A. Geografisch Schets - De Geschiedenis Van Duffel

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Duffel Toen tot 1900
1. Ligging.2. Naam.3. Bodemverhevenheid.4. Hydrografie.5. Samenstelling Bodem.

1. Ligging.

Duffel is een niet-gefusioneerde Zuidkempense gemeente, gelegen aan de weg van Lier naar Mechelen, in de provincie Antwerpen, arrondissement Mechelen. Zij is de hoofdplaats van het kieskanton Duffel.

Duffel wordt begrensd:
- ten noorden door Kontich (6,5 km), Lint (4,5 km) en Lier (6,5 km);
- ten oosten door Lier en Koningshooikt (9 km);
- ten zuiden door Sint-Katelijne-Waver (4 km);
- ten westen door Rumst (6 km) en Waarloos (4 km).

Duffel ligt op 9 km van Mechelen, 32 km van Brussel en 19 km van Antwerpen.



2. Naam.

De oudste vermelding treffen wij aan in het jaar 1059, waar de naam Duffla wordt gespeld. Later wisselen de vormen Duffle en Duffele onderling af en wel zo, dat Duffle het meest voorkomt vóór 1350, Duffele na 1350. Van 1684 af dragen alle documenten de versie Duffel.

De etymologie* van de naam Duffel verwijst naar de Kelten of de Franken. Deskundigen** beweren, dat de naam Duffel tweeledig is nl. DUFF-LE.

a) DUFF zou volgens hen afgeleid zijn van het Keltische woord DUBRO, wat WATER betekent. Inderdaad in de Brons- en IJzertijd (1600-100 jaar vóór onze tijdrekening) woonden er Kelten bij het wad of doorwaadbare plaats van de Nete. Deze oude Belgen lieten hier zelfs bewijzen van hun aanwezigheid achter in de vorm van een bladvormig bronzen lanspunt en een ijzeren haardketting.

Of komt DUFF van het Frankische TEN (H)UFFEL, wat TEN HEUVEL beduidt. Verwijst deze verklaring naar de twee heuvels, die aan weerszijde van deze doorwaadplaats tegenover elkaar lagen? De ene verhevenheid lag op het einde van de Kwakkelenberg; daar werd eertijds onze eerste kerk (de St.-Mertenskapel) gebouwd. Op de andere heuvel, in Duffel-West, prijkt nu de St.-Martinuskerk.
De eerste Duffelaars kozen waarschijnlijk deze twee natuurlijke verhevenheden, om zichzelf, hun have en goed in veiligheid te brengen bij voortdurende overstromingen.

b) Het tweede lid van de samenstelling, -LE, verwijst naar LO, afgeleid van het Latijnse LOCUS, wat plaats betekent.

DUFFEL betekent dus:
- plaats bij het water of
- plaats op de heuvel.

* Etymologie = leer van de afleiding van woorden
** Prof. CARNOY en F. VAN EYNDE.

3. De bodemverhevenheid.

Opvallende hoogten of laagten vindt men niet op het grondgebied van Duffel. De verhevenheid van de bodem schommelt tussen 3 en 15 meter. De gronden van de oost- en westkant, die het verst van de Nete verwijderd zijn, liggen het hoogste (van 12 tot 15 m). Geleidelijk en zeer regelmatig daalt de bodem van hier af naar het Netedal toe, waar de bodemverhevenheid nog slechts 3 á 4 m bedraagt. Het algemeen uitzicht van onze gemeente is nochtans vlak.

Langs de oostkant bereikt men een gemiddelde hoogte van 8 á 9 m op de afgevoerde Kwakkelenberg, van 9 á 10 m op de Hoogstraat en van 11 m op de Beukheuvel en de Lintseheide, waar een kleine verhevenheid, de Bockel genaamd, 12 m haalt.

Aan de westkant vindt men de hoogste punten nl.15 m bij de grens van Waarloos (brouwerij Maes) en Rumst (Vosberg, 31 á 32 m).

