Ville de Bruges / Topaze

Op 21 december 1847 werd het tweede  schip dat reeds was  opgenomen in de eerdere geplaatste bestelling , de  “Ville de Bruges” door Cockerill yards geleverd. Dit was echter een tweetal maanden later dan  in de overeenkomst voorzien.

Het schip had een lengte van 52 meter en 6.40 m breed. Het mat 352 ton en had een machinaal vermogen van 660 PK. Dat leverde een snelheid van 13 knopen.

Door het in dienst stellen van dit schip kon de lijn dagelijks een reis in beide richtingen voorzien. Op dat moment beschikte de lijn over drie vaartuigen. Dat jaar waren er 250 overvaarten en werden er 7980 reizigers vervoerd. Heel wat adellijken en hooggeplaatste personen maakten van de Belgische lijn gebruik.

Na 22 maanden continu dienst diende de Diamant voor herstellingswerken uit de vaart genomen. Wanneer het schip echter op 20 april 1848 volledig hersteld terug in Oostende kwam, dienden ook de Ville ‘d Ostende” en de “Ville de Bruges” uit de vaart te worden genomen voor dringende herstellingen aan de stoomketels. 

Hierdoor moest de lijn (lees de Staat) vaststellen dat het hen niet mogelijk was om met het bestaande materieel een efficiënte dient te waarborgen en te handhaven.

De Belgische Staat  stelde hierop de Britse admiraliteit voor  om te gaan samenwerken. Daarvoor werd op 25 oktober en 3 november van hetzelfde jaar een verdrag van samenwerking onder de partijen ondertekend.

Ten gevolge hiervan vertrok de mailboot tijdens de nacht in plaats van ’s morgens zodat de kapitein rond 11u15 de briefwisseling in Dover kon afgeven en onmiddellijk naar Oostende terugkeren. 

De handelskamer had ondertussen al het belang van de verbinding en de snelheid waarmee de briefwisseling kon verstuurd  ontdekt en had zich bij de Minister van buitenlandse zaken hierover hun voldoening uitgedrukt.

Op 6 november 1848 melden de volksvertegenwoordigers Delfosse en Osy in het parlement dat de exploitatie van de lijn een jaarlijks verlies van 300.000 Bfr opliep.

Het werd in 1870 aan Duitse eigenaars verkocht om later naar Rusland te worden doorverkocht. Het schip verging in juli 1916 in de Zwarte zee.

The second ship  on the earlier order the “Ville de Bruges” was deliverd by Cockerill yards on the 21th December 1847. This about two months later than agreed on the earlier contract.
 

The ship had a length of 52 meter and was 6,40 m wide. It measured 352 tons and had a mechanical power of 660 HP.That gave a speed of 13 knots.Taking the ship into service gave the line the possibility to organise a daily crossing in both directions. The line could create services with three vessels. It performed 250 crossings that same  year and carried 7980 passengers over the channel.

A lot of high class- and royalties starting to make use of the Belgian line. 

After 22 months of continuous service the Diamant needed to be redrawn from service due to repairs. When the ship return to Ostend after repairs on the 20th april 1848, urgent repairs on the boilers from the Ville ‘d Ostende and the Ville de Bruges also forced those ships to be redrawn from service.   

Due to this situation the line (read  Belgian State) had to state it was not possible to exploit the line efficiently with the current fleet and guarantee regular crossings. The Belgian government therefore  offered to the British Admiralty to cooperate. A treaty was signed on the 25th October and the 3th November. Due to this agreement the Belgian ships were leaving for service at night in stead of early mornings. This gave the captain the facility to hand over the mail in Dover at around 11.15 hrs and to return immediately to Ostend. 

The Chamber of Commerce had discovered the importance of regular services and speed which the mail could be delivered and has reported that positive result by letter to the Minister of Foreign affairs.

On the 6th November 1848 representatives in parliament Delfosse and Osy reported a yearly loss of 300.000 Bfr on the exploitation of the line.

The vessel was sold to a German company in 1870 and later to Russia. The vessel was lost in July 1916 in the Black Sea. 

In de loop van het jaar 1848 had de lijn 328 afvaarten verzorgd waarbij 7550 reizigers werden vervoerd. Dat komt neer op 23 reizigers per reis.

Een officier van de beginne was kapitein Picard. Geboren in 1814 te Gent en tot de Royale Marine toegetreden op 1 september 1832 bouwde hij een stevige reputatie als zeeman.
Op 18 november 1847 kwam Picard aan boord van de Chemin de Fer als tweede luitenant.
Hij kreeg reeds het bevel als commandant op de Ville de Bruges op 24 april 1849.
Later op 19 januari 1854 werd Picard commandant op de Topaze. Op 2 maart 1864 het bevel op de stomer “La Perle”.
Op 53 jarige leeftijd nam hij op 22 februari 1867 de leiding over de dienst der maalboten tot hij op 27 januari 1870 met pensioen ging. Picard haalde vele onderscheidingen en overleed op 4 december 1875.

The line perfomed 328 crossings and carried 7550 passengers in that year 1848. That is 23 passengers per crossing.

An officer from the first day was captain Picard. Born in 1814 in Ghent and entered the Royal Marine on th 1st September 1832 were he has built a strong reputaion as a seaman.
He came on board the Chemin de Fer as second officer on the 18th November 1847 and got command on the Ville de Bruges on the 24th April 1849.
Later in Januari 19th 1854 Picard took command of the Topaze and on the 2nd March 1864 he went on the steamer La Perle.
On his 53 years of age on the 22nd February 1867 he took the CO position from the Ostend mailboat services until he retired on the 27th January 1870.
Captain Picard was decorated many times and died on the 4th December 1875.