Ville de Liège

De Ville de Liege gebouwd door Cockerill met yard nummer 531. Ze had een lengte van 95,40 meter en een breedte van 11,74 meter.  Origineel was ze van 13000 PK voorzien en haalde met zijn 1365 ton een snelheid van 21 knopen.

WOI

Tijdens de 1e wereldoorlog heeft deze kleinere mailboot een belangrijke rol gespeeld in het vervoer van gewonden tussen Calais en Cherbourg.

Bij het uitbreken van de oorlog op 1 augustus 1914 werd het schip de opdracht gegeven om op het kanaal Oostende-Brugge te gaan wachten op eventueel verdere instructies.

Op 20 augustus legde de regering beslag op de vijf turbineschepen waaronder ook de Ville de Liege. Op 22 augustus vertrok ze naar Antwerpen waar onze regering verbleef en kreeg de opdracht om de geldreserves van de nationale bank in veiligheid naar Oostende te brengen. Het schip was één van de turbineschepen welke door hun snelheid in de eerste periode een belangrijke rol hebben gespeeld in de evacuatie van de regering, diplomaten, abtenaren en bevolking.

Wanneer de Duitsers op 17 oktober 1914 Oostende zijn binnengevallen was de stad leeg. Op die datum is de Ville de Liege aan het Ministry of War overhandigd.

Tijdens de slag aan de Ijzer deed het schip zendingen voor de Belgische en Franse kust om gewonden en materiaal voor de westhoek aan en af te voeren. Zo was er een munitiefabriek in Havre waar werd bevoorraad. Dit tot 31 maart 1915 tot wanneer de gewonden per trein werden vervoerd.

Op 2 september 1916 vertrok het schip naar Dover om onder beheer van het Ministry of War om tot hospitaalschip te worden omgevormd.

Tussen de periode wanneer het schip  in dienst voor het Ministry of War kwam op 21 juni 1917 en uit dienst genomen werd op 31 december 1918, had het schip maar liefst 252 reizen gedaan en daarbij 77194 gewonden en 36356 militairen vervoerd.

De Ville de Liege was het eerste schip dat na de eerste Wereldoorlog op 18 januari 1919 terug naar Oostende kwam.

Het was een bijzonder moment voor alle Oostendenaars. De aankomst was al een drietal keer uitgesteld maar deze keer zou het doorgaan. De mensen die in Oostende zouden aankomen waren om 2u ’s nachts met de trein uit London vertrokken en om 3 uur in Dover aangekomen. Daar moest men op de trein wachten tot 6 uur vooraleer in te schepen. Er waren 366 reizigers die elk een geschenk als aandenken van hun verblijf in Engeland meekregen. Waarop de volgende tekst stond:

“Dierbare Belgische vrienden,
Op het ogenblik van uw vertrek biedt het volk van Groot - Bretagne U zijne Hartelijkste Afscheidsgroeten aan.
Den zegepraal van het Recht en de Vrijheid is verzekerd.
De lange jaren van zelfopoffering zijn ten einde.
Moge onze Vriendschap, ontsprongen gedurende den oorlog, zich voort zetten in de toekomende vredevolle jaren. Moge Groot-Bretagne en België voortgaan hand in hand op den weg voor den voorspoed van het menschdom,”

Om 8 uur vertrok de Ville de Liège richting Oostende. Vele Oostendenaars hadden het middagmaal een uurtje eerder genuttigd om op de middag aanwezig te zijn voor de aankomst van het eerste schip. Men had de maalboten in Oostende hard gemist.

Het was commandant Rohart  die de eer had de Ville de Liège Oostende binnen te varen. Om 11u30 kwam het schip aan de rede en vaarde door een sleepboot voorafgegaan plechtig de haven binnen statig voorbij het wrak van de Flandre terwijl de mensen wenend stonden toe te kijken.  Tijdens het aanmeren stonden de mensen aan boord en op de kaai  euforisch te zwaaien terwijl de muziekkapel de Brabançonne speelde.  Het duurde wel even voor het euforisch gevoel minderde en de officiëlen aan boord konden om de reizigers te verwelkomen in hun vaderland.  

Het schip liep de haven binnen onder een enorme belangstelling van de plaatselijke bevolking. Zoals op de foto onder is te zien.


Wegens het belangrijke aandeel dat dit schip en zijn bemanning in een periode van agressie en oorlog aan de bevolking en het land heeft gegeven; valt een gevoel van bijzondere eerbied.

Na de Duitse capitulatie was het de London Istanboul dat de eerste overvaart uit Oostende hervatte. Deze reis was echter naar Folkestone omdat Dover als militaire haven nog niet was vrijgegeven voor commercieel trafiek.

Ville de Liege gezonken te Dover 1929

In 1929 liep ze vast op de rotsen buiten Dover. Het schip kon worden geborgen. De bodem werd volledig vernieuwd.

WOII

Na het vertrek geladen met vluchtelingen op 17 mei 1940 en aankomst in Engeland werd de London Istanbul opzij gelegd om later op 14 september 1941 te worden afgestaan aan de mijnenvegersdienst te Scapa. Daar werd ze in Glasgow door Barclay Curbe’s Yard uitgerust als depot schip. Daar kreeg ze tijdelijk de naam “Algoma” tot na de einde van de werken in november 1941 de naam “H.M.S. Ambitious” werd gegeven en op 16 januari 1942 in dienst genomen. Op het einde van het jaar werd ze naar de Humber gezonden voor herstelling tot augustus 1943.

Na de herstelling werd ze naar IJsland gezonden als depot en recreatieschip. Het kleine schip kon  dienst doen voor de dienst mijnenvegers en de ruimten aan boord waren welkom gezien de manschappen daar vooreerst zeer krap gehuisvest zaten.
Er was aan boord van de H.M.S. Ambitious een cinema, bibliotheek, badzalen, salons en een grote kantine. Het restaurant en de rookzaal werd aangewend als logement voor officieren. Er waren dokters en tandartsen aan boord die ook over een operatiezaal en een ziekenboeg konden beschikken.  

In april 1944 werd het schip aangewend als depot voor de mijnenvegers tijden de invasie van Europa.
Als laatste in Terneuzen werd het schip op 16 juli 1945 aan België terug overhandigd.

In 1949 werd ze nog aan British Rail verhuurd voor één jaar. Na de terugkomst werd ze na 35 jaar dienst als schroot verkocht.

The Ville de Liege build by Cockerill yards with yard number 531. She had a total lenght of 95,40 meter and 11,74 width. Originally she had a 13000 HP engine and reached a speed of 21 knots with her 1365 tonnage.

WWII

During the first world war this smaller vessel participated in an important role of wounded transport between Calais and Cherbourg. At the outbreak of the war on the 1st of August 1914 the ship was given the order to lay standby in the local Ostend-Bruges canal and wait for eventual further instructions.

On the 20th August the government confiscated the five turbine ships. Amongst them the Ville de Liege. On the 22nd she left to Antwerp where our Belgian government was staying an was given the mission to bring the moneyreserves from the national bank to Ostend. It was one of the vessels which due to their speed have performed an important role in the evacuation of the government, diplomats, civil servants and pupulation.

When the Germans arrived in Ostende on the 17th October, the city was empty. On that date the Ville de Liege was handed over to the English Ministry of War.

During the battle of the Ijzer the vessel was performing mission in front of the Belgian and French coast in order to transport wounded and material to the West corner of Flanders. There was an ammunition factory at Havre where the vessel could load.   This until the 31st of March when wounded were transported by train.

On the 2nd September the vessel left for Dover to be converted to an hospital ship by the Ministry of War.

Between the period when the vessel become under the command of the Ministry of War on the 21 Juni 1917 and the 31st December 1918, the vessel had performed 252 trips and transported 77194 wounded and 36356 soldiers.

It was de Ville de Liege witch arrived on the 18th January 1919 as the first ship in Ostend after world war one.

It was a very special moment fort the people of Ostend. The arrival was already three times postponed but this time it would be real. The people to arrive in Ostend left London at 2 am by rein to arrive at Dover at 3.00 hrs. There they had to wait until 6 a clock on the train before they could embark. The 366 passengers each were given a gift to remember they’re stay in England. Following text was given:

“Dear Belgian friends,
On this moment of leaving the people of Great Britain offers you our cordial greetings and goodbye.
The victory of right and freedom is guaranteed.
The many years of self-sacrifice has ended.
May our friendship started due to the war continue during the coming peaceful years. May Great Britain and Belgium walk hand in hand on the road to prosperity for humanity.

The Ville de Liège left Dover for Ostend at 8.00 hrs. Many people in Ostend had taken they’re meal an hour earlier to be at the pier on arrival of the first ship. A lot of the Ostend people had missed the mail boats.

It was Captain Rohart whom had the honor to enter Ostend. At 11.30 hrs the Ville de Liège arrived outside Ostend and entered slowly and gracefully the port with a tug boat in front, passing the wreck of the Flandre and while people were watching crying. During the approach and mooring people on board and on the quay were cheering euphorically while the music band was playing the Belgian national anthem. It took some time before the euphoric feeling reduced and officials could go on board to welcome the first travelers to they’re fatherland.

The vessel entered the harbour under a enormous interest from the local public. As shown on the photo below.

Due to the important share and service given by this vessel and its crewto the population and its country in a period of agression and war, it deserves a special respect and high honour.

After the German capitulation it was the London Istanboul which perfomed the first crossing from Ostend. This crossing was to Folkstone as the Dover military port had not yet been release for commercial traffic

Ville de Liege sunk at Dover 1929

The vessel stranded in 1929 on the rocks just outside Dover. The vessel could be recovered. The bottom plates were totally renewed.

WWII

After leaving Ostend with fugitives on the 17th May 1940 and arriving in England the London Istanbul was put lay by to be appointed to the mine sweeping department at Scapa on the 14th September 1941. She was rebuild in Glasgow by Barclay Curbe’s Yard as a depot ship. She was given the name “Algoma” temporarily until works has finished in November 1941 and renamed H.M.S. Ambitious. She was taken into service on the 16th January 1942. By the end of the year she was send to the Humber for repairs until August 1943.

After repair the ship was send to Iceland to be used as depot and recreation ship. The small ship could be useful for the department of mine sweeping and spaces on board were very welcome as the men were rather tightly accommodated before.
On board the H.M.S. Ambitious there was a cinema, library, bath rooms, parlours and a big cantina. The restaurant and smoking parlour was used as accommodation for officers. There were doctors and dentists on board which had a sick bay available.

In April 1944 the ship was used as depot for the mine sweepers during the invasion of Europe.
As last in Terneuzen the ship was handed over to Belgium on the 16th July 1945.     

In 1949 the vessel was rented to British Rail. On it's return it was sold as scrap after 35 year of service.

London Istanboul

In 1936 werd de Ville de Liege omgebouwd tot autocarrier. De naam werd veranderd in London Istanboul. Er werd één korte schouw geplaatst.

Deze beslissing werd genomen omdat het schip nog niet zo lang geleden na de averij al een nieuwe bodem had gekregen.

Tevens was de dekhoogte geschikt om de verbouwing door te voeren. Het schip was dan voorzien van een nieuwe motor met 13000 PK vermogen en haalde een snelheid van 23,62 knopen.

Op 1 augustus 1936 kwam het schip opnieuw in de vaart en kon 100 auto’ en 250 reizigers laden

The Ville the Liege was transformed in 1936 to an car ferry vessel. The name was changed to London Istanboul. One short funnel was installed.

This decision was taken as the vessels bottom plates were renewed not so long ago due to the damage at Dover.

It was also suitable for the transformation due to the fact the deck height allowed the change. A newly installed engine increased the power from 8500 to 13000 HP which reached a speed of 23,62 knotts.

The vessel came back in service on the 1th August 1936. It could load up to 100 cars and 250 passengers.