|
|
|||||||
|
|
||||||||
|
Deze term duidt de hele denkbeeldige wereld van computernetwerken en andere
elektronische gemeenschappen aan. Het is de wereld waarin wordt
gecommuniceerd met woord, tekst, geluid en beeld. |
||||||||
|
Een client
is een gebruiker van een informatiesysteem. Een server is de
informatieleverende computer, die de door de client opgevraagde informatie levert. Het Internetgebruik is
op dit principe van server en client gebaseerd. |
||||||||
|
(Public Key Infrastructure). Een dergelijk systeem
werkt met geheime en publieke sleutels en 'trusted third parties'
die vragers en aanbieders identificeren en hun identiteit garanderen, en kan
niet functioneren zonder centrale databases en webservers.
|
||||||||
|
Hierbij werken
tienduizenden web-pc's als één supercomputer samen
in commerciële en idealistische projecten, zoals de speurtocht naar
buitenaards leven, ruimtevaart berekeningen of zware wiskundige problemen |
||||||||
|
Iedere persoon die
bestanden aanbied aan de andere gebruikers is in feite server. Een dergelijk
peer to peer netwerk als gnutella bestaat op goede momenten uit meer dan 1 miljoen servers. |
||||||||
|
Op het moment dat je
bestanden aan het downloaden bent ben je een cliënt. De persoon, bij wie je
deze bestanden halen gaat is op dat moment server. De grote servers (zoals bij
napster) vallen hier dus weg, en wordt iedere gebruiker cliënt en mini server
|
||||||||
|
de overdrachtscapaciteit
(transmissiecapaciteit) per tijdseenheid van een netwerk. De hoeveelheid
gegevens (data) die over een telefoonlijn kan worden vervoerd. Hoe groter de
bandbreedte hoe sneller het gegevenstransport. Vergelijkbaar met een
vierbaansweg die meer verkeer verwerkt dan een tweebaansweg..
|
||||||||