-
Krijgsdienst was
beperkt tot de verdediging van het land, en de rechten van de Graaf of
Prins, en de verkregen privileges.Vanaf 15 Jaar was elke vrije man "MANSVAERT~
en werd hij door de baljuw opgenomen op de lijst der
dienstplichtigen.Vanaf deze ouderdom kon men ook lid worden van een
broederschap, en " manschapH zweren aan de Prins.Men was
dienstplichtig tot 60 jaar.Enkelen werden echter vrijgesteld van
krijgsdienst: Schepenen, stadsgezworenen, notarissen, chirurgijns,
advocaten, bakkers en molenaars.Elke gemeente was verdeeld in parochies,
in wijken en elke wijk in buurten.Elke buurt had aan het hoofd een "HONDERDMAN"(Gent,
Brugge, Brussel), ook soms een Deken genoemd.Deze stond in
voor de politiediensten van zijn buurt, en had " THIENDEMANNEN"als
Officieren waarmee hij een raad vormde.De "VICARIS"(later
baljuw), had het bevel over de hondert mannen en droeg het banier van de
wijk waarop de "OORLOFSKREUF"(oorlogskreet) stond.Alle milities
trokken op onder het banier van de vier hoofdsteden: Leuven, Brussel,
Antwerpen en s'Hertogenbosch (in volgorde).
De eigenlijke Schuttersgilden
- Het einde van de 13é en het begin van de 14é eeuw is een mijlpaal in
de sociale ontwikkeling van onze gewesten , en in de democratisering van
de maatschappij.De slag van Woerdingen (1288),waar de burgermilities
zijde aan zijde strijden met de strijdkrachten van de prinsen,en strijd
leveren tegen de gemeenschappelijke vijand,en als infanterie gewicht in
de schaal werpen(zowel Vlaanderen als Brabant)
- De prinsen,Hertogen maken dankbaar gebruik van de diensten van de
"Cleyne luyden"
- In 1394 zullen edikten verschijnen,die het volk aanmanen zich te
oefenen met de hand- en kruisbogen.
- De vlamingen waren zeer befaamd voor hun taktiek en militaire waarde
bij de bestorming en belegering van versterkte plaatsen.
- Ook hun kundigheid bij hand - en kruisboogschieten werd zeer hoog
geprezen.
- Het is dus rond 1300 dat men aan de hand van geschreven
documenten,tastbare bewijzen heeft van de inrichting van werkelijke
schuttersgilden in het graafschap Vlaanderen en het Hertogdom Brabant.
- Welstand brengt ook politieke macht.
- De poorters bezaten ook eigendommen,wensten daarom betrokken te
worden bij de strategie van de gemeentelijke krijgsmacht.
- Deze macht zullen ze concreet verwezelijken door de schuttersgilden
te verenigen, vooreerst in de kruisbooggilden.
- De handbooggilden worden meestal 40 a50 jaar later erkend.
- Vanaf Karel V(1551) werden de schuttersgilden van de 3 wapens (kruisboog
-handboog- en busgilden) op gelijke voet behandelt.
- Voor Brabant zullen de hoofdgilden van Leuven (16é of de 17é
eeuw),zich het recht toeëigenen "Caerten" te verlenen.
- Deze Caerten zullen echter meestal supplementair zijn aan de "Keure"(toestemming
Heer).
- In de meerder gemeenten zullen naast de "oude" gilden ook
"jonge"van een zelfde wapen opgericht worden eerst als reserve,nadien
als onafhankelijke Gilde.
-

Voorbeeld voor de Gildestad Antwerpen
- Oude voetboog 1306
- oude handboog 1346
- Kolverniersgilde1489
|
- Jong voetboog 1350
- Jong handboog 1485
- Schermersgilde 1487
|
-
Krijgsdienst was beperkt tot de
verdediging van het land, en de rechten van de Graaf of Prins, en de
verkregen privileges.Vanaf 15 Jaar was elke vrije man "MANSVAERT~
en werd hij door de baljuw opgenomen op de lijst der
dienstplichtigen.Vanaf deze ouderdom kon men ook lid worden van een
broederschap, en " manschapH zweren aan de Prins.Men was
dienstplichtig tot 60 jaar.Enkelen werden echter vrijgesteld van
krijgsdienst: Schepenen, stadsgezworenen, notarissen, chirurgijns,
advocaten, bakkers en molenaars.Elke gemeente was verdeeld in
parochies, in wijken en elke wijk in buurten.Elke buurt had aan het
hoofd een "HONDERDMAN"(Gent, Brugge, Brussel), ook soms een
Deken genoemd.Deze stond in voor de politiediensten van zijn
buurt, en had " THIENDEMANNEN"als Officieren waarmee hij een
raad vormde.De "VICARIS"(later baljuw), had het bevel over de
hondert mannen en droeg het banier van de wijk waarop de "OORLOFSKREUF"(oorlogskreet)
stond.Alle milities trokken op onder het banier van de vier
hoofdsteden: Leuven, Brussel, Antwerpen en 's-Hertogenbosch (in
volgorde).
De eigenlijke Schuttersgilden
- Het einde van de 13é en het begin
van de 14é eeuw is een mijlpaal in de sociale ontwikkeling van onze
gewesten , en in de democratisering van de maatschappij.De slag van
Woerdingen (1288),waar de burgermilities zijde aan zijde strijden
met de strijdkrachten van de prinsen,en strijd leveren tegen de
gemeenschappelijke vijand,en als infanterie gewicht in de schaal
werpen(zowel Vlaanderen als Brabant)
- De prinsen,Hertogen maken dankbaar
gebruik van de diensten van de "Cleyne luyden"
- In 1394 zullen edicten
verschijnen,die het volk aanmanen zich te oefenen met de hand- en
kruisbogen.
- De Vlamingen waren zeer befaamd
voor hun tactiek en militaire waarde bij de bestorming en belegering
van versterkte plaatsen.
- Ook hun kundigheid bij hand - en
kruisboogschieten werd zeer hoog geprezen.
- Het is dus rond 1300 dat men aan de
hand van geschreven documenten,tastbare bewijzen heeft van de
inrichting van werkelijke schuttersgilden in het graafschap
Vlaanderen en het Hertogdom Brabant.
- Welstand brengt ook politieke macht.
- De poorters bezaten ook
eigendommen,wensten daarom betrokken te worden bij de strategie van
de gemeentelijke krijgsmacht.
- Deze macht zullen ze concreet
verwezenlijken door de schuttersgilden te verenigen, vooreerst in de
kruisbooggilden.
- De handbooggilden worden meestal 40
a 50 jaar later erkend.
- Vanaf Karel V(1551) werden de
schuttersgilden van de 3 wapens (kruisboog -handboog- en bus gilden)
op gelijke voet behandelt.
- Voor Brabant zullen de hoofdgilden
van Leuven (16é of de 17é eeuw),zich het recht toe-eigenen "Caerten"
te verlenen.
- Deze Caerten zullen echter meestal
supplementair zijn aan de "Keure"(toestemming Heer).
- In de meerder gemeenten zullen
naast de "oude" gilden ook "jonge"van een zelfde wapen
opgericht worden eerst als reserve,nadien als onafhankelijke Gilde.
-

Voorbeeld voor de Gildestad
Antwerpen
- Oude voetboog 1306
- oude handboog 1346
- Kolverniersgilde 1489
|
- Jong voetboog 1350
- Jong handboog 1485
- Schermersgilde 1487
|
Rol en taken van de
Schuttersgilden
a. Militair
- Verdediging eigen gemeenten in de
eerste plaats.
- Wanneer alarm werd geluid door de
alarmklok,"ORIDA" en later "CAROLUS" voor Antwerpen
en "Roeland" voor Gent,moeten de Gildebroeders zich gewapend in
harnas naar de "LOOOPPLAATS" begeven.
- De "LOOPPLAATS" werd voorzien ,meestal
op de grote markt, voor de Gildekamer(s)
b.Politionele
- Bewaken van de stadspoorten,kaden
en markten.
- Hiervoor werden vergoedingen
voorzien.
- De Gilden moesten de Amman of
Baljuw bijstaan bij opsporing van e misdadigers en ordehandhaving
verzorgen bij executies.
c.Brandwacht
- De Gilden handelden ook als
brandweerkorps(in sommige gevallen)
d.Culturele rol
- De "Gildekamers" werden steeds als
statussymbool der Gilde gebouwd(zeer groot en rijkelijk versierd).
- Te Antwerpen werd het huis van de
oude voetboog, het "Pand van Spagniën",door de bevolking het "Hoog
huis" genoemd,omdat het het hoogste huis van de ganse stad was.
- Ook de interieurs waren zeer
kunstig en rijkelijk.De trappen en kasten waren gebeeldhouwd door de
kunstenaars met faam.
- De verering van de schutsheilige
der Gilde was ook een aanleiding om hiervan schilderingen te laten
maken (o.a kruisafneming door P.P. Rubens,was op bestelling va,n de
Antwerpse kolveniers).
- Te Antwerpen ook wordt in de Oude
voetboog,de eerste Opera ingericht (1670-1710).
e.Caritatieve rol
- Bij cholera of pestepidemieën en in
tijden van hongersnood zullen de Gilden hulpcomités oprichten.
f.Politieke rol
- De Gilden namen rechtstreeks of
onrechtstreeks deel aan de politiek van de stad.
- In sommige steden zullen de
schepenen uit hun midden aangesteld.
g.Religieuze rol
- Elke Gilde had zijn altaar,dat
gewijd was aan zijn beschermheilige.
- Soms bouwden de Gilden hun eigen
kerk,zoals te Brussel,de kerk van O.L.V. van de Zavel.
- De middeleeuwen waren zeer
diepgelovig,en leefden intens naar het hiernamaals toe.
- Hemel en Hel waren voor hen
concrete realiteiten , en ze rekenden ook op bijstand van
Gildebroeders om bij hun overlijden door hun gebeden een plaats in
de hemel te bekomen.
- Zware boeten werden opgelegd aan de
Gildebroeders die de dodenwake en /of begrafenis niet bijwoonden.
- Alle boeten werden aangewend voor
het onderhoud der altaren of kapellen.
h.Vermaak
- Een algemeen verspreid gebruik is
de zgn.,"Colfdag". deze bestond erin elke confereer zijn
medeconfreers uitnodigde om eens per jaar op zijn kosten te eten en
te drinken in de Gildekamer.
- Bijzonder weelderig was de viering
van de nieuwe "Coninck",die veelal om het jaar geschoten werd.
- Gildemalen na de verkiezing van de
nieuwe dekens of bij aanstelling van een hoofdman duurde drie tot
vier dagen,en wat toentertijd allemaal verorberd werd,kan men nog
terugvinden in de rekeningen van de Gilden.
i.Sportieve rol.
- Voorgeschreven in de "Caert" of de
reglementen,moesten de gildebroeders wekelijks oefenen met hun
wapen,en dit gaf aanleiding tot het houden van wedstrijden in hun
eigen doelhof.
- De verplaatsingen naar andere
steden om deel te nemen aan landjuwelen op de grote
schutterstornoo
| |