| regels |
De doelstellingen
zijn SMART geformuleerd, of:
- S
pecifiek: ze moeten aangeven wat er precies wordt gedaan: helder en
duidelijk
- M
eetbaar: ze moeten een norm
aangeven om te kunnen meten of het doel werd gehaald
- A
anvaardbaar en actiegericht: ze moeten worden gedragen door iedereen
zodat het engagement er is om er energiek en met voldoening aan deel
te nemen
- R
ealiseerbaar of realistisch: ze moeten kunnen gehaald
worden, de lat niet te hoog - maar ook niet te laag - leggen en je
moet er vat op hebben. Je moet ze kunnen bereiken met aanvaardbare
inspanningen
- T
ijdsgebonden: ze moeten de termijn vermelden waarop
het gewenste resultaat moet worden bereikt
De
doelstellingen zijn daardoor:
- richtinggevend:
ze geven aan waar je heen wil en wat je van collega’s en medewerkers verlangd
- motiverend:
- het
bereiken van de doelstelling moet belangrijk of zinvol zijn: er
moet ambitie achter schuilen
- je
moet een verband aanvoelen tussen de individuele inspanningen
en het realiseren van de doelstelling
- normerend:
ze zijn een maat voor “hoe goed” het feitelijke gedrag
in overeenstemming is met gewenst gedrag
- een maatstaf
voor verandering: ze wettigen de verandering, zodat ze het veranderen
om te veranderen voorkomen
- een basis
voor alle managementfuncties: plannen, organiseren, handelen, opvolgen, leiding
geven, ... hebben maar zin wanneer ze op doelstellingen kunnen worden
gericht
|