Zij en haar
Jarenlang leerde ik meisje volleybal spelen. Meisjes tussen 12 en 15 jaar. Jaren later bleken enkele meisjes lesbisch te zijn. Heel gewone, toffe meisjes, meisjes waarvan ik het helemaal niet verwachtte. En ik vroeg me dingen af zoals: zouden die meisjes toen ook al gemerkt hebben dat ze lesbisch waren? Wanneer voel je dat je eigenlijk op andere meisjes valt? Hoe merkt je dat? Is het iets dat je langzaam begint te beseffen? Of valt er iets voor waardoor je plotseling beseft dat je lesbisch ben?
Mijn oudste zoon is journalist bij het Persagentschap Belga.
Voor die job moet hij regelmatig op reis. Soms gebeurt dat samen met een collega van het Nederlandse Persagentschap ANP.
Na een concert van Elvis Costello in Brussel reden Reinhart en ik terug naar Stekene.
Je praat dan wel eens wat en hij vroeg me met wat ik bezig was.
Ik had ‘Het engelenhuis' achter de rug en ik zei dat ik zinnens was om iets over een lesbisch meisje te schrijven.
Of liever over het kantelmoment tussen het nog niet weten en het uiteindelijk beseffen dat ze lesbisch is.
Reinhart vertelde dat die Nederlandse collega eens een vriend had waarmee hij ontzettend kon opschieten,
die hij geweldig tof vond en waar hij zich altijd goed bij voelde.
Maar die jongen stierf aan een hersenbloeding toen hij dertien jaar was.
De klasgenoten en vrienden hadden natuurlijk verdriet, maar na een tijdje sleet dat verdriet.
Maar bij die collega zat het verdriet dieper en het ging nooit weg.
Toen hij later ontdekte dat hij homosexueel is, heeft hij zich dikwijls afgevraagd of hij toen al verliefd was op die jongen zonder hij het besefte.
Dat verhaal vormde de basis om ‘Zij en haar' te schrijven.
Vooraleer ik aan het boek begon heb ik met heel wat holebijongeren gesproken in Brugge, Antwerpen en Leuven. De reacties bij hun outing waren dikwijls anders. Sommigen hadden ontzettende problemen thuis en in hun omgeving. Een meisje liep thuis weg omdat de spanningen met haar ouders te groot werden. Maar gelukkig werden dan weer andere gewoon aanvaard zoals ze zijn. De reacties waren telkens anders.
Zo had Eve thuis kunnen weglopen, maar ik wilde vooral een positief boek schrijven. Dus heb ik gekozen voor een meisje waarvan de ouders (met de nodige twijfels) het toch aanvaarden.
Een boek heeft ook een klifhanger nodig. Een tweede verhaallijn herinnerde ik me door de babbels in Beernem waar ik over het trucje met de vuilniszakken hoorde. Een derde verhaallijn vond ik gekrabbeld op een muur in het station van Sint-Niklaas.
Het verhaal van de homojongen tijdens de holebifuif, pikte ik op uit een schoolkrantje uit Bergen Op Zoom. Een homojongen outte zich in een leuk artikel waarin het me vooral opviel dat holebi zijn je altijd (zelfs goedbedoeld) een stempel bezorgt. Ik heb met die jongen contact opgenomen om te vragen of ik een en ander in het boek mocht verwerken.
Maar als ik terugkijk, naar pakweg tien, twintig jaar geleden (jaja, ik ben al zo oud) heb ik toch het gevoel dat de stempel stilaan vager wordt.
Toch merk ik dat er nog veel onwetendheid bestaat.
Ik krijg regelmatig e-mails waarin jongeren me vragen wanneer er nog eens een boek verschijnt of met wat ik bezig ben.
Nu antwoordde ik op een keer dat ik met een boek over een lesbisch meisje bezig was.
Ik kreeg een mailtje terug met : nou, als ik vijftien of zestien ben denk ik niet dat ik ga kiezen om lesbisch te worden.
Ik heb toen geantwoord: je kiest niet of je lesbisch bent, je bent dat gewoon.