Inhoud - De Geschiedenis Van Duffel

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Kerkelijk Duffel
Voorwoord.Wat stond er in vorige uitgave ?

Voorwoord.

De vlek Duffel is zeer oud. De Kelten lieten aan de Nete een bronzen lanspunt achter, en een ijzeren haardketting dateert uit de periode van 100 v. Chr. tot 100 na Chr. Beïnvloed door de geloofspredikers kenden onze gewesten reeds vroegtijdig een Christelijke godsdienst. Die kerstening hield echter vaak niet meer in dan het aanbrengen van een Christelijk vernis over heidense riten en gewoonten.

Toch kreeg de kerk alhier, tussen de zesde en het einde van de achtste eeuw, een vaste structuur in de vorm van bisdommen en parochies. Wat eertijds de parochie Duffel werd genoemd, was een zeer uitgestrekt gebied: O.-.L.-Vrouw-Waver, St.-Katelijne Waver, Putte en Bonheiden, alle gelegen in het Waverwoud, zouden er ooit toe behoord hebben, en er ten vroegste in de twaalfde eeuw van afgescheiden zijn.

Anderzijds leert het charter van 1271 ons, dat de Grimbergse Wouter BERTHOUT II († 1180), ‘t zij Wouter BERTHOUT III (†1201), aan Gerard VAN TER ELST enig gezag afstond <<te Duffel ter (= tussen de) utterste Molenvliet metten dike>>.
Deze uiterste Molenvliet vormt - volgens Evarist DOM -de grens tussen Walem en Battenbroek, zodat hierdoor gesuggereerd wordt dat zij de beekpalen (= grens) vormt tussen Duffel-linkeroever en Battenbroek, en dat ook Walem dus, als parochie, in de tweede helft van de twaalfde eeuw nog niet bestond. (De parochiekerk van Walem werd trouwens eerst in 1203 ingewijd door Jean DE BETHUNE, bisschop van Kamerijk.) De Goorbosbeek werd door de BERTHOUTS als parochiegrens tussen Duffel en Walem vastgesteld.

Wat St.-Katelijne-Waver betreft dient er op gewezen dat Gheraert VAN MERLEBOSCH in 1271 als getuige werd opgeroepen, en dus behoorde bij <<alle die vanden doerpe (= van Duffel) sijn>>. In 1304 echter wordt Merlebosch gerekend tot de parochie van St.-KatelijneWaver, zodat we kunnen aannemen dat St.Katelijne-Waver tussen 1271 en 1304 tot een zelfstandige parochie evolueerde.

Tot op het einde van de negentiende eeuw was de parochie van St.-Martinus de enige voor gans Duffel. De parochie van de Mijlstraat werd in 1894 officieel erkend. Zij beslaat het oostelijke deel van de gemeente. De westelijke grens loopt, langs de Galgebeek, dwars door de Zijpse polder en volgt de Lintseheideloop tot tegen de Lintseheide. Een gedeelte van Koningshooikt (Tallaart) is ook in de parochie Mijlstraat begrepen, namelijk langs de kant van de Beukheuvel tot aan de Haagbeek. In 1948 werd de kapelanie van O.-L.-Vrouw van Goede Wil tot parochie verheven. De scheiding tussen de St.-Martinusparochie en de parochie van O.-L.-Vrouw is de Nete. Verder vallen de grenzen samen met de gemeentegrenzen, behalve dat een klein deel van Lier (voorbij De Locht) ook tot St.-Martinus behoort.

Tot in de zestiende eeuw behoorde Duffel tot het bisdom Kamerijk. Dit bisdom stond onder het aartsbisdom Keulen, en was verdeeld in zes aartsdiakonaten: 1) Kamerijk, 2) Brabant, 3) Henegouwen, 4) Valencijn, 5) Brussel, en 6) Antwerpen. Duffel behoorde tot het aartsdiakonaat Antwerpen. Die indeling bleef tot 1559, toen PHILIPS II ze om politieke redenen veranderde. Duffel maakte vanaf dan deel uit van het bisdom Antwerpen, dekenij Lier. Door de regeling van het concordaat van 1801, waarbij het bisdom Antwerpen werd afgeschaft, bleef Duffel wel in dezelfde dekenij, maar die was nu begrepen in het aartsbisdom Mechelen-Brussel. Met de heroprichting van het bisdom Antwerpen op 8 december 1961 keerde Duffel evenwel niet terug tot zijn vroeger bisdom: van de provincie Antwerpen bleven alleen de kantons Mechelen en Duffel bij het aartsbisdom Mechelen-Brussel. Heden ressorteren de drie Duffelse parochies onder de dekenij Duffel-Waver.

De eerste kerk van de aloude parochie Duffel zou in Duffel-Voogdij gestaan hebben. In de twaalfde eeuw werd ze onder onbekende omstandigheden naar Duffel-Hoogheid overgebracht. Naast de parochiekerk ontstonden in de loop der tijden nog andere bidplaatsen. Zo bijvoorbeeld de St.-Mertenskapellen op de Kwakkelenberg, die eerder een herinnering waren aan de veel oudere eerste kerk.

Op 14 augustus 1637 hoedden twee kinderen van tien jaar de koeien op de graskant langs de Bruulbeemden. Tegen de avond vonden zij een Mariabeeldje in een oude twee-armige wilg. Onmiddellijk ontstond een grote volkstoeloop naar het beeldje, waarvoor Floris VAN MERODE, markies van Deinze en baron van Duffel, eerst een <<formele capelle>> liet optimmeren. De opbrengst uit <<den offer>> was zo groot, dat spoedig besloten werd een stenen kapel te bouwen, in Vlaamse barokstijl. De Kapel zou haar oorspronkelijke vorm tot in 1939 bewaren. Dan werd gestart met de vergroting, die voltooid was op 1 december 1942.

In de zeventiende eeuw was er ook een kapel op het Spaans fort of de schans, waar regelmatig mis werd gelezen. Het fort werd gegraven in het begin van de ongelukseeuw, in de huidige Handelsstraat nabij de brug, en geraakte in onbruik of werd geslecht rond 1650.

In 1688 werd, in de Mechelsebaan, de kapel van St.-GUMMARUS en St.-RUMOLDUS opgericht, als blijvende herinnering aan de samenkomst van deze heiligen op die plaats.

Reeds in de veertiende eeuw moet ook op Notmeir een kluis gestaan hebben, immers in 1404 wordt een stuk land aldaar bij de kluis gelegen, de cluse genoemd. Uit een oktrooi van 1540, waarin gevraagd wordt de St.-Mertenskapel herop te bouwen omdat de kerk en de kluis zover afgelegen waren, mag men besluiten, dat in de zestiende eeuw in de kluis mis gelezen werd. Sommige historici beweren dat de kluis in de negentiende eeuw nog bestond.

Duffels jongste bedehuis is de parochiekerk van de Mijlstraat, die dateert van 1903. En dan is er nog COVABE, vaak de vierde parochie van Duffel genoemd, een dorp in het dorp, gegroeid uit de zustercongregatie <<De Maagden van Bethleem>> die zich hier met vijf zusters vestigde in maart 1652.

Wanneer wij al deze onderwerpen aan bod laten komen, dan zal het de lezer duidelijk zijn dat er in dit derde deel van de populaire geschiedenis van Duffel niet alleen sprake zal zijn van godsdienstgeschiedenis (van de Kelten tot vandaag) maar ook van kunstgeschiedenis (kerkmeubilair en -juwelen, klokken, schilderijen). Aansluitend belichten wij ook de herkomst van een aantal gebruiken en manifestaties die de stempel dragen van oude tradities, en meestal stoelen op religie. Vermelden wij de deur-aan-deur bedeltochten van de Duffelse jeugd op oudejaarsmorgen en op Driekoningen, de gebruiken rond Pasen en Kerstmis, de familietradities op St.Valentijn- en St.-Niklaasdag, e.a. Of onze kermissen, de feestdagen der patroonheiligen van de parochies of herdenkingen van kerkwijdingen. Of de processies van weleer, waarin broederschappen en gilden elkaars ereplaats benijdden, en opstapten met flambeeuwen, slaande trommels, vendels en <<fusieken>>. Of de processies van nu, zoals de kaarskensprocessie en de bedevaart naar Scherpenheuvel. U zal verbaasd staan, hoe wij Duffelaars nog vast houden aan tradities.

Wat stond er in de vorige uitgaven?

In het eerste deel <<Duffel Nu>> wordt de recente geschiedenis van Duffel geschetst, van 1900 tot 1985. Er is sinds 1900 veel veranderd... Van een gemeente met een sterk uitgesproken agrarisch karakter is Duffel geëvolueerd tot een uitermate geïndustrialiseerde entiteit, met nog een klemtoon op de tuinbouw. De bevolking verdubbelde in die periode, en het straatbeeld onderging grondige wijzigingen. Nutsvoorzieningen, openbaar en privé-vervoer, huisvesting en onderwijs evolueerden vrij snel. Uiteraard stokte deze evolutie tijdens de Wereldoorlogen I en II. In een achttal hoofdstukken, geschreven in gemakkelijk te lezen tekst, ruim geïllustreerd, wordt deze groei van onze gemeente beschreven.

Het tweede deel <<Duffel Toen>> behandelt het oude Duffel, van voor 1900, met een korte geografische en een historische schets. Eertijds was Duffel verdeeld in 3 delen nl. Hoogheid, Perwijs en Voogdij: elk met hun eigen bestuur, rechtspraak en belastingen. Onze gemeente is niet alleen bekend voor zijn <<Duffel-coat>>, waarmee men zich warmpjes kon <<induffelen>>, maar ook Hendrik HONDIUS en Cornelius KILIANUS maakten onze Netegemeente buiten haar grenzen bekend.
De schrijvers nemen u mee naar het Duffel van de zeventiende en de achttiende eeuw langs kastelen, herenhuizen, molens, herbergen en afspanningen. Deze leerrijke wandeling eindigt in de Mijlstraat.
Graag gelezen hoofdstukken zijn: <<Waar komen onze straatnamen vandaan?>> en <<Onze reuzen en de ballonnekenstoet>>,... echte folklore!

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu