Buitenbeen


Elke week lees ik e-mails waarin jongeren me schrijven dat ze dit of dat meegemaakt hebben en of ik dat niet in een boek kan gebruiken.
Nu doe ik dat zelden. Ik wil mijn eigen weg gaan en ik zou trouwens bijna elke week aan een ander boek moeten beginnen.
Maar toen ik deze e-mail van Leen onder ogen kreeg, moest ik toch nadenken. Zeven jonge mensen die een vriendenclubje vormen, maar die door een handicap toch anders zijn. Wellicht leefden die zeven jongeren op een andere manier dan hun leeftijdsgenoten, moesten zij heel wat dingen op een andere manier ervaren.
Mijn eerste probleem was echter dat ik niet over zeven jongeren kon schrijven. Dan wordt de aandacht van de lezer teveel versnipperd, iemand die het boek leest, leeft dan niet met de personages mee. Nu kenden zes van die jongeren problemen om zich te verplaatsen, dus die konden zich herkennen in de figuur van een meisje in een rolstoel. En dat meisje kon ik in contact brengen met een jongen die geen vingers heeft.

Delphine en Robin denken, voelen en reageren zoals ieder jongere van hun leeftijd. Het zijn geen sukkeltjes, maar toch… soms kunnen ze zich zo kwetsbaar en hulpeloos voelen.
Wat me bij een eerste gesprek meteen opviel is dat iedereen sprak over gepest worden. Ik kon het me niet indenken. Ik dacht gewoon: als je iemand niet pest dan is het toch wel iemand met een handicap.
Ongelooflijk, en toch vertelden ze me allemaal dat het zo is.

En hoe wordt iemand ontdekt die via de computer meisjes wil overtuigen om zich voor een webcam te ontkleden? Ik liep er weken over te piekeren. Zowat alle mogelijke scenario's bedacht ik en verwierp ik weer als niet realistisch.
Tot ik bij de voorbereiding van een boek over straatbenden in Brussel een dagje bij de politie van Molenbeek doorbracht. Toevallig bracht een agent bij de hoofdinspecteur een lijst met telefoonnummers en uitdraaien van e-mails binnen. En de hoofdinspecteur vertelde me dat ze iemand op het spoor waren die een meisje had overtuigd om naakt voor de camera te poseren. Hij vertelde me ook hoe ze die man gevonden hadden en ik dacht: weken heb ik lopen denken en de oplossing wordt me zomaar op een bordje aangereikt.

Wellicht zullen sommigen denken dat het slot van het boek niet realistisch is. Toch heb ik het niet zomaar uit de lucht gegrepen. Toevallig had ik in de krant gelezen over een meisje in een rolstoel dat erin geslaagd was om een professionele fotoshoot te versieren. Dat verhaal zette me aan het denken. Ik ken regisseur Hans Herbots en van hem kon ik wat meer te weten komen over het maken van een film. En toen bleek dat mijn slot een stuk realistischer was dan ik zelf wel dacht.