1847 - Ville d' Ostende - Rubis

Dit schip, dat naar het model van de "Chemin de Fer" is gemaakt, werd op de Cockerill Yards gebouwd onder het toezicht van de staatsingenieur E. Guiette, viel iets zwaarder uit met een waterverplaatsing van 350 m³.

Het werd op 3 augustus 1847 geleverd en op 23 augustus in dienst gesteld.

Een kenmerkend verschil was dat het schip van twee schouwen was voorzien waarvan de uiteinden in een trechtervorm waren gebouwd. Deze waren in een oranjegeel kleur geschilderd. Daartussen bevond zich de commandobrug boven de raderen.

De romp was in een zwarte kleur, de bovenbouw en de raderen waren in een witte kleur geschilderd.

De kapitein gaf van op de brug luidkeels de nodige navigatie commando’s. Het schip haalde een snelheid van 13 knopen. Dat komt neer op zo’n 24 km per uur. 

Met het dienst nemen van de “Ville d' Ostende” kon het schip twee reizen per week doen en de lijn zeven overvaarten per week voorzien. Dat jaar werden er nog 4548 reizigers op de lijn worden vervoerd.

Een tweede ship de “Ville de Bruges” stond tevens tegelijkertijd op dezelfde bestelling bij Cockerill yards en diende ook nog dat zelfde jaar te worden afgeleverd.  

De schepen  zouden later een nieuwe naam gebaseerd op edelstenen worden gegeven. Zo werd de Ville ‘d Ostende de naam Rubis gegeven. Hierdoor kreeg elk vaartuig een geschilderde balk vooraan aan de boeg in de vorm van de edelsteen dat in zijn naam was te vinden. 

Duidelijk werden de vaartuigen fier als ijdele juwelen beschouwd.

This ship wich was built by Cockerill yards to the model of the Chemin de Fer and under the supervision of the Begian State Engineer E. Guiette , resulted in a slightly heavier vessel with a displacement of 350 m³.

It was delivered on the third august 1847 and put in service on the 23th.

A typical difference in silhouette was the two funnels which had a wider diameter and shape at the top.
These funnels were painted in a orange-yellow colour. The bridge was placed in between the funnels and above the paddles.

The hull was painted black and the rest above the paddles and cabin were painted white. 

The captain had to give the navigation commands verbally  clearly and loudly.The vessel had a speed of 13 knots. That is about 24 km per hour.

As the “Ville d' Ostende” went it to service, it could perform two crossings per week. What made possible for the line to offer 7 crossings per week. The line has transported 4548 passengers in that year.

A second ship the “Ville the Bruges” was also ordered at the same time with Cockerill yards and planned to be delivered even that same year.

The vessels would later be given another name based on jewellery rocks.The Ville ‘d Ostende was renamed in Rubis. Each vessel was mounted a painted wooden beam in front at the bow shaped in the form of a rock and it’s name given.  

It was obvious the vessels were proudly regarded as precious jewellery.