Prince Baudouin

In 1931 had het bestuur der Zeewezen reeds de intentie om de nieuwe geplande en te bouwen eenheden te voorzien van de modernste technologie. Met het oog op de reputatie inzake snelste schepen en comfort werd een aanbesteding uitgeschreven om een nieuw schip te bouwen dat aan de nieuwste normen moest voldoen. De visie van het bestuur was heel duidelijk. Men wilde van de stoommotoren af en overgaan tot de nieuwste dieselmotoren.

Men ging in diverse landen de voornaamste scheepsbouwers aanspreken. Het was echter Cockerill die als winnaar uit de bus kwam. Ware het mogelijk in België toegewezen aan Cockerill door de heersende economische crisis van die periode en de nood aan het bestrijden van de werkloosheid.

De uitdaging bestond er in om het vaartuig te voorzien van twee SULZER - 12 cilinder (dia 580 mm) dieselmotoren van 8500 PK. Men wilde totaal geen stoommachines meer om zo de rook en stof te vermijden welke door de oudere eenheden werden geproduceerd. Zeg maar eerbied voor het milieu avant la lettre. 

Het schip kreeg de naam van de huidig Prins Boudewijn. Gezien dit vaartuig de naam in het frans moest krijgen werd het “PRINCE BAUDOUIN”. Op zaterdag 16 september 1933 liep de Prince Baudouin bij Cockerill van stapel. Stilaan bleek duidelijk dat het vooropgezet doel werd gehaald. Bij de proefvaart haalde het vaartuig een snelheid van 25.25 knopen. Wat daarmee onmiddellijk het snelste schip ter wereld te zijn.Een verslag van de eerste reis werd gepibliceerd in het Visserijblad van 18 augustus 1934.

Het bestuur der zeewezen had hiermee een keerpunt in exploitatiekost kunnen verwezenlijken. Het gebruik van diesel vaartuigen bleek een aanzienlijke besparing op te leveren ten opzicht van de stoomturbines. Anderzijds was het comfort een grote stap vooruit. Er waren vijf dekken, vier restaurants, vijf rustsalons en grote  wandeldekken. Technisch gezien werd de laatste technologie voor elektrische toestellen voorzien. Zo was er verwarming, verluchting, verlichting, elektrische keuken en de nieuwste davits voor de reddingssloepen. Al dit nieuws werd door een 2000 KW generator voorzien. Ook de brug werd voorzien van de nieuwste navigatietechnologie. De inrichting van het schip werd toevertrouwd aan de welgekende kunstenaar Henry Van de Velde. Het prachtige schip met zijn sierlijke silhouet werd de parel van Belgisch vakmanschap genoemd. En dat was het ook.

De nieuwe motoren bleken in eerste instantie problemen te vertonen wat voeding gaf voor kritiek in de media. We mogen niet vergeten dat dit gebeurde in een periode van repressie en hoge werkloosheid. En dat dit alles op overheidsuitgaven beruste. Op 27 oktober 1934 werd het schip uit dienst gehaald en is bij Cockerill een volledige controle en aanpassing uitgevoerd met de betrokken gespecialiseerde firma’s. In een krantenartikel van 14 november 1934 probeert de toenmalige directeur Haeck dit allemaal uit de doeken te doen. Het was niet eenvoudig om een vaartuig te bouwen met de nieuwste technologie dat allemaal vanaf dag één perfect zou functioneren.  Op maandag 26 november 1934 kwam het schip na uiterst bevredigende proeven terug in dienst. De parel kon glinsteren.

WOII

Toen de tweede wereldoorlog uitbrak diende ook de Prince Baudouin samen met de andere eenheden België te verlaten om niet in de handen van de agressor te vallen. Op 18 mei 1940 vertrekt het schip vol geladen naar Le Havre en vervolgens naar Engeland Southampton. Op 28 mei werd ze aan het Ministry of War overhandigd. Waar ze in de eerste helft van juni al deelnam aan de evacuatie van Britse troepen tussen Brest, Southampton, Cherbourg en St Malo. Hierna werd ze in juli 1940 toegewezen aan de Royal Navy om als torpedojager te worden omgebouwd. Dit werd echter in augustus geannuleerd waarna ze tot eind oktober in Southampton is verbleven. Bij vertrek op 1 november 1940 richting Clyde, kwam ze met twee schepen in aanvaring. De SS Mahsud en de SS Graslin. Hierna is ze in Gareloch gebleven tot mei 1941. Waar ze later bij de gebroeders Denny in Dumbarton tot bevoorradingsschip is omgebouwd.

Vanaf 13 augustus 1941 tot 2 december 1941 werd de Prince Baudouin bemand door de General Steam Packet Company en gebruikt als troepentransport en bevoorrading.
Het duurde tot januari 1943 wanneer de Prince Baudouin in Tilbury door de Royal Navy als LSI werd omgevormd. In november 1943 was het schip klaar en kreeg het de nieuwe naam “HMS Prince Baudouin”. De volgende maanden werd er getraind in voorbereiding naar de geplande landingen.
Op 6 juni 1944 landing Omaha Beach. In Juli naar de Middellandse Zee en eind juli in Napels om verder te worden ingezet naar Sicilië en Gilbraltar.

In oktober 1944 werd de Prince Baudouin ontwapend in Greenock in de Loch Fyne waar men een breuk in de transmissie van een generator vaststelde en de herstelperiode geschat op ongeveer 6 maanden. In maart 1945 werd het schip naar Cockerill gestuurd.

In juli 1945 werd ze terug in dienst gezet voor transport tussen Oostende en Folkestone. Even later op 1 oktober werd de Prince Baudouin door het Ministry of War aan de Belgische Staat terug gegeven. Het schip werd terug bij Cockerill omgevormd en heringericht om de normale dienst te kunnen hervatten.

Op 24 juli 1946 kon de Prince Baudouin de speciale overtocht verzorgen naar aanleiding van het honderd jarige bestaan van de lijn. Het duurde tot 1 oktober 1946 voor de het schip voor normale dienst Oostende-Dover terug kon worden ingelegd. De haven van Dover werd pas op 1 oktober 1946 terug vrijgegeven voor commercieel trafiek.

De Prince Baudouin werd na 29 jaar uit de vaste dienst gehaald en op 1 januari 1964 in afwachting tot afbraak verkocht aan Sidmar om als drijvend hotel en burelen dienst te doen voor een constructie firma in Zelzate. In september 1964 kwam het schip in Gent aan voor afbraak.

The Belgian management of Zeewezen had the intention when new vessels would be planned it had to be vessels holding the newest technology. With this in mind and a reputation of keeping the blue ribbon in the company a new public tender was launched to build a new fast and modern ship with the newest technology installed. The management vision was very clear. Steam engines were finished and new diesel was the future.

Several ship builders were contacted but Cockerill yards came out as a winner for the tender. Possible was the order also placed with Cockerill due to the high unemployment and economic crisis situation in Belgium at that time. It was essential to try and support unemployment.

The challenge was to install two SULZER - 12 cylinder 8500 HP diesel engines (dia 580 mm) . In no way steam engines were wanted in order to avoid smoke and dust which were produced by the elderly vessels. Say respect for the environment in the earlier days.

The vessel was named "Prince Baudouin" as the vessel had to named and French name this time. This was the name of the current Prince "Prins Boudewijn" which was later King of the Belgians.
On Saturday the 16th September 1933 the Prince Baudouin was launched at Cockerill. It was slowly realised the intention made were coming to reality. On trials the vessel reached a speed of 25.25 knots and become the fastest ship on the world. An article was published in the Loyd Aniversois on Tuesday 14th Agust 1934.

The company management Zeewezen succeeded to reach an important turning point in company running costs of the vessels compared to the steam turbines. On the other side comfort was a huge step forward. The vessel had five decks, four restaurants, five parlours and large promenade decks. Technical the most modern technique was installed for all electrical equipment. There was heating, air conditioning, lighting, electrical kitchen and the newest davits for the life boats. All this new technology was driven by a 2000 Kw generator. Also the steering house was installed with the newest navigation equipment. The interior design was given to the well known artist Henry Van de Velde. The beautiful ship with his lovely silhouette became the pearl of the Belgian fleet. And that is was she was.

The new diesel engines were showing some problems at first which created a base for criticism in the media. We must point out this was in a period of repressing and high unemployment. Also this was organised on a governmental budget. The ship was taken out of service on the 27th October 1934 and a full control took place at Cockerill by several specialized firms. In the media from 14th November 1934 the Director Mr Haeck tried to explain this all to the general public. Is was not easy, maybe impossible to build a new vessel with the latest technology which would perform perfect from day one. On Monday the 26th November the ship was taken back into service after most satisfactory trials. The pearl could shine again.

WWII

When the second World War started also the Prince Baudouin had to leave Ostend in order not to fall in hands of the aggressor. On the 18th May 1940 the ship left Ostend fully loaded to Le Havre France and proceeded to Southampton UK. She was handed over to the Ministry of War on the 28th May when took participation in the transport of British troops between Brest, Southampton, Cherbourg and St Malo in the first half of June 1940. In July she was handed over to the Royal Navy to be converted as an torpedo hunter. This was cancelled in August and she stayed in Southampton until end October. When she left on the 1 November 1940 towards Clyde, she had a collision with two ships. The SS Mahsud and the SS Graslin. After that she stayed in Gareloch until May 1941 were she was converted as a supply ship.

As from 13th August 1941 until the 2nd December 1941 the Prince Baudouin was crewed by the General Steam Packed Company and used as a supply and transport of troops.
It lasted until end of January 1943 when the Prince Baudouin was converted as an LSI by the Royal Navy in Tilbury. The ship was ready in November 1943 en was renamed the HMS Prince Baudouin. The next month’s training took place in order to prepare for the coming landing operations.
On the 6th of June 1944 landing on Omaha Berach, July to the Mediterranean Sea and end July in Napels to proceed to Sicily and Gibraltar.

In October 1944 the Prince Baudouin was disarmed at Greenock in Loch Fyne where damage to the transmission in the generator was found. Repairs would last about six months. In March 1945 the ship was sent to Cockerill.

In July 1946 the vessel was taken back into service for the Ostend-Dover and Folkestone line. Sometime later on the 1th October 1945 the ship was returned to the Belgian State The ship was converted again as passengers ship by Cockerill and refurbished in order to start normal service.

On the 24th July 1946 the Prince Baudouin perfumed a special crossing for the 100th anniversary of the Ostend line. But the actual date to return to normal service was 1th October 1946. The season for that was the fact the port of Dover was only opened for commercial traffic on the 1th October 1946.

The Prince Baudouin was taken out of regular service after 29 years. Waiting to be sold as scrap she was sold to Sidmar in order to be used as a hotel and offices for the construction firm in Zelzate Belgium. In September 1954 the vessel went to Ghent to be scrapped..