-St.Janspad

-Uilenpad

-Kasteelpad

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

ST.-JANSPAD

Afstand: 10 km
Bewegwijzering: oranje
Aard van de wegen: meestal veldwegen, soms asfalt
Niet al te zeer geschikt voor rolstoel of buggy's.

De afbeelding:

Fragment van een bedevaartvaantje uit de 18de eeuw (herdrukt in 1896). Uit de kerk van St.-Jan Baptist komt de processie, waarin het beeld van St.-Jan wordt gedragen. Op de achtergrond: de kapel van de "Zoete Naam van Jezus" te Grootlo.

 

WELKOM IN DE HEERLIJKHEID VAN SCHRIEK EN GROOTLO

Het St.-Janspad dankt zijn naam aan de St.-Jansweg welke in vroegere tijden door de processie of ommegang van St.-Jan op de eerste zondag na 23 juni (feest van St.-Jan de Doper, patroonheilige van Schriek, 24 juni) gevolgd werd. Deze weg liep van de kerk van Schriek naar de kapel van Grootlo en terug. Deze ommegang, welke dateert van voor 1560, kan je nu opnieuw beleven!

Schriek, eertijds afhankelijk van Beerzel, werd een zelfstandige parochie in 1309. Vanaf deze periode werd de "Heerlijkheid van Schriek en Grootlo" steeds als een geheel of een deel van een groter geheel bestuurd. Voor de fusie had Schriek een oppervlakte van 1109 ha en telde het ruim 4000 inwoners, maar sinds 1.1.1977 zijn de Schriekenaren de "nederige dalbewoners" geworden van Heist-op-den-Berg (86,3 km2), een fusiegemeente van 35.000 inwoners. Ondanks deze fusie is Schriek toch nog een rustig agrarisch dorp gebleven.

Bewonder vooraleer de wandeling aan te vatten de enig mooie kerk.

 

 

 

 

 

 

 

   

 

 

Door herhaalde verbouwingen (vergrotingen) ging de oorspronkelijke Gotische stijl bijna totaal verloren. De vorm van een Latijns kruis dateert van de laatste vergroting in 1844. In tegenstelling met de kerk heeft de toren (v.1580), opgetrokken in witte zandsteen, steeds zijn oorspronkelijke bouwtrant bewaard.

Rechts van de kerk, juist tegenover het Parochieel Cultureel Centrum, stond vroeger een monumentale pastorij, deze werd in 1969 afgebroken en heropgebouwd in het openluchtmuseum van Bokrijk.

Grootlo werd voor het eerst vermeld in een akte van 27 januari 1221 onder de naam Grutlo (= "groot bos"). Het bezat van oudsher een kapel die toegewijd was aan de "Zoete of Heilige Naam Jezus". Deze kapel vinden we op ons pad in de E. Goossensstraat en doet thans dienst als vergaderlokaal.

De parochie Grootlo werd zelfstandig op 16 mei 1906. De kerk die je in de dorpskern aantreft, werd gewijd op 15 juni 1937. Deze kerk is 30 m lang en 20 m breed, de toren is 34 m hoog.

Het St.-Janspad leidt je over oude miswegen en doorheen de natuurgebieden van Schriek (Putte-Bossen) en Grootlo (Bollobos). Zo ontdek je schilderachtige, vaak onbekende plekjes. Met behulp van deze wandelbrochure zal je beslist kennis maken met een onverhoopte rijkdom aan fauna en flora die het oostelijk en zuidelijk gebied van Schriek te bieden heeft. 

1- SCHRIEK - DORP

We vertrekken naast de kerk van St.-Jan Baptist, aan het Parochieel Cultureel Centrum, met ruime parking, waar we eerst het wandelbord met de nieuwe heemkundige en ecologische wandelingen door Schriek en Grootlo bekijken.

Naast het St.-Janspad    (10 km) kunnen we ook het Kasteelpad (8,2 km) en het Uilenpad (8,6km) bewandelen.

Voor de St.-Janswandeling, genoemd naar de historische St.-Jansommegang tussen Schriek en Grootlo (was reeds een traditie in de 16e eeuw), volgen we de oranje pijlen.

 

 

 

We vertrekken oostwaarts richting Putte-Bossen. Via de Grote Kerkweg verlaten we het centrum van Schriek. Rechts van ons zien we een nieuwe woonwijk, gebouwd op moerassig weiland en links bevinden zich nog zulke weiden met daartussen prachtige wilgen, een knoteik en dichter naar het bos toe elzenstruiken. Zo een vochtig weiland behoort tot de zeldzaam wordende biotopen. Dit gebied ligt volgens het gewestplan echter volledig in de woonzone!

Via een klinkerpad bereiken we de eerste canada - populieren, waar we links de Putte-Bossen ingaan.

 

 

 

 

 

2- PUTTE-BOSSEN

Dit broekbos van 7,4 ha is eigendom van het O.C.M.W. van Heist-op-den-Berg. Op het eerste gezicht is dit een gewoon canadabos. Indien we dit al wandelend nader bekijken zullen we merken dat dit gebied heel wat waardevoller is. Onmiddellijk rechts zien we een nieuwe aanplant van es, met zijn typisch zwarte winterknoppen. Nadat we een van de vele beken overgestoken zijn ("schricken"= schrijden, vandaar de naam Schriek), bevinden we ons naast het eigenlijke populierenbos.

Hieronder is de bodem vochtig en voedselrijk. Daardoor groeien hier zeer veel brandnetels, vlier en andere stikstofminnende planten. In de lente aanschouwen we hier het overvloedige geel van het speenkruid en het witroze van de bosanemoon.

 

Onder de boomlaag treffen we vele struiken aan. De voornaamste zijn gewone en peterselievlier, gelderse roos, lijsterbes en zwarte els. Na ongeveer 200 m zien we het populierenbestand (is 'cultuurbos') overgaan in een meer 'verwilderd-natuurlijk' berkenbos. Let ook even op de prachtig uitgegroeide kraakwilgen, met een stamomtrek van precies drie meter, die je zopas links van de weg passeerde.

Wanneer de weg rechts draait zien we eerst een tiental oudere zomereiken (bladeren zonder steeltje). Links van ons treffen we een stuk bos met grove den aan, met daaronder heel wat onderbegroeiing, o.a. Amerikaanse vogelkers (bospest omwille van zijn overvloedige uitzaaiing en groei), sporkehout, krentenboompje en vele varens (voornamelijk stekelvaren).

Nadat we een bocht van 90° genomen hebben lopen we over een opgehoogde weg. Rechts situeert zich het laagst gelegen deel van het bos. Het is een typisch hakhoutbos met overwegend elzenstruiken. Hierin treffen we nog vele mossen (o.a. gewoon sterrenmos en gewoon haarmos) en moerasplanten ( klidkruid, kale jonker, melkeppe en wolfspoot) aan.

3- AGRARISCH LANDSCHAP

Wanneer we de asfaltweg (Puttestraat) bereiken, gaan we links tot aan huis nr. 10. Hier gaan we rechts en wandelen door de velden en weiden. Het karrenspoor dat we nu bewandelen is de misweg nr. 27 (de Hoge Kerkweg). Deze wegen waren vroeger de belangrijkste voet- en fietswegen. Met deze wandeling hopen we het gebruik ervan in ere te herstellen.

Indien we na een tijdje stappen even halt houden en rondkijken, bemerken we het kenmerkend landschap van een agrarische gemeente. Naast wei- en akkerland, waarboven de buitelende kievit zijn naam uitschreeuwt, zien we hier en daar alleenstaande bomen en bomenrijen, kleine stukjes bos en houtkanten. Deze elementen in het landschap zijn zowel voor de landbouwer (windscherm, geriefhout), als voor de bioloog (interessant biotoop voor plant en dier) zeer waardevol. Laten we hopen in de toekomst meer van zulke bomen, houtwallen en hagen te vinden.

4- OMGEVING GOMMERIJNSTRAAT

 Nadat we een drukke betonbaan (Gommerijnstraat) schuin rechts overgestoken zijn vervolgen we onze weg doorheen vruchtbare akkers. Schriek ligt aan de rand van de Groentestreek. Op en naast deze veldweg treffen we een grote verscheidenheid aan van wegberm-, gras- en weideplanten (rode klaver, gele hopklaver, zilverschoon, vogelwikke, grasklokje en duizendblad). Waar niet te veel pesticiden en herbiciden gebruikt werden, groeien vele akkerkruiden.

Probeer eens na te gaan hoeveel verschillende soorten je aantreft en hoe mooi ze zijn. Vanaf de lente zingt hoog in de blauwe lucht de leeuwerik zijn hymne en, ergens ver weg, horen we een koekoek.

De volgende asfaltweg (Wuytjesstraat) gaan we links in nadat we eerst de flink uit de kluiten gewassen knoteik bewonderd hebben (rechtop, overkant asfalt).

5- VERDRONKEN VORS

Tegenover een klein eiken- en berkenbos, net voorbij huis nr. 9, verlaten we rechtsaf het asfalt. Met terug natuurlijke grond onder de voeten dalen we een eindje naar een lagergelegen gebied, ook 'Verdronken vors' genoemd. Naast de weg treffen we hier meer waterminnende planten aan (moerasspirea, smeerwortel en gele lis). Nadat we weer een stukje bos voorbij gewandeld zijn, vervolgen we rechts onze weg (Trommelstraat).

Bemerk op meerder plaatsen van onze wandeling weelderig uitgegroeide, soms overwoekerende klimop. Deze steeds groene klimplant heeft zijn bloemen in de herfst en zijn bessen in de lente. Op het lange stuk asfaltweg kunnen we kijken naar wat we noemen 'bebouwing met landelijk karakter'. In huis nr. 24 is een biologisch landbouwbedrijf gevestigd.

6- HOGE HEIDE

Even verder slaan we linksaf (Hogeheide). We zullen nu de geleidelijke overgang merken tussen de vochtige vruchtbare groentestreek en de armere zandige Kempen.

Op de plaats van huis nr. 3, nu een chique villa, stond tot voor enkele jaren nog een lemen Kempisch ogend hoevetje. In het tegenoverliggend grasland groeien reeds heel wat meer planten eigen aan drogere, voedselarme grond. Deze enkele exemplaren van brem en zandblauwtje zijn hiervan de eerste getuigen. Op de wegberm zien we in de zomer de gele bloemen van het sint-janskruid. Regelmatig zien we hier de blauwe reiger over vliegen op zoek naar een visvijver.

We vervolgen onze weg langs een jong sparrenbos en mooie houtkanten met voornamelijk struiken van zomereik en sporkehout, Amerikaanse vogelkers en berk. Dit is een veilige thuishaven voor de vele vogels temidden van de open landelijke ruimte.

Even later steken we een drukke betonbaan (Langstraat) over.

 7- HAZEBERGEN.

Via de Slootstraat gaan we stilaan richting Grootlo. Aan de grens met Baal (Provincie Brabant), waar we links naast de weg twee lindebomen aantreffen, volgen we rechts nog steeds de Slootstraat. Vijftig meter verder slaan we links een voetweg in.

We gaan verder zuidwaarts, tot aan een volgend bos waar we rechts naast wandelen. Wanneer we ons in een afwisselend eiken-, berken- en dennenbos bevinden, kunnen we mits enige verbeelding een sprookjesdecor aanvoelen (bij de sprookjes van Grimm zien we op alle tekeningen dit bostype).

Naast enkele houtwallen vervolgen we ons St.-Janspad rechtdoor. Aan het eerstvolgend kruispunt, uitgevoerd in rode klinkers, nemen we de veldweg rechtdoor en wandelen naast een lange rij oersterke knoteiken.

Wist je dat een volwassen eik meer dan 250 verschillende soorten levende wezens herbergt?

Het akkerland en de veldweg worden nu duidelijk lichter van kleur en zandig. Langsheen een dennenbos bereiken we een andere geografische streek, namelijk de zandige Zuiderkempen. Aan het einde van deze weg slaan we linksaf en volgen de geasfalteerde Bremweg richting "Bollobos" (op grondgebied Tremelo, doch parochie Grootlo).

8- BOLLO-BOS

Aan de betonbaan (Grootlostraat) steken we de weg schuin rechts over en dringen het heide- en bosgebied binnen.

Na enkele meters langs de bochtige golvende wegeltjes bemerken we reeds de eerste heideplanten. Tijdens elk seizoen is de geur in dit bos totaal anders dan temidden van de Putte-Bossen. Gelukkig wordt dit gebied als natuurreservaat beschouwd en beheerd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een heidegebied is een halfnatuurlijk landschap, wat zonder oordeelkundig ingrijpen (= natuurbeheer) van de mens zou overgaan in een bosgebied. Indien we in de toekomst deze plek als heide willen bewaren moet enerzijds de uitzaaiing en groei van bomen en struiken verminderd worden en moet anderzijds de te hoge recreatiedruk beperkt worden (teveel betreding door toeristen en vooral moto 's op de broze zandgrond).

 

Door bepaalde wegen en stukken heide open te houden en andere af te sluiten, kunnen zowel de recreant als de ecoloog (plus fauna en flora) tevreden zijn.

Laten we, nog steeds ons kronkelend pad volgend, genieten van dit wondermooie gebied.

Stilaan dalen we naar een lager gelegen vochtiger stuk heide. Sta hier even stil, observeer en bewonder dit stukje landschap met enkele berkenbomen, jonge groene dennen en het overwegend gelige pijpenstrootje dat de heide overgroeit. Wanneer we temidden van deze elfenweide ons smal pad vervolgen, laten we dan even rustig en stil zijn teneinde deze vredige schepping niet te verstoren.

Even later bereiken we een brede zandweg die we links volgen. Na een tijdje verlaten we het Bollobos en nemen de asfaltbaan (van Maelelaan) rechts naar het centrum van Grootlo.

9- GROOTLO-DORP

Voor ons zien we nu de kerk, toegewijd aan de Zoete Naam van Jezus.

We gaan verder en steken de drukke Kapelstraat over naar de E. Goossensstraat (naast het parochiecentrum Magneet). Via de vroegere pastorie en kapel, eeuwenlang het centrum van Grootlo, gaan we rechtdoor richting Schriek. Aan onze linkerkant bevindt zich de Raamvallei met zijn vruchtbare gronden. De Raambeek - op de achtergrond - heeft in vroegere tijden deze lager gelegen velden door overstroming en slibafzetting vruchtbaar gemaakt. Deze Raambeek is ook steeds de grens geweest van de "Heerlijkheid van Schriek en Grootlo".

Als we opnieuw de drukke Kapelstraat bereiken volgen we het linkervoetpad. Voorbij de verkeersdrempel nemen we de eerste straat links.

 

 

 

 

 

10- LAUWERIJKES

We volgen deze vroegere trambedding (Tramlei), lijn Werchter - Putte - Lier, en bemerken opnieuw wilg, els, gele lis en andere waterminnende plantensoorten.

De beek die we oversteken zit onopvallend vol bruisend planten - en dierenleven. Naast eendenkroos, waterviolier en grote waterweegbree leven in het water vele larven van waterjuffer en steekmug, haftenlarven, bootsmannetjes, poelslakken en stekelbaarsjes.

 

 

 

 

 

 

Aan de kruising gaan we schuin-rechtdoor (Roggevelden).

We volgen de Roggeveldenstraat tot aan de eerste zijstraat rechts. Daar nemen we de Puttestraat, steken de Tuindijk over en gaan rechtdoor, richting Putte–Bossen.

Ondertussen bekijken we de grote verscheidenheid aan wegbermplanten (o. a. smalle weegbree, hondsdraf, witte dovenetel, grasmuur, knoopkruid, berenklauw en op vochtiger plaatsen valeriaan). Door een juiste toepassing van het wegbermdekreet (slechts tweemaal per jaar, vanaf 15 juni en 15 september, maaien en opruimen van de wegberm), zal deze soortenrijkdom nog toenemen.

 11- PUTTE-BOSSEN

Aan de eerste eik met kapelletje gaan we links het bos in (Legekerkweg).

 

We bevinden ons nu in het hoogst gelegen deel van een broekbos, waardoor we een aantal planten aantreffen die minder van een hoge waterstand houden, zoals o.a. krentenboompje en Amerikaanse eik.

We steken de bredere centrale beek over die het overtollige water moet afvoeren naar de Raambeek, die op zijn beurt het water in de Dijle loost. De Putte-Bossen zijn een natuurlijk waterreservoir voor het overtollige water van de omgeving.

Geniet nog door even te luisteren naar het gezang van de vele vogels, zoals winterkoning, roodborst, merel , ekster, mezen- en vinkensoorten, kraai, Vlaamse gaai, wilde eenden,  soms een wielewaal en in mei de nachtegaal, die in dit bos nu nog een veilige nestplaats vinden.

Nu verlaten we het bos en bereiken de bewoonde wereld. Doorheen de sociale woonwijk keren we terug naar het vertrekpunt.

We hopen dat het snuifje natuur en cultuur, dat je tijdens deze wandeling door Schriek aangeboden kreeg, je ontspannen en verrijkt heeft.

Tot ziens!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

       

Uilenpad

Afstand: 8,6 km
Bewegwijzering: rood
Aard van de wegen: meestal veldwegen, soms asfalt
Niet geschikt voor rolstoel of buggy's

De afbeelding:

1. Uilen, als vaste bewoners van de Putte-Bossen in Schriek.  

2. Logo van de Uilengilde van de vrije basisschool van  Schriek en Grootlo. Deze richt ieder jaar - twee weken voor Pasen  op zaterdagnamiddag - één der grootste kindercarnavalstoeten te lande in.

3. Logo van de vroegere studentenclub "UILENSPIEGEL". Deze kende vooral in de jaren 60 en 70 een grote bloeiperiode maar is nu niet meer actief.

4. Logo's van de "UILENFEESTEN". Deze feesten hebben de UIL als het ware tot symbool van Schriek gemaakt. Ze vonden steeds plaats met Sinksen en voor de eerste maal in 1967. Met de opbrengst werd het Parochieel Cultureel Centrum gebouwd. Een "UILENCOMITE" is nog steeds actief als beheerder van dit centrum.

De UIL en Schriek

In sommige geschriften wordt wel eens beweerd dat de naam "Schriek" komt van "schrik". Schrik (vrees, angst) laat vermoeden dat Schriek en omgeving in vroegere tijden heel onveilig moet zijn geweest. Als verklaring geldt de legende dat rovers, welke verbleven in de Uilenhoeve (niet ver van de dorpskom van Schriek) de uil (nachtroofvogel) als symbool hadden en onze streek terroriseerden.

Was doorheen de geschiedenis de uil het zinnebeeld van "wijsheid" (gewijd aan de godin Athene) of "domheid" (jij uilskuiken)? Talrijke Schriekse verenigingen hebben het symbool uit de legende over het ontstaan van Schriek toch gekozen als mascotte en zinnebeeld voor feesten en vermaak (kindercarnaval, vroegere studentenvereniging, parochiefeesten).

Voor ons, wandelaars en natuurliefhebbers heeft dit "Uilenpad" een ruimere betekenis: nog steeds worden al te veel beschermde dieren (waaronder de uil) en planten bedreigd door de mens……maar wat helpen kaars en bril, als de mens(uil) niet zien en wil?

Misschien toont de uil ons, Schriekenaren, en jou, welgekomen wandelaar, de spiegel door natuurlijke wijsheid.

Uilenpad

1 - SCHRIEK - DORP

De wandeling begint evenals het St.-Janspad en het Kasteelpad aan het "Davidsfondswandelbord". Dit bevindt zich aan de voorgevel van het Parochiecentrum.

Over de betekenis van de verbondenheid van de uil met Schriek bestaan wel verschillende legenden, doch geen zekerheden.

In de vroegere eeuwen (tot de 16 de eeuw) strekte het "Waverwoud" zich uit tussen de beide Neten, de Dijle, de Rupel en de Schelde. Schriek lag in de zuidoosthoek van dit bosgebied en aan de rand van een uitgestrekt moeras tussen Aarschot, Baal, Heist en Schriek.

 

Een volkslegende verhaalt "dat Schriek bewoond werd door rovers die hun stoutmoedigheid zover dreven, dat ze het zinnebeeld van de roofzucht - de uil - op hun verblijfplaats zetten".

Deze verblijfplaats, een zeer oude hoeve, was eertijds omgeven door een brede gracht, en bestond gedeeltelijk uit overblijfselen van een oud kasteeltje. In 1900 werd dit gebouw vervangen door een moderne boerenwoning die nog steeds de naam "den uil" draagt.

Te noteren valt dat de bosuil in de Putte-Bossen en de kerkuil nog steeds vaste bewoners van Schriek zijn.

Deze wandeling zou men ook de "grenswandeling" kunnen noemen. We overschrijden meermaals de gemeente- en provinciegrens. Antwerpen met de gemeenten Schriek en Putte-Grasheide, en Brabant met de gemeente Keerbergen. We bewegen ons steeds op de overgang tussen de vruchtbare gronden van de vallei van de Raambeek en de zandige Kempen.

We gaan nu op pad en volgen de "rode pijlen". Bemerk bij het vertrek de lindebomen naast het voetpad welke in 1998 door de Landelijke Gilde ter gelegenheid van hun 100-jarig bestaan werden aangeplant.

Pas het kerkplein verlaten gaan we rechts door de woonwijk van de maatschappij voor huisvesting.

 2 - DE KAPELLEKENSDREEF

Op het einde van de wijk gekomen, steken we de rijweg Tuindijk over en volgen de Leuvensebaan richting Keerbergen. We nemen de eerste betonbaan rechts, Dr. Jozef Vermeylenstraat.

We betreden nu de "Kapelheide". Dit gebied, voorheen deels heide en deels braakliggende grond, bood in de zomer een weelde aan klaprozen en korenbloemen. Reeds meerdere jaren is het volledig in woonzone veranderd.

Ondertussen bewonderen we een verscheidenheid van vormen en kleuren aan Vlaamse bouwstijlen en voortuintjes.

Om het historisch karakter van deze "Kapellekesdreef" te herstellen werden ook hier lindebomen aangeplant door de Landelijke Gilde.

Op het einde van de straat blijven we even stilstaan aan de kapel "Mijn Moeder Mijn Betrouwen" ter ere van O.-L.-Vrouw en van Broeder Isidoor.

Deze kapel is volgens getuigenissen meer dan 150 jaar oud. De processie rond het feest van St.-Jan De Doper (zondag voor 29 juni) ging elke jaar (tot 1967) naar deze kapel. Nu gaat de processie sinds enige jaren terug uit met St.-Jan.

We slaan links af en al vlug bevinden we ons temidden van de naaldbomen met grove en Corsicaanse den.

De overgang tussen de zwarte vruchtbare landbouwgrond en de zandige Kempen verloopt hier vrij plots.

3- DE HEL

We gaan nu naar de Brabantse Kempen - gemeente Keerbergen - en slaan rechts de Varensweg in. Daarna links de Narcisweg en vervolgens de tweede weg rechts. Op het einde nemen we links de asfaltweg. Bemerk de hopplanten welke zich door de bramen omhoog slingeren en dit steeds in wijzerzin.

Aan de bosrand - waar voldoende zonlicht is, en de bodem niet te zuur van de afgevallen dennennaalden - trachten vele struiken hun plaats te veroveren. Zie de Amerikaanse vogelkers, sporkehout en zomereik.

Even verder passeren we een nieuwe verkaveling. Tot eind vorige eeuw stond hier een  oude hoeve met het oude wapenschild in de zijmuur. Dit schild, met de kenspreuk "Reyne Liefde", dateerde van 1686!

Nog vroeger bevond zich hier een grote hoeve met schuur en stallingen, omgeven door een brede hofgracht. Volgens de oude stafkaart "Ferraris kaart uit 1771" was deze hoeve de "Charlesquint-hoeve". Rond 1800 was dit een zeer uitgestrekte landbouwuitbating. De oorspronkelijke benaming (voor de verfransing) zou "Schale(e)ken" geweest zijn.

Op het einde van het asfalt zien we een rij canada - populieren. Voorbij deze bomenrij ontvouwt zich een schilderachtig landschap met weilanden, akkerland, bosstruwelen, knotwilgen, brem en houtkanten.

Knotwilgen wijzen op een vochtige bodem, terwijl brem op een drogere zandgrond het best gedijt. Dit is een duidelijk bewijs dat we ons hier op een grensgebied bevinden.

Neem ook even de tijd voor de talrijke prachtige akkerkruiden naast en op het veld.

Na een tijdje steken we de Raambeek over. In het water zien we de gele waterkers en het pijlkruid dat van juni tot augustus getooid is met prachtige witpaarse bloemen. Langs de oevers groeien o.a. de gelig-witte moerasspirea en de smeerwortel met zijn paars-witte bloemen.

 

 

4- DE LOZENHOEK

Op het einde van deze zandweg zien we links van

ons enkele gebouwen in Bokrijkstijl. Een aannemer van restauratiewerken bouwde hier, op verzoek van zijn vrouw, een “peperkoekenhuisje”, in 1986.              Enkele bijgebouwen volgden in dezelfde trant.

 

 

 

 

 

 

 

 

We  slaan rechtsaf en volgen de drukke Nieuwstraat.  Daarna gaan we links de Achiel Cleynhenslaan in. Deze omgeving was in vroegere eeuwen de noordelijke kant van de "Keerbergse heide". Langs hier loopt ook het "Dijlepad", een 50 km lange fietsroute doorheen de "Heerlijkheid Mechelen".

Na ongeveer 400 meter volgen we rechts de Braambosweg, die na 50 meter links afdraait.

Terug de rustgevende natuur in met zijn afwisselende vergezichten, akkers, weiden, houtwallen, bomenrijen, dennen en sparrenbosjes. De grond heeft hier een meer rood-bruine kleur, te wijten aan de ijzerzandsteen in de bodem. Na 500 meter verandert de kleur weer terug naar lichtgrijs-bruine zandgrond. De wisselende bodemsamenstelling in dit grensgebied tussen Keerbergen en Schriek, vindt zijn oorsprong in vroegere geologische tijdperken.

Op het einde van de Braambosweg gaan we rechts de Mosvennedreef in. Bekijk ondertussen de al dan niet gemaaide wegbermen. Bewonder de vele soorten kruiden die hier groeien bloeien, o.a. rode en witte rolklaver, bijvoet, grote pimpernel, leverkruid, duizendblad, kamille, berenklauw, engelwortel, kaasjeskruid, st.-janskruid, boerenwormkruid, teunisbloem, wederik, akkerviooltje, volgelwikke, grasmuur, smalbloemige weegbree enz… Hoe voedselarmer de grond, hoe meer verscheidenheid in de plantengroei op de wegbermen.

 5- HEIKANT

Bij het verlaten van de Mosvennedreef gaan we links, en volgen de Schrieksebaan over 200 meter. Op deze drukkere asfaltweg gaan we aan huis nr.148 B rechtsaf. !! Opgelet, op het eerste zicht lijkt dit op de oprit van een woning, maar dit is wel degelijk een openbare landbouwweg. Even verder steken we terug de Raambeek over en bevinden ons nu in een uitgestrekter landbouwgebied.

         

Deze veldweg volgend komen we op de betonbaan (Grensstraat) welke we even naar rechts volgen om dan onmiddellijk links de geasfalteerde Zandweg in te draaien.

 6- POORTVELDEN

Nu wandelen we opnieuw in de Provincie Antwerpen. In de verte zien we de kerktoren van Grasheide.

Aan de T-splitsing gaan we rechtsaf de Poortvelden in en volgen enige tijd het "Jan Gaspad". Dit is een bewegwijzerde wandeling welke vertrekt aan de kerk te Grasheide.

Door de velden en weekendverblijven gaan we op het einde van het asfalt rechtsaf en verlaten even het "Jan Gaspad". Na een 100 meter slaan we links af, volgen de bosrand en komen weldra opnieuw op het "Jan Gaspad". Op het einde van het bos gaan we rechts en voor het volgend dennenbos links.

We genieten nu al geruime tijd van de landelijke rust. "Wandelen is meer dan sport of gezonde vrijetijdsbesteding; het is heilzaam voor geest en lichaam indien het gebeurt in een natuurlijke omgeving, met voldoende groen en zonder teveel lawaaihinder".

Stiltegebieden zijn waardevol, doch zeer zeldzaam geworden in ons dichtbevolkte Vlaamse land!

 7- UILEVELDEN

Na een tijdje slaan we links af in de straat genoemd Uilevelden.

De gerestaureerde hoeve (huisnr.2) is de vroegere beruchte "UILEHOEVE", de verblijfplaats der rovers, waar eertijds beruchte plannen werden gesmeed.

De Uilevelden - maar even buiten het dorp gelegen - was tot in beginjaren 1900 een te mijden streek.

 

We vervolgen de weg rechtdoor voorbij de hagen van geknotte inlandse eik en wilg links van de weg en meidoorn rechts tot aan de volgende splitsing. Hier gaan we rechtsaf en zien we in de verte al de kerktoren van Schriek.

 

 

 

 

 

 

 

8- JESPERS

Op zijn Schrieks uitgesproken "‘t sjespers"

Op het einde van de grensvormende Pachterslei (Grasheide) of Klimoplei (Schriek) gaan we rechts op de betonbaan tot aan de Jespersweg, welke we links inslaan.

Recht voor ons zien we nu al van dichterbij de kerk van St.-Jan de Doper. Schriek was als parochie reeds erkend sinds 1309. Na enkele minuten doorstappen bereiken we de plaats waar we vertrokken zijn en dit is tevens het eindpunt van deze wandeling.

Davidsfonds Schriek wenst je een veilige thuiskomst en mooie herinneringen aan Schriek.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kasteelpad

Afstand: 8,2 km
Bewegwijzering: groen
Aard van de wegen: meestal veldwegen, soms asfalt en beton
Niet geschikt voor rolstoel of buggy’s bij voorafgaand nat weer

                De afbeelding: Het kasteel voor de afbraak

 

 

 

 

 

WELKOM IN SCHRIEK EN ZIJN VERLEDEN

De mensen zijn gegaan
hun huizen soms gebleven;
de sfeer: ze bleef bestaan
de poëzie van 't leven.

Het Kasteelpad leidt ons langs de vergane glorie van het Schriekse verleden. Reeds in 1125 werd de "Heerlijkheid van Schriek" vermeld. In 1727 kwam deze in handen van graaf Lodewijck Van Der Stegen. Het gebouw dat door de familie Van Der Stegen werd opgericht droeg het jaartal 1731.

Pas in 1926 ging het kasteel over in andere handen, en in 1946 verkocht voor afbraak. Enkel de bijgebouwen bleven gespaard en vormen met de resterende ringgracht een hoeve.

De prachtige dreef, uitgestrekte bosjes rododendrons, een dicht eikenbos en de beruchte doolhof zal je jezelf moeten inbeelden tijdens het voorbijwandelen.

Het kasteel zelf, met een voorgevel van 15 meter, bezat een eerder sobere bouwtrant. De achterzijde bevond zich tegen de weg die naar Mechelen leidde. De stallen en schuren, welke nu nog zijn overgebleven, bevonden zich eigenlijk achter het kasteel.

Vroeger leefde men hier van de groente- en fruitteelt. Van de boomgaarden zul je echter niet veel meer terugvinden. Ook niet de vele bossen welke na het oorlogsleed van 1918 zijn verdwenen.

Pal voor de ingang van het Parochiecentrum, tevens vertrekpunt van deze wandeling, stond vroeger het monumentale grafmonument van de kasteelheren en hun dames. Ook dit bleef niet gespaard bij de herinrichting van het dorpsplein.

Met deze kasteelwandeling betrachten wij dat deze adellijke familie, na verdwenen, ook niet vergeten zal zijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

                    Het wapenschild van de kasteelheren.

 

KASTEELPAD

1- SCHRIEK - DORP

We vertrekken aan het Davidsfonds-wandelbord aan de voorgevel van het Parochieel Cultureel Centrum naast het kerkplein.

Op dit bord vind je de wandelroutes uitgestippeld door het Davidsfonds doorheen Schriek. Naast het Kasteelpad (groen) zijn er ook nog het Uilenpad (rood) en het St.-Janspad (oranje).

We steken de parking schuin over en begeven ons naar de ingang van de kerk, toegewijd aan St.-Jan De Doper. De eerste kerk werd rond 1300 gebouwd door Egidius Berthout, Heer Van Mechelen. Dit ter vervanging van een kapel welke dienst deed als hulpkerk van Beerzel. De kerk werd meermaals verbouwd en de laatste maal vergroot in 1844. De toren heeft het oorspronkelijk karakter behouden.

Op de plaats van de parking tussen de kerk en het parochiecentrum stond vroeger de monumentale pastorie, gebouwd in 1776 door pastoor Adrianus Snoecks.

Sinds 1969 staat deze volledig in oorspronkelijke stijl met de bakstenen tuinmuur en binnentuin in het openluchtmuseum te Bokrijk. Het is daar een van de meest bezochte en imposantste gebouwen.

Het kasteelpad leidt ons langsheen een stuk verloren historiek van Schriek. Van de vroegere bekende gebouwen zoals het kasteel, de pastorie, de brouwerij en windmolens blijft er helaas niet veel meer over. De herinnering en de geest van het verleden blijft bij velen toch nog verder leven.

Schriek en Grootlo ademen nog steeds een rustige sfeer uit. Laten we er langsheen de verschillende wandelpaden ten volle van genieten.

We steken over op het zebrapad en volgen nu naar rechts de "groene pijlen". We bewandelen de Leo Kempenaersstraat over een 300 meter. Voorbij huisnummer 59 slaan we links de betonbaan in.

2- DE DREEF

Onmiddellijk betreden we het vroegere kasteeldomein. We bevinden ons in “De Dreef”, welke tot 1930 door imposante loofbomen werd gevormd.

De beek, een eindje links van de weg, waar we acacia aantreffen, was de grens van het kasteeldomein. De dreef vormde de verbinding tussen het kasteel en de kerk. De edele dames van toen konden steeds in de schaduw van de bomen wandelen, zodat ze steeds hun mooie witte huid behielden. Dit was vroeger het privilege van de gegoede kringen, tegenover het gewone bruingebrande arbeiders- en boerenvolk.

Tussen de weilanden slaan we rechtsaf en gaan over de brede grasweg rechts naast het kasteel.

Zoals vermeld moet je nu je fantasie laten werken: je ziet een kathedraalvormige beukendreef, het kasteel en de bijgebouwen in zijn oude vorm, een reuzegrote rododendronstruik, waar men vroeger zelfs jenever in stookte.

Op en naast deze voetweg treffen we een verscheidenheid aan van kruiden en grassoorten: riet, wilgenroosje, valse salie, st.- janskruid, vlasbek, wederik, haagwinde, schapezuring, schapegras, pitrus, reukgras en nog vele andere.

 

 

 

3- HET KASTEEL

We bevinden ons nu temidden van het vroegere kasteelpark. De doolhof was door iedereen gekend, maar weinigen zijn er in geweest. De grote rododendronstruik was een monument voor de streek.

Vooraleer we de Schriekstraat bereiken zien we op onze linkerzijde de overgebleven bijgebouwen. De stal en de schuur zijn nu deels omgevormd tot woning.

 

 

 

 

In de Schriekstraat gaan we linksaf over de grasberm tot aan de ringgracht welke een natuurlijke afwering vormde rondom het kasteel. In de gracht zien we smeerwortel, wolfspoot, waterweegbree en watermunt. Aan de poort, vroeger de achterkant, steken we de drukke Schriekstraat over en gaan rechts voor huis nummer 38 de asfaltweg op.

 4- DEN SCHRIEKSEN DEN

Tussen de akkers volgen we de asfaltweg. Links van ons, op de parallelweg, zien we de Krekelhoeve en 100m verder naar rechts het geboortehuis van wijlen Paula Mijlemans, boerendochter en onderwijzeres, die in 1946 huwde met stichter en grote bezieler van het openluchtmuseum te Bokrijk, Dr. Jozef Wijns.

We bereiken een bosje met canadapopulieren en enkele zomereiken.

We steken de Beversluisbeek over, in de volksmond Krekelbeek genoemd, welke langs beide zijden begroeid is met een brede rietkraag. Tot het einde van de eerste wereldoorlog werd hier nog vlas verbouwd.

De velden welke we nu zien waren vroeger één groot dennenbos. Het werd gekapt tijdens de eerste wereldoorlog en tot landbouwgrond omgevormd. De ouderen kennen deze streek nog steeds met de naam "Schrieksen Den". De bodem was hier veel armer dan de gronden rondom het kasteel, en in feite alleen maar goed voor dennen en sparren.

Door jarenlange noeste boerenarbeid werd ook hier de grond vruchtbaar genoeg voor groenteteelt. De dieper gelegen kleilagen werden gemengd met de zandigere bovenlaag. Weiland en akkerteelten zoals bieten, aardappelen, graangewassen en nog een deel witloof wisselen elkaar af. Deze variatie, met nog enkele houtkanten en enkele verspreid staande bomen bieden een ideale plaats voor de kievit en de patrijs. Zij behoren dan ook tot de vaste bewoners van dit gebied.

Eerst linksaf voor een lage betonnen put en daarna rechts slingeren we door de velden. Op onze rechterzijde bemerken we de St.-Janshoeve die opvalt door de groene gordel rondom en de vele neerhofdieren, vooral pauwen, welke zich hier vrij op en naast het erf kunnen uitleven.

Verder door de open vlakte ervaren we hoe krachtig zon, regen en wind kunnen zijn. Wat verderop kan een hoge wal van zwarte els, wilg en eik wat schaduw en beschutting brengen. Dergelijke houtkanten stonden vroeger naast en rondom elk weiland of akker en verzachtten zo de invloed van de natuurelementen.

Links passeren we een gerestaureerd hoevetje. Hier zien we hoe de vroegere boerentuin met beukenhaag, vlier, hazelaars en enkele appel- en perenbomen relatief in eer wordt gehouden door de huidige bewoners. 

5- DE ACHTERHEIDE

Op het einde steken we de asfaltweg, Schaliehoevestraat, schuin over en volgen verder de aardeweg. Aan de volgende weg slaan we links af.

 

Nu bevinden we ons in de "Achterheide", vroeger een vochtig heidegebied. In de boerderij met rood pannendak "In de kroon" genoemd, was een wijngisterij gevestigd. Hier werd in 1859 Frans Coeckelberghs geboren. Hij was de eerste folklorist van de Zuiderkempen en de inspirator van Jozef Wijns. Deze werd hier niet ver vandaan, nl. op 't Goor, geboren op 4 april 1913.

We vervolgen onze weg en gaan de volgende straat rechtdoor in (Hollandstraat). Deze straatnaam verwijst naar de vroegere veeroute die vanuit Holland vertrok naar de veemarkt van Mechelen. Hier was de laatste rustplaats voor het vee en de kooplui.

Na 100 meter staan we voor de vroegere molen van de Achterheide, huizen nr. 75 en 77. Het molenhuis, de maalderij en de schuur vormden het hart van dit gehucht. De molen dateerde van 1829 en in 1949 waaide hij om en verdween zo voorgoed. Verder stonden hier maar een tiental huizen.

Het kasteelpad slaat hier rechtsaf. Zij die een verkorting kiezen gaan rechtdoor tot aan de kapel van O.-L.-Vrouw. Bij dit kapelletje staat een grote treurwilg.

6- DE LEEMPUTTEN

We vervolgen onze weg en, komend op de grotere baan, slaan we onmiddellijk linksaf de Steenputstraat in. Na een 200m zien we links van ons – je mag even een kijkje nemen – een vijver waarin de meeuwen en reigers naar hartelust kunnen vissen, en dit zonder visvergunning. Vooraan in de vijver drijven de bladeren van de gele plomp. De diepgele bloemen vertonen zich van mei tot augustus. Deze vijver is een van de vroegere kleiputten. In 1909 werd hier een steenbakkerij opgericht met 3 ovens. In de ondergrond bevinden zich afzettingen van de Boomse klei, welke zo een 25 tot 35 miljoen jaren geleden werden gevormd.

Bemerk hier ook enkele oude inlandse eiken. Bedenk even dat het wortelgestel van een eik ongeveer overeenkomt met de boomkruin en dat het zowel boven als onder de grond krioelt van allerlei leven.

Op het einde van een rij bomen en struiken, aan huis nr. 4, gaan we links. We gaan er voorbij een van de weinige grote serres in dit gebied rechtdoor tot het einde van deze weg. Hier bestaat de houtkant overwegend uit tamme kastanjes.

 

We passeren nog een oude steenput (links van de baan). Aan de kapel van O.-L.-Vrouw van Hal gaan we rechts. Deze kapel werd gebouwd uit dankbaarheid van een jongeling welke bij de militaire loting werd vrijgesteld van dienst.

 

De verkorting en het volledige Kasteelpad lopen vanaf hier weer samen.

 

7- VALKELARE VELDEN

Nu volgen we rechtsaf opnieuw even de Hollandstraat en slaan na 40 meter weer linksaf. We zijn nu op de terugweg en houden de Schriekse kerktoren voor ogen. Hier treffen we nog verschillende houtwallen en bomenrijen aan, zoals het voor 50 jaar in onze streek bijna overal was. De natuurlijke wal heeft een belangrijke ecologische waarde (fauna en flora), en is voor de landbouw geenszins nadelig omwille van zijn milderende werking op het microklimaat. Langsheen enkele boerderijen bereiken we opnieuw de Schriekstraat.

Ook hier is een verkorting mogelijk door de Schriekstraat linksaf te volgen en daarna rechts de Pachterslei in te gaan. Daar komen we opnieuw de groene pijlen tegen aan huis nr. 25 waar we links de Dreef ingaan.

Het normale traject gaat even naar rechts, steekt dan de Schriekstaat over, om links de asfaltbaan in te slaan.

8- JESPERS

We zijn nu in het Jespers, op zijn Schrieks uitgesproken "‘tsjespers". Door de velden en weiden volgen we de weg slingerend links en dan rechts tot aan huis nr. 15 waar we links afslaan. Op verschillende plaatsen langs deze weg wiegen rietkragen.

Nu de weg rechtdoor volgen tot aan het straatnaambord Dreef, waar we rechts inslaan.

De verkorting en het normale traject vallen hier weer samen.

We betreden nu terug het kasteeldomein. De velden links achter het sparrenbosje en rechts achter het kapelletje vormden vroeger het grote bos- en wandelgebied rond het kasteel.

Op het einde van de Dreef gaan we opnieuw rechts richting kerk en vertrekpunt.

Davidsfonds Schriek hoopt dat je door deze wandeling een mooie herinnering aan Schriek overhoudt.