Oorsprong en onstaan der schutters gilden

Militaire rol in de middeleeuwen

Niemand had ooit een gedegen studie uitgevoerd naar het ontstaan van de militaire rol van de schuttersgilden, tot Dhr. Theo Reintges zijn merkwaardige studie, "Ursprung und wesen der spädtmittelalterlichen schutzengilden" in 1963 publiceerde.

Algemeen kan worden aangenomen dat de schuttersgilden ontstaan zijn uit broederschappen of gesloten gemeenschappen dewelke be-schut-ting boden.

 Het woord Gilde

De oud-frankische benaming "gelde of gildan, was een vrij algemene vorm om een verzameling aan te duiden.Zoals uit de etymologische studies van De Vries blijkt, is in tegenstelling tot de (of het) gelda, de zogenaamde "geldoniumn, een soort gereglementeerd verband met rechten en plichten, met rituele praktijken en een traditie.Ten tijde van de Carolingers werden ze in de jaren 778 evenals in 808 eerder verboden.Hier is dus sprake van de "Gildoniaen".Tussen de periode Carolingers (9de -10de eeuw), en de eerste schuttersgilden ligt een tijdspanne van meer dan 300 jaar, waar men niets over de Gilden afweet.

Onstaan der gemeenten

Wil men over de oorsprong van de eigenlijke schuttersgilden spreken, dient men eerst de militaire organisatie van die tijden te bestuderen.Lang voor de gemeenten waren er reeds plaatselijke Gilden, meestal van handelaars en ambachtslieden, op belangrijke kruispunten (uitoefenen beroep).Deze plaatselijke handelsposten bekomen een gemeentelijk statuut voor hun nederzettingen, onder heerschappij van de Heer .Burgerlijke milities zullen aldus de bescherming verzekeren van hun gemeente.

                                    

De gemeentelijke krijgsmacht

Sommige onderzoekers wijzen op de " SCUTTERE~ die tot ongeveer het jaar 1300 de gemeente moest beschutten, het vee buiten de omwallingen, de toegangswegen bewaken en op vuur en onlusten moesten letten binnen de gemeente.

 De feodale band

Krijgsdienst was beperkt tot de verdediging van het land, en de rechten van de Graaf of Prins, en de verkregen privileges.Vanaf 15 Jaar was elke vrije man "MANSVAERT~ en werd hij door de baljuw opgenomen op de lijst der dienstplichtigen.Vanaf deze ouderdom kon men ook lid worden van een broederschap, en " manschapH zweren aan de Prins.Men was dienstplichtig tot 60 jaar.Enkelen werden echter vrijgesteld van krijgsdienst: Schepenen, stadsgezworenen, notarissen, chirurgijns, advocaten, bakkers en molenaars.Elke gemeente was verdeeld in parochies, in wijken en elke wijk in buurten.Elke buurt had aan het hoofd een "HONDERDMAN"(Gent, Brugge, Brussel), ook soms een Deken genoemd.Deze stond in voor de politiediensten van zijn buurt, en had " THIENDEMANNEN"als Officieren waarmee hij een raad vormde.De "VICARIS"(later baljuw), had het bevel over de hondert mannen en droeg het banier van de wijk waarop de "OORLOFSKREUF"(oorlogskreet) stond.Alle milities trokken op onder het banier van de vier hoofdsteden: Leuven, Brussel, Antwerpen en s'Hertogenbosch (in volgorde).

De eigenlijke Schuttersgilden

Het einde van de 13é en het begin van de 14é eeuw is een mijlpaal in de sociale ontwikkeling van onze gewesten , en in de democratisering van de maatschappij.De slag van Woerdingen (1288),waar de burgermilities zijde aan zijde strijden met de strijdkrachten van de prinsen,en strijd leveren tegen de gemeenschappelijke vijand,en als infanterie gewicht in de schaal werpen(zowel Vlaanderen als Brabant)
De prinsen,Hertogen maken dankbaar gebruik van de diensten van de "Cleyne luyden"
In 1394 zullen edikten verschijnen,die het volk aanmanen zich te oefenen met de hand- en kruisbogen.
De vlamingen waren zeer befaamd voor hun taktiek en militaire waarde bij de bestorming en belegering van versterkte plaatsen.
Ook hun kundigheid bij hand - en kruisboogschieten werd zeer hoog geprezen.
Het is dus rond 1300 dat men aan de hand van geschreven documenten,tastbare bewijzen heeft van de inrichting van werkelijke schuttersgilden in het graafschap Vlaanderen en het Hertogdom Brabant.
Welstand brengt ook politieke macht.
De poorters bezaten ook eigendommen,wensten daarom betrokken te worden bij de strategie van de gemeentelijke krijgsmacht.
Deze macht zullen ze concreet verwezelijken door de schuttersgilden te verenigen, vooreerst in de kruisbooggilden.
De handbooggilden worden meestal 40 a50 jaar later erkend.
Vanaf Karel V(1551) werden de schuttersgilden van de 3 wapens (kruisboog -handboog- en busgilden) op gelijke voet behandelt.
Voor Brabant zullen de hoofdgilden van Leuven (16é of de 17é eeuw),zich het recht toeëigenen "Caerten" te verlenen.
Deze Caerten zullen echter meestal supplementair zijn aan de "Keure"(toestemming Heer).
In de meerder gemeenten zullen naast de "oude" gilden ook "jonge"van een zelfde wapen opgericht worden eerst als reserve,nadien als onafhankelijke Gilde.
                                                      

Voorbeeld voor de Gildestad Antwerpen

Oude voetboog 1306
oude handboog 1346
Kolverniersgilde1489
Jong voetboog 1350
Jong handboog 1485
Schermersgilde 1487

Krijgsdienst was beperkt tot de verdediging van het land, en de rechten van de Graaf of Prins, en de verkregen privileges.Vanaf 15 Jaar was elke vrije man "MANSVAERT~ en werd hij door de baljuw opgenomen op de lijst der dienstplichtigen.Vanaf deze ouderdom kon men ook lid worden van een broederschap, en " manschapH zweren aan de Prins.Men was dienstplichtig tot 60 jaar.Enkelen werden echter vrijgesteld van krijgsdienst: Schepenen, stadsgezworenen, notarissen, chirurgijns, advocaten, bakkers en molenaars.Elke gemeente was verdeeld in parochies, in wijken en elke wijk in buurten.Elke buurt had aan het hoofd een "HONDERDMAN"(Gent, Brugge, Brussel), ook soms een Deken genoemd.Deze stond in voor de politiediensten van zijn buurt, en had " THIENDEMANNEN"als Officieren waarmee hij een raad vormde.De "VICARIS"(later baljuw), had het bevel over de hondert mannen en droeg het banier van de wijk waarop de "OORLOFSKREUF"(oorlogskreet) stond.Alle milities trokken op onder het banier van de vier hoofdsteden: Leuven, Brussel, Antwerpen en 's-Hertogenbosch (in volgorde).

De eigenlijke Schuttersgilden

Het einde van de 13é en het begin van de 14é eeuw is een mijlpaal in de sociale ontwikkeling van onze gewesten , en in de democratisering van de maatschappij.De slag van Woerdingen (1288),waar de burgermilities zijde aan zijde strijden met de strijdkrachten van de prinsen,en strijd leveren tegen de gemeenschappelijke vijand,en als infanterie gewicht in de schaal werpen(zowel Vlaanderen als Brabant)
De prinsen,Hertogen maken dankbaar gebruik van de diensten van de "Cleyne luyden"
In 1394 zullen edicten verschijnen,die het volk aanmanen zich te oefenen met de hand- en kruisbogen.
De Vlamingen waren zeer befaamd voor hun tactiek en militaire waarde bij de bestorming en belegering van versterkte plaatsen.
Ook hun kundigheid bij hand - en kruisboogschieten werd zeer hoog geprezen.
Het is dus rond 1300 dat men aan de hand van geschreven documenten,tastbare bewijzen heeft van de inrichting van werkelijke schuttersgilden in het graafschap Vlaanderen en het Hertogdom Brabant.
Welstand brengt ook politieke macht.
De poorters bezaten ook eigendommen,wensten daarom betrokken te worden bij de strategie van de gemeentelijke krijgsmacht.
Deze macht zullen ze concreet verwezenlijken door de schuttersgilden te verenigen, vooreerst in de kruisbooggilden.
De handbooggilden worden meestal 40 a 50 jaar later erkend.
Vanaf Karel V(1551) werden de schuttersgilden van de 3 wapens (kruisboog -handboog- en bus gilden) op gelijke voet behandelt.
Voor Brabant zullen de hoofdgilden van Leuven (16é of de 17é eeuw),zich het recht toe-eigenen "Caerten" te verlenen.
Deze Caerten zullen echter meestal supplementair zijn aan de "Keure"(toestemming Heer).
In de meerder gemeenten zullen naast de "oude" gilden ook "jonge"van een zelfde wapen opgericht worden eerst als reserve,nadien als onafhankelijke Gilde.
                                                       oude sch.gilde

Voorbeeld voor de Gildestad Antwerpen

Oude voetboog 1306
oude handboog 1346
Kolverniersgilde 1489
Jong voetboog 1350
Jong handboog 1485
Schermersgilde 1487

Rol en taken van de Schuttersgilden

a. Militair

Verdediging eigen gemeenten in de eerste plaats.
Wanneer alarm werd geluid door de alarmklok,"ORIDA" en  later "CAROLUS" voor Antwerpen en "Roeland" voor Gent,moeten de Gildebroeders zich gewapend in harnas naar de "LOOOPPLAATS" begeven.
De "LOOPPLAATS" werd voorzien ,meestal op de grote markt, voor de Gildekamer(s)

b.Politionele

Bewaken van de stadspoorten,kaden en markten.
Hiervoor werden vergoedingen voorzien.
De Gilden moesten de Amman of Baljuw bijstaan bij opsporing van e misdadigers en ordehandhaving verzorgen bij executies.

c.Brandwacht

De Gilden handelden ook als brandweerkorps(in sommige gevallen)

d.Culturele rol

De "Gildekamers" werden steeds als statussymbool der Gilde gebouwd(zeer groot en rijkelijk versierd).
Te Antwerpen werd het huis van de oude voetboog, het "Pand van Spagniën",door de bevolking het "Hoog huis" genoemd,omdat het het hoogste huis van de ganse stad was.
Ook de interieurs waren zeer kunstig en rijkelijk.De trappen en kasten waren gebeeldhouwd door de kunstenaars met faam.
De verering van de schutsheilige der Gilde was ook een aanleiding om hiervan schilderingen te laten maken (o.a kruisafneming door P.P. Rubens,was op bestelling va,n de Antwerpse kolveniers).
Te Antwerpen ook wordt in de Oude voetboog,de eerste Opera ingericht (1670-1710).

e.Caritatieve rol

Bij cholera of pestepidemieën en in tijden van hongersnood zullen de Gilden hulpcomités oprichten.

f.Politieke rol

De Gilden namen rechtstreeks of onrechtstreeks deel aan de politiek van de stad.
In sommige steden zullen de schepenen uit hun midden aangesteld.

g.Religieuze rol

Elke Gilde had zijn altaar,dat gewijd was aan zijn beschermheilige.
Soms bouwden de Gilden hun eigen kerk,zoals te Brussel,de kerk van O.L.V. van de Zavel.
De middeleeuwen waren zeer diepgelovig,en leefden intens naar het hiernamaals toe.
Hemel en Hel waren voor hen concrete realiteiten , en ze rekenden ook op bijstand van Gildebroeders om bij hun overlijden door hun gebeden een plaats in de hemel te bekomen.
Zware boeten werden opgelegd aan de Gildebroeders die de dodenwake en /of begrafenis niet bijwoonden.
Alle boeten werden aangewend voor het onderhoud der altaren of kapellen.

h.Vermaak

Een algemeen verspreid gebruik is de zgn.,"Colfdag". deze bestond erin elke confereer zijn medeconfreers uitnodigde om eens per jaar op zijn kosten te eten en te drinken in de Gildekamer.
Bijzonder weelderig was de viering van de nieuwe "Coninck",die veelal om het jaar geschoten werd.
Gildemalen na de verkiezing van de nieuwe dekens of bij aanstelling van een hoofdman duurde drie tot vier dagen,en wat toentertijd allemaal verorberd werd,kan men nog terugvinden in de rekeningen van de Gilden.

i.Sportieve rol.

Voorgeschreven in de "Caert" of de reglementen,moesten de gildebroeders wekelijks oefenen met hun wapen,en dit gaf aanleiding tot het houden van wedstrijden in hun eigen doelhof.
De verplaatsingen naar andere steden om deel te nemen aan landjuwelen op de grote schutterstornoo