De laagst gelegen gronden treffen wij aan langsheen de Nete. We noemen ze broeken*. Zo ligt het Abroek als laagste plaats van Duffel op 3 m, de andere broeken (Hulsbroek, Voogdijbroek en Perwijsbroek) op 4 m en het Grootbroek te Notmeir op 5 m. Merken wij nog op dat de hoogtelijn van 4 m ter hoogte van het Perwijsbroek een brede curve beschrijft, die diep in de Naalstraat doordringt. Een echte ‘pollepel’!

In de dorpskom, die een gemiddelde hoogte van 5 á 6 m heeft, treffen ons vooral twee verhevenheden nl. de omgeving van de St.Martinuskerk (9 m) en het einde van de Kwakkelenberg (8,5 m).

 TABEL 1: Hoogtemetingen
(aangeduid met muurankers).
Gemeentehuis
begin Mechelsebaan 7
midden Mechelsebaan
viaduct Mechelsebaan
Kapel
Katelijnsesteenweg 162
St.-Martinuskerk
Kerk Mijlstraat
Café Blauwenhoek
Euster 24
Itterbeek 21
Station
Kruisstraat 114
hoek Lelieke
Lintsesteenweg
einde Hoogstraat
midden Hoogstraat
begin Enkelstraat
Beukheuvel
6,183 m
7,531 m
5,146 m
4,657 m
5,460 m
9,146 m
9,540 m
8,261 m
8,210 m
7,418 m
7,298 m
9,210 m
7,630 m
11,220 m
6,960 m
12,719 m
11,453 m
9,867 m
12,347 m

* Broek (ook broeck of brouck) = laag langs de rivieren of beken gelegen, al dan niet ingedijkt grasland, dat 's winters onder water staat. Drassig gebied, moerassig land. Het woord broek komt ook voor in plaats- en streeknamen van laag gelegen of eertijds moerassige gebieden. Een bekend voorbeeld is Brussel, afgeleid van Broeksele. [Zel(e) = cella, sala = woonplaats van een heer, van een meester, van een hoofd.] Andere plaatsnamen zijn Willebroek, Vrijbroek(park).
4. Hydrografie.

De Nete*, juister gezegd de Beneden-Nete, is de enige bevaarbare, natuurlijke waterweg in de gemeente Duffel. De Nete wordt gevormd door de samenvloeiing van de Grote en de Kleine Nete te Lier. De Grote Nete ontspringt te Hechtelt (Limburg), heeft een lengte van 44 km en is bevaarbaar vanaf de versperring van Oosterlo. De Kleine Nete ontspringt te Retie en wordt, buiten Lier om, via het Netekanaal** met de Grote Nete verbonden.

De Beneden-Nete, het gedeelte van Lier tot Rumst, heeft een lengte van 15 km. De samenvloeiing van Nete en Dijle heet de Rupel. Twee baanbruggen, één te Duffel en één te Walem, en een spoorwegbrug te Duffel, verbinden de beide oevers.

Van 1937 tot 1942 werd op de Nete het sluizencomplex van Duffel gebouwd, waardoor een rechtstreekse verbinding ontstond met het Albertkanaal. De Nete splitst Duffel in twee nagenoeg gelijke delen: Duffel-West en Duffel-Oost. Hij doorstroomt onze gemeente van het noord-oosten naar het zuid-westen en mondt te Rumst in de Rupel uit.

Herhaaldelijk heeft de mens getracht om de Netebedding rechter te maken door de meanders te verwijderen. De benaming ‘Oude Nete’ voor weiland (nu woestenij) in het Voogdijbroek (midden-Binnenweg) verraadt nog de vroegere loop van de rivier.

De Nete werd regelmatig uitgebaggerd en verbreed, de dijken versterkt en verhoogd. Aan de provinciale brug bedraagt de waterstand soms 7 m bij vloed en 2,25 m bij ebbe. De rivierbreedte is gemiddeld 65 m en op sommige plaatsen soms 100 m (bv. bij de ‘ijzeren brug’). De nieuwe dijken hebben een kroonbreedte van 4 m en liggen op 4 m boven de beemden, en op 8,2 m boven de zeespiegel.

