> nieuwsbrief
> 27e jg. - 2e trimester
2009
| Bijdragen over: | Tip |
In ruil
voor
een ongewijzigde basisbijdrage van 25 € verzekert u zich ook in 2009
van een
abonnement op onze Zannekin
Nieuwsbrief en van het – reeds 31e – Jaarboek
De Nederlanden ‘extra muros’. Enkel wie totnogtoe naliet
zijn bijdrage voor 2009 te hernieuwen verwijzen we graag naar de vorige
Nieuwsbrief en de daar meegedeelde info
omtrent de wijze van abonneren.
Webpagina’s
gewijd aan Jean-Marie Gantois
Ook wij
maken
u graag attent op de voortreffelijke webpagina gewijd aan de
Frans-Vlaamse
priester en voorman Jean-Marie Gantois, die mede aan de basis ligt van
het
ontstaan van de Vereninging/Stichting Zannekin,
namelijk: www.jeanmariegantois.com
Zannekin-activiteiten
2009
Manifest
voor de Lage Landen
Als bijlage bij onze
vorige Nieuwsbrief vond u de folder met het Manifest voor de Lage Landen, een
initiatief uitgaande van de voormalige Heel-Nederlandse jeugdbeweging.
Aan de
basis van dit initiatief ligt de bekommernis omtrent het tanend besef
omtrent
het “onontbeerlijk eenheidsbesef der
Nederlanden" (Hendrik Fayat). We zijn verheugd te kunnen melden dat
nogal
wat Zannekin-mensen
spontaan hun
naam onder het Manifest hebben geplaatst. In een later stadium zullen
we de
volledige lijst van ondertekenaars publiceren.
Studie-uitstap
zaterdag 6 juni 2009
‘De Hervorming in de Waalse Nederlanden’
Vijfhonderd jaar geleden werd Calvijn geboren. Enkele jaren terug stonden we voor wat rest van zijn geboortehuis te Noyon. Met deze studie-uitstap willen we aandacht besteden aan de impact van de Hervorming binnen de Waalse Nederlanden, meer specifiek het Doornikse en het voormalige graafschap Henegouwen aan weerszijden van de Frans-Belgische grens.
Aanvankelijk hadden we daartoe Valencijn als bestemming gezien, waar de in Bray, halfweg tussen Bergen (Mons) en Binche, geboren Waalse Nederlander Guy de Bray of de Brès – de auteur van de Confessio Belgica of Nederlandse Belijdenis - in 1567 omwille van zijn geloof om het leven gebracht werd. Het weinig fraaie Valencijn, ooit het Athene van het Noorden geheten, biedt de dag van vandaag haast geen enkel aanknopingspunt meer bij de Hervorming.
Vanaf de zijlijn: over Guy de Brès
Marten Heida
Doornik, ooit het Genève van het noordenJan van Reenen
In de zestiende eeuw had het protestantisme meer ingang gekregen in de zuidelijke dan in de noordelijke Nederlanden. Een deel van het huidige België was zelfs enige tijd streng calvinistisch. In vier artikelen maken we een tocht door het Belgische land: Doornik, Gent, Kortrijk en Antwerpen, met als afsluiting een interview met een historicus. Vandaag Doornik.
Het hart van de prachtige stad Doornik is het marktplein. Het kijkt uit op de imponerende kathedraal waarvan vijf torens boven de huizen uitrijzen. Aan de andere kant staat de slanke toren van het Belfort. Op het plein staat ook het meer dan manshoge monument van Christine de Lalaing. Ze wijst met haar ene hand naar de kathedraal en in haar andere houdt ze een wapen vast. Ze hebben alle drie - de kerk, het Belfort en het monument - met de hervorming te maken. Van Guido de Brès, degene wiens naam onafscheidelijk aan de geschiedenis van Doornik verbonden is, lijkt echter geen spoor te ontdekken. Of toch wel?
In Doornik (”Tournai” is
beter) spreken
de inwoners Frans. Het ligt in de provincie Henegouwen, precies over de
grens
met Vlaanderen en vlak bij de grens met Frankrijk. De stad telt
ongeveer 70.000
inwoners en is na Tongeren de oudste stad van België.
Tournai is in het verleden
verschillende
keren Frans gebied geweest, en ook een keer Engels, Spaans, Oostenrijks
en
Nederlands.
In de tijd van de hervorming
speelde
Doornik een belangrijke rol. Het was de meest protestantse stad van de
Nederlanden en werd zelfs het Genève van het noorden genoemd. Op zeker
moment,
rond 1566, waren 18.000 inwoners van de 25.000 inwoners protestant. Het
is
inmiddels toch allemaal anders geworden.
Rue Marvis
Eerst maar eens zoeken naar
sporen van
Guido de Brès, de opsteller van de Nederlandse Geloofsbelijdenis, die
hier
gewoond heeft. Stadsgids
Het is spitsuur. Het kruispunt
is
geblokkeerd. De stadsgids wijst naar een gedeelte van de oude stadsmuur
dat is
blijven staan. „Guido de Brès woonde hier vlakbij, in de Rue Marvis.
Hij had
zijn boeken en documenten in een tuinhuisje bij de muur verstopt.”
Guido de Brès („Guy de Bray,
zoals hij
heette, en hij sprak alleen maar Frans”) is bekend geworden door het
opstellen
van een geloofsbelijdenis, de Confessio Belgica, de Nederlandse
Geloofsbelijdenis. Hij werd in
In 1561 trok een grote groep
protestanten
meerdere avonden psalmenzingend langs de huizen van de burgemeester, de
schout
en de bisschop. In deze ”chanteries” zat een strijdmotief, waarin Guido
de Brès
zich niet kon vinden. Hij vond dat je je op een nette manier moet
presenteren
en dat je de overheid moet gehoorzamen.Tour
Henri VIII
Op de geruchten dat honderden
jongelui in
Doornik op straat Franse psalmen zongen, stuurde de regering twee
ambtenaren,
die verblijf hielden op het kasteel. Dat was gebouwd door de Engelse
koning
Hendrik VIII, die in 1513 Doornik veroverd had. Aan het uiteinde diende
een
massieve toren ”Tour Henri VIII” genoemd) als wachttoren.
Het kasteel staat er niet
meer, maar de
toren nog wel. De toren bevat twee ronde, boven elkaar geplaatste zalen
en
wordt verlicht door een ronde opening in de koepel. De muren hebben aan
de voet
een dikte van ruim zes meter. De metershoge steenmassa in het park bij
de Rue
du Rempart staat op dit moment in de steigers, maar de deur met de
woorden
”Tour Henri VIII (1513-1518)” niet.
Guido de Brès wilde de
overheid een
geloofsbelijdenis aanbieden, maar dat kon niet, omdat hij gezocht werd.
Daarom
gooide hij, of een medewerker, in de nacht van 1 op 2 november 1561 een
pakket,
bestaande uit de geloofsbelijdenis en brieven aan verschillende
overheden, over
de buitenste muur van het kasteel van Hendrik VIII.
Ambtenaren lieten in de stad
een
onderzoek instellen. Guido de Brès vluchtte de stad uit, maar het
tuinhuisje,
waarin hij zijn boeken bewaarde, werd ontdekt en viel in handen van de
vervolgers. Zijn boeken gingen verloren.
Veroordeeld
Na een paar jaren
rondgezworven te
hebben, ging De Brès in 1566 naar het dicht bij Doornik gelegen
Valenciennes.
De protestantse stad werd belegerd en ingenomen. Guido de Brès wist te
vluchten, samen met enkele anderen. Ze werden ontdekt toen ze naar een
herberg
gingen om wat te eten. Guido de Brès en medepredikant Peregrin de
In een brief in de gevangenis
schreef
hij: „Deze leer die u hebt gehoord, is dezelfde die onderwezen is door
de
apostelen en bewaard in de Vroege Kerk, vervolgens verzegeld en
bekrachtigd
door het bloed van alle martelaren. En als het God behaagt mij daartoe
te
brengen, zal ik geen enkel bezwaar maken haar te verzegelen door mijn
eigen
bloed.” Hij werd opgehangen.
De door Guido de Brès
geschreven
Nederlandse Geloofsbelijdenis is nog steeds een van onze
belijdenisgeschriften.
Helaas is er in Doornik niets dat direct aan hem herinnert, zelfs geen
straatnaam. Zou De Brès het zelf gewild hebben?
Grote Markt
In Doornik had de hervorming
al vroeg
haar intrede gedaan. De eerste calvinistische predikant was Pierre
Brully, die
in 1545 op de Grote Markt verbrand werd. Stadsgids De Rop wijst naar
het
Belfort en zegt dat hier vroeger de gevangenis was voor
geloofsvervolgden. Ze
vertelt van Marie de Pierré, die in 1545 levend begraven werd op de
Grote
Markt. Anderen werden onthoofd of opgehangen of ze kregen een
brandmerk. Vanaf
1 juli 1541 is het schavot jarenlang op de Grote Markt blijven staan.
De magistraten kondigden,
aldus
De stadsgids wijst op een
galerij aan een
muur van de kathedraal, vanwaar hoogwaardigheidsbekleders
terechtstellingen,
die ook hier uitgevoerd werden, konden volgen. Eens trok in de
kathedraal
Bertrand le Blas met Kerst de hostie uit de handen van de priester.
„Misleide
mensen, denken jullie dat dit Christus is, jullie Heere en Meester?”
riep hij.
Toen brak hij het brood in stukken en vertrapte het op de vloer.
Vreselijk was zijn straf. Zijn
rechterhand en rechtervoet werden met hete ijzeren tangen uitgetrokken,
evenals
zijn tong, en hij werd boven een langzaam brandend vuur geroosterd tot
hij
verbrand was. Daarna werd zijn as in de Schelde gestrooid.
Christine de Lalaing
Nog is de vraag niet
beantwoord wat het
monument op de markt voorstelt. Het is een bronzen beeld van Christine
de
Lalaing. Zij was de protestantse vrouw van de gouverneur, die in 1581
de stad
verdedigde tegen de Spaanse troepen onder leiding van Farnese, de
hertog van
Parma. Haar vurige bezieling mocht niet baten, want de stad werd na een
langdurig beleg ingenomen. De calvinisten kregen een jaar de tijd om de
stad te
verlaten. Vanaf die tijd is het gedaan met de invloed van het
calvinisme in
Doornik.
Haar standbeeld siert het
marktplein
vanaf 1863. „De kanunniken van de kathedraal waren boos dat een
protestantse
een standbeeld gekregen had, dat ook nog eens naar de kathedraal wees.
Daarom
ging de jaarlijkse processie niet over de Grote Markt. Dat is pas in
2001
veranderd”, aldus
Protestanten
De protestantse kerk van
Doornik is
gevestigd in twee samengevoegde huizen die dateren uit
Bron: Reformatorisch Dagblad, 8 januari 2009.
De Nederlanden ‘extra muros’ 31 (2009)
Dit 31e Jaarboek De Nederlanden ‘extra muros’ opent met een bijdrage die menig Zuid-Nederlander misschien even de wenkbrauwen zal doen fronsen. Hij of zij weze getroost: het wil allereerst de Noord-Nederlanders informeren over het historisch reilen en zeilen van het Zuiden sinds de jammerlijke teloorgang van de Nederlandse eenheid in de loop van de 16e eeuw en – andermaal – in de 19e eeuw.
Bedoelde bijdrage is
van de hand Pierre
Houart, die
quasi op zijn eentje een merkwaardige museale verzameling opbouwde rond
de
‘Orde van het Gulden Vlies’. Zijn Chronologie
van de Belgische of
Zuid-Nederlandse gewesten - 21 eeuwen Europese geschiedenis
vanaf het
Romeinse
Belgium en zes eeuwen staatsbestaan sedert 1430 brengt daarin klaarheid. Dit verhaal is
nevenbij overigens ook uiterst geschikt om de ogen van vele
Zuid-Nederlanders
te openen voor het feit dat de gemeenschappelijke geschiedenis van de
Zuidelijke Nederlanden verder terugreikt in de tijd dan het
Bourgondische
tijdperk, laat staan het rampjaar 1830.
Qua
toonzetting daarbij aansluitend is de bijdrage van de Luikse historicus
Sébastien
Dubois. Hij toont aan hoezeer de
idee van de XVII Provincies na hun verbrokkeling nog heeft doorgewerkt,
ook en
niet in het minst in de door Lodewijk XIV en zijn opvolgers ingepalmde
Zuidelijkste Nederlanden (Frans-Henegouwen en Frans-Vlaanderen).
Noord-Frankrijk en Zuid-België maken immers reeds eeuwenlang een
geografisch
geheel uit – en dit bewustzijn blijkt ook in de 21e eeuw nog niet uit
de
geesten weg gedeemsterd te zijn.
We
blijven in de Franse Nederlanden met de – helaas laatste – bijdrage van
Antoon
Lowyck over de Nederlandstalige
hoevenamen. De auteur wist de plaatsing van elk naambord steevast
te
kaderen in de historische wedervaren van de hoeves, wat de lezer meteen
inzicht
bood in de streekgeschiedenis. Sinds de laatste hier vermelde
naambordplaatsing
ging deze actie onverdroten verder; evenwel zonder de erudiete
achtergrondinbreng van de sindsdien overleden auteur.
De beide daaropvolgende
bijdragen, respectievelijk
van de hand van Willy Alenus en
Marten Heida
behandelen aspecten van de
godsdienstberoerten
van de 16e eeuw,
gevolgd door de wedervaren – geschetst door
Friesland en het Fries
komen aan bod middels een
kennismaking van de hand van Pieter
Tenslotte, voorafgaand
aan de ruime Kroniekbijdragen,
brengen we met
In deze
jaarboekaflevering ontbreekt spijtig genoeg
de vertrouwd geworden rubriek over het reilen en zeilen binnen de Franse Nederlanden. We hopen deze vanaf
het volgende jaarboek te kunnen hernemen.
_________________
N.a.v. De Nederlanden ‘extra muros’ – Jaarboek 31 (2009) van de Vereniging/Stichting Zannekin, 208 pp., ill. Ledenprijs 25 €. Boekhandelprijs 30 €.
Over het ”Unse Vader” in Bocholtsch Platt
Dr. Johann-Georg Raben
Et is mooi, dat Hermann Schlatt dat Gebett “Unse Vader“ in ‘t Bocheltsche Platt uptekent hef.(*) Ik finne awer, dat in den Satz: “Dien Reich sall kommen“ nen Fehler sit. Ik meene, korrekt mot et lutten: “Dien Riek sall kommen“. “Reich” is hochdüütsch un hef al dee soa-genöörnde “hoch-deutsche Lautverschiebung“ metmaakt. Verglieke “Dak“ un “Dach“, “ik” un “ich”. Verglieke ock, dat in de Tied van Käiser Willem II. den “Reichstaler” up Plattdüütsch as ”Rieksdaler” beteekent wödde. Verglieke ock dat Woord ”het rijk” in de hollandsche Sproake. Bi uns hier in den Groafschup Bäinthem (Grafschaft Bentheim) wodd ock noch wal faker moal, as eene alleen in Huus is, uut Spoass froggt: “Hess du’t Riek alleene?”
Ik schriewe dit nich, üm hier den ”Oberlehrer” to spöllen, men ümdat ik meene, dat wi Plattproaters up ieder eenzelne Woord achten mött’t, üm ieder eenzelne Woord ”kämpfen” (fechten, strieden) mött’t, wenn wi unse plattdüütsche Sproake an’t Lewen hollen willt.
Dr. J.-G.Raben,
Bahnhofstr. 47,
D-49828 Neuenhaus. Tel. 05941-8746
(*) zie de Nieuwsbrief Zannekin, eerste trimester 2009, pagina 1.
Gustaaf Callebaut, Tienen
Met verbazing heb ik kennis genomen van de bijdrage Was Roubaix ooit Robeke? (in de Zannekin-Nieuwsbrief 2009/1). De vraagstelling alleen al. Voor iemand die aan een “Romaanse klankontwikkeling” in een Germaanse naam denkt. Waarbij hij, om te beginnen, een spelling voor een vaststaand klank-element aanziet. Méér dan een vrij algemene scriptorium-spelling is daaruit nochtans niet op te maken. Over de uitspraak “-bay” “-bais” weten we niets. Waaruit zou die vermeende Romaanse klankevolutie dan wel ont-wikkeld zijn? Volgens het reeksverband der “-bay”, “-bays”, “-baix”, “-bais” en “-becq”-namen kan er niets anders dan ook een tussenvorm “-beke” of “-beek” zijn geweest. Redelijkerwijs kunnen we voor een Germaans grondwoord met zulke eerste oude attestaties niet méér aannemen dan dat het gaat om een sterk verspreide geromaniseerde of nog veeleer romani-serende scriptoriumspelling die geen uitsluitsel over een al geromaniseerde klank kan geven. Bovendien zijn er voor Robeke toch de “baki”-vormen als oudste attestaties…En er is zelfs geen klankontwikkeling naar “-bace”, “bacia” of “-basium” toe.
Er waren, al van heel vroeg, in de zuidelijke Nederlanden, veelvouden van Romaanse of romaniserende scriptoria ook in geheel of nagenoeg onver-mengde taalregio’s. Dat is een historisch feit dat we niet zomaar kunnen wegmoffelen. Zo b.v. in het gebied van de abdij van Sint-Truiden. Het is gek dat wij menen met enig recht te kunnen vragen of “Roubaix ooit Robeke” was, maar dat we in vernoemd abdijdomein niet vragen of “RUNCHIRS” - “RUNCARIA” wel echt eens de levende naam was van wat later tot RUNKELEN verhapstukt werd.
Waar gesproken wordt over “politiek getinte nostalgische” naamgeving moet er ook maar eens aan worden gedacht dat dit soort vroege naamgeving wel een politiek getinte pre-determinerende, ja zelfs pre-destinerende naamgeving was. En dat waren de “-bais”-vormen meer dan waarschijnlijk ook. De verwante “-bec”, “-becq” en “-becque”-vormen kunnen natuurlijk op een latere romanisering duiden, maar de “-bais”-vormen hebben daarom nog geen waarborg te bieden voor een reeds voltrokken romanisering bij hun attestatietijd. Laat staan dat ze als een Romaanse eigenheid voor “-baki” zouden kunnen worden gehouden.
Hoe heeft “Rosbays” in 1122 buiten het scriptorium overigens echt ge-klonken? Comform het schriftbeeld kunnen we zelfs niet vermoeden of het “bee” of “bé” of zowat zou zijn geweest met de klassiek-Romaanse weglating van de eindklank uit het grondwoord. De scriptoria toonden liefst toch wat minder-Germaans.
En toch zou van ons worden verwacht dat we de eeuwenlange suprematie van romaniserende scriptoria als een traditie voor eigen gebruik blijven honoreren en dat we voor de verfranste plaatsnamen blijven kiezen. En dan nog liefst voor namen zoals ze gelden sinds de, met miskenning van menselijke taalrechten, klaargekregen Franse overheersing.
Wij hebben klaarblijkelijk geen recht op een herstelbeweging in het erfgoed van onze plaatsnamen. Men kan er nochtans niet naast kijken dat er in Vlaanderen in dat opzicht een herstelbeweging op gang is gekomen. In alle naamgeving. Sinds een paar generaties met Franse voornamen die als enige echte op identiteitsformulieren aanvaard werden. Recente generaties hebben moeten breken met “echt bestaande” straat- en gemeentenamen in het Frans. De generatie voor ons en wij hebben ook de beweging ingezet om de namen in onze Zuid-Vlaamse irredenta terug te leiden tot die van vóór de Franse cultuurmoord.
Het klinkt nogal klunzig om dat te bestempelen als “een politiek getint “fantasietje”. Het is op zich zelfs een gegeven dat taalhistorisch aandacht verdient.
Trouwens, waarom zouden geen moderne exoniemen kunnen opduiken en worden geregistreerd? Waarom zijn zelfs de vanouds gangbare te weren? We mogen wel naar Parijs gaan maar niet naar Rijsel of Robeke. Dat is “nostalgisch flamingantisme”… En dan?
We mogen ons ook niet vergissen in de uitspraak. Het moet “Roubaix” zijn en “Lill’” op zijn Frans…
Wij laten ons taalgebruik niet determineren door apodictische stellingen die “Robeke” niet aanvaarden en “Robaais” zelfs alleen in persoonsnamen als “historische vorm”. En die met veel ambitie voor oppergezag besluiten, zoals in het besproken artikel: “Vandaag wordt de stad alleen met zijn (sic!) Franse vorm ROUBAIX genoemd, en ook uitgesproken “ru’bè”. Het kan niet mogen.
Redactioneel
toemaatje: onderstaand fragment uit de studie van Dr.
Denise Poulet – prof. em. in Picardische dialectologie aan de
universiteit
Lille III – (waarin respectievelijk Robecq (Av) en Roubaix (Li)
vernoemd
worden) leek ons aangewezen bij wijze van voorlopig besluit bij het
dispuut. Wij citeren zonder commentaar:
Noms
en -becque
et en -baix, de baki, le ruisseau.
Le
sufflxe -baki se présente en terre flamande sous la forme -becque,
terme encore bien connu régionalement pour désigner un petit cours
d’eau. Baki
a pu rester intact jusqu’au VIIIe siècle, date limite de l’action
de
l’umlaut germanique qui change a>é,
d’ou la forme -beke, ou -becque.
Mais -baki est présent, même dans ces régions. après avoir
subi la
palatalisation de k devant i au
Ve siècle, d’où la forme -bais, écrite
généra1emen -baix.
Bambecque (Du), situé sur
Fleurbaix (Bt) < Florbais (1024), flor,
champ; Marbaix (Av) < Marbasio (1151), mari,
mare;
Roubaix (Li) < Rusbaci (IXe
siècle), rausa, roseau; Wambaix (Ca), wana, insuffisant.
______________
De afkortingen verwijzen naar de arrondissementen: (Du): Duinkerke; (Li): Rijsel; (Bt): Bethune; (Av): Avesnes; (Ca): Calais/Kales.
Bron: Dr. Denise Poulet, Noms
de
lieux
du Nord –
Pas-de-Calais, Editions Bonneton, Paris, 1997, p.
67.
Het Huis van het Nederlands te Belle is tien jaar jong
Het “Huis van het
Nederlands / Maison du Néerlandais” te
Belle
(Bailleul) viert deze lente zijn tienjarig bestaan. Hier volgt een
greep uit
het programma:
Film
“Bienvenue chez les
Ch’tis”
In
september 2008 bekeek ik deze film in Belle (Bailleul)
in Zuid-Vlaanderen, uiteraard zonder ondertiteling in het Nederlands.
Een paar
weken later kon ik hem in Rotterdam zien met ondertiteling. De film
speelt zich
af in het Frans-Vlaamse Sint-Winoksbergen (Bergues Saint-Winoc). Een
manager
bij de Franse posterijen wordt overgeplaatst naar het ‘barre’ noorden.
Daar
spreken ze volgens de film een raar soort Frans met onverstaanbare
woorden. Het
Picardisch wordt overigens niet gespreken in de Frans-Vlaamse Westhoek
maar in
Waals- of Picardisch-Vlaanderen. De film is er een van het genre van
Louis de
Funès. Veel komische situaties dus.
De film
is nu ook op DVD verkrijgbaar. Wellicht komt hij
later ook uit via digitale bestelkanalen en weer later gewoon op de
televisie.
Op internet is uitgebreide informatie te vinden over de film.
Nederlands
en/of Vlaams?
Een
recente ontwikkeling in de Zuid-Vlaamse Westhoek is dat
er naast cursussen Nederlands door het Komitee voor Frans-Vlaanderen
(KFV) ook
cursussen Vlaams worden gegeven door de Akademie voor Nuuze Vlaemsche
Taele
(ANVT)/Institut de
www.kfv-fransvlaanderen.org - www.anvt.org
- http://grammaire.flamande.free.fr
Museum Slag aan de Pene
In
september 2008 bezocht ik dit in 2007 geopende museum
dat gelegen is tussen het gemeentehuis en de kerk van Noordpene. Een
groot
parkeerterrein biedt voldoende parkeerplaatsen.
Een
vriendelijke jongeman leidde mij in uitstekend
Nederlands door de tentoonstellingsruimte en gaf voldoende informatie.
Een
audiovisuele voorstelling schetste de Europese verhoudingen voorafgaand
aan de
Slag aan de Pene op 11 april 1677. Het eerste deel van het museum gaat
vooral
in op de politieke geschiedenis en het tweede deel van het museum gaat
vooral
in op het dagelijks leven in de streek.
Bezoekers
moeten rekening houden met 2 tot 3 uur om de
zaken goed te bekijken. Het museum is dan ook echt een parel voor de
streek. Méér info:
Maison
de
I:
www.noordpeene.com
Historismus
und kulturelle
Identität im Raum Rhein-Maas
Historism and Cultural Identy in the Rhine-Meuse Region
Deze rijk geïllustreerde verzamelband onderneemt voor het eerst een poging, de Rijn-Maas ruimte in haar culturele en confessionele eigenheid vanuit het perspectief van de ‘lange’ 19e eeuw tussen de Franse Revolutie en de Eerste Wereldoorlog te omschrijven. De door het katholicisme gedomineerde indentiteit van dit Europees kerngebied staat, in een veelheid van aandachtspunten in het middelpunt van elk van de zeventien gebundelde bijdragen. Het boek is tweetalig in de zin dat sommige bijdragen in het Engels en andere in het Duits gepresenteerd worden.
Een bijzondere plaats wordt daarbij ingeruimd voor het fenomeen ‘historisme’, zowel als stijlgeschiedkundig verzamelbegrip voor de retrospectieve kunst- en de architectuurstijl van de 19e en vroege 20e eeuw, maar evenzeer als geestelijk- en ideeëngeschiedkundige afbakening, die als schakel dient tussen de vier te onderscheiden secties van de verzamelband.
De “inventie van de traditie” als opgave van de geschiedschrijving, maar ook de projectie van het verleden in de eigen tijd, voltrok zich precies in de randgebieden die de Duits-Nederlands-Belgische grensstreek vormen en raakte vervlochten met het ontstaan van de respectieve nationale staten, maar evenzeer met de grensoverschrijdende specifieke regionale eigenheid en het voor die regio typerende gemeenschappelijke culurele erfgoed van deze vanouds Nederlandse territoria.
De onderscheiden secties behandelen respectievelijk de maatschappelijke en kerkhistorische context, de organisatiestructuren van de kerkelijke kunst, de kunstcentra en de ‘Grenzgänger” of m.a.w., de interregionale uitwisseling in theorie en praktijk.
Een en ander hiervoor bij wijze van signalement en eerste kennismaking. In ons jaarboek De Nederlanden ‘extra muros’ zal meer uitgebreid aandacht besteed worden aan deze belangrijke uitgave.
_________________
N.a.v. Wolfgang Cortjaens, Jan de Maeyer en Tom Verschaffelt (eds.), Historism and Cultural Identity in the Rhine-Meuse Region – Historismus und kulturelle Identität im Raum Rhein-Maas. De uitgave is rijk geïllustreerde (240 ill.), telt 432 pagina’s albumformaat, geb. Uitgegeven door de Universitaire Pers, Minder-broedersstraat 4, b. 5602, 3000 Leuven. ISBN 978 90 5867 666 5, prijs 79,50 €.
Ditmaal valt het "Laatste Woord" wat bondiger uit. Het is
niet
omdat er geen nieuws te rapen valt, welintegendeel, maar er is wat
plaatsgebrek
en een deel van onze informatie wordt naar het volgende nummer
verschoven.
Wel kunnen wij u melden dat het "Huis van het
Nederlands" te Belle
zijn tiende verjaardag viert. In een volgende Nieuwsbrief
blikken wij terug op Tien Jaar "Maison du
Néerlandais". Elders in dit blad vindt u de programmatie van de
manifestaties bij deze tiende verjaardag. Het zal de moeite lonen!
Vergeet alvast 6
juni 2009 niet. Dan
staat onze studie-uitstap in het
teken van de Waalse
Nederlanden in het voetspoor van Calvijn, die 500 jaar
geleden
te Noyon in Picardië werd geboren. Zie ook elders in dit nummer.
De reis naar het
Balticum zijn we niet
vergeten. De wereldcrisis vertraagt
enigszins de organisatie hiervan. We kunnen u wel de meerdaagse reis
van 8 tot
en met 15 augustus 2009 aanprijzen naar d Fläming ,
een bijzonder
boeiende regio, die onze Stichting Zannekin reeds een vijftal jaar
geleden bezocht. Dit jaar wordt de tocht
herdacht, die Vlamingen én
Nederlanders 850 jaar geleden ondernamen van de Lage Landen bij de
Noordzee
naar dit gebied ten zuiden van Berlijn. Alle informatie hieromtrent
vindt u op:http://www.vlaamsevrouwen.org/agenda/Reis2009.html
of telefonisch op
het nummer 00 32 485 63 02 27.
Eerlang verschijnt ons 31e jaarboek. In
deze Nieuwsbrief
leest u alvast een breder inhoudsoverzicht. U kunt het
jaarboek omtrent medio mei in de brievenbs verwachten.
Veel leesgenot!
voorzitter stichting Zannekin
"De Zavelberg" Edouard
Michielsstraat 51
B - 1180 UKKEL / Brussel
Tel.
00 32 485 63 02 27