In Duffel ... - De Geschiedenis Van Duffel

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Warm Ingeduffeld
1. De Reuzen.2. Verdwenen Bedrijven.3. Nijverheid Nu.
4. Per Spoor en te Water.
 5. Oorlogsellende.

1. DE REUZEN.

De meeste reuzen deden hun intrede tussen de jaren 1450 en 1500 en hebben dus een eerbiedwaardige leeftijd. Wanneer de Duffelse reuzen 'geboren' werden, is onbekend.

Voor het eerst lezen we iets over hen in een verslag van 1819. Op een buitengewone vergadering van het schepencollege op zondagvoormiddag 11 juli 1819 bracht burgemeester SPRUYT het bericht van een doorreis van Z.M. Koning Willem, die zou plaats hebben woensdag 14 juli. Men zou de koning met alle mogelijke eer begroeten. Er werd besloten de bevolking nog dezelfde dag na het lof te verwittigen bij uitroeping en door affiches. In dit verslag staat het volgende in het Frans vermeld: 'De figuren, die men reuzen noemt, zullen een omgang doen bij de aankomst van zijne Majesteit'.

Ons reuzengezin telt zeven leden:
- reus als oudste en grootste meet 3,40 meter;
- reuzin, zijn gemalin, ettelijke jaren jonger, haalt 3,25 meter;
- Janneke (2,46 m) en Mieke (2,90 m) zijn de twee reuzenkinderen;
- Kinne-Baba (samenvoeging van Kinneke en Baby) is de jongste telg en meet 2 meter.

Reuzen mogen niet zwaar wegen, want ze moeten door mensen gedragen worden. Een goede reus moet beweeglijk zijn. Hij moet mee in een optocht kunnen stappen, hij moet kunnen dansen en buigen... De families VERLINDEN en CAERS zijn sinds jaren de fiere dragers van onze reuzen. Zij vormen als het ware een soort gilde.

De oorspronkelijke, houten geraamten van de Duffelse reuzen waren in 1935 totaal versleten, zodat in 1936 aan twee jongens van Sint-Amands, oud-leerlingen van de vakschool voor wissen- en rietwerk van Bornem, gevraagd werd om de huidige geraamten te vlechten. Nu bestaat hun stevig draagstel uit bamboe en riet. In 1937 werden de kleren van de reuzen vernieuwd ter gelegenheid van de Mariastoet. De koppen uit gekneed papier zijn parels van boetseerwerk en echte antikwiteiten!
2. VERDWENEN BEDRIJVEN.

De herinnering aan de vlasnijverheid alhier wordt levendig gehouden in de straatnaam Vlasputten. Deze naam verwijst naar daar gelegen vlasputten die bevloeid werden door de Wouwendonkse beek, en waarin tot 1905 vlas werd geroot. Een goeie eeuw geleden was vlas in de Mijlstraat nog één van de hoofdteelten in de landbouw.

De periode rond de eeuwwisseling vertoont een zeer sterk veranderende wereld. Het leven van alle dag speelde zich minder en minder af rond de boerderij, steeds meer op kantoor of in de fabriek. Vele pendelaars vonden hun weg naar firma's in het Antwerpse, het Mechelse en het Brusselse. Maar ook Duffel met zijn vele onderbetaalde landarbeiders en zijn uitstekende ligging, vormde een ideale inplantingsplaats voor bedrijven.

Zo bevonden zich, begin deze eeuw, in onze gemeente vier steenbakkerijen: Steenbakkerij TER ELST (op de gronden naast en achter kasteel TER ELST), Steenbakkerij BRIQUETTES DES DEUX NETHES, de Mechanische Steenbakkerijen VERBEECK en de Steenbakkerijen DE BEUCKELAER en Cie. Deze laatste drie lagen allen op Notmeir. In hun beste activiteitsjaren werkten er 500 arbeiders in de zomer en ongeveer 300 in de winter. Geen van de vier steenbakkerijen overleefde de Eerste Wereldoorlog.

Waar zich nu het domein 'de Locht' bevindt, was vroeger een fabriekscomplex. Baron DE FAUCONVAL DE BERNARIA richtte er in 1856 een papierfabriek op. Daarna kwam er een stokerij, een meststoffabriek, een kaarsenfabriek ('den bougie') een oliepletterij en margarinefabriek ('oliekot'). Het ging geen van deze bedrijven voor de wind: er gebeurden zeer veel ongevallen. Daarom richtte mevrouw DE FAUCONVAL er een kapelletje op voor Onze-Lieve-Vrouw van Altijddurende Bijstand.

In 1890 startte de familie Paul RENAUX in de Stationsstraat tegenover de lagere school van de zusters van COVABE een bedrijfje, dat een soort van melkpoeder vervaardigde voor babyvoeding. Het produkt kreeg de naam farine lactée Renaux. Later produceerde het bedrijf repen chocolade en dekchocolade, grondstof die bij suikerbakkers diende voor het vervaardigen van pralines, suikergoed en broodsmeersel en bij de bakkers voor het afwerken van koffiekoeken.
Een andere afdeling produceerde uit dekchocolade holgoedchocolade-artikelen voor de Sint-Niklaas- en de Paasperiode. De uitrusting liet toe om meer dan twee miljoen stuks per dag kleurrijk in te pakken en te verzenden. Dit alles geschiedde de laatste jaren volautomatisch. Na Marcel RENAUX leidde Freddy RENAUX, kleinzoon van de stichter, de fabriek tot in 1973.
Daarna werd de firma overgenomen door General Biscuit België (De Beukelaer-Parein Herentals). Het bedrijf werd failliet verklaard op 24 december 1976.

In Duffel waren eertijds ook enkele ambachtelijke brouwerijen in bedrijf. Denken wij aan de brouwerij ondergebracht in een bijgebouw van huize REYPENS, en aan de brouwerij Sint-Niklaas, gelegen tegen de Nete, op de linkeroever, achter de huidige café De Post. In 1868 stichtte Louis HERMANS een firma die zich bezighield met de produktie van metalen weefsels, nl. de mouteest voor brouwerijen en stokerijen. De officiële naam luidde: Manufacture de tissu métalliques - Louis HERMANS & J. GOVAERTS à Duffel. Onder de naam Ets. Hermans maakt het bedrijf nog steeds metaalweefsels, zij het voor andere toepassingen. Naar beneden toe in de Hermansstraat stond destijds nog een metaalverwerkend bedrijf: Emballage Métalliques de Duffel, waar blikken dozen werden gemaakt. Het bedrijf werd in de volksmond 'Den Blekken' genoemd.

Tot in het recente verleden werd ook het diamantslijpen, als huisnijverheid, te Duffel beoefend. De stenen, versteld in een dop, werden met de slijpschijf gefacetteerd.

Als bedrijven die teloor gegaan zijn vermelden wij tenslotte: het kurkfabriek en het wolfabriek (beide op de Kwakkelenberg) , de nikkelfabriek (waar nu Sidal staat), carrosserie BOLLEKENS (langs de Nete, ter hoogte van kasteeltje TER ELST), de firma van de gebroeders PUTTENEERS (nu grondontsmettingsbedrijf DE CEUSTER) en het tegelfabriek (Hondiuslaan).

In 1951 begon de firma RATH en DOODEHEEFVER in de voormalige tegelfabriek, die haar bedrijvigheid had gestopt in 1948, met het bedrukken van behangselpapier. In de zeventiger jaren stelde dit bedrijf een 100-tal personen tewerk. In 1973 verhuisde de firma naar Erembodegem, en daarna naar Genval.
3. NIJVERHEID NU.

