terug
muchosa

Muchosa


DE MUCHOSA



In het uniek mooie muziekinstrumentenmuseum in Brussel bevinden zich 3 Muchosa's. Dit zijn doedelzakken die in het Picardisch kultuurgebied van Belgïe en Noord-Frankrijk tot in het begin van de 20e eeuw bespeeld werden. Het zijn de enige exemplaren die teruggevonden werden. Sinds de heropleving van de bourdonmuziek begin 1970 werden in Belgïe veel zgn Muchosa's of Moezelzakken gebouwd. Het feit dat de originele instrumenten enkele kenmerken hadden die ze drastisch van de heden gangbare voorstelling van een “juist spelende”doedelzakschalmei onderscheidden leidde ertoe dat voor de nagebouwde exemplaren veelal gekozen werd voor het akoestisch systeem van de Centraal-Franse doedelzakken. Blijkbaar voldeed de Muchosaschalmei niet aan de gangbare normen, en werd ze dus zonder omhaal “verbeterd”. Daarmee ging echter het origineel karakter ervan verloren. In 2003 begon ik met de reconstructie van het origineel exemplaar met kataloognummer MIM 2701, en dit naar de uitmuntende en zéér gedetailleerde plannen van Olle Geris. Na maanden van vruchteloze pogingen om passende rieten voor de schalmei te maken (er zijn geen originele rieten meer) stond ik op het punt de ''pijp aan Maarten'' te geven. Ik bereikte steeds hetzelfde resultaat: de grondtoon was (véél) te hoog ten opzichte van de rest van de ambitus. Dit leek me op het eerste gezicht normaal, gezien de extreem hoge ligging van het pinkgat. Maar aangezien dit het geval is bij alle drie de Muchosa's en het dus bezwaarlijk om een herhaalde fout van de bouwer(s) kon gaan, besloot ik een kopie op te sturen naar mijn vriend Wout Vanloffeld in Zwitserland, bekend om zijn uitmuntende kwaliteiten als rietenmaker. En ziedaar: na amper twee dagen speelde de schalmei. En ze speelde goed en juist. Wout ontdekte dat het niet nodig was om de ligging van de vingergaten (in casu het pinkgat) aan te passen, zoals veelal bij copieën gebeurde. Hij stelde vast dat de grondtoon, die met een “normaal” riet te hoog is, bij verminderen van de speeldruk ineens begon heen en weer te springen tussen de juiste grondtoon en de bovenliggende kleine sekunde. Hij moest dus het riet quasi dwingen om in de laagste toon te spelen. Dit deed hij op een eenvoudige, maar originele manier, namelijk door het riet aan de basis zó dun te schaven dat het de kleine sekunde niet meer spelen KAN (lichtblauw ingekleurde zone op de tekening). Door deze methode kan men de grondtoon zelfs juist stemmen. Daarbij is het aan te raden om eerder met het zachte gedeelte van het riet te werken door reeds van in het begin niet enkel de harde bast (“vernis”) weg te schaven, maar tevens een flink deel van het onderliggend hout. Daarom is het aangewezen het riet uit te gutsen tot ongeveer 0,9 mm i.p.v. de gebruikelijke 0,6 mm en vervolgens aan de bovenkant in het midden uit te dunnen tot ongeveer 0,6 mm. Dan pas in twee delen snijden.

De rest is uit de tekening af te leiden.