*Hnita in 726, Nita in 1008, betekent waarschijnlijk de blanke, de glanzende, de heldere. De Nete is bevaarbaar tot 600 ton en vanaf Duffel tot 1350 ton.
**Netekanaal kanaal, dat de Nete vanaf Duffel, om Lier heen, met het Albertkanaal te Pulle verbindt. Het heeft een lengte van 15,5 km en is eveneens bevaarbaar voor schepen tot 1350 ton. Kanaal en Nete vormen een rechtstreekse verbinding tussen Albertkanaal en Rupel en het kanaal van Willebroek.

Heel de gemeente Duffel heeft haar afvoernaar de Nete langs verscheidene waterlopen. Wij behandelen achtereenvolgens deze van de linker-oever, daarna die van de rechteroever, telkens van het oosten naar het westen en dit vóór het graven van de vijf bekkens van de Antwerpse Waterwerken.
De Itterbeek ontspringt op het grenspunt Berlaar, Putte en Beerzel, vloeit doorheen Koningshooikt, waar als grensscheiding tussen Duffel en Koningshooikt de Haagbeek erin uitmondt, die op haar beurt ter hoogte van de Wandelingstraat de Helleveldenloop ontvangt. Een weinig verder loopt de Reymeurterloop erin uit. Deze vertrekt bij de Wandelingstraat, beschrijft een grote winkelhaak en scheidt in haar benedenloop de Euster van Itterbeek af. De Itterbeek kruist vervolgens de Itterbeekstraat en mondde vroeger uit in de Nete op Liers grondgebied. Bij de Itterbeekbrug heeft de snelstromende beek een breedte van 5 m. Door te lage dijken, overstroomde eertijds de omgeving en werden er zelfs broeken gevormd, o.a. het Molenbroek. De vallei van Itterbeek staat ook bekend als beschermde vindplaats van sneeuwklokjes!

De Zijpse Polderloop ontspringt bij de Hoogstraat, ter hoogte van de Straatjesbossen, loopt in noordelijke richting, zwenkt vervolgens naar het westen af en volgt dan de Zijpstraat.

Een weinig ten noorden van deze straat vloeit zij samen met de Potaardeloop - die zelf eerst de Lintseheideloop heeft opgenomen - en samen vormen zij de Galgebeek, die vroeger langs het Hulsbroek de Nete bereikte.

De Lekbeek begint op de Bruggelanden tegen de Enkelstraat. Zij vloeit eerst in de richting van de Poederstraat, zwenkt dan af naar het westen en vervolgens naar het noorden, bereikt de Oude Liersebaan en liep eertijds in rechte lijn door het Voogdijbroek naar de Nete toe.

De Perwijsveldloop ontspringt op het grondgebied van Sint-Katelijne-Waver, ontvangt achtereenvolgens de Schaaruitloop en de Kwakkelenloop, vloeit onder de Mechelsebaan door, het Perwijsbroek in, en splitste zich daar vroeger in de Perwijsveldbeek en de Perwijsbroekloop, die zich in de Nete ontlastten.

In de zuid-westelijke hoek treffen wij tenslotte de Goorbosbeek aan. Deze waterloop - ook Offendonksebeek genoemd - vertrekt in Sint-Katelijne-Waver van een plaats Offendonk geheten en vormt vanuit het kruispunt Naalstraat-Pompeloerenstraat de grens tussen Duffel en Sint-Katelijne-Waver.

In het eerste deel van haar loop vloeit ze parallel met de Nete, van het noord-oosten naar het zuid-westen, slaat achter het Fort van Duffel naar het noorden af, kruist de Mechelsebaan en mondt uit in de Nete. Bij de monding bedraagt de breedte van de waterloop 3 meter.

Heel de noord-westhoek van Duffels rechteroever watert af langs drie beken: de Roetaertloop, die ter hoogte van de Missestraat in de Babbelse- of de Babbelkroonbeek vloeit; de Arkelloop, die in Kontich ontspringt, loopt gedeeltelijk evenwijdig met de Klokkestraat, voedt de hofgrachten van de Roeckxhoeve en loopt uit in de Babbelkroonbeek op de Beunt. Deze laatste ontspringt tegen de grens van Duffel en Kontich op de Keizershoek, vloeit door Kontich en Lint, en maakt vervolgens de grens uit tussen Duffel en Lier. Op de Beunt, op de plaats waar zij de Arkelloop ontvangt, zwenkt zij af naar Lachenen en mondt uit in de Lachenenbeek.

Een weinig ten noorden van de Waarloossteenweg komt de Wouwendonkse beek de gemeente binnen, volgt over een gedeelte van haar loop de bovengenoemde steenweg en de Wouwendonkstraat, slaat plots af naar het zuiden, kruist vervolgens de Rooienbergstraat, ontvangt de Rooienbergloop, bereikt het Rot en de Stationsstraat (waar zij later ingebuisd werd) en vloeit ter hoogte van Ter Elst in de Nete.

De Rumstse Scheibeek of Zevenbunderloop ontspringt te Waarloos en vormt de grens tussen Duffel en Rumst. Nabij de Boshoek neemt zij de Maltaveldenloop op.

Als we nu weten dat de verhevenheid van de bodem, zowel naar het oosten als naar het westen, toeneemt, naargelang men zich meer van het Netedal verwijdert, is het logisch, dat alle waterlopen van onze gemeente naar het Netedal vloeien. Deze vormen dan ook in de laatste honderden meters van hun loop een nagenoeg loodrechte lijn op de Nete.

Naast de hierboven behandelde waterlopen zijn er nog verscheidene beken of grachten in beemden of langs grote wegen, die geen eigen naam bezitten en die wij dus ook onbesproken laten.

NOOT

In 1952 begon de Antwerpse Waterwerken met de aanleg van vijf bezinkbekkens (= 62 ha); hierdoor werden alle waterlopen van de Oostkant opgevangen in ringbeken, die op een drietal plaatsen langs kleine sluizen hun water lozen in de Nete. Hierdoor verdween ook de Leisloot.

5. Samenstelling van de bodem.

Zoals overal elders in onze streken werden de bovenste lagen van de Duffelse grond gevormd door bezinksel van de zee, die herhaaldelijk de huidige Kempen overspoeld heeft. Zo werden in de klei van de vroegere steenbakkerij Ter Elst verscheidene overblijfselen van zeevissen teruggevonden.

In het kwartair tijdperk overspoelde de zee nogmaals het noordelijk deel van België en zette de zanden af, die men nu in Vlaanderen en het westen van de Kempen aantreft. Na deze terugtocht van de zee werd de bodem niet meer gewijzigd, tenzij in de laagste gedeelten door de afzetting van de Nete bij overstromingen: het zijn de alluviale gronden in de verscheiden broeken.

Met uitzondering van enkele onvruchtbare heidegronden (Zandstraat en Lintseheide) werd de oorspronkelijke grondlaag bewerkt tot een vruchtbare bouwlaag. Wat onder deze humuslaag ligt, kunnen wij opmaken uit enkele boringen, die op verscheidene plaatsen zijn gedaan o.a. bij de provinciale brug, op het klooster en bij de aanleg van de nieuwe sluis omtrent de Hellebossen...

Overal bevindt zich een laag van verschillende zanden (meestal grijs-geelachtig kwartszand), die varieert van 1 m tot 5 m dikte. Daaronder ligt een laag grijze klei.

De onderlaag is samengesteld uit Rupeliaan* en Bolderiaan. Bolderiaan treft men aan op de Klokkevelden, te Itterbeek, in de Mijlstraat en op 't Schenkelsgat. Overal elders vindt men Rupeliaan.

*Rupeliaan (van Rupel) = Boomse klei.
Bolderiaan (van Bolderberg in de provincie Limburg) = wit- of geelachtig glauconietvrij zand, wat wij zavel noemen.
Alluvium = Latijns woord voor ‘het aangeslibde’. Noot: de naam van de laag wijst op de plaats, waar de geologische laag, hetzij eerst werd ontdekt, hetzij het best vertegenwoordigd is.

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu