EEN GEDICHT

WELKOM OP MIJN WEBSITE

Start WIE BEN IK MIJN UITGAVEN UW MENING EEN GEDICHT GAST AUTEURS BOEKBESPREKING WORDT VERWACHT LINKS GEDICHT V/D MAAND activiteiten

webmaster: info@bijloos.be

Start
WIE BEN IK
MIJN UITGAVEN
UW MENING
EEN GEDICHT
GAST AUTEURS
BOEKBESPREKING
WORDT VERWACHT
LINKS
GEDICHT V/D MAAND
activiteiten

VERTROUWEN

 

               Aan dokter E. Van Vlerken

 

Hoe dichter ze bij de tijd was gekomen

hoe meer operatiekoorts haar overmande

ze wou inzicht in zichzelf

en in het heelkundig gebeuren.

 

Losse tongen rolden uit monden,

vergrootte haar angst,

haar onzekerheid

en haar twijfel.

 

Toch toen de dokter haar tegemoet trad

verkleinde het spanningsveld,

met wijsheid wist hij

haar zachte lijden te verkleinen,

ze had vertrouwen zien wonen in zijn ogen

toen hij een zacht woord van aanmoediging tot haar sprak.

 

Zou de heling een mysterie zijn

of zou de goddelijk kracht hier een hand in hebben,

mogelijk was geloof in die ander voldoende.

 

Want zijn wij niet allen wandelaars

op een glibberig pad

en triest als het licht uit de dag sterft.

 

Hier telt geen zee van woorden

maar een stilzwijgen

en een blik van begrip

die uitmonden in wederzijds respect.

 

Vertrouwen is weten

dat God een stukje aanwezig

is die ander.

 

 

Edith Oeyen

 

 

ARROGANTIE

 

            Over dr. Stefan Cl.

 

Met klikkende hakken

komt arrogantie dichterbij

priemt zijn ogen vast op ons

zijn stem snijdt op onze huid

 

waarom we er zijn

en wanneer we weggaan

 

hardheid woont in zijn vragen

zijn antwoord is grof en cru

 

Met klikkende hakken

gaat arrogantie weer buiten

 

maar in ons hoofd

spookt hij verder

hij draagt geen zachtheid mee

laat staan begrip

 

misschien is hij uit zijn slaap gehaald

en laat hij morgen mildheid wonen

in zijn woorden.

^

Edith Oeyen

 

 

Raadselachtig vliegen engelen

boven dit smalle dal

hun vleugels

sidderen van stilte

in dit ademloze zwijgen

van de nacht 

 

woorden wit van licht

geven klaarheid

want Kerstmis

is herboren worden in onschuld

is vrede zijn

en vrede is

de wens van velen

op deze stille nacht.

 

 

Edith Oeyen

 

 

Verschrikte vogels

kijken naar het avondblauw

naar de schaduw

van de eeuwigheid

als het zilveren licht

van twinkelende sterren

weerspiegelen in je ogen

 

stilte legt zijn schaduw

in de blauwe tuin

als de nachtegaal droef fluit

als engelen klapwieken

en vreugde brengen bij het kind

dat warme zoekt

aan zijn moeders hart

 

een warmte waar wij

allen naar verlangen.

 

 

Edith Oeyen

 

 

 

Hoe kijkt hij me aan

 

zijn ogen vol onzekerheid

de twijfel leesbaar

op zijn aangezicht

 

ondanks de poging tot lachen

blijft elke spier gestrekt

 

het helpt niet te zeggen

dat glimlachen hem mooier maakt

 

zijn ouders zijn gescheiden

en hij draagt de pijn.

 

 

Edith Oeyen

 

 

 

En toen onze ogen

elkaar kruisten

viel  tussen onze haren

de bliksem

 

getroffen door zoveel stilte

sprak onze stem

over pijn en verder gaan

 

de stilte tussen de woorden

was een droom voor de nacht

 

wij keerden onze ruggen

en de dag viel uiteen

samen waren we

 

alleen.

 

Edith Oeyen

 

 

Als een zonderling waad ik

een weg op je strand

sterven wil ik

als jij doodgaat.

 

vaag verdriet streelt mijn tranen

terwijl ik

naar de eeuwigheid

van de wind tast.

 

een lucht die blauwe linten weeft

laat zich beminnen om

haar schoonheid.

 

In onvruchtbaar zand schrijf ik

een afscheidsbrief in oneindigheid aan woorden.

 

later

veel later,

herinner jij mijn wandelgang

als de stilte zichtbaar wordt.

 

Edith Oeyen

 

uit: Als een zwerfspin schuim ik langs jou'

 

WINTER

 

Wonderlijke rust

nu sneeuw pluimwit

over de aarde ligt.

 

Ijskristal schittert

in de korte middagzon

 

voorzichtig glijden vingers

langs kille boomschors.

 

Woorden in dit landschap

mogen vleugels krijgen

 

ik ontsteek een winterkaars

en verwarm mijn handen.

 

Edith Oeyen

uit: 'Expressie'

 

 Prevel ik woorden

voor twee

 

ik weet dat iemand mij

het leven schonk

 

om door jou

nooit meer alleen te zijn.

 

Edith Oeyen

uit: Op vleugels van verlegen schaamte'

 

 

HOE-IK

Ze bevelen mij

trekken aan touwtjes

rukken vezels uit mijn lijf

verbruiken al mijn energie

en straks als ik sterf

hebben anderen

mijn leven geleefd.

 

Edith Oeyen

 

 

 

WEES TE SARAJEVO

Ashmin

kijk me niet zo

doordringend aan

ik ken het onrecht

ook de werkelijkheid.

 

Je doolt als wees

scharrelt op een vuilnisbelt

vlucht de angst

zoekt naar warmte.

 

Ashmin

kijk me niet zo aan

ook ik versta de wereld niet.

 

Ashmin

nu jij

zo naar mij kijkt

lijkt het alsof ik

onder jouw pijn bezwijk.

 

 

Edith Oeyen

 

 

MEISJE

 

Ze overschouwt de verte

haar dromen liggen verborgen

in een ochtend achter de heuvels

 

ze weert de obstakels

en wil dansen als een ballerina

in het licht

 

vervuld van ritme

schudt ze de onzekerheid

uit haar lijf.

 

Ze ademt jeugd

en wil beminnen in de toekomst

dan wordt de donkere jurk

een witte sluier van liefde.

 

 

 

Edith Oeyen

 

 

 

VRIENDSCHAP

 

Vriendschap is in stil vertrouwen

steeds weer op die ander bouwen

vriendschap geeft ons steeds de moed

te leven in een milde gloed

van zon, van water en van wind

vriendschap is het fijnste kind.

 

 

Edith Oeyen

 

 

Tsunami Zuid-Oost Azië 2004

 

1

 

Pijn drijft hen voort

uitgestrekte armen vragen om hulp

wie leent hun nood nu haven en goed

moeder en vader verdwenen zijn.

 

Zij kijken je aan

en in hun ogen groeit

de angst om morgen

groeit de angst om het onbekende

groeit de angst om de onzekerheid.

 

Heeft God hier

even het roer verloren

of roept hij ons

op tot solidariteit?

 

Edith Oeyen

5

 

 

Kinderen En Tsunami

 

En toen

werd het zingende water zwervend

vliegend en machtig

zaaide het verwoesting en onbegrip

 

Met vlugge voet spoedde iedereen

zich naar een veilige plaats

 

jongeren  werden in hun spel gestoord

waanzin

gehuil

machteloosheid en angst

beklemde velen.

 

Kinderen zochten

naar houvast en

bescherming.

 

Verweesd staarden zij de verten aan

vonden andere moeders

die voor hun zorgen.

 

Zij dalen nu af in de diepste

diepte van eenzaamheid

strekken hun handen

naar waterbloemen

en  naar hoop op leven.

 

Edith Oeyen

DOORNEN IN DE ZON

De donkere lucht

brandt pijn in de ochtend

een witte zon kijkt vol deemoed neer,

zoekt naar bloemen op het koele water

naar rustende vogels in de bomen.

 

 maar in haar dromen

ontdekt zij koortsige handen

en de spiegels van jouw ogen

die leed verraden

 

doornen prikten jou

tot bloed de aarde kleurde,

 

te hartstochtelijk heb je bemind.

 

Edith Oeyen

ALLEEN

 

Elke dag weer loopt ze buiten

zomaar in haar eentje rond

ze hoort zelfs geen vogels fluiten

buigt haar hoofd steeds naar de grond.

 

Ze is niet droevig of niet blij

maar zo een beetje tussenin

ze wacht misschien op jou of mij

dan krijgt haat leven weer wat zin.

 

Zo graag wil zij een glimlach zien

want alleen door het geven gaan

vindt niemand aangenaam.

 

 

Edith Oeyen

 

 

 

HIJ DROEG

 

 

Hij droeg de onschuld in zijn ogen

keek starend langs zijn schouders heen

zijn handen bleven onbewogen

daar stond hij eenzaam en alleen.

 

Hij vroeg enkel wat begrip, niets anders

maar anderen keken hem raar aan

niemand wou zijn vrijheid kopen

toch was  hij in onschuld gegaan.

 

Hij droeg tekens van zwaar lijden

en erger nog werd steeds zijn pijn

omdat de zon niet eens wou schijnen

in zijn kamertje zo zielig klein.

 

En

in het park onder zijn raam

bloeiden zeven roze rozen

hij vroeg wenend naar hun naam.

 

 

 

Edith Oeyen

 

 

 

EN OUD

 

 

En oud worden de dagen

die nachten lang duren

een pianospel in harmonie

met huisdieren en sneeuwwit porselein.

 

En ouder worden de dagen

die gedragen zijn door tengere schouders 

waarop nauwelijks wat stof

het sleutelbeen bedekt met heimwee.

 

En steeds ouder de dagen

waar rimpels een gelaat tekenen

dat uitzichtloos staart

naar het ledige in een vrouwenleven.

 

 Steeds veroudert al wat was

al wat is en toch iets dat jong blijft

de jeugdige blikken van hen

die morgen alles zien verjaren.

 

Edith Oeyen