De papierfabriek van Duffel werd gebouwd van 1905 tot 1907 op de plaats waar voorheen de steenbakkerij DE BEUCKELAER stond. Tot 1930 leverde Duffel hoofdzakelijk dagbladpapier. Duffel en de vestiging te Langerbrugge stonden toen in voor 75 % van de Belgische produktie. Daarna zette Langerbrugge deze fabrikatie, met één der overgeplaatste machines, alleen verder. De fabriek in Duffel leverde toen hoofdzakelijk behangselpapier, druk-, duplicatoren schrijfpapier, papier voor knippatronen, imitatie perkament (slagerspapier) en grease-proof (boterpapier).
In 1958 werd een grootscheepse modernisatie aangevat, die leidde tot de fabrikatie van 55 000 ton schrijf- en drukpapier en duplex- en multiplexkarton per jaar. De afwerking bestond uit het gebruiksklaar maken van papier en karton en omvatte: satineren (extra glad maken van papier), overrollen en op breedte snijden, formaatsnijden, kleuren, triëren en inpakken. Met de oliekrisis van 1973 begon voor dit bedrijf een sombere tijd. De produktie diende in te krimpen en er vielen weldra verscheidene afdankingen. Men probeerde te redden, wat er te redden viel en schakelde over op uitsluitend kartonproduktie (triplex-vouwdozenkarton) onder de naam N.V. KARTONFABRIEK VAN DUFFEL.

De Société Industrielle de L' Aluminium S.A., kortweg SIDAL genoemd, werd gesticht in 1946. De werkelijke aluminiumproduktie begon in 1950 en kende een buitengewone expansie. Op dat ogenblik speelden drie personen een belangrijke rol: Adolf STOCLET, wiens naam vereeuwigd is in de naam van de straat, waar SIDAL gevestigd is, Lucien FERON en zijn schoonzoon, graaf Hughes VAN DER STRAETEN-PONTHOZ, die zich sinds 1984 de vijfde ereburger van onze gemeente mag noemen.
SIDAL vervaardigt platen, banden, schijven, profielen, buizen, staven en draad in aluminium en dito legeringen. Met een jaarproduktie van 200 000 ton halffabrikaten en een personeelsbestand van 1.700 personen - de afdeling Burcht inbegrepen - behoort dit bedrijf tot één van de drie grootste aluminiumverwerkende bedrijven van Europa.
In feite bestaat de Sidalvestiging te Duffel uit drie verschillende fabrieken nl. de gieterij, de walserij en de extrusie. De eigenlijke produktie-afdelingen zijn de walserij en de extrusie, terwijl de gieterij enkel een onmisbare hulpdienst is, die de produktie-afval van de walserij en extrusie recupereert.
SIDAL beschikt ook over een moderne anodiseringsuitrusting voor extrusieprodukten. Na de extrusie worden de profielen gerecht en op maat gezaagd. Na een grondige controle verpakt, wordt het produkt verzonden.


In 1879 legden de gebroeders Irvin en Clarence SCOTT de basis van de Scott Paper Company. Op 2 april 1959 werd het Belgisch filiaal SCOTT CONTINENTAL N.V. gesticht. Aanvankelijk hield de Duffelse vestiging zich uitsluitend bezig met verwerking en verkoop van huishoudelijk papier. In 1965 kwam daar de fabricatie bij. Scott vervaardigt toiletpapier ,keukenrollen , servetten, zakdoeken, luiers.

Gegroeid uit de dienst 'Studie & Onderzoek' van de Papierfabrieken van België, gaat TRANSPAC sinds 1962 zijn eigen weg. De aktiviteit van TRANSPAC Duffel bestaat vooral in het bekleden van papier en karton met kunststoffen, nl. polyethyleen (PE) en polyvinylideenchloride (PVDC). Deze bewerking heeft tot doel de mechanische eigenschappen van papier en karton te behouden en er de beschermende kenmerken van de kunststoffen aan toe te voegen, zoals waterdampondoorlaatbaarheid, vet-, water-, gas- aroma- en lichtdichtheid.

In 1946 startten Louis BOEYNAEMS en zoon Hendrik, op de Ganzenkoor, een constructie bedrijf voor metalen deuren en ramen. In 1949 schakelden ze, als eerste in Duffel en ver daarbuiten, over op aluminium. Dit leidde tot 70 gebrevetteerde deur-, raam- en verandaprofielen. In 1961 verhuisde de firma naar de nieuwe gebouwen aan de Hermansstraat.

In 1965 startte Jan REYNAERS in de Oude Liersebaan 185, een aluminiumconstructiebedrijf dat, einde jaren zestig, omgedoopt tot de P.V.B.A. DALCO, ging fungeren als pilootbedrijf voor nieuwe realisaties. Naast DALCO telt de Reynaersgroep nu nog vijf K.M.O.'s: de N.V. REYNAERS ALUMINIUM (Oude Liersebaan 266), N.V. ERAP (Oude Liersebaan 264), BV SIRAL (Nederland), WEXAL Ltd. (Ierland) en GmbH DYNAL (Duitsland).

De firma STEVENS aan de Leopoldstraat wordt als één van de oudste en tegelijkertijd vermaardste orgelbouwers van ons land beschouwd. De firma dateert van 1822. Onder de bekendste verwezenlijkingen in de laatste decennia citeren wij: in 1958 het orgel van Civitas Dei op de wereldtentoonstelling te Brussel, het nieuwe orgel van de Lierse Gummaruskerk, de orgels in het Paleis van Schone Kunsten te Brussel, van de St.- Martinuskerk en de COVABE-kapel te Duffel. In 1984, bij het overlijden van Cecile STEVENS, werden gebouwen en firmanaam overgenomen door Ing. Ronnie CASTEELS uit Mechelen, die het werkhuis behield, maar het woonhuis voortverkocht aan de zusters van COVABE.

In 1961 stichtten Louis en Henri AERTS, samen met Albert CASTREL, de P.V.B.A. AERTS-CASTREL. Deze firma, met werkhuis in de Oude Liersebaan 115, specialiseerde zich in het onderhoud en herstel van orgels, maar vervaardigde ook verscheidene nieuwe kerkorgels. In 1984 werd het bedrijf overgenomen door de Duffelaar Jef CLEIR- BOUT.

4. PER SPOOR EN TE WATER.

Op 5 mei 1835 reed de eerste trein in ons land, tussen Brussel en Mechelen. De ijzeren weg werd noordelijk doorgetrokken, over de Nete werd een metalen spoorbrug geslagen. en op 7 mei 1836 stopten de eerste treinen te Duffel. Duffel behoorde hierdoor tot de eerste tien gemeenten die een station of standplaats hadden. In 1885 werd de eerste ijzeren brug vervangen door een tweede die echter geen voetbrug bezat. De treinreizigers van de Mechelsebaan en omgeving werden aldus verplicht tot een flink ommetje over de baanbrug van het centrum. Herbergier Petrus VAN CAUWEN-BERGH, die naast de spoorbrug de café 'Het Veerhuis' openhield, vond er iets op. Hij zette met zijn schuit op geregelde tijdstippen de reizigers over. De derde spoorwegbrug kwam klaar in 1915. De voetgangers kregen er terug een plaatsje op. De beide wereldoorlogen hebben de spoorbrug zware schade toegebracht.

Het eerste station stond nabij de spoorbrug aan de kant van Notmeir. In 1839 werd het stationsgebouw verplaatst in de richting van de huidige Hermansstraat. In 1885 deed het gemeentebestuur een aanvraag voor de bouw van weer een nieuw station. Dit derde station werd gebouwd op de plaats, waar het huidige stationsgebouw staat. Alle spoorwegovergangen waren gelijkvloers en van handbediende rolbarelen voorzien. Aan de overkant van de twee sporen stond een seinhuis. 'blok 10', van waaruit de signalen werden getrokken met hefbomen en kabels. Daar was de werkplaats van de blokwachter. Hij was het die op de hoorn blies, als de trein vertrok in Kontich of St.-Katelijne-Waver. Dat was tevens het sein voor de tooghangers in de zeven herbergen rond het station om het glas te ledigen. en zich naar het perron te haasten. Sedert de eerste trein te Duffel voorbij stoomde zijn wij aan het vierde station toe. Het dateert van 1934. In 1935 werd een aanvang gemaakt met elektrificatie naar het Belgische net. Op zondag 5 mei 1935 werd de elektrische lijn tussen Brussel en Antwerpen ingereden. Aan boord bevonden zich Koning LEOPOLD III en Koningin ASTRID.
De belangrijkste weg doorheen onze gemeente is de provincieweg van Mechelen naar Lier. Deze weg, die de beide Nete-oever verbindt, volgde niet altijd hetzelfde traject. Tot 1931 liep hij van de Mechelsebaan over de Kapelstraat via de Handelsstraat naar de toenmalige houten Netebrug die de Handelsstraat verbond met de Gemeentestraat. Daarna ging het langs de Molenstraat, rechtsaf door de Leopoldstraat naar de Liersesteenweg. De baanbrug werd in 1830 door het gemeentebestuur overgedragen aan het provinciebestuur, dat een nieuwe houten brug bouwde in 1861. Er werd tol geheven tot in 1870. De houten brug was lange tijd het middelpunt van het handelsleven door de aanvoer langs de Nete van stokvis, kolen, mosselen, enz.

Opgejaagd door de vijand staken de terugtrekkende Belgische genietroepen, in september 1914, de brug in brand. Nog tijdens de Eerste Wereldoorlog werd op dezelfde plaats een nieuwe, voorlopige houten brug gelegd, die dienst deed tot in 1933. Toen bouwde het provinciebestuur, 120 meter stroomafwaarts, een metalen hefbrug. Door het verleggen van de brug waren drie nieuwe toegangswegen noodzakelijk. Op de rechteroever kwam een nieuwe straat langsheen de voorkant van het gemeentehuis. Op de linkeroever werd een nieuwe baan aangelegd, dwars door de Bruulbeemden, om de Mechelsebaan te bereiken aan de 'Molekens'. Een derde toegangsweg verbond de Handelsstraat met de nieuwe provincieweg langs de Nete ter hoogte van de brug. In de meidagen van 1940, bij het naderen van de Duitste troepen, werd de brug door de Belgische soldaten opgeblazen. Ook nu kwam er een houten noodbrug enkele meters stroomopwaarts. Deze werd door de Duitsers bij hun aftocht gedeeltelijk opgeblazen. Ze werd na enkele maanden hersteld en heeft het uiteindelijk nog elf jaar uitgehouden. Op 1 december 1951 werd ongeveer 50 m stroomafwaarts de huidige betonnen brug ingewijd en opengesteld. Voor de ophopingswerken werd de grond aangevoerd uit de nu nog bestaande visputten aan de Hoogstraat. In Duffel-West kwam de oprit van de brug nu achter het gemeentehuis te liggen. In 1952 werd de G. Van der Lindenlaan aangelegd. De gronden tussen de toegangswegen van de metalen en de betonnen brug werden opgehoogd en omgevormd tot parkjes.

5. OORLOGSELLENDE.

In de eerste decennia van de zestiende eeuw was Duffel een welvarende gemeente, die in zeer hoog aanzien stond en ca. tienduizend inwoners telde. In 1542 werd het echter door een ware katastrofe getroffen: de pluntertocht van Maarten VAN ROSSEM. Deze Gelderse veldheer die een leger aanvoerde dat bestond uit 14.000 man voetvolk en 2.000 ruiters teisterde heel het toenmalige hertogdom Brabant.
In woede ontstoken, omdat op bevel van de landvoogdes de Netebrug was afgebroken en het twee dagen duurde om de Nete over te trekken, liet hij gans Duffel 'te vuur en te zwaard' zetten. Wie kon, ging op de vlucht. Het zou bijna twintig jaar duren vooraleer Duffel terug een zekere bevolking telde.
Tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) tussen het katholieke Spanje en de protestantse Staatsen, werd Duffel evenmin gespaard.

Op 5 augustus 1584 trok het Mechelse Statengarnizoen, de Compagnie van Sint-Aldegonde, langs de Mechelsebaan en de Oude Liersebaan naar Lier, om een aanval op de stad te wagen. Uit wraak om de mislukte poging brandden zij bij de terugtocht alle huizen af op de linkeroever, van Itterbeek tot de Lange Nieuwstraat (Kapelstraat).
Op 24 augustus ondernam de Compagnie een nieuwe aanval op de stad Lier; dit maal via Walem en Notmeir. Nu werden bij de aftocht de huizen op de rechteroever vanaf de Locht, in de Molenstraat, tot op Notmeir platgebrand.
Op 3 juni 1585 legden de Staatsen nog enkele huizen in as, alsook Tongerlo's windmolen en pastorie. Aldus werden in de periode 1584-85 ca. 140 woningen verwoest te Duffel.

Tijdens het Franse Tijdvak (1792-1815) moesten de jongemannen van 20 tot 25 jaar, die door het lot werden aangeduid, met het Franse leger optrekken. Men noemde ze lotelingen. Vele lotelingen weigerden zich te laten inlijven, verscholen zich in de bossen en verenigden zich. Op 12 oktober 1798 brak de Boerenkrijg los. Op 29 oktober kwam het tot een zwaar treffen over het ganse grondgebied van onze gemeente, tussen de Sansculotten en een 1.700 man sterk Jongensleger.

Eén der bevelhebbers van het Boerenleger was priester Jan Baptist HENS, geboren te Duffel in 1766. Hij werd in de volksmond de Moeffeleer genoemd.

Ook de eerste jaren van onze onafhankelijkheid waren onrustbarend.
België bleef bedreigd door de Hollanders en Duffel beleefde moeilijke jaren. In oktober 1831 werden alle beschikbare werklieden opgeroepen, om te werken aan de vijf militaire stellingen, die men in onze gemeente aan het oprichten was.
In de jaren 1831-32 was Duffel het groot depot van alle regimenten, en gedurig waren er troepenverplaatsingen.

In augustus 1914 brak de Eerste Wereldoorlog uit. Hij duurde vier jaar, tot 11 november 1918. Naast het onnoemelijk psychisch leed wegens de afwezigheid of het verlies van zoon of vader als soldaat (er sneuvelden 57 Duffelse jongens) was er in onze gemeente de nooit te vergoeden materiële schade aan huizen: 119 huizen werden totaal vernield en 307 woningen zwaar beschadigd, vooral in de Molenstraat, Kiliaanstraat, Leopoldstraat, Kerkstraat, Stationsstraat, Kwakkelenberg en Handelsstraat. Als bij wonder werd de Kapel van O.-L.-Vrouw van Goede Wil nauwelijks geraakt. Naast beide bruggen (baanbrug en spoorwegbrug) leden volgende gebouwen zware schade: het fort aan de Mechelsebaan, de St.-Martinuskerk, het klooster, het gemeentehuis, de post, het station, de jongensschool-West en het kasteeltje Ter Elst. De steenbakkerijen, de Zandmolen en de Stenen Molen en het modeltuinbouwbedrijf Louis SELS verdwenen definitief uit ons straatbeeld.

Op vrijdag 10 mei 1940 vielen 74 Duitse divisies ons land binnen en begon voor België de De Tweede Wereldoorlog. Duffel kende spoedig luchtaanvallen en doden. Na capitulatie en bezetting, werd Duffel bevrijd op 4 september 1944. Maar nog veel beroering werd tussen 16 oktober 1944 en 26 maart 1945 teweeggebracht door het Duitse Vergeltungswaffe V-1 en V-2, vliegende bommen, die vanuit Duitsland op de haven van Antwerpen werden afgevuurd, maar meestal de onschuldige burgerbevolking troffen. In totaal kwamen 33 vliegende bommen neer op ons Netedorp: 25 van het type V-1 en 8 van het type V-2. Hierdoor werden 16 personen gedood, voornamelijk in het begin van de Oude Liersebaan en op het einde van de Stationsstraat. 19 Duffelaars werden zwaar en 136 licht gewond. De materiële schade was enorm: 25 huizen totaal vernield, 107 woningen werden zwaar, ruim 200 vrij zwaar en ongeveer 1500 licht geteisterd.
 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu