B. Verkeerstinfrastructuur - De Geschiedenis Van Duffel

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Duffel Nu 1900 - 1985
B. VERKEERSINFRASTRUKTUUR.

A. Evolutie van de wegen.1. Provincieweg, ... .2. Belangrijke gemeentewegen, ... .3. Andere gemeentewegen.
B. Nutsvoorzieningen.1. Van gasfabriek tot ...2. Electriciteit.3. Watervoorziening.
4. Verwerking van huisvuil.
 
 
 
C. Communicatiemiddelen.1. Telegrafie.2. Telefonie.3. Radio en T.V.


A. Evolutie van de wegen.

Duffel is geografisch gelegen op de as Brussel-Antwerpen, en in het midden van de verkeersweg Mechelen-Lier. Rekening houdend met de diverse openbare verbindingsmogelijkheden, zowel over de weg, als per spoor en te water, stelt men vast, dat onze gemeente gemakkelijk te bereiken is. Duffel kan immers bogen op een spoorwegstation op de drukste spoorlijn van het land: Antwerpen-Brussel. Vijf regelmatige autobusdiensten doorkruisen onze gemeente. Het Netekanaal verbindt het Albertkanaal via Nete en Rupel met de Schelde, een waterweg die bevaar­baar is voor schepen tot 1300 ton.
Met de nabuursteden Mechelen en Lier houdt Duffel contact via provincieweg nr. 51, en via rijksweg nr.108. Een aantal gemeentewegen van groot verkeer leiden naar de omliggende gemeenten en deelgemeenten. Deze verbindingswegen zijn de volgende:
 
- Hondiuslaan en A. Stocletlaan (richting Walem en Mechelen);
- Standplaats en Kruisstraat (richting Rumst en autoweg E 19 voorheen E 10);
- Rooienberg en Waarloossteenweg (richting Waarloos en Boom);
- Lintsesteenweg en Klokkestraat (richting Lint en Kontich);
- Hoogstraat en Beukheuvel (richting Koningshooikt);
- Katelijnsesteenweg (richting Sint-Katelijne-Waver).

De gunstige ligging van onze gemeenten aan al deze wegen van groot verkeer draagt onmiskenbaar bij tot haar economische bloei, en geeft aan Duffel een ware knoopnutsfunctie.


1. Provincieweg, Rijksweg en baanbrug.

Tussen 1771-1778 werd de Ferrariskaart getekend. Deze geeft een voor die tijd nauwkeurig beeld van het stratenpatroon. De grote lijnen van het huidige wegennet zijn er duidelijk op terug te vinden.
De belangrijkste weg doorheen onze gemeente is de provincieweg van Mechelen naar Lier. Deze weg, die de beide Nete-oevers verbindt, volgde lang niet altijd hetzelfde traject. Tot 1931 liep hij van de Mechelsebaan, over de Kapelstraat, via de Handelsstraat naar de toenmalige houten Netebrug, die de Handelsstraat verbond met de Gemeente­straat. Aldus kwam men op de Grote Markt. Daarna ging het langs de Molenstraat, rechts­af door de Leopoldstraat, naar de Lierse­steenweg. Een bewijs van dit laatste traject lieten de Duitsers achter de zijgevel van de herberg "Netedal", op de hoek van de Kiliaanstraat en de Molenstraat. ' De baanbrug werd in 1830 door het gemeentebestuur, dat het onderhoud te duur vond, overgedragen aan het provinciebestuur, dat een nieuwe houten brug bouwde. Deze was 33,30 meter lang, en kon geopend worden met een draaiende beweging, evenwijdig met het wateroppervlak; dit om doorgang te ver­lenen aan de scheepvaart. De brug werd herbouwd in 1861, uitgenomen de landhoofden in steen, en de gedeelten van de palen onder het laagwaterpeil. Er werd tol geheven tot in 1870. De houten brug was lange tijd het middelpunt van het handelsleven door de aanvoer langs de Nete van stokvis, kolen, mosselen, enz.
Opgejaagd door de vijand staken de terugtrekkende Belgische genietroepen, in september 1914, de brug in brand. Nog tijdens de Eerste Wereldoorlog werd op dezelfde plaats een nieuwe, voorlopige houten brug gelegd, die dienst deed tot in 1933. Toen bouwde het provinciebestuur, 120 meter stroomafwaarts, een metalen brug. Zij had twee zijgeulen, elk van 19 m opening, en overdekt met een vastliggend metalen dek, en een middenvaargeul van 16 m opening, overbrugd door een metalen gedeelte, dat elektro-mechanisch in de hoogte kon bewo­gen worden tussen vier torens. De brug werd gebouwd door Felix FRANKOWSKI en Jeróme DE GRAIDE uit Antwerpen.
Door het verleggen van de brug waren drie nieuwe toegangswegen noodzakelijk. Op de rechteroever kwam een nieuwe straat langs­heen de voorkant van het gemeentehuis. Op de linkeroever werd een nieuwe baan aange­legd, dwars door de Brulbeemden, om de Mechelsebaan te bereiken aan de "Molekens". Doordat de nieuwe straat bijna water­pas lag, was het hoogteverschil tussen de weg en de omliggende beemden gemiddeld 4,5 m. Een derde toegangsweg verbond de Handelsstraat met de nieuwe provincieweg langs de Nete ter hoogte van de brug. In de meidagen van 1940, bij het naderen van de Duitse troepen, werd de brug door de Bel­gische soldaten opgeblazen. Ook nu kwam er een houten noodbrug enkele meters stroomopwaarts. Deze werd door de Duitsers bij hun aftocht gedeeltelijk opgeblazen. Ze werd na enkele maanden hersteld en heeft het uiteindelijk nog elf jaar uitgehouden.
 
Op 1 december 1951 werd ongeveer 50 m stroomafwaarts de huidige betonnen brug ingewijd en opengesteld. Voor de ophopingswerken werd de grond aangevoerd uit de nu nog bestaande visputten aan de Hoogstraat. In Duffel-West kwam de oprit van de brug nu achter het gemeentehuis te liggen, wat de afbraak van drie woningen noodzakelijk maakte. Door de aanleg van de G. Van de Lindenlaan in 1952 werd de Molenstraat en een deel van de Leopoldstraat ontlast van doorgaand verkeer. De gronden tussen de toegangswegen van de metalen en de beton­nen brug werden opgehoogd en omgevormd tot parkjes.
In 1973 verdwenen de bomen langsheen de Mechelsebaan, de kassei werd opgebroken, en de weg verbreedt tot een viervaksasfaltbaan, zoals we deze nu kennen.
Een tweede traject Mechelen-Lier dat van oudsher bestond, ligt volledig op de linkeroever en voert langs de Oude Liersebaan en Itterbeek naar Lier. In 1895 werden deze stra­ten gekasseid. In de loop der jaren verslech­terde de staat van het wegdek en nam het belang van dit traject als tussenstedelijke verbindingsweg gaandeweg af, ook al werd het eerste deel van de Oude Liersebaan (tot aan de Poederstraat) samen met de Voogdijstraat in 1964 geasfalteerd.
Recente ontwikkelingen proberen hierin ver­andering te brengen. Met de aanleg van de Berkhoevelaan in 1973, en de realisatie van de rijksweg nr.108 in 1984-85 is opnieuw een vlotte verbinding Mechelen-Lier mogelijk, waarbij de baanbrug en Duffel-Centrum kunnen ontlast worden. Op 9 april 1985 werd de rijksweg voor het verkeer opengesteld. De kruispunten ter hoogte van de Katelijnse­steenweg en van de Hoogstraat werden van verkeerslichten voorzien.

2. Belangrijke gemeentewegen, die Duffel met omliggende gemeenten verbinden.

In 1846 reeds werd de Stationsstraat doorgetrokken tot aan de grens met Rumst. Ruim honderd jaar later, nl. in 1949, werd deze steenweg gemoderniseerd. De verbinding met de Vosberg zal echter pas zijn werkelijk belang krijgen bij de ingebruikname van de E 19 (voorheen E 10). Om de stroom voertuigen van en naar de Duffelse industriezone uit de kom van Duffel-West te weren, werd in 1971 de Hondiuslaan aangelegd. Hierdoor ontstond ter hoogte van het gemeentehuis een complex verkeersknooppunt. In 1979 werden aldaar Duffels eerste verkeerslichten geplaatst.
Door het aanleggen van de Hondiuslaan gingen, spijtig genoeg, enkele merkwaardige historische bezienswaardigheden verloren, namelijk de poort van de Muggenberghoeve en het burgershuis De Pelikaan, beter gekend als het huis Reypens. Het vijvertje in het Muggenbergpark en het goudleder in het kabinet van de burgemeester is al wat rest van deze schakels met ons verleden.
In 1872 kreeg de steenweg naar Lint een verharding in kasseiwerk. Het werd onze eerste asfaltweg in 1937. Vernieuwings- en verbredingswerken aan de Lintsesteenweg worden in het vooruitzicht gesteld.
In 1958 werd de verbindingsweg met Kontich (Klokkestraat) gemoderniseerd. Omwille van de toenemende verkeersdrukte werd in 1979 het kruispunt aan de Leopoldstraat, Lintsesteenweg, Liersesteenweg en G. Van der Lindenlaan heringericht.
In 1877 werd een kasseiweg naar Sint-Katelijne-Waver aangelegd. Vernieuwd in 1938 werd het onze eerste betonweg (macadam). De Katelijnsesteenweg kreeg zijn huidig uitzicht na aanpassingswerken (verbreding en asfaltering) in 1973. Deze werken waren nodig om het drukke verkeer naar en van de Mechelse Tuinbouwveiling vlotter te laten verlopen. Eveneens in 1877 verwezenlijkte het gemeen­tebestuur een verbinding met Waarloos, en het verder gelegen Reet. De vernieuwing van de Waterloossteenweg dateert van 1961. Hoogstraat, Mijlstraat en Heidestraat werden gekasseid in 1878, op aandringen van Petrus VAN CAMP pionier van de Mijlstraat. In 1880 realiseerde men de verbinding met Konings­hooikt, en het verder gelegen Putte (Beukheuvel). Reeds in 1908 werden de Hoogstraat en de Beukheuvel van een fietspad voorzien. In 1950 rustte men beide wegen van groot verkeer uit met een verharding in beton. Een jaar later kwam er betonwegbedekking in de Mijlstraat en Heidestraat.

3. Andere gemeentewegen.

In de l9de eeuw was de dorpskern op de rechteroever geconcentreerd rond twee gebouwen: de Sint-Martinuskerk en het gemeentehuis op de Grote Markt. Beide waren verbonden door de Kerkstraat (nu deels Kiliaanstraat genoemd). Een derde groeipool ontstond bij de inplanting van het spoorweg­station. De aarden weg van de hoofdkerk naar het station (Statiestraat, nu Stationsstraat) bood een wisselende aanblik, al naargelang het seizoen: stofferig tijdens de zomermaanden, en modderig tijdens de winter en de regenrijke tussenseizoenen. In 1842 werd hij dan ook op 3 m breedte gekasseid. Bij de elektrificatie van het spoornet (1935) werd de vroegere gelijkvloerse spoorweg­overgang met rolbarelen vervangen, enerzijds door een voetgangerstunnel, anderzijds door een viaduct (nu kruispunt Hondiuslaan, Hermansstraat en A. Stocletlaan).
Na de Tweede Wereldoorlog werd de wegeninfrastructuur gevoelig verbeterd. Landbouwwegen werden hersteld en/of verhard: Rechtstraat, Senthout, Enkelstraat, Varestraat, Binnenweg, Zijpstraat, enz. Deze veelal aarde- of kiezelwegen werden gebetonneerd. Tevens kende het gemeentewegennet een aanzienlijke uitbreiding, vanwege de bestendige oprichting van nieuwe woonentiteiten zoals Mouriaubos (1958-60), Beunt (1965) en Veleplas (1984), en door de inplanting van volkswoningen. Vooral hierdoor ontstond op de linkeroever, tussen de invalswegen Oude Liersebaan, Hoogstraat en Katelijnsesteenweg, een echte dorpskern, nl. de wijken Hogevelden (1951-55), Bruggelanden (1957-60­62), Acacialei en Berkhoevelaan (1971-84).

