Een lege brug
Autisme dus. Een onderwerp dat Eric De Witte me influisterde omdat hij een autistische dochter heeft.
Autisme. Ik wist er niet meer van dan de meeste mensen. Niks dus. Of liever dat het iets raar is. Maar wat? Geen flauw idee.
Dus begon ik zoals ik gewoonlijk aan een boek begin: met lezen over het onderwerp. Eric De Witte had me een stapeltje boeken bezorgd en ik begon... pen en papier bij de hand. Dit leverde een beetje inzicht, maar nog veel meer ik-begrijp-er-geen-bal-van-gevoel en ook dikwijls een gevoel van hoe-zit-dat-nu?
Nog meer dan bij mijn andere boeken vond ik het nodig dat ik met mensen in contact kwam die middenin mijn onderwerp staan, in dit geval met mensen die met autisten werken. Gelukkig leerde ik met het schrijven meer en meer mensen kennen. Zo bracht Bart Peeters (Het uur nul) me in contact met Dr. Hans Hellemans, Lutgard kende Ingrid die met autisten werkt en Ingrid werkt samen met Marijke in "De Speling", een tehuis voor autistische jongeren.
En ik moet bekennen: ik wist nog steeds niet wat autisme was. Ik wilde een soort definitie, maar telkens moest ik vaststellen dat autisme zo verscheiden is. Het lijkt alsof er zoveel vormen van autisme bestaan als er autisten zijn.
Zo had ik bv. regelmatig gelezen dat autisten niet aangeraakt willen worden. Kom ik bij Hans en die zegt doodleuk: "O zeker niet allemaal. Ik ken autisten die graag eens stevig vastgenomen willen worden."
Van Kolet Janssens had ik de tekst van een lezing gekregen waarin een autiste over zichzelf sprak. Die werd gek van geluid. Bij Ingrid:"O, we hebben hier soms een feestje en daar wordt nogal stevige muziek gedraaid."
En toen had ik iets van: ja zeg, hoe zit dat nu eigenlijk?
Ik had al de grote lijnen van een verhaal in mijn hoofd en na regelmatig babbelen met Hans, Marijke en Ingrid begon ik het verhaal duchtig bij te schaven.
Oorspronkelijk had ik een verhaal over een jongen en een autistisch meisje. Gewoon een verhaal. Maar ik vond dat dit niet werkte. Het autisme hing er maar een beetje aan. Het meisje reageerde al eens vreemd, keek schuin weg of kreeg al eens een woedeaanval, maar eigenlijk vertelde dat allemaal weinig over autisme.
Ik kreeg het idee om het verhaal te splitsen in twee vertelperspectieven. Sommige dingen die ze beiden meemaken, worden in een later hoofdstuk herhaald, maar dan vanuit de ogen van Paulien. Om al te veel herhalingen te vermijden, komen er ook dingen bij die Siem alleen meemaakt of die Paulien alleen beleeft. Om het voorspelbare te vermijden volgen ook de verschillende perspectieven elkaar niet logisch op. Het is trouwens zo dat in het boek oorspronkelijk de nadruk op Siem ligt, maar later in het verhaal vooral Paulien aan bod komt.
Toen Marijke en Ingrid het manuscript hadden gelezen, moest het terug bewerkt worden. De figuur van Paulien was nog te weinig uitgebalanceerd. Ze vertoonde teveel trekjes van verschillende autisten. Ook zei Ingrid dat een vijftienjarig meisje intussen al heeft geleerd om de woedeaanvallen te beheersen. Niet dat het altijd lukt, maar het gebeurt niet meer zo regelmatig. Ook zaten er soms tegenstrijdigheden in het verhaal. In bv hoofdstuk zoveel reageerde ze verstandiger dan in hoofdstuk zoveel.
Op dat ogenblik zag ik het echt niet goed meer zitten. Wie was Paulien nu? Ik besloot om het meisje te definiëren. Paulien werd vijftien jaar oud met een verstandelijk niveau van het derde-vierde lagere.
Toch vertoont Paulien nog autistische trekjes waarover ingewijden wellicht zullen opmerken dat ze niet bij zo’n meisje passen. Toch vind ik dit geen bezwaar. Ten eerste schrijf ik een jeugdboek, geen medisch handboek (wie ben ik trouwens om dit te doen?), dus denk ik vooral aan een boeiend verhaal. Ten tweede veronderstel ik dat mijn lezers (jongeren dus) weinig of niks over autisme afweten. Hen wil ik verschillende facetten van autisme leren kennen.
Net zoals Het uur nul is Een lege brug een hard verhaal. Met mijn eerste versie had Tom (die de redactie doet) nogal wat problemen. Het was hard, te hard. Ik heb dan de scherpe kantjes een beetje afgerond, maar echt braaf is het nooit geworden. Er worden al genoeg boeken over brave jongeren geschreven, de anderen mogen ook wel eens aan de beurt komen.
Siem is geen watje. Hij weet ook niks van autisme en aanvankelijk wil hij gewoon wat met Paulien rotzooien. Gaandeweg begint hij iets voor haar te voelen, maar loopt zich te pletter op haar autisme.
Zoals reeds gezegd, het was een heel moeilijk boek om te schrijven. Ik ben zelfs een paar maal zinnens geweest om te stoppen en aan iets anders te beginnen. Maar als je al zoveel tijd en energie in het verhaal hebt gestopt, dan stop je zomaar niet.
Het boek werd intussen voor de derde maal herdrukt en verscheen ook in het Duits.