BOEKBESPREKING

WELKOM OP MIJN WEBSITE

Start WIE BEN IK MIJN UITGAVEN UW MENING EEN GEDICHT GAST AUTEURS BOEKBESPREKING WORDT VERWACHT LINKS GEDICHT V/D MAAND activiteiten

webmaster: info@bijloos.be

Start
WIE BEN IK
MIJN UITGAVEN
UW MENING
EEN GEDICHT
GAST AUTEURS
BOEKBESPREKING
WORDT VERWACHT
LINKS
GEDICHT V/D MAAND
activiteiten

EDITH OEYEN SCHRIJFT

PRACHTIGE LIEFDESPOËZIE!

 

DE IJSLAAG DIE ONS DRAAGT IS DUN

 

Thierry Deleu

 

 

Edith Oeyen viert in De ijslaag die ons draagt is dun de verbintenis van haar wereld met de puurste romantiek die ze aan het witte blad toevertrouwt,” schrijft Ingrid Lenaerts. Op meesterlijke wijze analyseert de dichteres wat haar dagdagelijks overkomt. Zij creëert miniaturen van liefde, tekent ongekunstelde natuurbeelden en verrast door haar gevoelige annotaties bij het werk van Felix De Boeck.

 

Edith Oeyen wentelt zich in “de eeuwigheid van altijd duren”. Dàt is de drijfveer van haar schrijven: overleven! Op zichzelf geen verrassende boodschap, maar bij Oeyen blijft die gedachte haar niet zozeer kwellen; zij wordt niet zomaar geassocieerd met angst voor de dood. Voor de dichteres is het veeleer een hartstochtelijk zoeken naar een reden van bestaan. “Kan ik de grenzen herleggen?” vraagt ze zich af.

 

Wanneer zij wordt geconfronteerd met eeuwigheid, gaat zij schuilen achter geheimen en duisternis. Daar wil zij de betovering vinden. Zij zoekt het gezelschap op van “de schemer van de bloemen”, van “rozen/in de schemer van de avond”, van “een kerselaar die bloemen draagt/in een jonge ochtend”. Als alternatief voor haar sterfelijkheid zoekt zij “Gods mooiste scheppingsdaad” op: de liefde, het “herboren worden in elkaar”. Haar geliefde fluistert haar woorden in “van dood en eeuwig licht”. “Net toen er schaduw wilde vallen/werd zij wakker in het zonlicht.” De liefde geeft haar vleugels die haar “vrijheid bieden”.

 

De poëzie van Edith Oeyen vloeit als een stroom tussen weelderige oevers en bij iedere bocht splitst hij zich in nieuwe beddingen. Zo vormt hij een meander van zacht opdringend vertoon. Haar poëzie is een demonstratie van stroom en tegenstroom: “de klaarheid is weer duister”, vrijheid vs. verbondenheid, “dat wilde vuur//stil en onbewogen”, “breekbaarheid maakt ons sterk”.

 

Edith Oeyen schrijft verbluffend mooie liefdespoëzie. Het wordt tijd dat zij hiervoor de hemel wordt in geprezen. Haar vergelijkingen, beelden, metraforen blijven je boeien. Omdat zij het experiment schuwt en zich niet waagt aan woordspelletjes en spitsvondige taalcreaties waarop de experimentele poëzie in de jaren’50 - ’55 een patent had. Zij beweegt zich nooit op de rand van helderheid en ontoegankelijkheid. Haar gevoelens en gedachten verwoordt zij in een herkenbare beeldspraak en een eigen taalkoloriet. Zij exploreert natuur en liefde, geboorte en dood in een eigen stijl, waarin gevoel de eerste viool speelt.

 

Zij “zingt het hoogste lied”; zij ervaart “de volheid van ingetogen liefde”, “de vruchtbaarheid van liefde”. Liefde is het “kompas dat mij/uit het duister naar jou toe leidt”.

 

Wanneer ik verdwaal in je denken

wijs me dan het voetspoor naar je toe.

leid me naar het pad

waar geen struikelstenen liggen:

 

ontrafel een fragment uit die droom

en ontdek hoe verloren liefde pijnigt

 

herbouw de constructie uit je leven

en weet me te vinden in het bos

van zoveel tekens,

 

kijk naar de maan en de sterren,

zij wijzen je de nacht aan

die ons samen schrijft.

 

De ijslaag die ons draagt is dun bestaat uit drie delen - voor mij zouden het drie bundels kunnen zijn -: “De ijslaag die ons draagt is dun”; “Sporen op wit”; “woord en beeld hand in hand”.

 

Op blz. 39 staat het eerste gedicht dat een titel kreeg: “Ranke handen”. Dan denk je algauw dat de titelloze gedichten geen vlag behoeven omdat de lading herkenbaar is en gezien mag worden. Moet de lezer op zijn hoede zijn? Verbergt de verpakking een triviale inhoud? Met andere woorden: spreekt het gedicht niet voor zichzelf? Mist het gedicht de nodige helderheid? Ja en neen. Ja, omdat de poëzie in “Sporen op wit” minder sterk gevoelens weergeeft. Het epische neemt vaak de bovenhand. Het verhaal domineert de emotie. De dichteres analyseert de feiten meer dan de gevoelens die worden gekoesterd. Opgelet, de poëzie van Edith Oeyen blijft voortreffelijk! Met een gedicht als “Waterbloemen” bereikt zij een ongekende hoogte. De dichteres nodigt de lezer uit haar te volgen in de hartstocht van haar liefde.

 

Waterbloemen

 

Verlaten door de kudde

weet hij hoe eenzaamheid

een naam kreeg

 

zijn rimpelloze schaduw

beweegt bij het horen

van een schalmei,

 

verlangen groeit

en roerloos wacht hij,

 

want wie twee

blauwe ogen liefheeft

ziet waterbloemen bloeien

 

aan de vijver.

 

Is de dichteres “een argeloze vrouw//is zij een twijfelaarster//of mogelijk iemand/die is uitgedanst/en wegvlucht uit de realiteit”? Die vraag stelt Edith Oeyen terecht in het gedicht “Mysterie”. Omdat zij verwacht dat de lezer ook reageert, is mijn antwoord: JA. Zij is argeloos; koestert haar twijfels en vlucht graag uit de werkelijkheid. Dank zij deze drie emotionele “kwaliteiten” schrijft zij inhoudelijk sterke poëzie in een duurzame taalmix. Zij weet bovendien haar gevoelens een universele dimensie te geven. Ja, dit is één van haar sterke punten: geen egotripperij, maar herkenbare liefdesgedichten die overal kunnen worden gesmaakt.

 

Ook in “woord en beeld hand in hand” word ik vaak getroffen door gevatte beschrijvingen van het plastisch werk van enkele (bevriende) kunstenaars. Edith Oeyen schrijft plastisch, zij beeldt uit; het werk van de bevoorrechte kunstenaars komt gevoelbaar nabij; de dichteres is betrokken partij, nauwnemend en zo gevoelig. Toch blijft haar gevoeligheid vatbaar voor indrukken. Edith Oeyen weet op een harmonieuze wijze argumenten die een beroep doen op gevoel te verzoenen met die op redenering. Haar sterke inleving en de wijze waarop zij het woord beheerst, maken van haar een van de beste liefdesdichters in Vlaanderen en Nederland.

 

De slak

Bij werk van Felix De Boeck

 

Op zoek naar verloren dromen

beklimt zij diagonale lijnen,

vindt zij in zeegroen

de traagheid van het leven

 

achter de berg

liggen verborgen raadsels,

ook de rode kleur van liefde,

 

onhoorbaar haast de wind,

hij ademt vrede over het landschap

 

met trage traagheid

klimt zij omhoog,

slaapt straks in kil gras, en de dood,

 

ja, de dood komt later.

 

 

Thierry Deleu

 

 

Edith Oeyen, De ijslaag die ons draagt is dun, Zuid & Noord, Beringen, 2005 - Papaverreeks nr.63

 

***

 

 

IN RECENSIES SCHREEF MEN OVER HAAR WERK O.A. HET VOLGENDE:

In 't Kandelaartje nr.4 24ste jaargang, december 2007schreef René Venken het volgende: Edith Oeyen veroverde een eigen plaats in de hedendaagse poëziewereld. Zij behoort tot diegene die een gans nieuwe poëzie nastreven en zich afkeren van de tradionele vormen om aan het gedicht een nieuwe vrije vers te geven. Toch weet zij de traditionele vormen te eerbiedigen en schrijft zij een poëzie die nauw aansluit bij de vorige generatie. Zo schrijft zij poëzie die tot stilte en aandacht leidt en waarmee de lezer haar leert kennen zoals zij werkelijk is.

 

In haar poëzie gaat Edith voort steeds de aloude thema's van het levensleed en het verdriet te vertolken. Daarin blijft ze met haar twee voeten op de grond. Door vroegtijdig verlies van geliefden heeft haar er  ongetwijfeld toe gebracht zich in melancholische poëzie uit te drukken. Zeer gevoelig van natuur voelt zij zich blijvend beproefd. Zij laat aanvoelen dat zij van een dergelijk verlies levenslang moeilijk herstelt en alleen troost vindt in haar poëzie waarmee zij zich in stand houdt en naar buiten treedt.

 

Als gelouterd van alle overtolligheden heeft zij het inzicht verworven dat het geloof in de liefde voor altijd blijft en haar  van alle weemoed kan bevrijden om haar gelukkig te maken.

Haar poëzie vetrekt vaak vanuit het gemis van geliefden. Dan vindt zij gelukkig de vitaliteit terug om zich in het letterland te laten gelden als een prominente poëzie-dame die haar leven weet te kleuren.

 

Haar doel is de poëzie-lezer een spiegel voor te houden waarin hij begrijpelijk de gevoelens van de dichteres herkent, ja zelfs op zichzelf toepasselijk vindt.

Juist in dit element,de mededeelzaamheid weet Edith Oeyen zich van vele anderen te onderscheiden. Zo is zij een dichteres van formaat geworden.

Uit haar poëzie kan men alles aflezen, alles wat in een vrouwenhart en geest kan omgaan bij persoonlijke belevenissen op het innerlijke plan en in verband met het gebeuren van ver of dichtbij.

 

In verzen van slechts enkel woorden lukt het haar haar gevoelens  te verdichten om ze correct aan anderen mee te delen. Met haar poëzie, vanuit een diepmenselijke bewogenheid geschreven, heeft zij aan elke lezer de boodschap willen meegeven, de boodschap van loutering, hoop, berusting die iedereen vroeg of laat in zijn leven broodnodig heeft.

 

***  

Fons Erens: De gedichten van Edith Oeyen zijn soms mysterieus en in elk geval diep doorleefd vanuit een eigen authentieke gevoelens. Daarbij schuwt zij de actualiteit niet. (Sarajevo)

  ***

Bertiven schreef in Creare: ‘Edith Oeyen is uitgegroeid tot een belangrijk dichter.

  ***

August Leunis in Horizon: ‘Deze weemoedige lyriek heeft mij sterk bekoord.’

  ***

Edith Oeyen is één van de weinige integere dichteressen die ik op dit moment ken’: Hubert Van Eygen in Weirdo’s.

  ***

Al bij al een bundel die het lezen en herlezen meer dan waard is. Er zijn bijna geen vrouwelijke dichters die dit niveau halen, dus laten we hierop zuinig zijn’: tot zover Eddy Timmermans in Oostland.

  ***

Raoul Maria de Puydt schreef: ‘Door alliteratie neemt ze muzikale tussenpauzes om weer op dreef te komen. Haar dichterlijk spel gaat onvermoeid verder en klinkt door de woorden heen als een beiaard over de daken’.

  ***

Aloys Oude Weernik schreef in Gist N.L.: ‘deze bundel is er een met échte poëzie, over: ALS EEN ZWERSPIN SCHUIM IK LANGS JOU’.

  ***

Edith Oeyen is niet meer aan haar proefstuk toe. Bijna een vaste waarde. Theo Franssen in KRUISPUNT.

  ***

In ‘DICHTER IN DE KIJKER’ van ’t Kandelaartje 14de jaargang nr. 3, september 1997, schrijft René

 Venken: … ‘ Als dichteres bezit zij zoveel persoonlijkheid en zedelijke moed dat zij zich 

allerminst schaamt om haar lezers deelgenoot te maken aan het verlies van geliefde. Haar door 

melancholie gekleurde blijvende ontroering die haar heeft verscheurd, verrijkt en gerijpt heeft zij 

als ‘Een zwerfspin’ doorheen haar poëzie weten te weven. Om alzo haar hart volledig bloot te 

geven. Daarmee heeft zij een stap terug in zichzelf weten te zetten om te komen tot een 

loutering, een catharsis, een berusting die haar sterke vrouwelijkheid tooit. In meer dan één 

bundel brengt zij hiervan op een voorzichtige wijze verfijnd verslag uit en juist daardoor stijgt 

haar poëzie tot een bijzondere waarde…

 

… Wij zijn ervan overtuigd dat Edith Oeyen zal blijven verder dichten. Wij wensen haar daartoe  

een lang leven lang. Zo zal zij steeds onuitputtelijk, met stoïcijns aanvaarden en in mineur 

gezongen, de gevoelspoëzie blijven brengen zoals wij die van haar gewoon zijn.

Daarbij, op dezelfde manier dat men in het leesonderwijs ‘Leesmoeders’ heeft ingeschakeld, zo 

mogen wij Edith Oeyen als ‘Poëziemoeder’ aanbevelen. Voor de jeugd weet zij zich altijd 

bereidwillig te ontpoppen tot een gedreven gids en onderwijzeres in de edele dichtkunst.

 

Daarom kunnen wij haar wel beschouwen als de dichteres, die geadeld door haar woorden, een 

vooraanstaande  plaats in de poëziewereld heeft ingenomen. Haar naam staat geschreven in het 

hart van vele poëziefanaten die haar in vriendschap en wederzijds begrijpen ooit de hand hebben 

gedrukt. Ook zij hoort bij de onsterfelijke die hun poëzie blijven voortleven.

   

***

Ingrid Lenaerts schrijft over: 'DE IJSLAAG DIE ONS DRAAGT IS DUN' Hierin viert Edith Oeyen de

 verbintenis van haar wereld met de puurste romantiek die ze aan het witte blad kan

toevertrouwen. Ze heeft een patent op een duurzame taallegering verworven, zowel naar vorm als

naar inhoud.

 

Haar levenspad wordt doorkruist door het voor haar zo kenmerkend gedachtegoed, de analyse van

thema's die de dagdagelijkse dingen omvatten. ze explodeert natuur en liefde, geboorte en dood

in een beeldspraak en taalkoloriet die niemand haar kan ontnemen. Daar en alleen daar groeien

haar verzen waar zij haar woorden en emoties aan de dichtersgrond toevertrouwt. Hier in deze

bundel zijn haar gedichten vaak miniaturen van liefde, ongekunstelde landschappen, bloeiende

tuinen of kunstwerken om in te wandelen, te verblijven of te verdwalen.

Maar je vindt er zeker je weg in, de gedichten van Edith geven liefde, ze vragen liefde, ze zijn

soms zo eenzaam, dan klateren ze weer van intzettend zonnelicht.

 

Met deze woorden uit haar bundel nodigt ze je uit haar te volgen in dit paradijs vol romantiek:

'Verlangen groeit

en roerloos wacht hij

want wie twee blauwe ogen liefheeft

ziet waterbloemen bloeien'.