(Het jaartal, waarin de aanleg van de straten van de sociale woningen gebeurde, vind je bij de woningbouw onder hoofdstuk D. Huisvesting.)


Werken in de gemeente Duffel sedert 1936.

1936 aanleg gemeentepark Korenbijter (Handelsstraat)
oprichting kaaimuur
1941 oprichting vrouwenoord
1942 begin aanleg waterleiding
1950 Steenweg Duffel-Putte (Hoogstraat) beton
1951 Steenweg Mijlstraat en Heidestraat
1952 begin openbare elektrische verlichting
1952 Gustaaf Van der Lindenlaan
Straat van O.-L.-Vrouwlaan naar Kapel
1953 J. Reypensstraat, Arkelstraat, Lisstraat, Dr. Jacobsstraat,
De Meesterstraat, Lageweg (deel), Ganzenkoor
1954 Steenweg Notmeir
1955 vernieuwing Rustoord (C.O.O.) tot 1958
1957 herstelling landbouwwegen:
Rechtstraat, Binnenweg, Zijpstraat, Senthout, Enkelstraat, Varestraat
wegenis Bruggelanden, Muggenberg voor Volkswoningen
1958 Aankoop grond Moriaubos
1958 wegenis Wouwendonk, Vlakveld
wegenis Duffel - Kontich (Klokkestraat)
1959 wegenis Kraanstraat
1960 aanleg sportcentrum
1961 wegenis Duffel - Reet (Waarloossteenweg)
1964 wegenis Voogdijstraat en Oude Liersebaan
1965 bouw zwembad (over de jaren '65-'66-'67)
1965 wegenis Rietlei en Kremerslei
wegenis Beunt
1966 aankoop domein "Huileries de la Néte" (De Locht)
bouw zuiveringsstation (gedurende de jaren '66-'67-'68)
1966 wegenis Euster
1968 wegenis Stationsstraat-­Wouwendonkstraat ('68-'69)
1969 wegeniswerken Groenstraat
wegeniswerken Trapstraat
wegeniswerken Veldstraat
1970 aankoop brandweerkazerne
1971 wegenis Missestraat, Roetestraat, Enkelstraat, Hondiuslaan, Berkhoevelaan
asfaltering provinciale baan Mechelen – Duffel
1972 bouw bibliotheek
aankoop domein Bollekens
1973 start kabeltelevisie
herstelling toren Sint-Martinus
aanleg plein G. Van der Lindenlaan 
bouw G.T.I.D. en lagere school-West (van 1971 tot 1974)
1973 verbetering Katelijnsesteenweg
1974 wegenis Norbertijnerlei
wegenis Bosstraat, Franselei herbestrating Molenstraat
verbetering Zwarthoutstraat,
Beekboshoek en Oude Waarloos­steenweg, alsmede Lintseheide en Kleuterstraat
1975 loskade
1975 omlegging Kruisstraat + Stocletlaan
verbetering Walemstraat
bestrating loskade
1976 plaatsing schampstroken op bergen spoorweg; (Klokkestraat, Rechtstraat,Rooienberg)
bijbouwen school Mijlstraat
fietspad
1976 Wegenis Gasstraat
verhardingswerken Oude Liersebaan
1977 bouw nieuwe vleugel van het Rustoord
1977 bestratingswerken Rechtstraat
wegenis en nutsvoorzieningen Zandstraat
verharden zijstraat Klokkestraat
verbindingsweg Lintsestwg.-Veldstr.
         verharding Donderheide (V.V. Duffel)
1978 opening Heemhuis
herinrichting Kapelplein
1978 verbeteringswerken Kraanstraat-Heuvelstraat
1979 uitbreiding Muggenbergpark
aanbrengen verkeerslichten gemeentehuis
aanbrengen columbaria en strooiweide
1979 kruispunt provinciebaan Leopoldstr-Lintsesteenweg
verbeteringswerken Naalstraat-Poederstraat, toegang sporthal
1980 verbetering riolering Stationsstraat
bouw technisch centrum en brandweerkazerne
1980 asfaltbedekking Handelsstr.- Kapelstr.
landbouwwegen faze I (Boecksteinsweg, Dijkstaplei,
zijstraat Oude Liersebaan en Notmeir)
verbeteringswerken Stationsstraat
1981 afbraak hangaars Bollekens
hernieuwen Pastorie Sint-Martinus
1981 landbouwwegen faze II (Bleidenhoek, Halfkousstraat)
landbouwwegen faze III (zijweg en verbindingsweg Waarloossteenweg -Zwarthoutstraat)
1982 parking Gemeentestraat
parking achter Sint-Martinuskerk
conservatie en restauratie kasteel Ter Elst
traplift bibliotheek
verplaatsing standbeeld Kiliaan van kloostertuin naar Muggenbergpark
1982 wegeniswerken Maltahoevelei, Schaaruit, Straatjesbossen
verbeteringswerken Gemeentestraat
verharding Arkelstraat
verharding zijweg Handelsstraat (O.C.M.W.)
landbouwwegen faze IV (zijweg Naalstraat, Lintsesteenweg, Stocletlaan, Hoogstraat)
verharding weg Kasteel Ter Elst + Ter Elstlei
wegenis Rodeweg
verhardingswerken verlengde Norbertijnerlei (naar dijk) en parking technisch centrum
asfaltbedekking De Meesterstraat en Lageweg
1983 rioleringswerken Erpsel, Bruinstraat
1983 landbouwwegen faze V (Rechtestraat, zijweg Naalstraat, Straatjesbossen, Hoogstraat)
wegenis Erpsel, Bruinstraat, Verbrandehoeveweg, Kruisstraat
wegenis wijk Veleplas
landbouwwegen faze VI (oude Klokkestraat, zijweg Hoogstraat, Rechtstraat,
Binnenweg, Zijpstraat, Leeuwerikstraat).

B. Nutsvoorzieningen.

1. Van GASFABRIEK tot I.G.A.O.

De pionier van de (particuliere) gasverlichting in Duffel was Sieur Bernard DE FAUCONVAL, een industrieel. Reeds in 1857 had hij vergunning gekregen om een gasfabriekje op te richten voor de verlichting van zijn distilleerderij en zijn papierfabriek, gelegen op de Locht.
De doorbraak van het gas voor de openbare verlichting kwam pas veel later en wel op 25 september 1906. Op die dag werd het akkoord goedgekeurd tussen de gemeente en de Compagnie générale pour le développe­ment de i'éclairage, le chauffage et la force motrice par le gaz*.
De concessie zou ingaan op 1 januari 1907 voor een periode van 25 jaar.
Er werd een kleine gasfabriek gebouwd op de plaats, waar zich nu de Gasstraat bevindt. Reeds in 1908 liep de zaak mis: talrijke klachten van particulieren vestigden de aandacht van het gemeentebestuur op de nalatigheden van de Cie Générale: onvoldoende gasdruk, gas van slechte kwaliteit, onderbrekingen enz.
Na onderzoek bleek de voornaamste oorzaak van de slechte dienstverlening het gebrek aan personeel te zijn: er waren slechts twee werklieden in de hele fabriek!
De concessie was intussen overgedragen aan de S.A. Le Gaz riche van Brussel. DIGNEFFE, beheerderdirecteur van deze firma, begon met een tegenaanval: hij beklaagde zich bij de gemeente over de sabotage van de openbare verlichting: Beschadigingen aan achttien lantaarns door baldadigheden werden vastgesteld.
Het geruzie tussen de gemeente en de concessiehouder leidde in 1909 tot een nieuwe overdracht, ditmaal aan de Cie nationale d'éclairage van Antwerpen. Een nieuwe concessiehouder leek het aanvankelijk beter te doen: MORAK, een inwoner van Duffel, werd aangesteld als directeur van de Duffelse ex­ploitatie. In 1910 kwam er een nieuwe tariefovereenkomst en vanaf 1911 werden de leidingen doorgetrokken onder de spoorweg door naar de Standplaats toe. Maar tegen het einde van 1911 begon het opnieuw klachten te regenen.
Na juridische touwtrekkerij werd Duffel definitief overgenomen door de Antwerpse I.C.G.A. op 22 juni 1914**.
De prijs van het gas werd volgens een ingewikkelde formule bepaald. De openbare verlichting zou 2 000 uren per jaar branden, volgens een in gezamenlijk overleg bepaalde tabel. De man belast met het aansteken en doven van de openbare verlichting werd door de maatschappij betaald en aangesteld. Als nieuwigheid werden ook de muntjesmeters ingevoerd. Door een muntstuk van 10 centiem in de meter te steken kon men een bepaalde tijd gas gebruiken. Een bediende kwam regelmatig de meter opnemen en ledigen.
Nadat de drukleiding tot Duffel was doorgetrokken, werd er plaatselijk geen gas meer gestookt en werden gashouders nog alleen als regelaars voor de druk tijdens de spitsuren gebruikt. Wanneer later de hoge druk leidingen in gebruik genomen werden, en de bijbehorende automatische spanners, verdwenen ook de gashouders.
Heden is Duffel aangesloten bij I.G.A.O., een gemengde intercommunale, die haar zetel heeft te Antwerpen.

* Algemene Maatschappij voor de ontwikkeling van ver­lichting, verwarming en motorvermogen met gas.
**  Imperial Continental Gas Association.

2. Elektriciteit.

Op gebied van de elektriciteitsproductie en -voorziening, leverde de stad Antwerpen baanbrekend werd. Het was echter vooral de in 1885 te Antwerpen gehouden Wereldtentoonstelling die een ruim publiek voor het eerst in contact bracht met de elektriciteit en de elektrische verlichting. De belangrijkste hal met een oppervlakte van ruim 24 000 m2 baadde volgens ooggetuigen in een zee van licht.
Met de op 8 augustus 1905 gestichte Elektriciteitsmaatschappij der Schelde, maakte de stroombedeling zich los uit het keurslijf, dat haar binnen het grondgebied van de stad Antwerpen hield.
Er werd een nieuwe centrale gebouwd te Merksem, die in oktober 1908 in gebruik werd genomen. Ook hier werd de oorlog spelbreker. Alhoewel het prospectiewerk reeds gebeurde in het begin van 1914, verwierf de Elektriciteitsmaatschappij der Schelde slechts in 1920 twaalf concessies, waaronder die van Duffel, Lier en Lint. Immers met de petroleumschaarste tijdens de oorlog kreeg een ruimer publiek belangstelling voor de elektrische verlichting!
De eerste elektrische luchtlijn kwam van de Grote Steenweg Mechelen-Antwerpen en liep over de Kruisstraat, de Standplaats, de Stationsstraat naar de cabine in de Wouwendonkstraat. In de Kerkstraat en de Kiliaanstraat vinden we de laagste aansluitingsnummers uit 1923. De eerste aansluiting stond op naam van VAN DEN DRIES Frans, Liersesteenweg 15; de negentiende voorzag de firma STEVENS van stroom. De eerste postwachter heette Albert VERBRUGGEN. Rond de jaren 30 was de meeste Duffelse verlichting elektrisch. Voor de straatverlichting bleef dat gas tot het gemeentebestuur in 1952 startte met openbare elektrische verlichting. Tot voor kort heette de intercommunale, die ons elektriciteit leverde INTERANDA, nu EVAG, wat staat voor Elektriciteitsbedeling voor Antwerpse Gemeenten. Alle omliggende gemeenten zijn aangesloten bij INTERCOM. Het aanschaffen van meer elektrische huis­houdtoestellen en zelfs elektrische verwar­ming deed het elektrisch verbruik gevoelig toenemen, zodat EBES, die instaat voor de productie ervan overschakelde op kerncentrales te Doel bij Antwerpen.
Het ondergronds brengen van de luchtleidingen maakte het uitzicht van onze gemeente heel wat esthetischer.

3. Watervoorziening.

Alhoewel onze gemeente de grootse kunstmeren van de A.W.W. op zijn grondgebied bezit, die de Antwerpse agglomeratie van drinkwater voorzien, is Duffel zelf aangesloten bij een andere drinkwatermaatschappij nl. P.I.D.P.A. (= Proviriciale en Intercommunale Drinkwatermaatschappij van de Provincie Antwerpen).
Deze samenwerkende vennootschap wint haar water hoofdzakelijk uit grondwater dat gezuiverd wordt in Grobbendonk. Alhoewel de plannen tot het aanleggen van waterleiding klaar lagen voor de Tweede Wereldoorlog, konden deze maar uitgevoerd worden vanaf 1942. Onze bevolking trad nogal schoorvoetend toe. Ze had immers water uit een "boorput"! Maar door een gepaste voorlichtingscampagne van het gemeentebestuur, dat gezond water levensnoodzakelijk is, lieten vele Duffelaars hun vooroordelen varen.
In 1947 werd in de Leopoldstraat op de mo­lenberg (9,85 m boven de zeespiegel), waar eens de Grote Duffelaar* prijkte, de 33 m hoge watertoren gebouwd.
In 1981 waren 98,5 % van onze woningen voorzien van leidingwater.

* Grote Duffelaar - houten standaardmolen (reeds in 1404 vermeld), die behoorde tot de prelaat van Tongerlo. In 1889 werd de molen verkocht, afgebroken en heropge­bouwd in de wijk Zevenbergen te Ranst, waar hij in 1958 verdween.

4. Verwerking van huisvuil.

Sinds de Franse prefect DE POUBELLE de Parijzenaars in 1884 verplichtte hun vuilnis in een emmer te werpen, is er door onze consumptie- en wegwerpmaatschappij een hele berg afval bijgekomen. Tot 1977 vulde ons huisvuil de kleiput van de vroegere steenbakkerij Ter Elst, die aangekocht was door het klooster. Daarna en tot op heden verhuurde het gemeentebestuur de afvalophaling aan de gespecialiseerde firma JANSSENS uit Lier, die verplicht is te storten op een erkend vuilnisbelt.
De laatste tijd leunt Duffel voor dit probleem aan bij IGEMO, de Intercommunale voor de ontwikkeling van het Gewest Mechelen. OVAM is het overkoepelend, Vlaamse orgaan.

C. Communicatiemiddelen.

Niet alleen mensen, dieren en goederen worden vervoerd, ook de taal wordt overgebracht, over de telefoon, de radio, de TV.

1. Telegrafie.

Reeds sinds 1 september 1850 bestond langs de spoorlijn Brussel-Mechelen-Antwerpen een elektrische telegraaflijn. Op technisch vlak nam België als eerste Europees land het Morsetoestel (PM) in gebruik, waarmee de snelheid tot 18 woorden per minuut werd opgevoerd.

2. Telefonie.

De telefoon, die werd uitgevonden door Alexander GRAHAM BELL in 1876, was reeds een jaar later gereed voor commerciële uitbating. De eerste telefooncentrales, waardoor de abonnees onderling verbonden konden worden, werden in Antwerpen gebouwd in 1880.
 
Voor Antwerpen werd de concessie op 22 september 1883 toegewezen aan de Compagnie Belge du téléphonie Bell. Mechelen had in 1891 slechts 62 abonnees. In een brief van 20 augustus 1886 vroeg de heer VOLKAERTS, directeur van de steenbakkerij "Les deux Néthes", toelating aan het gemeentebestuur om een telefoonlijn te mogen leggen van zijn werkhuizen naar het station. De gemeenteraad gaf toelating, mits er geen schade werd aangericht aan de eigendommen. Hieruit blijkt dat de fabrieksdirecteurs rond het station onze eerste telefoonbezitters waren.

De eerste telefoons hadden geen draaischijf, waarop men de nummers kon kiezen. Nu zijn dat al drukknoppen geworden. Doch bij de eerste toestellen moest men aan een zwengeltje draaien, altijd maar draaien.
Dan rinkelde een bel en kreeg men iemand uit de "centrale" aan de lijn. Men dicteerde dan het gewenste nummer met twee cijfers vb. nummer 57 in Waarloos. Elke abonnee had toen een nummer met twee of hoogstens drie cijfers. Gemakkelijk om te onthouden, doch niet eenvoudig om te bereiken. Het verlangde nummer werd in de centrale genoteerd en dan moest men soms een uur of langer wachten tot men terug opgeroepen werd met de woorden: "Hier komt Waarloos!". In die tijd kon men soms vlugger een boodschap te voet overbrengen dan per telefoon.

3. Radio en TV.

Bij de wet van 14 mei 1930 werd het statuut van een openbare instelling, het Belgisch Nationaal Instituut van Radio-omroep (N.I.R.), vastgelegd.

De eerste radio's bestonden uit een drietal omvangrijke meubels, die samen één geheel vormden en zeer duur waren. Met die primitieve radió's kon men "Hier Brussel N.I.R. " ontvangen en ook de zender "Kerksen" uit Antwerpen, een verre voorloper van onze gewestelijke B.R.T.-2.
"Reporter zeventien" van Hubert VAN DE VIJVER en het Limburgse vrijdagavondprogramma "Geef hem de pint", waren de absolute toppers, op de voet gevolgd door “Avro's bonte dinsdagavond trein”.

De gemeente Duffel is wel één der pioniers geweest inzake radiodistributie voor minder gegoede mensen, die geen echte, dure radio's bezaten. Door privé-initiatief werd op 4 mei 1937 in een woning tegenover ons gemeentehuis een "Radiocentrale" opgericht. Deze centrale pikte een zestal van de meest gebruikelijke zenders op uit Brussel (Vlaams en Frans), Antwerpen, Hilversum... en verdeelde die verder via een bovengrondse kabel langs de Duffelse huizen die 'n eenvoudig ontvangsttoestelletje huurden tegen één frank per dag en daarmee één van de zes "posten" konden ontvangen door aan een knop te draaien. Dankzij de transistoren ver schenen kleinere en goedkopere radio's.

Begin 1982 startten de VRIJE RADIO'S in onze gemeente nl. KILIAAN EN QUINCY RADIO DUFFEL. Deze zorgen voor meer plaatselijke informatie.

De TELEVISIE volgde de radio vanaf 1960, eerst in wit-zwart, later in kleur Meer en meer zendstations vuurden hun programma's op onze antennes af. Op de daken verschenen ware bossen ontvangstantennes. Esthetisch was dat niet! In september 1973 startte de gemengde intercommunale "INTERTEVE", de teledistributiemaatschappij gefinancierd door EBES. De G. Van der Lindenlaan kwam eerst aan de beurt op 12 december. Aanvankelijk kon men met een ontvangstkastje acht Tv-programma’s ontvangen en de FM-band van de radio. Deze nieuwe dienst werd ingehuldigd op 12 oktober 1973. De volgende gemeenten waren toen op hetzelfde televisiedistributienet aangesloten: Aartselaar, Duffel, Edegem, Hove, Kessel, Kontich, Lier, Lint, Lier-Vremde, Waarloos en Borsbeek. De ontvangstpyloon staat op de grens van Lint en Hove. Ondertussen kwamen er meer kanalen bij en sloten meer gemeenten aan.

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu