Mijn lieve vijand


Af en toe komt Wilfried langs. Wilfried heeft zijn hele leven in De Klinge gewoond, het dorp waar ik opgroeide. Hij komt gewoonlijk zomaar een praatje maken. Die keer hadden we het toevallig over de oorlog.
‘Fantastische tijd. De mooiste tijd van mijn leven.’
Ik keek hem verbluft aan. ‘Maar Wilfried, dat meen je toch niet!’
Als ik aan WO II denk dan zie ik concentratiekampen, dode soldaten, mensen die sterven door bombardementen, honger…
‘Toch’, zei hij. ‘Natuurlijk weet ik dat de oorlog voor veel mensen een verschrikking was, maar ik beleefde dat anders. Als je klein bent dan zie je dat anders. Er gebeuren allerlei dingen die best spannend zijn. Dan ben je niet met politiek bezig, je denkt niet aan gevechten… dat lijkt allemaal heel ver weg. Tenslotte is er in het dorp maar een dag gevochten en dat was op het einde van de oorlog. Je mag ook niet vergeten dat het een verschil is tussen een jongen van tien, twaalf jaar in een dorp en een pakweg twintigjarige in een stad. Zo kon ik niet gedwongen worden om in Duitsland te gaan werken.’
Ik kon het nog steeds moeilijk geloven. ‘En de honger dan?’
‘Natuurlijk had je meestal niet zoveel te eten als je wilde en waren er ersatzproducten. Maar in het dorp is er niemand van de honger gestorven. De meeste mensen hadden een moestuin, een varken of een schaap (al dan niet in het ‘zwart’), er werd gesmokkeld en de mensen waren behoorlijk creatief in het hun zoektocht naar pakweg kledij of brandstof. Nee, als kind kijk je er anders tegenaan. Zo werd de school eens twee weken gesloten omdat er geen steenkool was om de lokalen te verwarmen. Nou, dat was geweldig. Veertien dagen extra vakantie op om het ijs te spelen.’
‘En de bezetting? De Duitse soldaten in het dorp?’
‘Dat viel ook best mee. Meestal waren ze heel beleefd en correct. En nogal wat meisjes zagen zo’n proper gewassen, geschoren jonge kerel best wel zitten.’


Ik had ook mijn ouders over de oorlog horen vertellen. Soms leuke, soms minder leuke verhalen. En Jolien De Mayer had een thesis geschreven over ‘De Klinge tijdens de tweede wereldoorlog. Het eindwerk bevatte een schat aan informatie.
Ik had nooit gedacht dat ik ooit een boek zou schrijven dat zicht tijdens de oorlog zou afspelen. Er bestaan al zoveel jeugdboeken die zich tijdens de oorlog afspelen. Maar dit keer zou het een boek zijn met personages die de oorlog op een heel andere manier bekijken. Ik heb gewoon een verhaal geschreven over de oorlog zoals een paar kinderen die in dat dorp meemaakten. Met kleine, grappige anekdotes, maar ook met zijn zielige aspecten.
Gewoon, een andere oorlog.


By the way, Tilleke woont in de straat, in het huis waar ik opgegroeid ben.