Het 'Eiserne Kreuz' werd op 10 maart 1813 ingesteld door koning Friedrich Wilhelm III van Pruisen in 2 klassen en een grootkruis voor de duur van de oorlog tegen Napoleon I ('Befreiungskriege') (1813-1815).

instellingsoorkonde 'Eisernes Kreuz 1813'

Hoewel koning Friedrich Wilhelm III van Pruisen eigen ontwerpen maakte, werd het ontwerp van architect Karl Friedrich Schinkel - ontwerper van talrijke prachtige gebouwen in Berlijn - weerhouden.

Het 'Eiserne Kreuz 2. Klasse 1813' bestaat uit een niet-gezwarte ijzeren kern - dit in tegenstelling tot de latere uitgiften - gevat in een zilveren frame.

De voorzijde van het 'Eiserne Kreuz 1813' draagt geen opschrift.

De achterzijde van het 'Eiserne Kreuz 2. Klasse 1813' toont :

Met de kabinetsorder van 19 april 1838 vergunde koning Friedrich Wilhelm III van Pruisen de praktijk om de achterzijde van het 'Eiserne Kreuz 2. Klasse' als voorzijde te dragen. Naar aanleiding van deze kabinetsorder vaardigde de General-Ordens-Commission geen bekendmaking uit, aangezien de koning niet de bedoeling had de statuten te wijzigen, maar enkel de praktijk te gedogen.

Het lint draagt de Pruisische kleuren : zwart-wit. Het 'Eiserne Kreuz 2. Klasse 1813' werd aan een zwart lint met witte boorden gedragen indien het verworven werd voor verdienste in de strijd. Indien de onderscheiding toegekend werd om andere verdiensten te belonen, dan werd ze aan een wit lint met zwarte boorden gedragen.

In dit vroege stadium in het bestaan van het 'Eiserne Kreuz' ondervond men talrijke moeilijkheden bij de productie - in het bijzonder bij het aaneensolderen van de zilveren frames. Dit verklaart waarom talrijke overlevende stukken van lage kwaliteit zijn en in slechte staat verkeren.

Er bestaan een aantal varianten van het 'Eiserne Kreuz 2. Klasse 1813', voornamelijk voor wat betreft de grootte. Deze varieert van 28 tot 42 mm. Verder bestaat er een variant waarvan het bovenste quadrant voorzien is van 3 lussen in plaats van de gebruikelijke ring. De onderscheiding werd dan aan het lint vastgenaaid.

Uit spaarzaamheid werden er slechts 10.005 exemplaren van het 'Eiserne Kreuz 2. Klasse' geproduceerd :

De kabinetsorder van 12 maart 1814 betreffende de overerving van het 'Eiserne Kreuz' bepaalde dat gerechtigde soldaten, die tijdens de oorlog geen 'Eisernes Kreuz' ontvangen hadden, een erfrecht op deze onderscheiding hadden. Het 'Eiserne Kreuz' kwam na de dood van een drager aan zijn regiment toe. Bij het overerven werd ook rekening gehouden met de rang van de overleden drager : kruisen verleend aan officieren werden opnieuw aan officieren toegekend, terwijl deze verleend aan soldaten opnieuw aan soldaten toegekend werden. Indien een regiment geen gerechtigden meer telde, dan werd het 'Eiserne Kreuz' aan de General-Ordens-Commission teruggezonden.

De laatste toekenningen dateren van 7 juli 1839 (25 jaar na het einde van de oorlog).

Aantal toekenningen van het 'Eiserne Kreuz 2. Klasse am schwarzen Bande' (inclusief 6.813 overervingen) : 15.949.
Aantal toekenningen van het 'Eiserne Kreuz 2. Klasse am weißen Bande' : 869.
Totaal aantal toekenningen van het 'Eiserne Kreuz 2. Klasse 1813' : 16.818.

Eisernes Kreuz 2. Klasse 1813

Achterzijde
'Eisernes Kreuz
2. Klasse 1813'

Om misbruiken tegen te gaan - blijkbaar kwam het voor dat niet-gerechtigden het 'Eiserne Kreuz' droegen - vaardigde de General-Ordens-Commission de bekendmaking van 21 augustus 1819 betreffende de overhandiging van oorkonden ter legitimatie van het rechtmatig bezit van het 'Eiserne Kreuz' en verhindering van het wederrechtelijk dragen ervan uit. Deze bekendmaking bepaalde dat aan dragers van het 'Eiserne Kreuz', meer bepaald

overhandigd werd. Dragers van het 'Eiserne Kreuz' dienden deze oorkonde of dit getuigschrift voor te kunnen leggen, zoniet konden zij bestraft worden.

De hierna afgebeelde oorkonde, gedateerd te Berlijn op 5 januari 1828, verleent het 'Eiserne Kreuz 2. Klasse' aan Rittmeister außer Dienst (buiten dienst) August Marschall von Bieberstein in het kader van de overervingen. Op het ogenblik van de toekenning was August Marschall von Bieberstein districtshoofd van het district Oppeln (Schlesien).

Links onderaan het document :

"Patent zu einem, dem vormaligen 6ten Schlesischen Landwehr-Kavallerie-Regiment zur Vererbung bewilligten, erloschenen eisernen Kreuz zweiter Klasse, für den Rittmeister außer Dienst, jetzigen Landrath des Oppelnschen Kreises, August Marschall von Bieberstein."


Ordens-Patent

Oorkonde

Het hierna afgebeelde getuigschrift, gedateerd te Berlijn in april 1818, verleent het 'Eiserne Kreuz 2. Klasse' aan onderofficier Johann Michael Böttcher van het Inf.-Regt. Graf Schwerin (3. Pommersches) Nr. 14 wegens zijn dappere daad die tot de bevrijding van Wittenberg leidde. Volgens de overlevering was hij 's nachts het door de Fransen bezette Wittenberg binnengedrongen en had de Pruisische aanvalsmars getrommelt. De Franse bezettingstroepen verkeerden in de waan dat ze aangevallen werden en verlieten zonder strijd de stad.

Besitz-Zeugnis

Getuigschrift

De toekenning van het 'Eiserne Kreuz 1. Klasse 1813' vereiste het bezit van de voorgaande klasse (Eisernes Kreuz 2. Klasse 1813).

Van het 'Eiserne Kreuz 1. Klasse 1813' kunnen 4 types onderscheiden worden :

  1. Het 'Bandenkreuz' :

    Dit type bestaat uit 2 stukken lint van het 'Eiserne Kreuz 2. Klasse für Kämpfer" die in de vorm van een 'Eiserne Kreuz' aanelkaargenaaid werden. Het 'Bandenkreuz' werd direct aan de tuniek vastgenaaid.

    Het 'Bandenkreuz' werd vervaardigd wegens tekorten aan materiaal ten gevolge van de oorlog en wegens problemen bij de productie van de metalen uitvoering.

  2. Het 'Eiserne Kreuz 1. Klasse' uitgevoerd in stof :

    Dit type bestaat uit een stuk karton in de vorm van het 'Eiserne Kreuz', bekleed met zwart fluweel en afgeboord met zilverdraad. Ook deze uitvoering werd direct aan de tuniek vastgenaaid.

  3. Het standaard-'Eiserne Kreuz 1. Klasse' :

    Het 'Eiserne Kreuz 1. Klasse 1813' bestond uit een niet-gezwarte ijzeren kern zonder opschrift - dit in tegenstelling tot de latere uitvoeringen - gevat in een zilveren frame. Op de uiteinden van de quadranten van de zilveren achterzijde werd telkens een zilveren lus gesoldeerd. Deze lussen dienden om het kruis aan de tuniek vast te naaien.

    Hoewel de afmetingen van het 'Eiserne Kreuz 1. Klasse 1813' vrij uniform zijn (ongeveer 40 mm), varieert de breedte van de zilveren rand aanzienlijk (afhankelijk van de fabrikant).

  4. Een combinatie van de 2 voorgaande types :

    Dit type bestaat uit een kern van zwart fluweel, gevat in een zilveren frame. Mogelijk gaat het hier om een niet-officiële wijziging aan een metalen 'Eiserne Kreuz 1. Klasse 1813'.

Aantal toekenningen van het 'Eiserne Kreuz 1. Klasse am schwarzen Bande' : 635.
Aantal toekenningen van het 'Eiserne Kreuz 1. Klasse am weißen Bande' : 2.
Totaal aantal toekenningen van het 'Eiserne Kreuz 1. Klasse 1813' : 637 (volgens andere bronnen 668).

Eisernes Kreuz 1. Klasse 1813

Eisernes Kreuz 1. Klasse 1813

Voorzijde
'Eisernes Kreuz
1. Klasse 1813'

Achterzijde
'Eisernes Kreuz
1. Klasse 1813'

Op 3 augustus 1841 stelde koning Friedrich Wilhelm IV van Pruisen de 'Senioren-Stiftung' in.

instellingsoorkonde 'Senioren-Stiftung'

Op basis van hun rang, de toegekende klasse en de toekenningsdatum, werden 96 dragers van het 'Eiserne Kreuz am schwarzen Bande' aangeduid als Senior. De Senioren ontvingen levenslang een eresoldij op voorwaarde dat zij hun blijvende woonplaats in Pruisen hadden - meer bepaald :

  1. 24 dragers van het 'Eiserne Kreuz 1. Klasse' waarvan
            12 Senioren uit de officiersstand en
            12 Senioren uit de stand van Feldwebel (sergeant) tot de laagste rang
                    ontvingen jaarlijks een eresoldij van 150 Thaler, en
  2. 72 dragers van het 'Eiserne Kreuz 2. Klasse' waarvan
            36 Senioren uit de officiersstand en
            36 Senioren uit de stand van Feldwebel tot de laagste rang
                    ontvingen jaarlijks een eresoldij van 50 Thaler.

De erfgerechtigden kwamen op grond van de datum waarop zij met het 'Eiserne Kreuz' onderscheiden werden op de laatste plaats voor toekenning.

Aangezien de 'Senioren-Stiftung' tot doel had de minder begoede dragers van het 'Eiserne Kreuz am schwarzen Bande' financieel te steunen, konden begoede gerechtigden hun rechten afstaan. Zij kregen dan de titel ere-Senior.

De eresoldij kon gecumuleerd worden met de toelage verbonden aan het 'Militär-Ehrenzeichen' - dit in tegenstelling tot de eretoelage verbonden aan het 'Eiserne Kreuz 1870'.

Het verlies van de onderscheiding had tevens het verlies van de daaraan verbonden rechten tot gevolg.

Koning Wilhelm I van Pruisen breidde op 10 maart 1863 de 'Senioren-Stiftung' uit tot dragers van het 'Eiserne Kreuz am weißen Bande'.

Op 7 mei 1857 bekrachtigde koning Friedrich Wilhelm IV van Pruisen de oprichting van het fonds voor onbemiddelde dragers van het 'Eiserne Kreuz' tot en met de rang van Feldwebel (sergeant).

De rente op het fondskapitaal ten bedrage van 10.650 Thaler werd jaarlijks op 1 januari in gelijke bedragen van minstens 10 Thaler onder onbemiddelde dragers van het 'Eiserne Kreuz' tot en met de rang van Feldwebel, die geen eresoldij als Senior ontvingen, als eregeschenk verdeeld.

Koning Friedrich Wilhelm III van Pruisen stelde op 4 december 1813 het 'Kulmer Kreuz' in om de dapperheid van de Russische gardetroepen onder leiding van graaf Ostermann-Tolstoy in de strijd tegen de Fransen onder generaal Vandamme bij Kulm te eren. Dankzij de moed van de Russische troepen onder luitenant-generaal Ostermann-Tolstoy kantelde het krijgsverloop - na de verpletterende nederlaag bij Dresden - in het voordeel van de geallieerde legers.

Dit speciale aandenken in de vorm van het 'Eiserne Kreuz' bestaat in 2 officiële uitvoeringen :

  1. Kulmer Kreuz für Offiziere :

    vervaardigd uit zilver en zwartgelakt.

  2. Kulmer Kreuz für Mannschaften :

    vervaardigd uit blik en zwartgelakt.

Beide uitvoeringen van het 'Kulmer Kreuz' werden machinaal vervaardigd in één stuk - dit in tegenstelling tot het 'Eiserne Kreuz'. De uiteinden van de quadranten werden telkens van 2 boringen voorzien. Deze dienden om het kruis aan de tuniek vast te naaien. Hoewel machinaal vervaardigd, is de kwaliteit inferieur aan deze van het 'Eiserne Kreuz 1813' (gemakkelijk breekbaar).

Naast bovenvermelde - in Pruisen vervaardigde - officiële uitvoeringen bestaan er ook zelfgemaakte exemplaren. Hoewel de slag bij Kulm plaatsvond op 30 augustus 1813 en de instelling van het 'Kulmer Kreuz' dateert van 4 december 1813, duurde het tot 24 augustus 1816 alvorens de onderscheidingen officieel overhandigd werden. In afwachting van de officiële overhandiging hadden talrijke gardisten zwartlederen kruisen - voorzien van een metalen rug - uit riemen gesneden.

In Huis Doorn - de residentie van de Duitse keizer in ballingschap Wilhelm II (1859-1941) - bevindt zich volgens L.-H. Thümmler het 'Kulmer Kreuz für Offiziere' dat toebehoorde aan Leopold Prinz von Sachsen-Coburg-Gotha - de 1ste koning der Belgen. Het zou hier een juwelierskopie of een gewijzigd officieel overhandigd stuk betreffen, gevat in een zilveren frame waardoor het vaak verward wordt met een 'Eisernes Kreuz 1. Klasse 1813'. De kwaliteit van afwerking van het zilveren frame is naar verluid bijzonder laag. Navraag bij de heer Maarten P. Bakker, collectiebeheerder van Huis Doorn, leverde geen bevestiging, noch een absolute ontkenning op. De heer Bakker vond enkel een niet nader gespecificeerd 'Eisernes Kreuz 1914' terug in de lade met onderscheidingen.

Hoewel slechts 7.131 officieren, onderofficieren en manschappen de strijd overleefden, werden er 11.563 exemplaren van het 'Kulmer Kreuz' vervaardigd (evenveel als het aantal officieren, onderofficieren en manschappen dat aan de strijd deelgenomen had).

De generaals Miloradovich, Galitsin en grootvorst Konstantin, evenals hun adjudanten, ontvingen het 'Kulmer Kreuz für Offiziere' ondanks het feit dat ze niet aan de gevechten bij Priesten en Kulm deelgenomen hadden.

Aantal geproduceerde exemplaren van het 'Kulmer Kreuz für Offiziere' : 443.
Aantal geproduceerde exemplaren van het 'Kulmer Kreuz für Mannschaften' : 11.120.

Leopold von Sachsen-Coburg-Gotha met het 'Kulmer Kreuz für Offiziere'

Kulmer Kreuz für Mannschaften

Leopold I
koning van België
(1790-1865)
met het
'Kulmer Kreuz für
Offiziere'

Kulmer Kreuz für
Mannschaften

Met de kabinetsorder van 3 juni 1814 verleende koning Friedrich Wilhelm III van Pruisen het 'Eiserne Kreuz' in de spits van de banieren en standaarden van alle bataljons en regimenten die gedurende de oorlog met hun banier of standaard voor de vijand gestaan hadden.

Het oorspronkelijke ontwerp - een zwartgelakt witblikken kruis zonder enig opschrift - werd door de koning geweigerd wegens te armzalig. Voor dit ontwerp had men zich gebaseerd op de bepalingen voor de productie van de metalen uitvoering van het 'Kulmer Kreuz'.

In september 1814 werd een echt 'Eisernes Kreuz' in de spits van de banieren en standaarden van de gerechtigde bataljons en regimenten aangebracht.

Fahnenspitze

Banierspits met 'Eisernes Kreuz'

Het 'Großkreuz des Eisernen Kreuzes 1813' kon uitsluitend door bevelhebbers verworven worden voor :

Het 'Großkreuz des Eisernen Kreuzes 1813' bestaat uit een niet-beschilderde ijzeren kern, gevat in een zilveren frame. Qua ontwerp is het grootkruis nagenoeg identiek aan het 'Eiserne Kreuz 2. Klasse 1813'. Het eikenloof - het centrale motief van de achterzijde - draagt 4 eikels in plaats van 2 zoals bij de 2de klasse. Het grootkruis meet 64 mm en werd aan een 57 mm breed zwart lint met witte boorden om de hals gedragen.

De kwaliteit van het 'Großkreuz des Eisernen Kreuzes 1813' is veel hoger dan deze van de lagere klassen.

Deze hoge onderscheiding werd vijfmaal verleend :

  1. op 31 augustus 1813 aan Generalfeldmarschall Gebhard Leberecht Blücher von Wahlstatt (1742-1819), opperbevelhebber van het Pruisische leger ;

  2. op 15 september 1813 aan General der Infanterie Friedrich Wilhelm Bülow von Dennewitz (1755-1816), bevelvoerend generaal van het Eerste Legerkorps ;

  3. in de herfst van 1813 aan maarschalk Carl Johan kroonprins van Zweden (1763-1844), de latere koning Carl XIV Johan van Zweden ;

  4. op 26 januari 1814 aan General der Infanterie Friedrich Emanuel Bogislav Tauentzien von Wittenberg (1760-1824), bevelvoerend generaal van het Zesde Legerkorps ;

  5. op 31 maart 1814 aan Generalfeldmarschall Johann David Ludwig Yorck von Wartenburg (1759-1830), bevelvoerend generaal in Silezië.

Großkreuz des Eisernen Kreuzes 1813

Generalfeldmarschall Gebhard Leberecht Blücher von Wahlstatt

Eisernes Kreuz mit goldenen Strahlen 1813

Achterzijde
'Großkreuz des
Eisernen Kreuzes
1813'

Generalfeldmarschall
Gebhard Leberecht
Blücher von Wahlstatt
(1742-1819)

Eisernes Kreuz
mit goldenen Strahlen
1813

Volgens Gordon Williamson - auteur van het boek 'The Iron Cross' - werd naast bovenvermelde toekenningen het 'Großkreuz des Eisernen Kreuzes' op 29 augustus 1813 eveneens aan Generalleutnant Friedrich Ferdinand Emilius Heinrich von Kleist (1763-1823) en aan de Russische Generalleutnant Alexander Ivanovich Graf Ostermann-Tolstoy (1770-1857) toegekend om hun overwinning in de slag bij Kulm te belonen. Nog aldus Williamson is het echter niet duidelijk of deze grootkruisen ook echt overhandigd werden of enkel op papier toegekend werden.

De overwinning in de slag bij Kulm kwam volgens de statuten van het 'Eiserne Kreuz' als belangrijk keerpunt in de oorlog zeker in aanmerking voor toekenning van het 'Großkreuz des Eisernen Kreuzes'. 29 augustus 1813 als datum van toekenning is echter niet aannemelijk aangezien de slag bij Kulm pas op 30 augustus 1813 beslecht werd. In een kabinetsorder, gedateerd te Teplitz op 31 augustus 1813, kent koning Friedrich Wilhelm III van Pruisen de 'Schwarze Adler Orden' (*) toe aan Generalleutnant von Kleist naar aanleiding van zijn overwinning bij Kulm de dag voordien. Van de Oostenrijkse bondgenoten ontving von Kleist op 16 september 1813 daarenboven het 'Ritterkreuz des Militär-Maria-Theresien-Ordens' (**). Van een eventuele toekenning van het 'Großkreuz des Eisernen Kreuzes' echter geen spoor.

Aangezien maarschalk Karl Johann (Bernadotte) kroonprins van Zweden - de latere koning Karl XIV Johann van Zweden - nooit een briljant veldheer was, wordt aangenomen dat de toekenning van het 'Großkreuz des Eisernen Kreuzes 1813' eerder uit politieke en diplomatieke redenen volgde. In feite werd hierdoor afbreuk gedaan aan de statuten. Na zijn dood werd het grootkruis aan Pruisen teruggegeven.

(*)

De 'Hohe Orden vom Schwarzen Adler' is de hoogste orde van Pruisen. Deze werd door keurvorst Friedrich III van Brandenburg op 17 januari 1701 - daags voor zijn koningskroning tot Friedrich I van Pruisen - ingesteld. Het ordedevies luidt : 'SUUM CUIQUE' ('IEDER HET ZIJNE'). De 'Hohe Orden vom Schwarzen Adler' bestaat in volgende uitvoeringen :

  1. Bruststern mit dem Band des Hosenbandordens ;
  2. Bruststern zum Kreuz des Ordens ;
  3. Bruststern zum Kreuz des Ordens mit Brillanten ;
  4. Kleindekoration ;
  5. Kreuz des Ordens ;
  6. Kreuz des Ordens mit Brillanten ;
  7. Goldene Kette (Kollane).

Sinds 1918 wordt de orde niet meer verleend.

 

(**)

Het 'Ritterkreuz des Militär-Maria-Theresien-Ordens' is de op 2 na hoogste dapperheidsonderscheiding van de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije - te vergelijken met de Pruisische orde 'Pour le Mérite'. De 'Militär-Maria-Theresien-Orden' werd op 18 juni 1757 door keizerin Maria-Theresia ingesteld om bijzonder verdienstelijke en dappere officieren te belonen. Het ordedevies luidt : 'FORTITUDINI' ('DE DAPPERHEID TER ERE'). De orde werd als volgt ingedeeld :

  1. Ritterkreuz des Militär-Maria-Theresien-Ordens ;
  2. Kommandeurkreuz des Militär-Maria-Theresien-Ordens ;
  3. Großkreuz des Militär-Maria-Theresien-Ordens.

Sinds 3 oktober 1931 (datum van de laatste zitting van het 'Ordenskapitel') wordt de orde niet meer verleend.

Aantal toekenningen van de 'Militär-Maria-Theresien-Orden' : 1.241.




Technische informatie

Eisernes Kreuz 2. Klasse

Spange '1939' zum Eisernen Kreuz 2. Klasse 1914

Eisernes Kreuz 1. Klasse

Spange '1939' zum Eisernen Kreuz 1. Klasse 1914


Ritterkreuz des Eisernen Kreuzes

Eichenlaub zum Ritterkreuz des Eisernen Kreuzes

Eichenlaub mit Schwertern zum Ritterkreuz des Eisernen Kreuzes

Eichenlaub mit Schwertern und Brillanten zum Ritterkreuz des Eisernen Kreuzes

Goldenes Eichenlaub mit Schwertern und Brillanten zum Ritterkreuz des Eisernen Kreuzes

Großkreuz des Eisernen Kreuzes

Eisernes Kreuz mit goldenen Strahlen


Eisernes Kreuz 1870

Eisernes Kreuz 1914


Links

Pour le Mérite Photo Gallery

Bibliografie


Startpagina

e-mail Geert

Blauer Max