Het uur nul
Waarom ik een onderwerp als aids koos?
Eigenlijk omdat iemand van de uitgeverij vond dat aids een onderwerp was dat me moest liggen.
Ze weten dat ik dergelijke dingen uitspit en dat ik ook alles zonder al te veeel franjes beschrijf.
Toen ik echter stapels papier over aids had gelezen en ik een paar maal met Bart had gesproken, was ik er nog meer van overtuigd dat het boek iets moest worden dat heel wat onwetendheid en taboes in verband met aids moest verhelpen.
Ik denk dat het boek uiteindelijk is geworden wat ik wilde. Een boek dat doet nadenken en dat voor discussies in de klas, op de speelplaats... zorgt. En dan bedoel ik niet dat er enkel over aids gepraat moet worden, maar dat je ook over druggebruik en over jongens-meisjes-relaties kunt babbelen. Door over het boek te praten, zou het gemakkelijker moeten worden om bijvoorbeeld je eigen mening over o.a. sexuele relaties en druggebruik kwijt te kunnen of anderen hun mening daarover te horen.
Ik heb nooit beweerd dat de figuren in het boek ideale jongeren zijn. Helemaal niet. Ik zou niet graag hebben dat mijn kinderen zouden leven zoals Ben, Diana, Tom of Filip. Maar er bestaat nu eenmaal een aantal jongeren dat wel op die manier leeft. Je mag niet vergeten dat in België 10% van de jongeren op hun veertiende al aan sexuele relaties toe zijn. En wie weet steken anderen iets op dat hen eventueel later nog van pas kan komen. Het is tenslotte niet omdat je nu nog niet aan een relatie toe bent, dat dat ook binnen enkele jaren nog zo is. En misschien erinner je je dan nog enkele passagers uit 'Het uur nul'.
Wellicht is het verrrassend dat na 'Blauw is bitter' en 'Een vlieg op de muur' he't verhaal zich ditmaal in België, in het Antwerpse, afspeelt.
Toen ik nadacht over de inhoud van het verhaal, vond ik dat alles heel herkenbaar moest zijn voor jonge mensen. Dus geen verhaal over homo's of een marginaal drugwereldje.
Nee, gewoon een verhaal over een jongen van 16 en een meisje van 14.
Dit wil echter niet zeggen dat het onderwerp drugs niet aan bod mocht komen. We moeten onze kop niet in het zand steken. Drugs ( en zeker softdrugs ) zijn iets waarmee heel wat jongeren rechtstreeks of onrechtstreeks mee te maken hebben.
Misschien zullen ouders geshockeer zijn als ze lezen dat er in 'Het uur nul' vrijuit geschreven wordt hoe je een jointje rolt of hoe je heroïne spuit.
Ik heb getwijfeld of ik dat zo expliciet zou beschrijven. Toch denk ik dat geheimzinnig doen over drugs, het ontdekken ervan nog aanlokkelijker maakt. Tenslotte zal iemand die echt met drugs wil experimenteren ook zonder 'Het uur nul' te weten komen hoe het allemaal in elkaar steekt. Om echter het druggebruik zeker niet te verheerlijken zijn in het verhaal de druggebruikers helemaal geen helden. Integendeel, het zijn zielige verslaafden. Voor hen telt enkel nog drugs en hoe eraan te geraken. Vrienden of normen zijn van geen te meer.
Zo zijn de latere ontmoetingen tussen Filip en Ben niet meer gebaseerd op vriendschap, maar enkel omdat Filip geld wil van zijn (ex)vriend.
Een tweede punt waarmee ouderen het moeilijk zullen hebben, is het ongecamoufleerd schrijven over sex. In 'Het uur nul' zijn de hoofdfiguren geen geslachtsloze engelen.
Zo is bv. het eerste hoofdstuk tamelijk brutaal geschreven. Ik had van een jongen gehoord dat hij een meisje kende dat zich op school in het toilet prostitueerde. Soms overtreft de werkelijkheid de fantasie.
Toen ik hierover begon te schrijven, zat ik in een kanon. Ik had een boek van 14 jaar voor ogen en de scene die in mijn hoofd zat, was nu niet bepaald kuis. Mijn eerste schrijfsels raakten in een knoop. Ik censureerde steeds weer mezelf. En als je meer nadenkt over hetgeen je niet mag schrijven dan hetgeen er op het papier moet komen, dan lukt het gewoon niet. Tot ik op een bepaald ogenblik 'foert !' dacht. Ik besloot het tafereel in het toilet te beschrijven zoals ik het zag, gewoon recht voor de raap. Ook de ontwikkelingen in de seksuele ralatie tussen Ben en Diana besloot ik vrijuit te beschrijven.
Ik zou later in overleg met Tom ( die de redactie van mijn boeken doet ) wel bekijken wat er eventueel aangepast of geschrapt moest worden. Tot mijn stomme verbazing bleek echter dat er niks gewijzigd moest worden.
Hoewel de levensstijl van sommige jonge mensen en het druggebruik uitgebreid aan bod komen, is 'Het uur nul' vooral een boek over aids.
Voor de lezer zal het misschien aanvankelijk niet echt duidelijk zijn. Hij zal het eerste deel wellicht eerder als een liefdesverhaal tussen twee jonge mensen bekijken. Toch zijn er tamelijk vlug aanwijzingen dat Ben seropositief is. Zo is bijvoorbeeld het verliezen van een loopwedstrijd een eerste indicatie dat er iets met Ben aan de hand is. Hij hoest niet enkel omdat hij te veel rookt. Koorts, diarree... eigenlijk allemaal ongemakken die iedereen kunnen overkomen, maar die in dit geval te plots en te veelvuldig voorkomen om onschuldig te zijn.
En dan is er het tweede gedeelte van het boek waarin het duidelijk wordt dat Ben aids heeft. Om eerlijk te zijn, ik zag er ontzettend tegenop om dit stuk te vatten. Ik herinner me nog dat Tom me op een dag belde om ik-weet-niet-meer-wat te vragen. Zoals bij de meeste telefoontjes van de uitgeverij eindigde zo'n gesprek wel met "en hoever sta je met dat boek over aids ? ". Ik weet nog dat ik antwoordde : "Ik heb er geen flauw idee van hoe ik drie, vier hoofdstukken moet schrijven over iemand die bijna niks meer kan uitrichten of het bed moet houden." Een wandelingetje hielp echter om eens rustig alles te overdenken. Ik besloot de aftakeling vanuit Bens ogen te bekijken en ook de reacties van zijn omgeving te beschrijven. Vooral het evolueren van zijn verhouding met Diana moest heel belangrijk worden. Op die manier zou het verhaal niet statisch worden.
Twee mensen hebben me geweldig geholpen met dit boek.
Lud De Witte, politiecommissaris van Stekene, heeft me ingelicht en documentatie bezorgd over drugs.
Bart Peeters van het Middelheimziekenhuis in Antwerpen informeerde me zeer uitgebreid over jongeren en aids. Het was ook nooit een probleem om hem even te bellen wanneer ik klem zat. Ook heeft Bart het manuscript nagevlooid en me op de fouten gewezen.
Ook nu zorgde Marijke Meersman voor de omslag. Heel knap gevonden trouwens. De kleuren vertellen het verhaal. De voorkant is heel idyllisch, romantisch, vol zachte kleuren. Enkel een paar bloeddruppels zorgen voor een dreigend tintje.
Dan de achterflap. Van bloedrood naar inktzwart. Het zonnige van de verliefdheid is overgegaan in ziekte en aftakeling.
Nog een laatste bedenking. In december 1995 was er in de Gentse Vooruit een avond over kinderprostitutie. Ik werd gevraagd om een fragment uit 'Blauw is bitter'. Er was ook een meisje dat over haar leven vertelde. Reeds op jonge leeftijd had ze met een groepje vrienden geëxprerimenteerd met softdrugs. Later had ze zich door sommigen van dat groepje laten meeslepen om harddrugs te proberen. Ze was verslaafd geraakt en ze moest zich prostitueren om de heroïne te kunnen betalen. Ze eindigde haar verhaal met dit eenvoudig zinnetje: "Ik ben Nathalie, ik ben zestien jaar en ik heb aids".
Intussen is het boek aan zijn zesde druk toe en werd het ook in het Deens vertaald.