Over de auteur
Hoi,
Boeken schrijven?
Het begon allemaal met mijn interesse voor geschiedenis, vooral voor de prehistorie en
Mesopotamië. Na zoveel jaren daarover boeken lezen en dingen opzoeken dacht ik: nou, Dirk,
het is leuk dat je wat over de prehistorie afweet, maar wat doe je daarmee?
In 1987 las ik in de krant een annonce van de John Flanderswedstrijd.
Die wedstrijd wordt elk jaar door de Vlaamse Filmpjes (boekjes van 32 bladzijden die wekelijks verschijnen)
uitgeschreven. Ik dacht: misschien kan ik een verhaal schrijven over Neanderthalers? Nogal wat Neanderthalers leefden in de ijstijd.
En de manier waarop ze die ijstijd overleefden vond ik enorm fascinerend. Over Neanderthalers een boeiend verhaal schrijven kon niet echt moeilijk zijn… dacht ik.
Ik won de John Flanderswedstrijd niet, maar mijn verhaal haalde wel de eindselectie.
Men vroeg me om nog Vlaamse Filmpjes te schrijven en zo is het allemaal begonnen.
En ik droomde: zou het me lukken om eens een boek te schrijven? Gewoon één boek?
Meer hoefde dat niet te zijn, gewoon één boek met mijn naam op de omslag.
Dan kon ik in bibliotheken op zoek gaan naar mijn eigen boek.
Het lukte me om ‘Steen’ te schrijven, (natuurlijk) een verhaal over Neanderthalers.
Later heb ik, samen met iemand van het Gallo Romeins Museum in Tongeren, ‘Steen’ herwerkt.
Het boek kreeg een nieuwe titel (Vuurmeisje) en een nieuwe cover waarop je een dochter van Marc De Bel kunt zien.
Maar in 1990 las ik in het weekblad Knack een artikel over kinderprostitutie en handel in kindhoertjes in Azië. En geloof het of niet, maar ik had nog nooit over kinderprostitutie gehoord. Ik dacht: als ik er nog nooit over gehoord heb, zullen wellicht ook jonge mensen niet weten dat er kinderprostitutie bestaat. Daarom schreef ik ‘Blauw is bitter’.
Toen ik op zoek ging naar informatie om ‘Blauw is bitter’ te kunnen schrijven kwam ik ook bij Myriam Chielens terecht. Haar man is een dokter en ze runden vroeger een medische post in Salvador, Brazilië. Ze vertelde me over straatkinderen die in Brazilië vermoord worden en ze stelde me voor om daarover een boek te schrijven. ‘Een vlieg op de muur’.
Eigenlijk werd toen de lijn getrokken om over die dingen te schrijven.
Terwijl ik oorspronkelijk zinnens was om historische verhalen te schrijven, hebben dat artikel in Knack en de ontmoeting met Myriam me doen kiezen om andere boeken te schrijven.
Boeken waarbij jongeren door de ogen kunnen kijken van jongeren die op een heel andere manier leven, die met heel andere dingen bezig zijn.
Hoewel, soms kittelt de geschiedenismicrobe me nog eens en schrijf ik iets over Napoleon of de kruistochten.
Of schrijf ik zelfs wel iets grappigs (De Sjoekel).
Gewoon om eens wat anders te doen.
Vroeger deed ik behoorlijk wat aan sport, vooral voetbal en volleybal.
Maar het schrijven steelt nogal wat van mijn tijd en ik word ook een dagje ouder.
Nu probeer ik om geregeld wat te joggen.
Op zondagmiddag ga ik in een dorpscafé een pintje drinken.
Daar wordt over alles en nog wat gepraat, behalve over boeken.
En ik houd nog steeds van een stevig stukje rockmuziek.
Ook dit jaar zullen ze me in de weide van Werchter (voor de Nederlanders: de Belgische Pinkpop) kunnen aantreffen en zullen de jongeren daar wellicht denken: is die oude daar nu weer?
Maar ik vind de sfeer en de muziek nog altijd leuk, dus waarom zou ik daar niet zijn?
En nog een anecdote? Wel, op een boekenbeurs ontmoette ik (samen met Anne Provoost en Henri Van Daele) Prins Filip. Nu was er na dat gesprek een chique receptie in de VIP-tent. Door de open deur had het meisje me ontdekt en ze glipte vlug naar binnen om een boek te laten signeren (en dus niet voor een handtekening van Prins Filip). Ik kan je verzekeren dat het prinselijk gezelschap raar opkeek.
En ik eet nog steeds elke dinsdag- en vrijdagochtend een half blokje Zero-chocolade bij mijn boterhammen. Het lijkt misschien raar, maar het is gewoon zo.
Maar zocht je eigenlijk wat meer informatie over mijn boeken?
Klik dan gewoon ‘Boeken’ aan.
Groetjes,
Dirk