lees wat voorafgaat: de dader, het slachtoffer en de vriend
Een heterogeen gezelschap, omringde Jezus toen Hij stierf. Naast Hem hingen twee rovers. Wat verderop dobbelden onverschillige Romeinse soldaten om zijn kleed. Toevallige voorbijgangers haastten zich voorbij die gruwelijk vertoning. Anderen zijn speciaal langsgekomen uit sensatiezucht. In de kruisdraging schildert Hiëronymus Bosch dit angstaanjagend tafereel.
Maar samen met die ooggetuigen, was eigenlijk de ganse mensheid verzameld rond dat kruis. Elkeen met zijn kwaad, zijn pijn en zijn verdriet. Want Jezus identificeerde zich met elk mens, nam alle schuld op zich en opende zo de weg tot God, de Vader. Jezus het Offerlam, dat de zonde van de wereld wegnam en zo garant staat voor bevrijding.
Het is natuurlijk Gods bedoeling dat wij in die rijkdom delen. Dat kan wanneer wij ons met Hem identificeren. Wanneer wij aan het kruis gaan staan in een derde hoedanigheid. Niet alleen als dader met mijn kwaad, niet alleen als slachtoffer met mijn pijn. Maar nu ook als vriend van Jezus, die zijn aanbod accepteert. In het lijdensverhaal staan er al enkele vrienden rond het kruis. Maria is haar Zoon nabij gebleven. Ook Johannes – Jezus' beste vriend – is nu present. Zelfs een rover en een Romeinse commandant kozen in extremis nog zijn kant. Hun houding veranderde gaandeweg van spot naar respect of vriendschap.
Vriendschap met God is de essentie van het christelijk geloof. God wil niet mensen gadeslaan vanuit de verte. Evenmin wil Hij nabij zijn als de bevelvoerder van fanatieke troepen. Hij is in wezen liefde en schiep de mensen om met hen die liefde te kunnen delen. Hij is met hen begaan, wil bij hen zijn, met hen het leven delen en hen gelukkig zien. Hij wil troosteloosheid doorbreken, een glimlach op gezichten toveren en diepe levensvreugde schenken. In elk mens ziet Hij een stukje van zichzelf en heel veel potentiële rijkdom. Hij verlangt te geven en te ontvangen – de wisselwerking van een persoonlijke relatie.
"Een persoonlijke relatie met God" kan een dooddoener zijn, gebruikt in sommige kerkelijke kringen. Het zijn dan woorden die deel uitmaken van een religieus jargon en gebruikt worden in navolging van anderen. Een goedkope slogan, waar weinig beleving achter zit. De relatie tussen God en mens lijkt dan op de band tussen twee mensen die op papier wel familie zijn, maar elkaar weinig te vertellen hebben. We hebben allemaal van die oppervlakkige relaties met tal van mensen om ons heen.
Maar misschien hebben we ook echte vrienden, in de stijl van Toon Hermans' VRIEND... relaties met diepgang die een beslissende invloed kunnen uitoefenen op ons leven. Zo zou ook de relatie met God moeten zijn. Inzien hoe waardevol dat kruisoffer was, en God als God aanvaarden, is daartoe de eerste stap. Door Zijn vaderschap te erkennen, ontstaat een affectieve ouder-kind relatie. Maar dan pas start het werk. Want die relatie moet verdiept worden, en ook worden uitgebouwd. Met dat doel werd de mens geschapen: om een intens bestendig contact te hebben met die Drie-ene God. En zo ontstaat een rijke vruchtbare basisrelatie. Vruchtbaar aangezien ze een stimulans vormt voor ontplooiing. Ze beïnvloedt ook onze andere relaties ten goede. Een beetje zoals een kind dat een gelukkige jeugd gekend heeft. Zoiets heeft een weldoende invloed op het ganse leven. De goede band met de ouders wordt een archetype dat telkens weer gekopieerd kan worden in andere omstandigheden.
Volgens het woordenboek is vriendschap "het elkaar in vrijheid vinden van twee mensen die zich tot elkaar aangetrokken voelen". Die definitie omschrijft vriendschap tussen mensen. Eerst ontleden we die woorden. Dan gaan we na, wat we er uit kunnen leren over de vriendschap tussen God en mens.
De definitie bevat drie elementen: "VRIJHEID" als basisvoorwaarde, "ZICH TOT ELKAAR AANGETROKKEN VOELEN" als vertrekpunt, en "ELKAAR VINDEN" als ontknoping. "ZICH TOT ELKAAR AANGETROKKEN VOELEN" is een vorm van genieten. Het vereist dat zowel de ene als de ander aantrekkelijk is of dat zij elkaar iets moois te bieden hebben... en bij vriendschap gaat het vooral over innerlijke schoonheid.
Maar men moet eerst in staat zijn dat mooie in de ander te herkennen en ervan te genieten... en daartoe is "VRIJHEID" nodig. Vriendschap vereist een ontmoeting in volle vrijheid. Dat slaat niet enkel op de omstandigheden waarin de ontmoeting plaats vindt: ongedwongen of opgelegd - wat bij de vorige generaties veelal een kenmerk was van godsdienst. Paulus schrijft aan de Korintiërs dat hij geen afgeperste gift wil. Hij wil niet dat mensen zich psychisch verplicht voelen. Een zogenaamd cadeau, gegeven onder dwang, heeft niets van doen met vriendschap. Lieve woorden, uitgesproken op bevel, hebben een bittere smartelijke naklank.
Vriendschap geven of ontvangen gaat moeilijk wanneer er een gebrek aan vrijheid is - wanneer we om een af andere reden teveel gericht zijn op onszelf. Of wanneer we emotioneel gekwetst zijn en niet meer spontaan kunnen genieten van contacten, omdat we al te vaak ontgoocheld werden en daardoor steeds op onze hoede zijn. Het wordt ook moeilijk vriendschap te aanvaarden wanneer we negatief denken over onszelf. Wie zichzelf ziet als een verwelkte bloem en meent dat hij niets kan betekenen voor zijn omgeving, probeert het risico van de zoveelste teleurstelling te mijden door zich al bij voorbaat af te sluiten.
"ELKAAR VINDEN" is een ontknoping en tegelijk een nieuwe start. Het is meer dan een gevoel, en meer dan een momentopname. Het is een levensstijl: elkaar ontmoeten, steeds weer in andere omstandigheden. Elkaar begrijpen, elkaar beter en beter leren kennen en waarderen. Mekaar troosten en helpen, en tezamen dingen ondernemen…
Vriendschap is een vorm van genieten van de schoonheid van "de kroon der schepping". Een mens kan genieten van de natuur, van muziek, van lekker eten en een mooi interieur. Veel meer nog, van iemands welwillende aandacht, van vriendelijke woorden, van het aantrekkelijke in een persoonlijkheid, van talenten die we in een ander bewonderen... En als dat genieten wederzijds is, en van bestendige aard, dan noemen we dat "vriendschap".
Vriendschap raakt ons ten diepste omdat we gesterkt worden in onze eigenwaarde... want de zin van ons bestaan ligt toch vooral in wat we voor anderen betekenen. Wie denkt dat niemand in hem geïnteresseerd is, wie meent dat hij niets betekent en niets te bieden heeft, kwijnt weg. Wie waardering en vriendschap ervaart, gaat openbloeien. De innerlijke mens opent zich dan als een bloem voor de zon en toont al zijn schoonheid. Vriendschap brengt het positieve op de voorgrond. Het vergroot ook de draagkracht. Gedeelde smart is halve smart. We staan zoveel sterker wanneer we onze zorgen en onze pijn met iemand kunnen delen.
Kan hetgeen hiervoor gezegd werd, ook toegepast worden op de vriendschap tussen mens en God ? Ook de vriendschap met God raakt onze emoties en beïnvloedt ons functioneren als mens. Maar die relatie is natuurlijk niet helemaal vergelijkbaar met menselijke vriendschap. Vriendschap met God bereikt ons niet via de normale weg - niet via de zintuigen. We horen God niet spreken, voelen geen schouderklopje, zien geen glimlach... Neen God bereikt ons voornamelijk via onze geest, misschien juist wanneer we onze zintuigen niet gebruiken - wanneer we onze ogen sluiten, wanneer we alleen zijn en het stil wordt om ons heen. Overstappen naar die andere dimensie is dus niet gemakkelijk, want we houden liever onze ogen en onze oren open – kijken met plezier naar mooie dingen en zetten graag muziek op. En ook al ervaren we Hem in die andere dimensie… de afwezigheid van een zintuiglijke bevestiging van Zijn liefde kan frustrerend werken.
Daar staat dan tegenover dat we gelijk wanneer, en om het even waar, die vriendschap kunnen beleven. En dat de gezonde Godservaring een fundamenteel besef creëert van aanvaarding en geliefd zijn. Een decor dat vreugde en verdriet, succes en mislukking… relativeert en plaatst in een ruimer perspectief. Een vorm van welzijn die ook het kwade ten goede doet meewerken. Een waterbron die de tuin van het leven vruchtbaar maakt en nieuwe schoonheid tot leven wekt.
Vriendschap met God is een doel op zich. Maar ze is niet bedoeld om in de plaats te treden van de genegenheid tussen mensen. Neen we kunnen elkaar niet missen. Maar Zijn vriendschap kan ons helpen om voor andere mensen een betere vriend te zijn, want ze kan leiden tot meer zelfvertrouwen en een toename van vrijheid. Toegegeven, de woorden ZELFVERTROUWEN en VRIJHEID worden hier anders gebruikt dan we gewend zijn. Geen vrijheid om zonder scrupules de regels in eigen voordeel te herschrijven en de ander te gebruiken. Wel een ongebondenheid tegenover eigen hartstocht en tegenover het carcan waar de cultuur ons wil inpassen. Vrij zodat we voorrang kunnen geven aan de diepe waarden van het leven
Terug naar de drie aspecten van de definitie: HET AANTREKKELIJKE, DE VRIJHEID en HET ELKAAR VINDEN of ontmoeten. God is natuurlijk de Koning in die drie aspecten. Meer nog, Hij is de verpersoonlijking van het aantrekkelijke, van vrijheid en ontmoeting... Of beter gezegd, al deze concepten werden uit Hemzelf - Schepper van alles wat is - geboren. Een intieme vriendschap met God biedt dan ook ongekende perspectieven.
God is in wezen liefde: Hij is dus AANTREKKELIJK als geen ander. Wie inziet wat er op Golgota gebeurde, en dat God zelf het initiatief nam voor die plaatsvervanging, zal beamen dat Gods liefde met niets te vergelijken is. God is bovendien ook WAARLIJK VRIJ. Hij kan op een volmaakte wijze liefde geven en ontvangen. Hij wordt daarbij niet gestuurd door passies, heeft geen onzuivere motieven, vergist zich nooit en schiet niet tekort in kracht.
Eén beperking is er wel, en die overschaduwt wel erg vaak de rooskleurige voorstelling van feiten. God wordt voortdurend gehinderd in zijn verlangen om te delen, door het feit dat de mensheid niet echt meewil en stokken in de wielen steekt, en dat Hij wel verplicht is die mens te laten begaan, wil Hij de VRIJHEID respecteren. Wat dan vaak misbegrepen wordt en aanzien wordt als onverschilligheid of een gebrek aan kracht.
En dan is er het derde aspect: HET ELKAAR VINDEN. Veel passages in de bijbel illustreren hoe God contact zoekt. Hoe Hij de mens wil vinden, waar die ook mag zijn. In zijn vreugde en verdriet, in zijn sterkte of zijn zwak zijn... Hij is de Herder die op zoek is naar het verdwaalde schaap, de Vader die uitkijkt naar de verloren zoon, de God die niet ver is van elk van ons. De Alomtegenwoordige die, anders dan een gewone vriend, voortdurend aanwezig kan zijn - hoewel in die andere dimensie, die ons niet altijd ligt. Een Vriend die trouw blijft, ook al schieten wij meer dan eens tekort... en die altijd weer nieuwe kansen geeft.
Met God is alles oké en Hij geeft veel te bieden. Maar vriendschap moet van twee kanten komen, en hoe zit het met ons ? Hebben wij mensen wel iets in ons dat God AANTREKKELIJK vindt ? Blijkbaar wel. God spaarde geen moeite om toenadering te zoeken en werd daarom mens in moeilijke omstandigheden. Kennelijk ziet Hij in de mens een rijkdom en een toekomst, waarvan we onszelf niet steeds bewust zijn. God herkent in elk mens - geschapen naar Zijn beeld en gelijkenis - een stukje schoonheid dat Zijn signatuur draagt, zelfs al werd dat naar het achterplan verdrongen en werd die mens misschien door anderen afgeschreven als "sociaal geval".
Jezus heeft - tijdens die periode van genade - slechts oog voor het aantrekkelijke en het unieke. Of voor datgene wat potentieel aanwezig is - een kern die hopelijk in dit leven, of misschien in een komend leven, nog tot ontplooiing komt. Hij wil de spons vegen over het negatieve... nam alle schuld op zich, wat toch beduidt dat Hij die niet toerekent aan de overtreder. En die uitleg gaat voor elkeen op, en dus niet enkel voor de meer begenadigde. Denken we maar aan die rover die naast Hem werd gekruisigd. Heeft die man zich niet te min gevoeld ? Hij had er toch wel reden toe ! Wat had hij nog aan God te bieden ? En toch vond Jezus het de moeite waard om in zijn doodstrijd hem te woord te staan, met de belofte dat hij straks, samen met zijn nieuwe Vriend, wakker zou worden in het paradijs.
Gods welwillende aandacht voor de zwakke mens lijkt soms wat op de interesse die de volwassenen betoont voor een hulpeloze peuter. Want die aandacht kan ook geen verband houden met wat die peuter aan te bieden heeft. Niets van wat die kan presteren, is nuttig in de materiële zin. Toch geven het brabbeltaaltje, de eerste stapjes, het lachen – of gewoon het "zijn" – een intense vreugde.
Vriendschap veronderstelt ook de VRIJHEID om die bijzondere God te kunnen zien, te kunnen appreciëren en tegemoet te treden. Zijn we vrij genoeg om het aantrekkelijke in Hem te kunnen herkennen ? Of hebben we oogkleppen op en zijn we narcistisch op onszelf gericht en verblind door de glitter van de wereld ? Uit onszelf missen we vaak die vrijheid. Onze bloem zal zich veelal afkeren van het Licht. Dan lijkt het alsof de zondige mens een aangeboren vijandige houding heeft tegenover zijn Schepper. Het minste wat gezegd kan worden is dat de mens innerlijk verdeeld is en moeite heeft om voor God te kiezen - om als vriend van Jezus plaats te nemen aan dat kruis, en daar God te VINDEN.
De rover die samen met Jezus werd gekruisigd heeft dat ook ervaren. Een leven van geweld als vijand van het Licht, in extremis nog gevolgd door een verplichte tijd van bezinning die dan resulteerde in DE ONTMOETING van zijn leven. Vriend van Jezus. Maar - wat dit leven betreft – alleen maar een eerste kennismaking, want weinige momenten later, was ook hij gestorven.
Voor wie als vriend bij dat kruis is komen staan, en nog even verder leeft, is de situatie anders. Dan moet die vriendschap meer zijn dan een momentervaring. Wie blijft stilstaan bij de bekering, is vergelijkbaar met een mens die iemand leerde kennen, en in het stadhuis het jawoord heeft gegeven en dan weer zijn eigen weg gaat... Dat is natuurlijk niet de strekking van het jawoord. De bedoeling is samen te blijven en niet enkel de huwelijksreis, maar ook het leven met elkaar te delen. Elkaar vinden, elkaar van dienst zijn en van elkaar genieten in veel aspecten van het leven. Dag aan dag weer kiezen voor elkaar. Het jawoord wordt dan consequent bevestigd in de veelheid van situaties van het gewone leven.
Zo is het met vriendschap met God. Die mag niet beperkt blijven tot die eerste kennismaking aan het kruis: het diepe inzicht van het falen, gevolgd door de bevrijding. Het moet een dagdagelijkse ervaring worden: elkaar vinden dag aan dag... En omdat dat kruisoffer zo essentieel is, zal die ontmoeting met God eigenlijk steeds plaats vinden in de schaduw van het kruis. Hoe lang we God ook mogen kennen, hoe ver die vriendschap ook mag reiken, constant zal het besef aanwezig zijn dat we in alle aspecten van ons leven Jezus nodig hebben, onder meer als diegene die ons zuivert van vervuiling.
Het werd hiervoor al gezegd: God vinden is niet altijd gemakkelijk. Onze zintuigen spelen in die ontmoeting hoogstens een bijkomstige rol. Het gesprek met Hem, het ervaren van zijn nabijheid, ligt op een ander niveau. Als Geest kan Hij ons natuurlijk wel voortdurend nabij zijn... maar dat soort nabijheid zijn we niet echt gewoon. Het voordeel is dus tegelijk een nadeel. Het is een andere vorm van ontmoeting, die ons als "gebroken" mensen niet zo gemakkelijk ligt, vervreemd als we zijn van die geestelijke wereld. Vandaar de oproep in de bijbel om God "ernstig" te zoeken – alsof we zochten naar een waardevol voorwerp dat we kwijt zijn, en kost wat kost willen vinden. Zijn vriendschap is voor elkeen beschikbaar, zonder onderscheid van rang of stand, maar daarom niet goedkoop. Het vraagt volharding om God dag aan dag te vinden en te ontmoeten.
Een diepe, stabiele vriendschap met Hem uitbouwen loont echter wel de moeite. De persoonlijkheid van Diegene die aan de oorsprong ligt van al wat is, is zo rijk, dat Hij ons levenslang – en ook daarna - kan boeien. Zijn vriendschap heeft een weldoende en bevrijdende werking. "Gij hebt de waarheid leren kennen en de waarheid zal u vrij maken". Zijn woord brengt zuivering teweeg en zo gaan we op Hem lijken. De ervaring van die zuivere Goddelijke liefde doet ons openbloeien en veranderen ten goede. En hoewel we tot "ernstig zoeken" worden aangespoord, ligt het zwaartepunt niet op onze inspanning. Neen, wel op Gods nabijheid: God dag in, dag uit welkom heten in onze gedachten en onze gevoelens en Hem betrekken bij onze plannen. Doen we dat, dan zorgt Hij als onze sterke levenspartner, voor welzijn en voor levensonderhoud in de ruimste zin van het woord. Dan zijn we, om Jezus woorden aan te halen, "als een rank verbonden aan de wijnstok". Geen vrijblijvende Lat-relatie. Wel een verbondenheid in goede en kwade dagen. Elke dag kan dan beïnvloed worden door Gods aanwezigheid. Vele aspecten van het leven krijgen dan een nieuwe kleur en een sterkere intensiteit.
Zo'n visie op God wordt soms omschreven als intimistisch. Wat dan te maken heeft met het Latijnse woord "intimus" of boezemvriend - iemand waarmee je je intiemste gedachten deelt. Intimisme wordt soms als een verwijt gebruikt en heeft dus een wat pejoratieve bijklant. Men denkt dan aan diegene die zich door zijn vriendschap met God, afsluit van de wereld. Maar zoiets hoeft natuurlijk niet. Zoals hiervoor al werd betoogd: vriendschap met God is niet bedoeld als plaatsvervanging. Neen, het legt het juiste fundament voor eerlijke vriendschap tegenover de medemens. Succesvolle bedrijfsleiders hebben veelal een goed huwelijk. Een goede intieme relatie maakt iemand evenwichtig en sterk en geeft hem juist de mogelijkheid op een gezonde manier naar buiten toe te treden. Zo ook, een intimistische relatie tot God.
De Joods-christelijke traditie is vertrouwd met de idee dat God een persoonlijke relatie met de mens wil hebben. Maar de bewering dat de mens bevriend kan zijn met de Schepper van hemel en aarde, kan pretentieus overkomen. In veel andere godsdiensten wordt die mening trouwens niet gedeeld. Het ligt blijkbaar niet voor de hand dat een zo machtig wezen interesse toont voor een kleine mens. Gelijktijdig contact houden met miljoenen mensen lijkt evenmin evident, laat staan het onderhouden van een affectieve relatie. Twee gesprekken tegelijk, is ons al te veel. Wij mensen kunnen trouwens slechts met een beperkt aantal mensen een diepe persoonlijke relatie opbouwen en onderhouden. Is dat niet één van de redenen om polygamie af te wijzen ? Kan de mens, gezien zijn beperktheid en zijn kwetsbaarheid, het diepste van zichzelf met meerderen delen ?
Bij de start van een relatie is ieder mens trouwens overtuigd van het unieke karakter van de ware liefde. Elke liefdessongs heeft het weer over de liefde voor die ene vrouw of man, die alle anderen naar de achtergrond verdringt. Eén wordt uitverkoren, voor die ene wil men zijn leven geven... Hoewel, we kunnen er natuurlijk niet om heen dat slechts weinigen er ook in slagen, die ene liefde verder uit te bouwen overeenkomstig het zelf geschreven liefdeslied.
God is anders dan de mens. Hij blijft trouw, ook al wordt de mens ontrouw. Hij kan ook communicatie onderhouden met miljoenen tegelijk. In vroegere tijden een onwezenlijk idee, maar dank zij de Pentium® 4 en al zijn concurrenten, ligt wereldwijde communicatie nu ook voor de mensheid binnen het bereik. Gelijktijdige communicatie lijkt dus wel haalbaar, maar merkwaardig blijft toch wel die mogelijkheid om met velen tegelijk een vriendschappelijke relatie te onderhouden - processorkracht is hiertoe nooit in staat. De band tussen God en mens wordt zelfs zo intens dat elkeen zich als "de uitverkorene" mag beschouwen. God heeft iemand lief alsof hij of zij de enige is die voor Hem telt. Dat is toch de conclusie die je kan trekken uit Jezus' parabel over het verloren schaap. In zijn grootheid kan Hij iemand exclusieve liefde geven en zijn beloften aan hem of haar nakomen, en tegelijk ook op dezelfde exclusieve wijze houden van een ander, en ook tegenover die andere zijn beloften nakomen. God is onbeperkt in liefde en kan zich niet uitputten in één relatie. Hij is onbeperkt in communicatie en kan dus al die gesprekken tegelijk voeren. Hij is onbeperkt in verstand en kracht en kan dus alles tegelijk opvolgen, bijsturen en in elkaar passen.
Worden niet twee mussen te koop aangeboden voor een duit ? En niet een daarvan zal ter aarde vallen zonder uw Vader. En bij jullie zijn zelfs alle haren op je hoofd geteld. Wees dus niet bang. Jullie zijn meer waard dan veel mussen bij elkaar.
Matteüs 10:29 - 31
Wetend dat er zoveel mensen zijn, veronderstelt het concept van een God die een persoonlijke relatie met elk mens kan hebben, een Supergod. Miljarden mensen die allemaal hun gedachten en gevoelens hebben, hun wensen of gebeden... Enkel een Supergod kan zoiets waarmaken. Maar zo is de Vader die Jezus openbaart. Een oneindig intelligente God die in staat is hemel en aarde te scheppen en te onderhouden. Een oneindig liefdevolle en sterke God die in staat is op Golgota de zonde van de wereld te incasseren zonder er zelf aan ten onder te gaan.
Die bijbelse idee is moeilijk verenigbaar met de meeste niet-christelijke godsvisies. De primitieve heidense goden bijvoorbeeld zijn beperkt in kracht. Gespecialiseerd in de liefde, de drank, het geld, de vruchtbaarheid ... De mammon kan alleen maar geld uitgeven, en wat hij aan de ene geeft, pakt hij van de andere af, want hij heeft niets uit zichzelf. En in ruil voor het geld dat hij geeft, ontneemt hij levensvreugde. Afgoden bevechten elkaar en zorgen er ook voor dat mensen elkaar beconcurreren en vijanden worden van elkaar. Ze geven geen vriendschap: wat aantrekkelijk is in de ander wordt veeleer weggeroofd of kapot gemaakt.
Mensen hebben vaak tegenstrijdige belangen. De winst bij de ene gaat veelal gepaard met een verlies bij de andere. De ene zijn dood, is de ander zijn brood. Jezus breekt met die gedachtegang en ziet de relatie met God steeds als een win-win relatie. De mens wint er bij, maar ook God, en zelfs de medemens. De Vader is rijk genoeg om iedereen het nodige te geven, zonder dat dit ten koste gaat van andere waarden en zonder dat de medemens daardoor geschaad wordt. Jezus laat geen plaats voor concurrentie of jaloersheid... er is overvloed voor iedereen. Die tegendraadse opvatting wordt samengevat met de woorden "Geef en u zal gegeven worden". Een aparte logica, waarvan God de vervulling voor zijn rekening neemt.
In de navermelde tekst uit het nieuwe testament herkennen we die thema's die verband houden met vriendschap. Jezus' uitleg volgt op zijn vergelijking over de wijnstok en de ranken. en gaat over vriendschap met God en met elkaar, over Gods voortdurende aanwezigheid, over heiligheid en openbaring...
Ik heb jullie lief zoals de Vader mij liefheeft. Zorg dat jullie in mijn liefde blijven. Als jullie je aan mijn geboden houden, blijven jullie in mijn liefde, zoals ik mij aan de geboden van mijn Vader houd en blijf in zijn liefde. Met wat ik jullie gezegd heb, wil ik mijn blijdschap op jullie overbrengen; dan zal jullie blijdschap volmaakt zijn. Mijn opdracht aan jullie is: heb elkaar lief zoals ik jullie heb liefgehad. Je liefde voor je vrienden kan niet groter zijn dan wanneer je je leven voor hen geeft. En jullie zijn mijn vrienden, als je doet wat ik je opdraag. Ik noem jullie niet langer knechten, want een knecht weet niet wat zijn heer doet. Nee, ik noem jullie vrienden, omdat ik jullie alles heb bekendgemaakt wat ik van mijn Vader gehoord heb. Jullie hebben mij niet uitgekozen, maar ik heb jullie uitgekozen. En ik heb jullie eropuit gestuurd om vrucht te dragen en om jullie vrucht blijvend te laten zijn. En de Vader zal jullie alles geven wat je hem met een beroep op mij vraagt. Dit is mijn opdracht aan jullie: heb elkaar lief.'
Johannes 15: 9 - 17
C.S. Van Audenard
mei 1998
herwerkt in maart 2003
www.deversmaldevraag.be
Heb je de illustratie al bekeken ?
Begin