E. Onze Straatnamen - De Geschiedenis Van Duffel

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Duffel Toen tot 1900
1. Nabuurgemeenten.2. Persoonsnamen.3. Woningen en Gebouwen.
4. Natuurlijke bijzonderheden.4. a. Hoogten en Laagten.4. b. Waters.
4. c. Bossen.5. Diversen.6. Tenslotte.

E. Waar komen onze straatnamen vandaan?

Het is ons niet gelukt een passende verklaring te vinden voor alle Duffelse straatnamen. De door ons gevonden vroegste vermelding van de straatnaam vindt U, waar mogelijk, tussen haakjes aangegeven. Wij hebben de straten ingedeeld in een aantal rubrieken al naar gelang hun namen betrekking hebben op: 1) nabuurgemeenten, 2) persoonsnamen, 3) woningen of gebouwen, 4) natuurlijke bijzonderheden van het terrein. De overige, vaak moeilijk te katalogeren straatnamen, hebben wij ondergebracht in de rubriek diversen.


1. Nabuurgemeenten.

De belangrijkste verkeerswegen worden baan of steenweg genoemd. Zij verbinden ons dorp met de omliggende gemeenten.

- Katelijnsesteenweg: (Katelijnsesteenweg - 1934) (Hoelstraat - 1510)
- Liersesteenweg
- Lintsesteenweg: (Lintschesteenweg - 1844)
- Mechelsebaan: (Mechelse bane - 1660) (Herbaene - 1629)
- Oude Liersebaan: (Oude Liersche baen - 1844) (Heerstrate - 1404) (Lierschen wech - 1562)
- Oude Waarloossteenweg: (Waerloosstraat - 1612)
- Waarloossteenweg
- Walemstraat: (Walemstraat - 1934)

2. Persoonsnamen.

Vele straatnamen herinneren ons aan personen, die een belangrijke rol speelden in de Duffelse geschiedenis, of die zich - op één of ander terrein - verdienstelijk hebben gemaakt.

Arenbergstraat: Gravin Maria Ghislena VAN MERODE huwde te Brussel prins Antoon Frans VAN ARENBERG. De burg (= burcht) Arenberg stond in Duitsland in de streek van Coblenz, op 10 km van Adenau. Gravin Maria Ghislena erfde bij het overlijden van haar vader al de goederen van de MERODES te Duffel. Zo werd dit echtpaar meteen de grootste bezitter van onroerende goederen in onze gemeente. Na hun dood werden de eigendommen verdeeld onder hun vijf kinderen. Na de Eerste Wereldoorlog werden ze door het sekwester openbaar verkocht.

Arkelstraat: (Arckel - 1850)
Duffel hoorde vroeger administratief bij het kwartier Arkel, één van de zeven kwartieren van het markgraafschap Antwerpen. Jan VAN ARKEL was er ooit voogd. Sinds 1850 werd deze naam ook op het kadaster gebruikt als omschrijving voor de omliggende gronden.

Bleidenhoek: (Blienhoeck - 1558)
Misschien is de verklaring te zoeken in een familienaam. (We vonden in de verzameling van de heer RESSELER de namen Jenneken BLIJE - 1549, Gielis BLIJE - 1550). Dus: het gehucht, de streek toebehorend aan de familie BLIJE.
Woordenboeken leren ons hieromtrent het volgende:
a) blijde: 1. lustig - 2. ballista, oorlogswerptuig;
b) hoek: gehucht.
Er zijn echter geen speciale omstandigheden bekend, die één der voorgestelde betekenissen voor het eerste element opdringt, hoewel een fantasienaam als blijde, lustig steeds mogelijk is.

Euster: (den Heester - 1667)
Met Euster bedoelen we veelal meer dan de Eusterstraat. Ook de streek omheen die straat kreeg diezelfde naam toegewezen. Zo vinden we dan ook dat heel wat van de daarom liggende gronden vroeger (1408) in bezit waren van Jan VAN DEN HEESTERE en later van Maarten VAN HEESTERE (1538). Van die eigennaam komen we dan doorheen de jaren via Heester (1667), Eester (1752), Ooster (1850) tot bij Euster (1884).

Guido Gezellelaan:
Naar één van Vlaanderens beroemde dichters (1830-1899).

Hermansstraat:
Deze straatnaam herinnert ons aan de heer Louis HERMANS, die in 1802 eigenaar werd van de gronden naast en achter het kasteeltje Ter Elst. Hij was de grondlegger van de Duffelse steenbakkerij, terwijl zijn broer August HERMANS burgemeester van onze gemeente werd.

Hondiuslaan:
HONDIUS, Hendrik DE HONDT, was een vermaard plaatsnijder, tekenaar, kunstdrukker en mathematicus. Hij werd in Duffel geboren op 9 juni 1573. Duffel vergat hem niet en gaf zijn naam aan de laan, die de verbinding mogelijk maakt van Duffel-Centrum met de E-19 in Rumst.

Dr. Jacobsstraat:
Dr. JACOBS was geneesheer in Duffel. In zijn tijd stonden er acht armzalige woningen vooraan in de huidige Dr. Jacobsstraat (De acht Zaligheden). Dr. JACOBS was eigenaar van deze woningen, vandaar deze straatnaam.

Kiliaanstraat:
De Kiliaanstraat, vroeger Kerkhofstraat, kreeg haar huidige naam in 1882 bij de inhuldiging van het standbeeld van KILIAAN op de Gemeenteplaats (voor het oude gemeentehuis).

Kraanstraat: (Huys Den Craene - 1404)
Hier stond vroeger de Craenhoeve, bewoond door Michiel VAN CRAEN.

Kremerslei: (Creemsche strate - 1538)
Naar de persoonsnaam KRAEMERS, eigenaar van de omliggende velden.

Merodestraat: In de geschiedenis van onze gemeente is er geen familie geweest, die alhier zo lang de heerlijke rechten bezat als de familie VAN MERODE. Inderdaad draaide het beheer van de drie Duffelse heerlijkheden rond een lid van deze familie. Duffel-Voogdij kwam in hun bezit in 1428, Duffel-Perwijs in 1457 en Duffel-Hoogheid in 1558. De drie Duffelse heerlijkheden kwamen in één hand in 1571. Bij de inlijving van België bij de Franse Republiek (1794) werden alle feodale rechten afgeschaft.

Mouriaulaan: Genoemd naar Fernand MOURIAU DE MEULENACKER, Kasteelheer alhier. Het domein van deze familie is in de volksmond beter bekend onder de naam ‘bos van MOURIAU’.

Norbertijnerlei: Verwijst naar onze vroegere ‘witte priester’. Reeds in 1405 verwierf de abt van Tongerlo het Kasteel Ter Elst. Hij liet het inrichten als pastorie. Norbertus (°Gennep 1084 en †Maagdenburg 1134), Duits kloosterling, die de stichter werd van de orde van de Norbertijnen of Premonstratenzers (ook wegens hun kledij Witheren genoemd). De begijntjes, die zich in maart 1652 te Duffel vestigden, namen in 1871 de regel van St. Norbertus aan en werden kloosterlingen. Ze worden daarom Norbertienen genoemd.

Residentie J. Cardijn:
E.H. Jozef CARDIJN (1882-1967) Vlaams priester en sociaal leider, stichter van de Katholieke Arbeidersjeugd (K.A.J.), kardinaal in 1965.

Jos Reypensstraat:
Jos REYPENS woonde in de Kiliaanstraat in het verdwenen herenhuis De Pelicaen. Jos werd reserve-luitenant tijdens de Eerste Wereldoorlog. Na de bevrijding werd hij vrederechter van het kanton Duffel. Hij werd geboren te Duffel op 4 november 1893 en overleed te Brussel in het militair hospitaal op 6 november 1927, op amper 34-jarige leeftijd. Jos was vriendelijk en eenvoudig tegenover iedereen. Oud-Duffelaars, die onder zijn gezag stonden verklaarden: ‘Algoedheid, al behulpzaamheid en liefdadigheid’.

Segershoevestraat (Segershoeve - 1927)
Vroeger werd deze hoeve ‘de hoeve over 't veld’ genoemd. Ze was lange tijd eigendom van de familie SEGERS (Frans SEGERS 1764). In de volksmond spreekt men ook wel over ‘’t fort’.

Stocletlaan: Adolf STOCLET was medestichter en voorzitter van de beheerraad van de Société Industrielle de L’Aluminium S.A., kortweg SIDAL genoemd (1946).

Stormsschranslaan: (De Schrans - 1750)
Hier stond vroeger de Stormsschranshoeve, die in de 17de eeuw volledig heropgebouwd werd, nadat ze door brandstichting door Hollandse soldaten vernield werd (juni 1606) en pachter Peter STORMS omkwam.

Gustaaf Van der Lindenlaan: Gustaaf VAN DER LINDEN werd geboren te Duffel op 27 maart 1881 en overleed er op 22 november 1955. Hij was vele jaren lid van de bestendige deputatie bij het Provinciebestuur en had een lange rij eretitels. Hij was ook voorzitter van vele Duffelse verenigingen.

Wandelingstraat: (Wandelaersstraat - 1645)
Ook hier hebben we te doen met een eigennaam. De voornaamste woning alhier was het huis den Wandelaer, aanvankelijk bewoond door Wouter WANDELAERS.

3. Woningen en gebouwen.

Een kasteel droeg vroeger veelal de naam burg, berg (plaats waar men zich veilig kon bergen) of hof. Andere gebouwen met bijzondere benaming zijn de kapellen, kerken, de oude herenhuizen en de herbergen. Uiteraard zijn er dan ook nog de hoeven, die soms ook nog fort of schans werden genoemd naargelang het al dan niet aanwezig zijn van een versterking.

Batavialei: Deze lei herinnert aan de oude herberg Batavia, die ontstond in de Hollandse tijd van 1815- 1830, toen we met Nederland verbonden waren. De naam Batavia, hoofdstad van Ned. Indië, was dan ook bij ons mondgemeen.

Berkhoevelaan: Berckhoeve palend aan den Appelboom (1645), hoeve aan de Hoogstraat.

Bruinstraat: (Bruyne Straete - 730)
Straat, die vroeger leidde naar de Grote Maltahoeve. Deze hoeve werd immers vroeger Hof ter Bruyne genoemd.

Dijkstaplei: (Dyckstappen - 1563)
Genoemd naar het omwaterde herenhuis Dijkstap. Stap: een stap is een stickel, een slagboom. Het kan ook een paal, grenspaal aanduiden. Beide betekenissen zijn hier mogelijk: de streek, die nu nog Dijkstap genoemd wordt, grenst aan Sint-Katelijne-Waver. Dijkstap is dus: grenspaal of slagboom bij een dijk. Waarschijnlijk wordt hier met dijk een opgehoogde weg door lager gelegen gronden, door goren of moerassen bedoeld. Deze streek lag inderdaad vol goren (slijk, modder, drassige grond, laagland).

Gasstraat: In l906 stond hier een gasfabriek, die Duffel van gas voorzag. Het leveren van gas hield op in 1931. De naam Gasstraat bleef beweerd.

Gemeentestraat: (Gemeentestraat - 1934)
Straat van het gemeentehuis tot aan de Nete. (Vroeger was er ook de (Grote) Markt, de Gemeenteplaats of ‘t plein voor het oude gemeentehuis).

Halfkousweg: (Half Kous Straetje - 1884)
Het ging hier aanvankelijk om een lei tussen de Oude Liersebaan en de Binnenweg. Bij de aansluiting op de Oude Liersebaan stond daar het herenhuis De Halffcaus (1737).

Handelsstraat: (Handelsstraat 1934)
Dit gedeelte van de vroegere Lange Nieuwstraete werd in 1934 omgedoopt tot Handelsstraat. De veelvuldige winkels en herbergen aldaar zullen zeer zeker deze benaming in de hand gewerkt hebben. Deze straat heette reeds in de zestiende eeuw Lange Nieuwstraete, en daarvoor Voort*. Ook de enige door- of overgang van de Nete en de straat, die op de rechteroever in het verlengde liep, droeg deze naam.

*Voort = In Vlaanderen vindt men ontelbare voorten.
Volgens Kiliaan komt dit woord van woede, vadum, voord, wat doorwaadbare plaats, wed betekent.

Hoevelaan: Heel wat hoeven tooiden de landerijen van 't Senthoudt en de Byijnt. Vooral de omwaterde Roeckxhoeve en de hoeve van Chantrain (Kleine Maltahoeve) zijn ons nog bekend.

Kapelstraat: (Kapelstraat - 1934)
Straat bij de kapel, sinds 1948 parochiekerk van O.-L.-Vrouw van Goede Wil. Hier was één der volkse wijken van de gemeente, zoals er meerdere waren. Men noemde de omgeving de Duivelshoek.

Kasteelstraat: (Kasteelstraat - 1934)
Straat, die liep naar het kasteel Wouwendonck gelegen in de Rooienbergstraat.

Kerkstraat: (Kerkstraat - l934)
Hoewel de naamgeving hier overduidelijk is, toch even dit: vroeger heette deze straat de Kerckhofstraete (1404). Na het verdwijnen van het kerkhof aldaar in 1909, werd ook de straatnaam aangepast.

Kievitlaan: Hier bevond zich de hofstee den Kievit (1733), gelegen in het Boschvelt.

Klokkenstraat: (Clockestraet - 1613)
Gelegen op de Klokkenvelden. De daar gelegen klokkenhoeve hoorde vroeger toe aan een baron van Rumst. Op deze hoeve is nog een vlasput.

Maalderijstraat: Een weinig verder langsheen de Mijlstraat kon men terecht voor het malen van granen (bij de ‘meulder’). Niet ver hier vandaan stond de Slijkmolen.

Maltahoevelei: De lei werd genoemd naar de hoeve, die toebehoorde aan de ridders van de Orde van Malta. Deze hoeve is momenteel in het bezit van de familie HELLEMANS.

Molenstraat: (Molenstrate - 1561)
Op de plaats van de huidige watertoren stond vroeger de Molen van Tongerlo of ‘Groote Duffelaer’.

Muggenberg: (Muggenberch - 1346)
Deze straat werd genoemd naar het vroeger kasteel Muggenberg. Aansluitend kregen we dan ook het Muggenbergpark.

Pastoriestraat: Straat, die loopt naar de pastorie. In het Duffels ‘pastorij’.

Roetestraat: (Roetaertstraete - 1653)
Het gaat hier om de straat lopende van het Senthout langsheen ‘het huis ende hof geheten de Roetaerd’ naar Lint. Ook hier kreeg dus de straat de naam van het herenhuis dat zich daar bevond. (N.B. Roetaard is een volksnaam voor onze gaai.)

Spoorweglaan: Laan naast de spoorweg.

Standplaats: Bepalend en van overwegend belang is wel de aanleg van de spoorweg Mechelen - Antwerpen geweest. De eerste trein reed er op 7 mei 1836. Het eerste station lag aan de spoorwegbrug vlak bij de Nete. Daar hielden de treinen halt. Ze hadden er hun standplaats.

Stationsstraat: (IJzerenwegstraet - 1844 - Statiestraat - Stationsstraat)
Deze straat verbindt de kerk van Sint-Martinus met het station, zodat de naam Statiestraat, wat later Stationsstraat werd, voor de hand ligt.

Ter Elstlei: Genoemd naar kasteel Ter Elst. Ook spreekt men hier van het Ter Elst-park.

Veldstraat: Deze straat loopt langsheen ‘de hoeve over ‘t veld’ (= 1645) alias de Segershoeve (zie Segershoevestraat), zodat we kunnen besluiten, dat deze hoeve aan de basis ligt van beide straatnamen.

Verbrandehoeveweg: (Verbrande Stede - 1562)
Verwijst duidelijk naar de hoeve, die zich daar bevond. Nergens wordt vermeld wanneer deze hoeve een eerste maal door brand werd vernield. Vast staat, dat zij een tweede maal afbrandde in 1871, na blikseminslag. De naam verbrande stede of verbrande hoeve is daar altijd blijven bestaan.

4. Natuurlijke bijzonderheden van het terrein.

Natuurlijke bijzonderheden, die een plaats typeren (bodemgesteldheid, begroeiing, waters e.a.) liggen vaak aan de grondslag van straatnamen.

a. Hoogten en laagten.

Beukheuvel: Buecheuvele - 1450)
Straat van de Mijlstraat naar Koningshooikt, aan de rand van het Waverwoud. We bevinden ons daar op een hoogte van ongeveer 11 meter boven de zeespiegel, wat voor onze gemeente al een hele heuvel betekent. Verder weten we ook, dat de beuk welig tierde aan deze kant van het Waverwoud.

Heuvelstraat: (Heuvel straete - 1884)
Deze weg gaf toegang tot de Heuvelbempt (1675), een vroeger weiland in den eester (groot omtrent drye vierendelen). Het weiland werd nu omgewerkt tot bouwland.

Hogevelden: (Hoocht veltlye - 1547)
Weg (vroeger lei) van de aldaar hoog gelegen velden naar de Hoogstraat (nu doorgesneden door de Berkhoevelaan).

Hoogstraat: (Hoochstrate - 1404)
Hier hebben we dan één van de oudste straten van onze gemeente. Ze loopt als een hoge rug van de Kwakkelenberg naar de Beukheuvel.

Neervelden: (Neervelt - 1752)
Weg die liep naar de laag gelegen weilanden op de Zijpse Velden. Neervelden wordt ook gebruikt als kadasternaam voor de laag gelegen velden tegen de Oude Liersebaan.

b. Waters.

Itterbeek: (Itterbecke - 1470)
Genoemd naar de beek.

Leistraat: (het Leyeveldeken - 1660)
Veld, 284 roeden groot, verwijzend naar de rivier de Leie, en de vlaswinning aldaar; bemerkt trouwens de nabijheid van de Vlasputten.

Netelei: (Nethelei - 1934)
Landweg, die naar de Nete loopt.

Veleplas: Velenplas - 1676)
Deze straatnaam kan in twee delen opgesplitst worden: vele en Plas. Vele vindt zijn betekenis in: vale, valu, veluwe, veel, en duidt dan op vaal, geelachtig. Op de pas ontgonnen bosgrond aldaar zal het adjectief vaal, geelachtig best van toepassing geweest zijn. Plas duidt op stilstaande waters, die waarschijnlijk kunstmatig gevormd werden.

Winkelstraat: Hier liep vroeger de Winckelbeke (1354). Deze beek werd zo genoemd, omdat ze vele korte (scherpe) bochten maakte (cfr. winkelhaak). Zo kreeg de straat de naam van de voormalige beek.

Zijpstraat: (Sijpe strate - 1769)
Zijp is een kleine kunstmatige gracht, een afleidingsbeekje bij een grotere rivier. Later werd deze betekenis uitgebreid tot een waterdoorgang. In ruime zin behoren daartoe: greppel, smalle sloot, goot langs een straat, riool enz. Etymologisch behoort zijp bij zijpen, doorzijpelen.
De Zijp is een wijk onder Voogdij, nu gekadastreerd als Zijpse Velden en Zijpse Polder. Doorheen deze velden vloeit de Zijpse Polderloop en de Lentse Heideloop. Wellicht werd één dezer waterlopen eertijds Zijp genoemd, die benaming ging later over op de omliggende velden.

c. Bossen.

Boecksteynweg: (Bosschaynestraete - 1561)
Hier heeft de straatnaam een hele weg moeten afleggen, om te komen tot zijn huidige schrijfwijze. Bokstuin zou bos in de bossen betekend hebben.

Bosstraat: (Boschstraete - 1844)
Ook deze naam wijst naar het verleden. De streek was hier fel bebost tot tegen de Grote Maltahoeve. Aanvankelijk was hier een aardeweg, later een asweg en u nog een mooie landelijke macadamweg.

Donderhieide: (Den Donder - 1561)
De vroegere straete liep naar een open plek in het Donderbosch. Vermoedelijk stond op de plek heidekruid.

Draakbosweg: (Draecxlije - 1706)
Het Draakbos was het grootste en het oudste bos in Duffel-Hoogheid. Dit goed hoorde toe aan Ter Elst, waaraan het leenplichtig was.

Merelstraat: (Merlye - 1558)
Deze lei liep naar het Meerlen Bosch (bos, later bouwgrond tegen de Goorbosbeek) En... merels waren hier niet uit de lucht.

Rodeweg: (Het Rot; Trot van Tongerlo - 1562)
Deze weg liep naar Het Duffelsch Roth. Een Rode is een ontgonnen land, een gerooid bos.

Schaaruit: (‘t Scharruijt - 1663)
Schaar = plant. De uitdrukking ten schare uit werd eertijds gebruikt met betrekking tot een bos dat verkocht werd ten gronde uit, met planten, bomen, wortelblokken en al.

Senthout: (Sinthout - 1231)
Hout verwijst naar een bos. Hout is reeds in vroegere teksten een plaatsnaam geworden, zodat gemeentenamen op -hout als zeer oud mogen beschouwd worden. (Vb. Meerhout, Minderhout...) In latere samenstellingen kan het ook de betekenis van struikgewas hebben aangenomen. Seend, seint, sent, sint betekent volgens het Middel-Nederlands:
1) een vergadering van geestelijken, Kerkvergadering;
2) vergadering der geestelijken van een diocese, bijeengeroepen door de bisschop.
De eenvoudige verklaring: Sinthout = heilig bos, lijkt ons niet onmogelijk. DE CROQUET denkt dat Rombout aldaar heeft gepredikt en maakt van het Senthout het bos van die heilige. In de streek van het Senthout was er immers ook het St.-Romboutsveldeken (1547).

Straatjesbossen: Deze straatnaam werd duidelijk ingekort, want in documenten uit 1693 lezen we al van d’Hoochstraetiensbosschen. Het gaat ‘m hier dus over de bossen gelegen bij de Hoogstraat.

Zeelstraat: (‘t Zeelbosken - 1660)
De straat werd genoemd naar het vroeger aldaar gelegen bosje van opgaand hout (189 roeden groot).

Zwarthoutstraat: Laten we ook deze naam weer opsplitsen: zwart en hout. Hout staat voor bos, terwijl zwart zijn oorsprong vindt bij zwette. Een zwette duidt op een grens. Zodoende kunnen we deze straatnaam verklaren als straat of weg aan de rand van het bos, die de grens vormt tussen twee gebieden. Een deel van de Wouwendonkse loop aldaar werd ook veelvuldig als Zwarte beek vernoemd.

5. Diversen.

Binnenweg: (Binnenwech - 1650)
Verbindingsweg van de huidige Voogdijstraat tot aan het Abroek (= weilanden tegen de Nete).

Borzestraat: (De Borssen - 1493)
Waarschijnlijk verwijzing naar de vorm: beurs-veld.

Ganzenkoor: (Gansestraete, Gansekoye 1730)
Koye is volgens KILIAAN de verzamelplaats voor het vee of gevogelte van de hoeve, maar werd verbasterd tot Ganzenkoor, vermoedelijk omdat in de omgeving veel ganzen gekweekt werden.

Kleuterstraat: (Cloeterstrate - 15de eeuw)
Hierbij twee mogelijke verklaringen:
1) Cloet = Middel-Nederlandse dialectische vorm van klot of kluit, aardkluit dus: straat met de aardkluiten.
2) Een persoosnaam: Mattheeus van den Steen Cloet was eigenaar van aldaar gelegen beemden, zodat we ook kunnen veronderstellen dat het stuk land en de weg hun benaming aan hun bezitter te danken hebben.

Kruisstraat: (Cruysstraete - 15de eeuw)
Weg, waar 4 wegen elkaar kruisten.

Mijlstraat: (Mylstraete - 1408)
Over de herkomst van deze straatnaam is men het niet eens. De naam kan voortkomen van een kasteelheer die hier vertoefde: de heer MEYLEMAN. Een tweede mogelijkheid zou zijn: een straat die op één Brabantse mijl van het centrum ligt.
Mijle is ook een zeer verspreide naam, om hooimeersen of hooiweiden aan te duiden. Zo komen we dan tot een derde mogelijkheid: het moeras door gepaste afwatering tot meersland herschapen.

Missestraat: (Mistraete - 1582)
Mogelijke betekenissen van mis: jaarmarkt, mest. Een mispad is ook een kerkpad. Deze laatste betekenis wordt hier verkieselijk geacht: een kerkweg, waarlangs de boeren van het Senthout de grote baan bereikten, die naar de kerk leidde.

Naalstraat: = de aloude Nieuwstraat.
Door verbastering kwam men tot Naalstraat. We vinden nl. op oude kaarten de volgende benamingen voor dezelfde straat: Nijeustraet, Nieuwstraet of Nuijstraet (1609) = spelling de secretaris van Duffel, Naelstraete (1645) = spelling van pastoor VAN HOESWINCKEL. Merken wij op, dat in La Libre Belgique van 20 mei 1926 zelfs sprake is van La Rue de L’Aiguille (= Naaldstraat)!

Notmeir: (Notmeer - 1388: vroeger uitgestrektheid tussen Nete, Kruisstraat en spoorweg) (Notmeere - 1523)
Not kan afgeleid worden van de stam van genieten, en oorspronkelijk de opbrengst van het land betekend hebben.
Nootweg = weg over andermans grond waarlangs vee gedreven mag worden.
In de Scandinavische talen leeft not nog voort in de betekenis van vee. Meer kunnen we verklaren als ingemeerd land, meers, laag weiland. Dit zou hier de uitgestrekte weilanden aanduiden langsheen de Nete.
Het eerste element nu kan in verhouding tot het tweede slechts de betekenis hebben van vee. De verklaring beemd of weiland voor het vee biedt wel een grote kans op waarschijnlijkheid, alhoewel de weiden langs de Nete zuurbeemden zijn, die althans nu, niet voor dieren worden gebruikt. Misschien was dit vroeger, omwille van het gebrek aan groene weiden, wel het geval.
Volgens anderen betekent Notmeer: gehucht aan de meerpalen. Volgens KILIAAN is meerpaal synoniem voor eindpunt, grenspaal. Uiteraard wordt hier de grens tussen Duffel en Rumst bedoeld, gevormd door de Notmeiebeek, nu Rumstse Scheibeek geheten.

Perwijsstraat: (Perwijsstraat - 1934)
Deze straat vormde eertijds, samen met de Handelsstraat en de Kapelstraat, de grens tussen Duffel-Perwijs en Duffel-Voogdij.

Rechtstraat: (Rechten wege - 1346)
Op kaarten, zowel oude als nieuwe, kan men deze naam volledig verrechtvaardigen. De straat is als met een liniaal door het landschap getrokken. (Dit in tegenstelling met de meeste andere Duffelse straten, die als ware ‘gegroeid’ zijn.)

Vlasputten: Deze naam verwijst naar daar gelegen vlasputten. Putten bevloeid door de Wouwendonkse beek, waarin tot 1905 vlas werd geroot.

Voogdijstraat: (Voogdijstraat - 1934)
Verwijst naar één der drie Duffelse heerlijkheden. Duffel-Voogdij lag in Duffel-Oost, ten noorden van de Handelsstraat, Kapelstraat, Perwijsstraat en Katelijnsesteenweg.

Vrijheidsstraat: Het zal de lezer niet ontgaan zijn dat 1934 een belangrijk jaar was wat betreft het toekennen van straatnamen. Vóór 1934 werd met Vrijheidsstraat het tweede gedeelte van de Kapelstraat bedoeld (vanaf ‘t Kapmes). Sinds 1934 wordt de Kapelstraat als één geheel beschouwd. De naam Vrijheidsstraat verdween. Toen echter het Straatje grondig werd vernieuwd, werd een gedeelte ervan tot Vrijheidsstraat omgedoopt.

6. Tenslotte ...

enkele straatnamen welke we tijdens onze opzoekingen ontmoetten, maar waar we geen passende verklaring voor vonden.

Enkelstraat: (Inckelstraet - 1611)

Kwakkelenberg: (Quackelenberch - 1354)

Neukelstraat: (Nuitkensstraete - 1582)

Trapstraat: (Trapstraat - 1844)

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu