VERTROUWEN
Aan dokter E. Van Vlerken
Hoe dichter ze bij de tijd was gekomen
hoe meer operatiekoorts haar overmande
ze wou inzicht in zichzelf
en in het heelkundig gebeuren.
Losse tongen rolden uit monden,
vergrootte haar angst,
haar onzekerheid
en haar twijfel.
Toch toen de dokter haar tegemoet trad
verkleinde het spanningsveld,
met wijsheid wist hij
haar zachte lijden te verkleinen,
ze had vertrouwen zien wonen in zijn ogen
toen hij een zacht woord van aanmoediging tot haar sprak.
Zou de heling een mysterie zijn
of zou de goddelijk kracht hier een hand in hebben,
mogelijk was geloof in die ander voldoende.
Want zijn wij niet allen wandelaars
op een glibberig pad
en triest als het licht uit de dag sterft.
Hier telt geen zee van woorden
maar een stilzwijgen
en een blik van begrip
die uitmonden in wederzijds respect.
Vertrouwen is weten
dat God een stukje aanwezig
is die ander.
Edith Oeyen
ARROGANTIE
Over dr. Stefan Cl.
Met
klikkende hakken
komt
arrogantie dichterbij
priemt
zijn ogen vast op ons
zijn
stem snijdt op onze huid
waarom
we er zijn
en
wanneer we weggaan
hardheid
woont in zijn vragen
zijn
antwoord is grof en cru
Met
klikkende hakken
gaat
arrogantie weer buiten
maar
in ons hoofd
spookt
hij verder
hij
draagt geen zachtheid mee
laat
staan begrip
misschien
is hij uit zijn slaap gehaald
en
laat hij morgen mildheid wonen
in
zijn woorden.
^
Edith
Oeyen
Raadselachtig
vliegen engelen
boven
dit smalle dal
hun
vleugels
sidderen
van stilte
in dit
ademloze zwijgen
van de
nacht
woorden
wit van licht
geven
klaarheid
want
Kerstmis
is
herboren worden in onschuld
is
vrede zijn
en
vrede is
de wens
van velen
op deze
stille nacht.
Edith
Oeyen
Verschrikte
vogels
kijken
naar het avondblauw
naar de
schaduw
van de
eeuwigheid
als het
zilveren licht
van
twinkelende sterren
weerspiegelen
in je ogen
stilte
legt zijn schaduw
in de
blauwe tuin
als de
nachtegaal droef fluit
als
engelen klapwieken
en
vreugde brengen bij het kind
dat
warme zoekt
aan
zijn moeders hart
een
warmte waar wij
allen
naar verlangen.
Edith
Oeyen
Hoe
kijkt hij me aan
zijn
ogen vol onzekerheid
de
twijfel leesbaar
op
zijn aangezicht
ondanks
de poging tot lachen
blijft
elke spier gestrekt
het
helpt niet te zeggen
dat
glimlachen hem mooier maakt
zijn
ouders zijn gescheiden
en
hij draagt de pijn.
Edith
Oeyen
En toen
onze ogen
elkaar
kruisten
viel
tussen onze haren
de
bliksem
getroffen
door zoveel stilte
sprak
onze stem
over
pijn en verder gaan
de
stilte tussen de woorden
was een
droom voor de nacht
wij
keerden onze ruggen
en de
dag viel uiteen
samen
waren we
alleen.
Edith
Oeyen
Als een zonderling waad
ik
een weg op je strand
sterven wil ik
als jij doodgaat.
vaag verdriet streelt mijn tranen
terwijl ik
naar de eeuwigheid
van de wind tast.
een lucht die blauwe linten weeft
laat zich beminnen om
haar schoonheid.
In onvruchtbaar zand schrijf ik
een afscheidsbrief in oneindigheid aan
woorden.
later
veel later,
herinner jij mijn wandelgang
als de stilte zichtbaar wordt.
Edith Oeyen
uit: Als een zwerfspin schuim ik langs jou'
WINTER
Wonderlijke rust
nu sneeuw pluimwit
over de aarde ligt.
Ijskristal schittert
in de korte middagzon
voorzichtig glijden vingers
langs kille boomschors.
Woorden in dit landschap
mogen vleugels krijgen
ik ontsteek een winterkaars
en verwarm mijn handen.
Edith Oeyen
uit: 'Expressie'
Prevel ik woorden
voor twee
ik weet dat iemand mij
het leven schonk
om door jou
nooit meer alleen te zijn.
Edith Oeyen
uit: Op vleugels van verlegen schaamte'
HOE-IK
Ze bevelen mij
trekken
aan touwtjes
rukken vezels
uit mijn lijf
verbruiken al
mijn energie
en straks als
ik sterf
hebben anderen
mijn
leven geleefd.
Edith
Oeyen
WEES TE SARAJEVO
Ashmin
kijk me niet zo
doordringend
aan
ik ken het onrecht
ook de werkelijkheid.
Je
doolt als wees
scharrelt op een vuilnisbelt
vlucht
de angst
zoekt naar warmte.
Ashmin
kijk
me niet zo aan
ook ik versta de wereld niet.
Ashmin
nu
jij
zo naar mij kijkt
lijkt het alsof ik
onder
jouw pijn bezwijk.
Edith
Oeyen
MEISJE
Ze
overschouwt de verte
haar
dromen liggen verborgen
in
een ochtend achter de heuvels
ze
weert de obstakels
en
wil dansen als een ballerina
in
het licht
vervuld
van ritme
schudt
ze de onzekerheid
uit
haar lijf.
Ze
ademt jeugd
en
wil beminnen in de toekomst
dan
wordt de donkere jurk
een
witte sluier van liefde.
Edith
Oeyen
VRIENDSCHAP
Vriendschap is in stil vertrouwen
steeds
weer op die ander bouwen
vriendschap geeft ons steeds de moed
te
leven in een milde gloed
van zon, van water en van wind
vriendschap
is het fijnste kind.
Edith
Oeyen
Tsunami Zuid-Oost Azië 2004
1
Pijn drijft hen voort
uitgestrekte armen vragen om hulp
wie leent hun nood nu haven en goed
moeder en vader verdwenen zijn.
Zij kijken je aan
en in hun ogen groeit
de angst om morgen
groeit de angst om het onbekende
groeit de angst om de onzekerheid.
Heeft God hier
even het roer verloren
of roept hij ons
op tot solidariteit?
Edith Oeyen
5
Kinderen En Tsunami
En toen
werd het zingende water zwervend
vliegend en machtig
zaaide het verwoesting en onbegrip
Met vlugge voet spoedde iedereen
zich naar een veilige plaats
jongeren werden
in hun spel gestoord
waanzin
gehuil
machteloosheid en angst
beklemde velen.
Kinderen zochten
naar houvast en
bescherming.
Verweesd staarden zij de verten aan
vonden andere moeders
die voor hun zorgen.
Zij dalen nu af in de diepste
diepte van eenzaamheid
strekken hun handen
naar waterbloemen
en naar hoop
op leven.
Edith Oeyen
DOORNEN IN DE ZON
De donkere lucht
brandt pijn in de ochtend
een witte zon kijkt vol deemoed neer,
zoekt naar bloemen op het koele water
naar rustende vogels in de bomen.
maar in haar dromen
ontdekt zij koortsige handen
en de spiegels van jouw ogen
die leed verraden
doornen prikten jou
tot bloed de aarde kleurde,
te hartstochtelijk heb je bemind.
Edith Oeyen
ALLEEN
Elke
dag weer loopt ze buiten
zomaar
in haar eentje rond
ze
hoort zelfs geen vogels fluiten
buigt
haar hoofd steeds naar de grond.
Ze
is niet droevig of niet blij
maar
zo een beetje tussenin
ze
wacht misschien op jou of mij
dan
krijgt haat leven weer wat zin.
Zo
graag wil zij een glimlach zien
want
alleen door het geven gaan
vindt
niemand aangenaam.
Edith
Oeyen
HIJ
DROEG
Hij
droeg de onschuld in zijn ogen
keek
starend langs zijn schouders heen
zijn
handen bleven onbewogen
daar
stond hij eenzaam en alleen.
Hij
vroeg enkel wat begrip, niets anders
maar
anderen keken hem raar aan
niemand
wou zijn vrijheid kopen
toch
was hij in onschuld gegaan.
Hij
droeg tekens van zwaar lijden
en
erger nog werd steeds zijn pijn
omdat
de zon niet eens wou schijnen
in
zijn kamertje zo zielig klein.
En
in
het park onder zijn raam
bloeiden
zeven roze rozen
hij
vroeg wenend naar hun naam.
Edith
Oeyen
EN
OUD
En
oud worden de dagen
die
nachten lang duren
een
pianospel in harmonie
met
huisdieren en sneeuwwit porselein.
En
ouder worden de dagen
die
gedragen zijn door tengere schouders
waarop
nauwelijks wat stof
het
sleutelbeen bedekt met heimwee.
En
steeds ouder de dagen
waar
rimpels een gelaat tekenen
dat
uitzichtloos staart
naar
het ledige in een vrouwenleven.
Steeds
veroudert al wat was
al
wat is en toch iets dat jong blijft
de
jeugdige blikken van hen
die
morgen alles zien verjaren.
Edith
Oeyen