verklarende woordenlijst |
aandachtspunt |
| Een (extern
of intern) verbeterpunt dat NIET op een projectmatige wijze wordt aangepakt.
Het opstellen van een actieplan wordt hier meer dan aanbevolen. De maatregelen en/of activiteiten in het actieplan betreffen voornamelijk de basisfuncties maar ook het management en de bedrijfsvoering. |
actieplan |
Een beschrijving
op operationeel niveau van een verbeterpunt. Per prioriteit en bijzonder
aandachtspunt dient dit volgende onderdelen te bevatten: inleiding,
probleemstelling, doelgroep, partners, oorzaken en SMART-doelstellingen,
kritieke succesfactoren, gedetailleerd verloop, meetplan en goedkeuring
door de zonale veiligheidsraad.
Zie ook ‘project’ |
activiteiten |
| Maatregelen onder de vorm
van handelingen die door een organisatie worden uitgevoerd om bepaalde
prestaties te leveren. Synoniem voor 'Throughput' |
argumantatiemodel |
Een argumentatiemodel
is voor de zonale veiligheidsraad tegelijk een hulp om beslissingen
te nemen en een beargumenteerde synthese van haar beleidsbeslissingen.
|
audit |
| Systematisch,
onafhankelijk en gedocumenteerd proces om de integrale bedrijfsvoering
of de resultaten van een organisatie, of van een deel ervan, te toetsen
aan vooraf bepaalde criteria. De intentie van een audit is om zwakheden en fouten aan te geven om de activiteiten te verbeteren en herhaling van de zwakheden te voorkomen. |
basisfuncties |
| Functies zijn pakketten van
taken en activiteiten, die in één of meerdere processen
tot waardetoevoeging moeten leiden. Deze taken zijn ondergebracht in
(verticale) ‘afdelingen’ die zich richten op een bepaalde
groep dienstenafnemers/klanten, op een bepaalde deskundigheid of op
een geografische indeling. Ze zijn dus niet te verwarren met (horizontale werk- of bedrijfs-) processen. Binnen de Belgische politie werd geopteerd voor zes basisfuncties: onthaal, wijkwerking, lokale recherche, interventie, slachtofferbejegening en openbare orde. |
belanghebbenden |
Personen of groepen die
een belang hebben bij de prestaties of het succes van het politiekorps.
Elk van deze belanghebbenden vindt zijn plaats in de resultaatgebieden van de organisatieontwikkelingsmodellen EFQM/INK/CAF (klant en leveranciers, medewerkers, maatschappij, bestuur en financiers). |
beleid |
| Het leiden van een organisatie
vanuit de algemeen aanvaarde visie en missie. Beleid expliciteert de keuze van doelstellingen die de organisatie via een strategie implementeert en op haar resultaten evalueert. |
beleidsmedewerker |
Een beleidsmedewerker is
degene die de korpschef ondersteunt bij het voorbereiden, uitvoeren,
opvolgen, bijsturen en/of verankeren van het beleid, vooral met het
oog op een integrale bedrijfsvoering.
|
beleidsprocessen |
| Zie besturingsprocessen |
benchmark |
| Goed voorbeeld, goede praktijk, dat voor een bepaald aspect als standaard en vergelijkingsbasis gekozen wordt in functie van kwaliteitsverbetering. |
benchmarking |
| Het gebruik van systematische
methoden om het eigen korps te vergelijken met andere gelijkaardige
korpsen (of zelfs met andere (non-) profitorganisaties op het vlak van
resultaten EN processen. De bij de andere organisaties gedetecteerde ‘goede praktijken’ kunnen vervolgens in het eigen korps worden geïntroduceerd om de eigen werking (sneller) te verbeteren. Dezelfde methode kan ook intern het eigen korps worden gehanteerd om b.v. functies, districten, afdelingen, posten, … onderling te vergelijken. |
bestpractices |
| Zie ‘goede praktijken’ |
besturing |
| Elke vorm van gerichte beïnvloeding door de leiding van een organisatie, om de organisatie in de gewenste richting te leiden en te doen bewegen. |
besturingsprocessen |
| Dit zijn processen die tot
doel hebben het gekozen beleid te doen uitvoeren door middel van plannen,
opvolgen, evalueren, bijsturen en verankeren. Voorbeelden kunnen zijn: het beleidsproces (opstellen van het zonale veiligheidsplan), het beheerscontroleproces, het communicatieproces, … |
bestuurlijke politie |
| De handhaving van de openbare orde, met inbegrip van de naleving van de politiewetten en verordeningen, de voorkoming en de stopzetting van misdrijven en de bescherming van personen en goederen. |
bevoegdheid |
| Het recht om opdrachten te
geven en beslissingen te nemen over het uitgevoerde werk. Zie ook ‘verantwoordelijkheid’. |
bijsturen |
| Het nemen van corrigerende maatregelen om ervoor te zorgen dat de uitvoering van een plan en de resultaten ervan beter zouden beantwoorden aan de vooropgestelde verwachtingen. |
BSC |
| De Balanced Score Card is
geen strategisch keuzemodel, maar geeft een raamwerk om de eenmaal gekozen
strategie te implementeren. Het is een strategisch informatiemodel met
boordtabellen. Het is een meet- en opvolgingsinstrument in het raam
van de beheerscontrole. Het is een geïntegreerd prestatiemeetsysteem
door de afstemming ervan op de organisatiedoelstellingen en de gekozen
strategie. Er wordt gestreefd naar een evenwicht tussen diverse domeinen, vandaar dat men over een gebalanceerd meetsysteem spreekt. De vier klassieke domeinen van de BSC zijn het financiële luik, de dienstenafnemers/klanten, de interne werking (bedrijfsprocessen) en ten slotte de innovatie en het leervermogen van de organisatie. Voor elk van deze domeinen worden kritieke maatstaven bepaald en periodiek opgevolgd. De BSC is een instrument dat kan worden gebruikt binnen het organisatieontwikkelingsmodel EFQM/INK/CAF. |
CAF |
| Common Assessment Framework.
Organisatieontwikkelingsmodel dat als opstapmodel naar het EFQM Excellence model daarvan werd afgeleid om informatie over openbare besturen te structureren aan de hand van de volgende negen dimensies: leiderschap, strategie en planning, human resources management, partnerships en middelen, management van de processen en de verandering, resultaten bij de klant-burger, resultaten bij het personeel, resultaten in de samenleving en de resultaten op het vlak van de sleutelactiviteiten. |
competenties |
Het geheel aan kennis,
inzichten, vaardigheden, waarden en attitudes die een persoon toepast
om goed te functioneren in zijn functie, dit wil zeggen om de van
hem of haar verwachte resultaten te realiseren.
|
coördineren |
| Coördineren is het met elkaar in overeenstemming brengen van alle activiteiten, voorzieningen en organisatiedelen om het bereiken van vooraf vastgestelde doelen mogelijk te maken. |
delegeren |
| Maakt dat een andere persoon het recht en het vermogen krijgt om te handelen, door toewijzing van taken naar medewerkers, door toestemming (bevoegdheid) te geven om actie te nemen en door een verplichting (verantwoordelijkheid) vast te leggen voor medewerkers ten behoeve van tevreden stellende werkuitvoering. |
dienstenafnemers |
| Dienstenafnemers zijn die
personen die diensten afnemen van het politiekorps in rechtstreeks contact
met een politieman – of vrouw. Het kan gaan over slachtoffers, mensen die advies of informatie komen vragen, verdachten, mensen die klacht of aangifte komen doen, mensen die bekeurd worden, deelnemers aan een manifestatie, … |
directe gegevens |
| Directe gegevens zijn alle gegevens die rechtstreeks aan de interne of externe belanghebbenden worden gevraagd. |
doelmatigheid |
| Zie efficiëntie |
doelstelling |
| Een doelstelling is de beschrijving
van de gewenste toestand waarin het korps wil terecht komen in de toekomst,
uitgedrukt in concreet te bereiken resultaten, die te meten zijn met
de bijbehorende indicatoren of maatstaven. Doelstellingen worden SMART (Specifiek, Meetbaar, Aanvaardbaar, Realistisch en Tijdsgebonden) geformuleerd. Doelstellingen worden ook wel targets of contractafspraken genoemd. |
doeltreffendheid |
Zie effectiviteit |
effectindicatoren |
| Zie outcome-indicatoren |
effectiviteit |
| De relatie tussen de prestaties
of de activiteiten enerzijds en de resultaten, zoals vooropgesteld in
de strategische doelen, de tactische en/of operationele doelstellingen,
anderzijds of met andere woorden: ‘de goede dingen doen’. Synoniem van ‘doeltreffendheid’ |
efficiëntie |
| De verhouding tussen de prestaties
of de activiteiten enerzijds en de hiervoor ingezette middelen en mensen
anderzijds of met andere woorden: ‘de dingen goed doen’. Synoniem van ‘doelmatigheid’ |
EFQM |
| Organisatieontwikkelingsmodel dat eind jaren ’80 door de European Foundation for Quality Management werd ontwikkeld en dat informatie over organisaties structureert aan de hand van de volgende negen dimensies: Leadership, Strategy and Policy, People, Partnerschips and resources, Processes, Customer Results, People Results, Society Results, Key Performance Results. |
empowerment |
Empowerment of 'bekwame betrokkenheid' is een vorm van zelfsturing, hetzij door medewerkers van een organisatie onderling, hetzij door medewerkers in samenwerking met dienstenafnemers, partners, … en waarbij:
|
evaluatiegesprek |
| Gesprek tussen een medewerker en zijn chef waarbij het functioneren van de medewerker beoordeeld en gewaardeerd wordt. Tijdens het gesprek worden een aantal organisatie-, functie- en taakgerichte criteria getoetst. |
functie |
| Een coherent geheel van verantwoordelijkheden en bevoegdheden. |
functioneringsgesprek |
| Een regelmatig terugkerend gesprek tussen een medewerker en zijn chef dat de begeleiding van de medewerker naar een optimale uitoefening van zijn functie beoogt. Het gesprek behandelt onder meer de werkplanning en de -uitvoering, de werkomstandigheden en structurele problemen in het werk. |
gerechtelijke politie |
| De misdaden, de wanbedrijven en de overtredingen opsporen, de bewijzen ervan verzamelen, daarvan kennis geven aan de gerechtelijke overheden, de daders ervan vatten, aanhouden en terbeschikking stellen van de bevoegde overheid, op de wijze en in de vormen bepaald door de wet. |
goede praktijk of best practices |
| (Vernieuwend of innoverend)
idee, werkwijze, aanpak, methode of benadering dat in een korps werd
toegepast in één of meerdere van de aandachtsgebieden
van EFQM/INK/CAF en heeft bewezen tot goede resultaten te leiden in
één of meerdere resultaatgebieden van EFQM/INK/CAF. Om de nutteloze discussie te vermijden hoe goed een bepaalde (bedrijfs-)praktijk wel is, wordt de term ‘goede praktijk’ verkozen boven ‘beste praktijk’. Benchmarking wordt toegepast om ‘goede praktijken’ te identificeren. |
indicator |
| Een meeteenheid die onrechtstreeks
een benadering geeft van een bepaalde grootheid. Zie prestatieindicator |
indirecte gegevens |
| Indirecte gegevens zijn alle gegevens die binnen de politieorganisatie of bij partners van de politie geregistreerd zijn of kunnen worden. |
informatie |
| Systematisch verzamelde, vastgelegde en verwerkte gegevens ten behoeve van de besturing, de werkprocessen en de af te leggen verantwoordingen. |
informatiebeheer |
| Het systematisch verzamelen, verwerken, toegankelijk maken en gebruiken van relevante beleidsinformatie met betrekking tot input-, throughput- en outputfactoren |
INK-managementmodel |
| Organisatieontwikkelingsmodel dat begin jaren ’90 ontwikkeld werd door het Instituut Nederlandse Kwaliteit als afgeleide van het EFQMExcellence Model en dat informatie over organisaties (profit, non-profit, KMO’s, …) structureert aan de hand van de volgende negen dimensies: leiderschap, strategie en beleid, management van medewerkers, management van middelen, management van processen, klanten en leveranciers, medewerkers, maatschappij en bestuur en financiers, en deze informatie kadert in vijf groeifasen van een organisatie: kwaliteit op de werkplek, beheersing van de primaire processen, kwaliteit van de organisatie als samenhangend geheel, samenwerking in de keten en tot slot, transformatievermogen.. |
inputindicatoren |
| Indicatoren over de beschikbare medewerkers, investeringsmiddelen, informatie, beschikbare materiële middelen, … |
integrale bedrijfsvoering |
Het voortdurend en gelijktijdig aandacht schenken aan:
en de systematische toepassing van de PDCA-cyclus, met aandacht voor het verzamelen van eisen en verwachtingen, het plannen van activiteiten, het uitvoeren van activiteiten, het meten en evalueren van activiteiten, het verankeren of het bijstellen van activiteiten. |
intercollegiale toetsing |
| Kwaliteitsdoorlichting die wordt uitgevoerd door personen met eenzelfde en/of gelijkaardige functie en die niet tot het personeelsbestand van het politiekorps behoren. |
interne bedrijfsvoeringsgegevens |
| Interne bedrijfsvoeringsgegevens zijn alle gegevens die betrekking hebben op de geleverde inspanningen en de resultaten van de ondersteunende en besturingsprocessen in de domeinen van leiderschap, strategie en beleid, management van medewerkers, management van middelen en management van processen. |
ISO 9001 |
| Een norm opgesteld door de
International Organization for Standardization. ISO 9001 is een model voor kwaliteitsborging bij het ontwerpen of ontwikkelen, het vervaardigen, het installeren en de nazorg. |
kengetal |
Een verhoudingscijfer, aangemaakt op basis van verschillende indicatoren. |
kernprocessen |
Zie Primaire processen |
klant |
In een enge definitie komt dit begrip overeen met het door ons gehanteerde begrip 'dienstenafnemer'. In een ruime definitie omvat het begrip 'klant' meerdere groepen van belanghebbenden zoals: dienstenafnemers, partners, overheden/opdrachtgevers, de maatschappij of derden, ... |
klantgerichtheid |
Klantgerichtheid is de individuele ingesteldheid die nodig is om, door middel van actief luisteren:
Klantgerichtheid verschilt van klantvriendelijkheid en klantgezwichtheid.
|
kritieke succesfactoren of succesbepalende
factoren |
Factoren of beleidsaccenten
die voor het politiekorps bepalend zijn voor het behalen van de organisatiedoelen
op langere termijn – de strategische doelen – en die verbonden
zijn aan de missie van de organisatie. |
kwaliteit |
Kwaliteit is het voldoen aan de gebalanceerde eisen en verwachtingen van alle betrokken belanghebbenden. |
kwaliteitssysteem |
Een samenhangend geheel van kritieke procesbeschrijvingen met indicatoren, periodieke audits en gerealiseerde verbeteringen. |
leiderschap |
De manier waarop de leiding van de organisatie de koers bepaalt, deze vertaalt naar de dagelijkse werkelijkheid en in steeds wisselende omstandigheden vernieuwt om de overeengekomen strategie en doelstellingen te realiseren. |
lerende organisatie |
Een organisatie waar de
medewerkers voortdurend hun eigen competenties en die van collega's
vergroten om de gewenste resultaten te behalen. |
maatschappij (of derden) |
De ‘maatschappij’
(of 'de derden') kan onderverdeeld worden in ‘belangengroepen’
die belangrijke maatschappelijke thema’s belichten. |
maatstaf |
De omschrijving op korpsniveau
van een onderwerp, de daarbij horende meetschaal en de meetprocedure.
|
management |
De leiding van een organisatie die, via het voorbereiden, coördineren en auditen van de personele en materiële middelen, vooraf vastgestelde doelen en doelstellingen tracht te bereiken. |
manager |
Leidinggevende die richting geeft aan processen, medewerkers en middelen om bepaalde doelstellingen te bereiken. |
medewerkers |
In een enge definitie gaat
het hier over alle personeelsleden in dienst van het korps. In een ruime definitie kan nog verder gegaan worden en de eigenlijke en beperkte groep van medewerkers overschreden worden: de gepensioneerde medewerkers van het korps, de gezinsleden van de medewerkers, de politiemensen van andere politiekorpsen die op het grondgebied van de politiezone wonen, … |
management van medewerkers |
De manier waarop de leiding
van een organisatie haar medewerkers inzet, stimuleert en waardeert
om haar strategie en beleidsdoelstellingen te realiseren. |
management van middelen |
De manier waarop vanuit strategie en beleid middelen worden aangewend om de activiteiten van de organisatie effectief en efficiënt uit te voeren en zeker te stellen dat de middelen daadwerkelijk waarde toevoegen aan de kernactiviteiten van de organisatie. |
missie |
De missie van een organisatie is een relatief statische en bondige omschrijving van de primaire functie(s), de opdracht of de bestaansreden van de organisatie, die weinig of niet evolueert in de loop der jaren. Ze geeft verheldering over:
|
mission statement |
Het geheel van visie, missie
en waarden van een organisatie, neergeschreven in een bondige, klare,
overzichtelijke en aantrekkelijke tekst. |
model |
Een rationele, vereenvoudigde,
abstracte weergave van de werkelijkheid. Een model is een visuele voorstelling van een hele resem achterliggende en gebundelde ideeën en gedachten. |
monitoring |
Zie opvolgen |
motivatie |
De bereidheid van medewerkers om zich in te zetten voor de realisatie van vooropgestelde doelstellingen. |
nazorg |
De aandacht voor de opvang en begeleiding van slachtoffers en de begeleiding en opvolging van daders. |
netwerk |
Een netwerk is een specifieke
vorm van samenwerking tussen meerdere autonome organisaties en/of
sleutelpersonen. |
norm |
Een richtinggevende indicator met een algemeen afgesproken grootheid waarnaar een organisatie zich richt. |
objectieve gegevens |
Objectieve gegevens zijn alle gegevens die zich beperken tot feiten, waarnemingen en vaststellingen, zonder beïnvloed te zijn door individuele gevoelens of vooroordelen, of gegevens die bij een voldoende grote steekproef van een doelgroep bekomen zijn en getoetst zijn aan een aantal relevante criteria. |
objectieve veiligheid |
Het objectieve bestaan van slachtofferschap van misdrijven, rampen en ongevallen en die dus objectief kan gemeten worden. |
ondersteunende processen |
| Zijn gericht op het scheppen
van voorwaarden om de primaire processen mogelijk te maken. We kunnen deze ondersteunende processen onderbrengen in de PIOFAM-functies: personeel, informatisering, organisatie, financiën, administratie en middelen. |
opdrachtgevers |
Zie overheden |
operationeel niveau |
Op operationeel niveau
vinden we de activiteiten die worden verricht met een directe bijdrage
aan de vorming en totstandkoming van producten of diensten zoals die
aan de (interne) klant worden geleverd. |
operationele gegevens |
Operationele gegevens zijn alle gegevens die betrekking hebben op de geleverde inspanningen en de resultaten van het politiewerk in de primaire processen ten voordele van de externe belanghebbenden van het politiewerk. |
opleiding |
Een samenhangend geheel van georganiseerde scholings-, trainings- of vormingsactiviteiten. |
oplossingsstrategie |
Een beschrijving op strategisch
niveau van een verbeterpunt.
|
opvolgen of monitoring |
| Het systematisch registreren
van de beleidsuitvoering en het vergelijken ervan met de vooropgestelde
normen. Dit gebeurt met de bedoeling om, bij niet-overeenstemming van het vastgestelde met het vooropgestelde, de beleidsuitvoering bij te sturen of de normen bij te stellen. Ook wel ‘monitoring’ genoemd. |
organisatieontwikkeling |
De voortdurende inspanningen van een organisatie in al haar aspecten (leiderschap, strategie en beleid, management van medewerkers, van middelen, van processen) om steeds beter te beantwoorden aan de gebalanceerde verwachtingen van al haar belanghebbenden (dienstenafnemers, overheden, partners, maatschappij en medewerkers) en stapsgewijs te groeien en te evolueren van een activiteitgeoriënteerde organisatie naar een hogere groeifase (procesgeorïenteerd, systeemgeoriënteerd, ketengeoriënteerd, transformatiegeoriënteerd). Deze definitie werd door de directie relaties met de lokale politie in het referentiekader organisatieontwikkeling dat op 30 maart 2004 door de ministerraad werd goedgekeurd, als volgt ‘vertaald’: Organisatieontwikkeling is, volgens de filosofie van gemeenschapsgerichte politiezorg en met de zonale veiligheidsplannen als hefboom, het voortdurend leveren van inspanningen door een politiedienst in alle domeinen van organisatie en werking om:
|
organiseren |
Het proces van identificeren, verdelen en groeperen van uit te voeren werk; definiëren van verantwoordelijkheden, delegeren van bevoegdheden en vaststellen wie aan wie rekenschap moet geven, om mensen in staat te stellen zo efficiënt en effectief mogelijk samen te werken bij het bereiken van vooraf vastgestelde doelen. |
outcome- of effectindicatoren |
Indicatoren die het effect van de geleverde diensten of producten meten zoals de evolutie met betrekking tot de criminaliteit, het onveiligheidsgevoel, de klantentevredenheid, … |
output |
| Zie 'prestaties' |
outputindicatoren |
Indicatoren die de geleverde
diensten of producten in termen van volume (aantallen) en de kwaliteit
ervan meten. |
overheden of opdrachtgevers |
Overheden/opdrachtgevers
zijn die personen onder wiens gezag de politie functioneert en door
wie ze wordt 'gefinancierd'. |
overlast |
De aantasting van de leefbaarheid of het leefbaarheidsgevoel door omgevingsfactoren van materiële of personele aard, die mee het onveiligheidsgevoel veroorzaakt. Overlast kan gemeten en gepeild worden. |
partners |
Partners zijn die personen of diensten, buiten de politie, waarmee de politie samenwerkt om haar visie, missie en strategie te realiseren. In eerste instantie bedoelen we de partners in de veiligheidsketen voor prioriteiten betreffende veiligheid en leefbaarheid (op gemeentelijk niveau voor het integrale veiligheidsbeleid, op zonaal niveau voor het zonale veiligheidsplan). Partners kunnen evenzeer worden gevonden om de prioriteiten op het gebied van organisatieontwikkeling te helpen realiseren. |
partnerschap |
Samenwerking tussen twee of meer partners, bekrachtigd in een samenwerkingsovereenkomst, gericht op de gezamenlijke uitvoering van bepaalde activiteiten gedurende een niet noodzakelijk nader bepaalde periode. |
perceptie |
Het beeld dat een individu of groep van de omgeving heeft, gesteund op en gekleurd door eigen ervaringen en waarnemingen. |
performantie |
De mate waarin de gestelde doelstellingen efficiënt en effectief uitgevoerd worden. |
prestatieindicator |
| Om te bepalen of aan de eisen
van een succesbepalende factor wordt voldaan moeten de feitelijke prestaties
worden gemeten. De indicatoren die op organisatieniveau worden gemeten, worden maatstaven genoemd. Op een lager niveau in de organisatie (afdeling of werk- of voortbrengingsproces) spreken we over prestatie-indicatoren. Ook wel performance-indicators (pi’s) genoemd. |
prestatiemeetsysteem |
Een normatief en logisch geheel van methoden en technieken om beter te presteren. Het wordt ook wel gebruikt om de invulling van prestatiemeting in een organisatie te beschrijven. |
prestatiemeting |
Meting en evaluatie van bereikte resultaten. |
prestaties |
Alle diensten (en producten)
die een organisatie levert. |
preventie |
Het geheel van maatregelen dat gericht is op het verwijderen van de directe oorzaken van onveiligheid of op het beperken van de gevolgen van feitelijke inbreuken. |
primaire processen of kernprocessen |
Zijn de samenhangende (waardetoevoegende)
activiteiten om diensten te realiseren voor de dienstenafnemers. |
prioriteit |
Een verbeterpunt dat op
een projectmatige wijze zal worden aangepakt en waarbij het actieplan
door het projectteam zal worden opgesteld tijdens het oorzaakgericht
probleemoplossingsproces. |
management van processen |
De manier waarop de organisatie
vanuit strategie en beleid haar processen identificeert, ontwerpt
en beheerst en waar nodig verbetert of vernieuwt gericht op waardetoevoeging
voor alle belanghebbenden. |
proces (inhet raam van procesbegeleiding) |
Een ‘proces’
is het geheel van een gestroomlijnd aantal opeenvolgende, waardetoevoegende
activiteiten, met een welomschreven resultaat. |
proces (inhet raam van procesmanagement) |
| Processen bestaan uit een
opeenvolgende reeks van waardetoevoegende activiteiten met een input
en een output ten voordele van specifieke groepen dienstenafnemers.
Ze zijn niet te verwarren met functies. In de meeste gevallen lopen
processen dwars doorheen meerdere functies. We spreken ook over ‘werkprocessen’, ‘bedrijfsprocessen’ of ‘voortbrengingsprocessen’. Er kunnen drie soorten processen onderscheiden worden: primaire processen, ondersteunende processen en beleids- en besturingsprocessen. |
procesbegeleider |
Een ‘procesbegeleider’
is een interne of externe deskundige die in een rol van expert, partner
of begeleider omvangrijke en ingewikkelde processen (op het vlak van
organisatieontwikkeling, beleid, kwaliteit, cultuur, …) kan
begeleiden of daarover kan adviseren en daarvoor over de nodige competenties
(kennis, vaardigheden, ingesteldheid en ervaring) beschikt. Een procesbegeleider
kan uiteraard ook projecten methodologisch begeleiden.
|
procesbegeleiding |
Procesbegeleiding is een
hulpmiddel dat in principe wordt beheerd door hen die verantwoordelijk
zijn voor het managen en het leiden van de verdere ontwikkeling van
de politieorganisatie en dat bijdraagt aan het bevorderen van een
lerende organisatie.
|
proceseigenaar |
De persoon die verantwoordelijk
is voor het beheersen van een proces. |
procesindicatoren |
| Dit zijn aanwijzingen die
op te voren bepaalde punten in het proces worden verzameld. Met de indicatoren worden de belangrijkste prestaties van het proces gemeten en wordt de evolutie daarvan in beeld gebracht. Dit zijn indicatoren die een beeld geven van het verloop van de activiteiten zoals doorlooptijden, wachttijden, foutenpercentages, uitvoeringstermijnen, … Soms ook throughputindicatoren genoemd. |
professionalisering |
Voortdurende ontwikkeling van competenties |
project |
Een ‘project’
is een tijdelijke structuur, gebaseerd op een flexibele inzet van
mensen en middelen, die binnen een proces kan worden aangewend om
een deelresultaat van het proces te bereiken. |
projectbegeleider |
Een ‘projectbegeleider’ is diegene die aan de hand van een aantal resultaat- en mensgerichte technieken een project methodologisch kan begeleiden en ondersteunen. |
projectleider |
Een projectleider is de persoon die de eindverantwoordelijkheid draagt over het verloop en het welslagen van een project. Hij stuurt een project inhoudelijk aan in samenspraak met de projectleden en de opdrachtgever. Hij stemt zijn inhoudelijke rol voortdurend af met die van de projectbegeleider. |
rekenschap |
De eis inzake het aan hogere bevoegdheden rapporteren, in hoeverre iemand aan diens verantwoordelijkheden ten aanzien van kwantiteit, kwaliteit, tijd en kosten heeft voldaan. |
reparatiepleisters |
Reparatiepleisters zijn optionele tijdelijke maatregelen van geringe omvang die op een snelle en eenvoudige manier tegen een lage kostprijs kunnen ingevoerd worden om het bestaande probleem in te dijken gedurende de tijd die nodig is om een oorzaakgerichte oplossing voor een probleem uit te werken en te implementeren. Reparatiepleisters worden op een snelle en eenvoudige manier gepland, uitgevoerd, opgevolgd en eventueel bijgestuurd (Plan-Do-Check-Act). |
repressie |
De daadwerkelijke bestrijding en bestraffing van misdrijven door politie en justitie. |
scanning |
De scanning is een stap
in de eerste fase van het beleidsproces, nl de beleidsvoorbereiding.
|
strategie |
De meerjarenaanpak door
het management uitgewerkt om visie en missie te kunnen realiseren.
(3 tot 5 jaar). |
strategie en beleid |
De manier waarop de leiding van de organisatie haar missie en visie implementeert door een heldere, op alle belanghebbenden gerichte strategie, die wordt vertaald in een concreet beleid, plannen, budgetten en processen. |
strategische analyse |
Betreft de competenties die nodig zijn om beleidsrelevante, wetenschappelijk verantwoorde analyses te maken over veiligheidsfenomenen. |
strategische doelen |
Algemene resultaten die door de korpsleiding worden vooropgesteld en die men wil bereiken binnen een termijn van drie tot vijf jaar, rekening houdende met de verwachtingen van de belanghebbenden. |
strategisch niveau |
Vaak lijken strategische
plannen los te staan van de meer concrete uitvoeringsplannen; alsof
ze niets met elkaar te maken hebben. Strategische plannen zijn gericht
op de langere termijn (meestal 3 tot 5 jaar) en meestal vrij algemeen
geformuleerd zonder concrete maatstaven om het resultaat te kunnen
bepalen. |
subjectieve gegevens |
Subjectieve gegevens zijn alle gegevens die een weergave zijn van de mening en de waardering van de interne en externe belanghebbenden van het politiewerk en betrekking hebben op of uitgaan van hun persoonlijke zienswijze. |
subjectieve veiligheid |
Het gevoel van angst om slachtoffer te worden van misdrijven en ongevallen en die kan gepeild worden. |
succesbepalende factoren |
Zie kritieke succesfactoren |
taak |
Een taak is een afgerond
geheel van arbeidsverrichtingen dat door een medewerker wordt uitgevoerd
in het raam van zijn opdracht in de organisatie. |
tactisch niveau |
De besturing op tactisch
niveau is meer op de middellange termijn gericht – meestal 1
tot 3 jaar – met als focus de inrichting van de organisatie,
de inzet van medewerkers, de toewijzing van middelen en het management
van de uitvoeringsprocessen. |
throughput |
Zie 'activiteiten' |
toegevoegde waarde |
De toename in waarde tussen begin (input) en einde (output) van een proces. |
verantwoordelijkheid |
De verplichting om toegewezen taken met een maximum aan praktische effectiviteit en efficiëntie uit te voeren. |
visie |
Een visie is een inspirerend,
uitdagend en dynamisch beeld van de toekomst. |
visitatie |
Letterlijk 'bezoek', maar
meestal gebruikt voor een externe visitatie(commissie), d.w.z. het
bezoek van externe auditors die de kwaliteit van de organisatie zal
beschrijven in sterke en minder sterke punten, waar op de laatstgenoemde
voorstellen of ideeën ter verbetering kunnen aangereikt worden.
|
waarden |
Waarden zijn gemeenschappelijke
overtuigingen die zichtbaar worden in het gedrag van ieder lid van
de organisatie. |
zonaal veiligheidsplan |
| Vierjaarlijks strategisch plan van een lokaal politiekorps. |
zonale veiligheidsraad |
Een raad bestaande uit de burgemeester(s), de procureur des Konings, de korpschef van lokale politie en de bestuurlijke directeurcoördinator, al dan niet aangevuld met experten, waarbinnen een systematisch coördinatieoverleg wordt georganiseerd om het zonale veiligheidsplan uit te werken en te evalueren. |