1846 - Chemin de Fer - Diamant


Het verhaal start wanneer de Belgische Staat naar aanleiding van een wet van 1 juli 1845 fondsen  werden toegekend om drie eigen pakketboten aan te kopen en aldus een eigen Belgische lijn in dienst te stellen.

Een ambtenaar werd belast met de taak om naar Engeland te reizen en daar een vaartuig aan te kopen dat zou als model kunnen dienen voor de andere.
Het vaartuig werd gebouwd door de scheepswerf van "Ditchburn and Mare" in Blackwell en de machines door "Mandslay and Son and Field".
De keuze viel op deze werven omdat daar voorheen al betere en snellere schepen werden gebouwd.

De "Chemin de Fer " was 44,90 meter lang, 6,40 breed en had een diepgang van 2,16 meter. De waterverplaatsing bedroeg 340 m3.
Het werd door zijwaartse raderen voortgestuwd die door een stoommotor werden aangedreven dat 190 werkelijke PK leverde en 34 toeren per minuut presteerde. Wat een snelheid van 14 mijl per uur opleverde.
De "Chemin de Fer" was voorzien van één schouw.
Door die stabiele snelheid kon in normale omstandigheden de overtocht in een tijdspanne van vijf uur worden verzorgd. Er waren tevens masten op het vaartuig voorzien voor het gebruik van zeilen. 

Begin februari 1846 werd de eerste Belgische pakketboot "Chemin de Fer" aan de Belgische staat afgeleverd. Het werd door de Belgische Marine naar Oostende gebracht.

Op 5 februari 1846 verscheen in het Belgisch Staatsblad het besluit dat de dienst van stoomboten tussen Oostende en Dover regelde. Het bepaalde de samenstelling van de bemanning alsook de wijze waarop de afvaarturen en tarieven zouden worden bekendgemaakt. Dit zou via Ministerieel Besluit worden gepubliceerd.

Op dinsdag 4 maart 1846 had onder grote belangstelling  de eerste officiële overvaart plaats. De "Chemin de Fer" bracht voor de eerste maal als Belgische pakketboot een aantal reizigers en de briefwisseling naar Dover.  Later zou de naam van het schip worden gewijzigd in "Diamant".

Terzelfder tijd werd er verder gewerkt aan de uitbreiding van de vloot en bouw van gelijke vaartuigen zoals de "Ville d'Ostende" en "Ville de Bruges"

In 1872 werd het schip aan de Fransen verkocht en herdoopt tot " Francois I". Het werd ingezet als verbinding tussen Honfleur en Trouville.


The story starts when the Belgian Government voted a law on the 1st July 1845 and made funds available to buy own vessels and to create a packet boat service to England.

A civil servant was given the task to travel to England and to have built a vessel which could function as a model for future planned and to build vessels.
The vessel was built by the "Ditchburn and Mare" ship yard in Blackwell and the engine was built by " Mandslay Son and Field". These yards had a preference as they have delivered better and faster ships before.


The "Chemin de Fer" had a length of  44,90 meter and was 6,40 meter wide with a draft of 2,16 meter . The water displacement was 340 m3.
The vessel was moved side paddles which were driven by a 190 real horse powered steam engine at 34  rounds per minute.
This made an reliable average speed of 14 miles per hour. The "Chemin de Fer" had one funnel.
Through this speed stability it could perform a crossing under normal circumstances in five hours.
It had two masts installed for the use of emergency sails.


The vessel was delivered to the Belgian State early February 1846. It was brought from England to the port of Ostend - Belgium by the Royal Belgian Marines.


The Belgian State Monitor published on the 5th February 1846 a decision to allow and run service between Ostend and Dover with steam vessels.
It also published the way ships were crewed and the means sailing times and tariff's would be announced. This would be officially published by the responsible  Ministry.


The first official crossing took place on Tuesday the 4th March under a large public interest.
The "Chemin de Fer" carried as a Belgian Packet boat for the first time passengers and mail to Dover.
The vessel would later be renamed as "Diamant".


At the same time plans for expansion went on to built similar vessels like  "Ville d' Ostende" and "Ville de Bruges".

 The vessel was sold to the French in 1872 and renamed to "Francois I". Het was used for a service between Honfleur and Trouville.

Invarend te Honfleur

Entering Honfleur

In 1900 is het schip na 54 jaar afgebroken.

It was dismantled in 1900 after 54 years .