Delphine Michèle Anne Marie Ghislaine Boël (Ukkel22 februari 1968)
Heel zeker de dochter van ex-koning Albert II van België
Voor de wet is Jacques Boël de vader van Delphine Boël omdat hij haar (stilzwijgend) heeft ‘erkend’ of anders gezegd: hij heeft het vaderschap nooit aangevochten en verworpen. Strict juridisch is en blijft Jacques Boël dus de wettelijke vader van Delphine, wat niet betekent dat hij ook haar biologische vader is ondanks het feit dat Delphine werd geboren toen haar moeder nog met Boël was getrouwd.
DNA onderzoek heeft dan ook uitgewezen dat hij niet haar biologische vader is. Maar wie dan wel de biologische vader van Delphine is, blijft daarbij een open vraag. Het punt is, dat in de periode waarin de moeder van Delphine een verhouding had met prins Albert, zij nog getrouwd was met Jacques Boël die dan weliswaar (DNA bewezen) niet de biologische vader is van Delphine maar wat anderzijds nog niet automatisch betekent dat Albert de biologische vader is. Dat zou uitsluitend aan de hand van DNA onderzoek kunnen worden aangetoond. Maar kennelijk is het zo dat er geen wettelijk kader bestaat om Albert (of wie dan ook) te dwingen DNA af te staan in het kader van een vermeend biologisch vaderschap.
Binnen de bestaande familierecht wetgeving is ‘erfrecht’ kennelijk de centrale spil.
Dat de moeder van Delphine een langdurige verhouding heeft gehad met de toenmalige prins Albert, de latere Belgische koning, staat wel vast omdat daarvan overtuigend bewijsmateriaal bestaat.
Albert zelf heeft nooit de verhouding met Sybille de Selys Longchamps met zoveel woorden toegegeven. Wel heeft hij bekendgemaakt dat zijn huwelijk met Paola destijds een ernstige crisis heeft doorgemaakt.

"Kerstmis biedt ieder van ons een goede gelegenheid om even te bezinnen over de eigen familie, zowel over haar gelukkige periodes als over haar moeilijke dagen. De koningin en ikzelf hebben teruggedacht aan heel gelukkige tijden, maar ook aan de crisis die ons koppel heeft doorstaan, nu dertig jaar geleden. Samen, zijn wij erin geslaagd die moeilijkheden te boven te komen en hebben wij sedert lang een diepe liefde en eendracht kunnen herwinnen. Die crisisperiode werd ons onlangs in herinnering gebracht. Daar wensen wij niet verder op in te gaan; zij behoort tot ons privéleven. Mocht onze eigen levenservaring echter hoopgevend zijn voor hen die vandaag gelijkaardige moeilijkheden beleven, het zou ons heel blij stemmen."
— Koning Albert II tijdens zijn kersttoespraak in 1999.[1]