan gooien." (Matteüs 10:28). Het zijn harde woorden, die velen niet verwachten uit de mond van Jezus.

het Utopia van een eeuwige verzoening

Die sérieux blijkt niet enkel uit woorden, maar vooral ook uit de kruisdood. Rechtvaardigheid - de noodzaak om onrecht niet blauwblauw te laten - primeert boven liefde. Die kruisdood is Gods antwoord op het dilemma tussen rechtvaardigheid en liefde. Doordat Jezus de menselijke schuld uitboette, krijgt die mens de kans met een propere lei de eeuwigheid in te stappen. Enkel zo kan het Utopia van een verzoening tussen God en mens, en tussen mensen onderling, worden bereikt. Het feit dat God zijn eigen Zoon niet spaarde, toont hoe serieus we de zaken moeten nemen. Er bestaan geen goedkope oplossingen om in eeuwigheid verlost te zijn van het kwaad. De woorden ontzag, eerbied en respect zijn hier te zwak, en worden dus best aangevuld met vrees.

Hij heeft zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard; voor ons allen heeft Hij Hem overgeleverd. (Romeinen 8:32 WV)

Lees ook "De dader, het slachtoffer en de vriend - over de betekenis van die kruisdood"



4. Waarom mag God niet verontwaardigd en kwaad zijn?


woedende Jezus in de tempel

soms mogen en móeten we kwaad zijn

Vrees voor God hangt samen met de overtuiging dat God zich kwaad kan maken. We vinden van onszelf en van anderen dat we soms mogen en zelfs móeten kwaad zijn. Kwaadheid, oordeel en straf zijn niet strijdig met het wezen van de liefde. Wie houdt van zijn zoontje of dochtertje, en weet dat het misbruikt werd, zal niet onverschillig blijven. Liefde leidt tot verontwaardiging en eist een rechtvaardig oordeel! De kranten en het internet staan vol van terechte aanklachten tegen alles en nog wat, en we verdragen het niet dat onrecht ongestraft blijft wanneer de dader niet gevat wordt, of vrijuit gaat door procedurefouten.

Maar het lijkt dat God niet verontwaardigd en kwaad mag zijn. Een God die niet kwaad mag zijn, is een liefdeloze onverschillige God. Zo'n God die niet betrokken is op de mens, biedt geen enkele hoop voor een betere toekomst. Maar een God die wél mag oordelen, komt tegemoet aan de wens dat afgerekend wordt met het kwaad. Ook al worden onze waaromvragen vandaag niet beantwoord, we weten uit Jezus’ onderwijs dat God op zijn tijd zal tussenbeide komen.

Als onrecht bestraft moet worden, waarom vinden we het dan ongepast dat Hij dat ook zou doen? Waarom ontzeggen we Hem dat recht? Temeer omdat zijn kwaadheid - anders dan de onze - niet uitgaat van frustratie, maar van volkomen rechtvaardigheid, en gericht is op herstel. Vanwaar die dubbele moraal? En vanwaar die gedachte dat, als er een hemelpoort is, die deur altijd wijd open moet staan? Jezus leert het tegendeel, en dat choqueerde zelfs zijn leerlingen.

Jezus wendde zich tot zijn leerlingen: ‘Ik verzeker jullie: slechts met grote moeite zal een rijke het koninkrijk van de hemel binnengaan. Ik zeg het jullie nog eens: het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan.’ Toen de leerlingen dit hoorden, waren ze hevig ontzet … (Matteüs 19:23 - 25 NBV)

als God bestaat, dan zal ik hem op het matje roepen

Protesterende man

God is een Persoon met gevoelens, die alles overziet, en zijn woede over wat fout gaat is echt wel op zijn plaats. Trouwens, wordt Hem niet vaak verweten dat Hij níet optreedt tegen al het onrecht? Een God die anderen straft - en dan liefst onmiddellijk - wordt in theorie wél op prijs gesteld. "Als God bestaat, dan zal ik hem op het matje roepen" was de reactie van Etienne Vermeersch op het onrecht en de ellende die maar blijft duren, en zijn grootspraak gaat uit van de pijn en het onbegrip die we allemaal ervaren.

Toch is die houding ambigu. Enerzijds zou God méér moeten oordelen en sneller moeten straffen. Anderzijds zijn we erg gesteld op onze vrijheid, en vinden we dat God zich vooral niet te veel moet moeien: wij bepalen zelf wel wat we zullen doen, en zo wordt God verwezen naar het achterplan.

God accepteert vandaag die marginale plaats

God accepteert vandaag die marginale plaats als de consequentie van de menselijke vrijheid. Tegelijk maakt Hij duidelijk dat elk mens rekenschap zal moeten afleggen over zijn doen en laten. Ook is er de belofte dat Hij op een dag dwingend tussenbeide komt: Hij maakt dan een einde aan het onrecht in die gebroken en vervuilde wereld.

Lees ook "Uit de startblokken! Over herstel en Gods toekomstplannen"

Maar het lijkt dat God pas zal ingrijpen nadat het bankroet van de mensheid op elk terrein is aangetoond. Noch de hoog gewaardeerde menselijke rede, noch de onvoorstelbare wetenschappelijke kennis en technische innovaties brachten ons dichter bij de ideale wereld. Vandaag blijkt, mede door het milieuvraagstuk, een faillissement van het eigengereide menselijk project onafwendbaar. Het vooruitgangsoptimisme blijkt ongegrond, zelfs al cirkelt er nu een Tesla in de ruimte. Op geen enkel terrein gaat het menselijk ingrijpen gepaard met duurzaamheid. Alles wat de mens aanraakt raakt vervuild, en steeds laat hij afval achter. Het omgaan met elkaar, met de natuur, de dierenwereld… overal is er reden om te huilen!

we durven niet meer spreken over oordeel en straf

De weerstand tegen een oordelende God vindt natuurlijk ergens zijn oorsprong. Eeuwenlang werd Hij vooral negatief voorgesteld als de immer straffende God. Dat gebeurde vaak omdat die angst macht en geld opbracht. De slinger is nu naar de andere kant doorgeslagen en soms komt dat ons goed uit want door Gods wet opzij te schuiven, en zijn morele normen overboord te gooien, kunnen we onze zin doen.

Sommigen accentueren wel nog oordeel en straf. Met de Bijbel in de hand promoten presidenten law and order - een genadeloos discours dat haaks staat op de benadering van Jezus, en meer lijkt op die oude techniek waarbij God uit eigenbelang erbij gesleept wordt.

Tenslotte is de moderne God voor velen slechts die anonieme energiebron. Dat godsbeeld sluit inderdaad beter aan bij een ontstaansgeschiedenis van de mens waarin een persoonlijke God afwezig blijft. Maar waar komt onze kwaadheid en morele verontwaardiging dan vandaan? Is het niet omdat we lijken op een Schepper die andere waarden heeft dan het recht van de sterkste?

het laatste oordeel

Jezus voor Pilatus

Jezus werd door de Vader aangewezen om het laatste oordeel uit te spreken. Dat zal onder meer gebeuren op grond van de Tien Geboden. Die werden door Jezus gefinetuned uitgaande van het onderliggend principe: Bemin God bovenal en je naaste als jezelf. Zo kwalificeert Hij een haatmisdrijf als moord, want wie haat zaait, ziet die andere liever verkwijnen. Porno bekijken wordt gelijkgesteld met overspel, want je begeert en gebruikt liefdeloos die anonieme andere.

Jezus is goed geplaatst om een eerlijk oordeel uit te spreken, want Hij heeft als mens geleefd. Hij kan zich ook inleven in de rol van de beklaagde, want eens stond Hij zelf terecht in een schijnproces. En dat maakte Hem niet bitter, want met de woorden "Vader vergeef het hen want zij weten niet wat zij doen" laat Hij de deur zelfs voor zijn ergste vijand op een kier - wanneer die zijn vuile kleren achterlaat. Ondanks/dankzij wat Hem is aangedaan, mogen we rekenen op een rechtvaardig oordeel.



5. Angst is de logische reactie wanneer God zich even niet verbergt


zijn innerlijke strijd behoort nu tot het publiek domein

Woordenwolk met gevoelens

David had in zijn relatie tot Jahweh het hart op de tong, en dankzij zijn talent als songwriter behoort de beschrijving van zijn innerlijke strijd nu tot het publiek domein. Poëzie en muziek lenen er zich prima toe om gevoelens te beschrijven, en in de Psalmen komen die allemaal aan bod: angst, woede, spijt, hoop, vreugde… David beschrijft ook onze innerlijke mens - onze gevoelens tegenover God, tegenover andere mensen, tegenover het leven.

Aangaande de relatie met God lezen we bijvoorbeeld:

De HEER is een vriend van wie Hem vrezen, Hij maakt hen vertrouwd met zijn verbond. (Palm 25:14)

Die tekst lijkt tegenstrijdig want een vriendschapsrelatie kan toch niet gebaseerd zijn op angst! Maar wat wil die "vrees voor de Heer" nu eigenlijk zeggen?

de stralende verschijning van de Heer

Stevige man en oude vrouw met stok

Vrees voor iemand houdt verband met de kenmerken van zijn persoon, met zijn macht en persoonlijkheid. Kom je ‘s avonds op straat een bejaarde dame tegen, dan zet je het niet op een lopen. Maar iemand met een indrukwekkend postuur en een snelle stap, zal misschien wel angst aanjagen. Of op het werk: een contact met de glazenwasser is niet vergelijkbaar met een ontmoeting met de baas die kan beslissen over taakinhoud, loon en ontslag. Word je bij hem ontboden, dan let je op je woorden!

Gods grootheid is zo overweldigend dat profeten die een godsontmoeting hadden niet meer op hun benen konden staan. Angst is de logische reactie wanneer God zich even niet verbergt. Ezechiël omschrijft zo'n ontmoeting als kijken naar het verblindend zonlicht. Deze "stralende verschijning van de Heer" is natuurlijk heel uitzonderlijk. Het gaat in de Bijbel steeds vooraf aan een moeilijke controversiële opdracht. Het is niet verwonderlijk dat God zich dan aan zijn woordvoerder op een onweerlegbare wijze toont. De Bijbel beschrijft in detail dergelijke ontmoetingen, bijvoorbeeld bij Mozes, Jesaja, Jeremia, Ezechiël, Daniël, Petrus, Jakobus en Johannes… Niemand van hen zette bij die confrontatie een grote mond op. Integendeel: het zintuiglijk ervaren van de Heilige gaf een besef van eigen nietigheid, vuilheid en onbekwaamheid. Het waren nochtans mensen die leefden zoals God het wou, maar zelf zagen ze dit helemaal anders op het tijdstip van die godservaring.

In het sterfjaar van koning Uzzia zag ik de Heer, gezeten op een hoge en verheven troon. … Ik zei: ‘Wee mij! Ik ben verloren! Ik ben een mens met onreine lippen, ik woon onder een volk met onreine lippen en ik heb met eigen ogen de koning, de HEER van de machten gezien!’ (Jesaja 6:1, 5 WV)

En toen ik mij omkeerde, zag ik … iemand als een Mensenzoon… Zijn hoofdhaar was wit als sneeuwwitte wol, en zijn ogen vlamden als vuur. Zijn voeten waren als koperbrons dat in de oven is gegloeid, en zijn stem klonk als het gedruis van vele wateren. In zijn rechterhand had Hij zeven sterren, uit zijn mond kwam een scherp, tweesnijdend zwaard, en zijn gelaat schitterde als de zon in haar kracht. Toen ik Hem zag, viel ik als dood voor zijn voeten. Maar Hij legde zijn rechterhand op mij en zei: ‘Wees niet bang. Ik ben het, de eerste en de laatste, de levende. Ik was dood, en zie, Ik leef tot in alle eeuwigheid, en Ik heb de sleutels van de dood en het dodenrijk. (Openbaring 1:12-18 WV)

Een andere illustratie van een godsontmoeting vinden we in het verhaal over Jezus en de storm op het meer. Die vissers hadden al wat stormen meegemaakt, maar dit keer vreesden ze voor hun leven. Toch lezen we dat hun angst nog groter werd nádat Jezus de storm gestild had, want dan werden ze geconfronteerd met zijn goddelijke macht.

Ze werden bevangen door grote schrik en zeiden tegen elkaar: 'Wie is Hij toch, dat zelfs de wind en het meer Hem gehoorzamen?' (Marcus 4:40 NBV)

dan wijkt elke grootspraak

Vrees is de normale reactie op een demonstratie van Gods bovennatuurlijke kracht. Elke confrontatie met het bovennatuurlijke of met het paranormale kan trouwens angst veroorzaken omdat de mens zijn greep verliest op het gebeuren en staat tegenover een overmacht.

Maar de godsontmoeting wordt niet enkel gekenmerkt door een overwicht in kracht. Er is ook het kwalitatief verschil, want het contrast tussen de vervuilde mens en de absolute perfectie is benauwend groot.

Zolang God voor ons verborgen blijft, creëren we een zwak menselijk godsbeeld, en zien we dat fel contrast niet. Dat wordt anders wanneer we Hem beter leren kennen of op een intense wijze ontmoeten. Volmaakt zuiver en rechtvaardig, heilig en perfect… dat is nauwelijks te verdragen. Een godsontmoeting geeft een sérieux die we als mens niet gewoon zijn. Want God legt ook voor ons de lat zeer hoog: "Wees heilig, want Ik ben heilig" luidt zijn opdracht.

Protesterende vinger in de lucht

"Als God bestaat, dan zal ik hem op het matje roepen" illustreert dat gemis aan godsbesef. Het doet denken aan Jobs grote woorden, gericht aan Gods adres. Want ook Job verweet God het onverdiende lijden. Maar de situatie verandert diepgaand wanneer, in de laatste hoofdstukken van dat Bijbelboek, Job God leert kennen in zijn grootheid: dan wijkt elke grootspraak en wordt God echt ook erkend als God. Het is jammer dat Etienne Vermeersch niet tot dat inzicht is gekomen, want je herkent hem in Jobs aanmatigende woorden "ik stel vragen, probeer eens te antwoorden".

Nu sprak Job tot de Heer: 'Inderdaad, U kunt alles, voor U is niets onuitvoerbaar. Hoe durft onze kortzichtigheid uw plan te verdoezelen? En ik maar spreken zonder iets te weten, over wondere dingen die ik niet begreep, en dan nog in de trant van: luister, ik zal spreken, ik stel vragen, probeer eens te antwoorden. Alleen van horen zeggen kende ik U, nu heb ik U gezien met eigen ogen. Alles herroep ik, over alles heb ik spijt, zittend in stof en as.' (Job 42:1 - 6 WV)

roepingsvisioenen zijn heel zeldzaam

Een gezonde vrees voor God is waardevol, maar hoe kunnen we die verkrijgen? Mozes, Jesaja, Ezechiël, Paulus … hebben een zintuigelijke godsopenbaring, en dat gaat gepaard met een grote vrees en met het besef van onwaardigheid. Beschenen door Gods helder licht, zien ze hoe vuil ze zelf wel zijn. Sommigen van hen vreesden zelfs voor hun leven. Maar dan stelt God hen gerust en hun verdere leven wordt in positieve zin getekend door die ervaring. Zo'n roepingsvisioenen zijn heel zeldzaam, maar ze illustreren de positieve uitwerking van vrees voor God.

zonlicht met het woord heilig

Je leest in de Bijbel ook over een groep mensen waarin God zich op een bijzondere wijze manifesteert. Dat was natuurlijk zo bij het wonderlijke optreden van Jezus en ook op de eerste Pinksterdag. Maar ook nu ervaren mensen soms op onmiskenbare wijze de aanwezigheid van Gods Geest. Die authentieke godservaring wordt niet opgeroepen, maar spontaan ontvangen. Ze wekt ontzag en vrees op, en leidt - wanneer het leven niet op orde was - tot een diepgaande verandering in gedrag. Soms is die ervaring fake, en werd ze uitgelokt in een sfeer van opwinding en sensatie. Die show wordt dan op YouTube gezet als een bewijs van de bijzondere krachten van de predikant.

En er kwam vrees over iedereen; en er werden veel wonderen en tekenen door de apostelen gedaan…. En de Here voegde dagelijks toe aan de kring, die behouden werden. (Handelingen 2: 43, 47 HSV)

In heel Judea en Galilea en Samaria leefde de gemeente in vrede en kwam tot bloei. De gelovigen leefden in ontzag voor de Heer, en dankzij de bijstand van de heilige Geest nam hun aantal steeds meer toe. (Handelingen 9:31 NBV)

Maar meestal komt die vrees voor God tot stand in een langzaam proces, gekenmerkt door de tekst "Nader tot God en Hij zal tot u naderen". Gaandeweg worden we ons meer en meer bewust van Gods heiligheid, en van onze nood om gezuiverd of gereinigd te worden. Want vaak is dit besef bij de aanvang grotendeels afwezig. We zien dan enkel die manifeste fouten waar iedereen die ons wat beter kent, weet van heeft. Maar dat diep gewortelde egoïsme komt pas later aan het licht.



6. Een verrassende combinatie tussen godvrezendheid en geluk


wat eerst bedreigend overkwam, wordt nu aantrekkelijk

Vrees voor God kan verlammend werken, zoals in de gelijkenis van de talenten. Daar zien we een dienaar die wel de strengheid, maar niet de goedheid van zijn meester kent. Hij krijgt een kapitaal ter beschikking, maar laat na om te investeren. "Uit angst heb ik uw talent in de grond gestopt. Kijk, hier hebt u uw eigendom terug." (Matteüs 25:25 WV) Wanneer we Gods heiligheid en strengheid los zien van zijn liefde en goedheid, dan reageren we wellicht zoals deze man. We keren Hem de rug toe, terwijl we net in zijn nabijheid veiligheid kunnen vinden.

Herkennen we zijn liefde, dan bekijken we alles door een andere bril. Liefde voor God maakt alles anders, want liefde geeft al die andere eigenschappen - grootheid en macht, heiligheid of perfectie, betrokkenheid… - een andere kleur. Wat eerst bedreigend overkwam, wordt nu aantrekkelijk.

een verrassende combinatie tussen godvrezendheid en geluk

Zoals hiervoor gezegd beschrijven de Psalmen welke emoties we ervaren in onze relatie tot God. In meerdere passages heb je een verrassende combinatie van godvrezendheid enerzijds, en geluk en veiligheid anderzijds.

stevige man met bejaarde vrouw met wandelstok

Dat brengt ons terug bij die reus in het station in Keulen en bij die man met zijn indrukwekkend postuur waar we misschien schrik van hebben. Maar wanneer je met zo iemand bevriend bent, en hem aan zijn stap herkent, dan gebeurt net het tegengestelde.

Wie God aanwezig weet, heeft een vergelijkbare ervaring. Beseffen we zijn ontzagwekkende grootheid, en hebben we Hem als vriend, dan voelen we ons veilig en gerustgesteld, want we genieten bescherming van de almachtige God. We ervaren geborgenheid.

De Heer is een vriend van wie Hem vrezen, Hij maakt hen vertrouwd met zijn verbond. (Psalm 25:14 NBV)

De vrees voor de Heer geeft hechte zekerheid en voor zijn zonen is Hij een toevlucht. (Spreuken 14:26 WV)

vrees moet wijken voor de volmaakte liefde

Johannes formuleert een mooie gedachte, waarmee we dit artikel afsluiten:

Er is in de liefde geen vrees, maar de volmaakte liefde drijft de vrees uit. De vrees houdt immers straf in, en wie vreest is niet volmaakt in de liefde. (1 Johannes 4:18 NBG)

Johannes neemt de vrees van God als uitgangspunt, maar hij weet dat die vrees moet wijken voor de volmaakte liefde. Wie met God verzoend is, vreest niet langer. Hij weet dat een Ander in zijn plaats bestraft werd, en dat hij gezuiverd werd en vrijuit mag gaan. Hij voelt zich veilig want hij kent God als die Reus die over hem waakt. Hoe groter, hoe machtiger, hoe schrikwekkender… hoe veiliger hij zich voelt, nu hij met Hem bevriend is. Die godvrezendheid blijft dan op de achtergrond aanwezig in zijn godsbeeld - niet in zijn emoties.



C.S. Van Audenard
juli 2020

Begin