Oberst Hans-Ulrich Rudel

Oberst Hans-Ulrich Rudel
Kommodore Schlachtgeschwader 2
'Immelmann'
(01/08/1944-08/02/1945)
(21/04/1945-08/05/1945)

Hans-Ulrich Rudel werd op 2 juli 1916 geboren in Konradswaldau (Kreis Landeshut/Schlesien) als zoon van een predikant. Op school blonk hij nooit uit, maar hij toonde wel interesse voor sport. Rudel was 17 jaar oud toen de N.S.D.A.P (National-Sozialistische Deutsche Arbeiterspartei) in 1933 aan de macht kwam. Zoals zovelen werd hij geïndoctrineerd.

Op 4 december 1936 nam Hans-Ulrich Rudel dienst bij de Luftwaffe. Achtereenvolgens doorliep hij de pilotenopleiding in juni 1937, in juni 1938 de Stuka-opleiding (Sturzkampfflugzeug) bij de I./Stuka-Geschwader 168 in Graz (Steiermark) en op 1 december 1938 de opleiding tot waarnemer.

Tijdens de Poolse campagne in september 1939 voerde Leutnant Rudel lange-afstandsverkenningsvluchten uit. Op 11 oktober 1939 werd hij met het 'Eiserne Kreuz 2. Klasse' onderscheiden. Oberleutnant Rudel werd op 2 maart 1940 - na herhaalde mutatie-aanvragen - overgeplaatst naar zijn opleidingseskader - de I./St.G. 168 uit Graz - dat toen gelegerd was in Caen (Frankrijk). In April 1941 werd hij overgeplaatst naar het Stuka-Geschwader 2 'Immelmann', I. Gruppe, in Griekenland. Hij nam er deel aan de luchtinvasie van Kreta in mei 1941, maar niet in de gevechtszone.

Naar aanleiding van Operatie Barbarossa werd Rudel's eskader overgeplaatst naar het Oostfront. Op 23 juni 1941 om 03.00 uur vloog hij zijn 1ste aanvalsmissie (Feindflug). Gedurende de daaropvolgende 18 uur voerde hij vier aanvalsmissies uit. Al gauw werd duidelijk dat hij een bekwaam piloot was, hoewel zijn gewoonte om zeer laag te duiken om treffers te verzekeren - zijn handelsmerk dat tot zijn indrukwekkende successen leidde - zijn oversten bezorgd maakte. Desondanks - of misschien dankzij - werd Rudel op 18 juli 1941 met het 'Eiserne Kreuz 1. Klasse' en de 'Frontflugspange für Kampf- und Sturzkampfflieger in Gold' onderscheiden.

Op 23 september 1941 bracht hij het slagschip Marat (23.600 BRT) tot zinken. Bij de daaropvolgende aanvallen bracht hij ook een destroyer en een kruiser tot zinken. Op 20 oktober 1941 ontving hij de 'Ehrenpokal für besondere Leistung im Luftkrieg'. Rudel vloog op 24 december 1941 zijn 500ste aanvalsmissie. Op 30 december 1941 ontving hij het 'Deutsche Kreuz in Gold' uit handen van General der Flieger Wolfram Freiherr von Richthofen (1895-1945) - een kozijn van Manfred von Richthofen - en op 6 januari 1942 werd hij met het 'Ritterkreuz des Eisernen Kreuz' onderscheiden. Ingevolge de gevoerde politiek bij de Luftwaffe werd Hans-Ulrich Rudel ontheven van frontdienst en naar Graz overgeplaatst waar hij - steunend op zijn reeds ruime ervaring - nieuwe Stuka-bemanningen opleidde. Op eigen verzoek keerde hij terug naar het Oostfront.

Op 10 februari 1943 vloog Rudel zijn 1000ste aanvalsmissie. Hij was toen gestationeerd bij het 'Panzerjagdkommando Weiß' in Briansk. Deze eenheid werd opgericht om de nieuw ontwikkelde Ju-87 G-1 'Panzerknacker' - een aangepaste Ju-87 D-3 Stuka, bewapend met 2 Rheinmetall-Borsig 37 mm (BK) Flak 18-kanonnen (elk voorzien van 6 granaten) - te testen. Bij Stuka-aanvallen op Russische tankeenheden, was de ondoeltreffendheid van bommen tegen tanks immers duidelijk geworden. Prototypes werden eerst ingezet tegen Russische landingsvaartuigen in de Zwarte Zee (Kubanbruggenhoofd). In een tijdspanne van drie weken vernietigde Rudel 70 landingsvaartuigen. In maart 1943, tijdens een tankslag bij Belgorod, vernietigde Rudel zijn eerste tank.

Hauptmann Hans-Ulrich Rudel

Hauptmann Hans-Ulrich Rudel
drager van het
'Eichenlaub zum Ritterkreuz des
Eisernen Kreuzes'

Toen Rudel op 14 april 1943 met het 'Eichenlaub zum Ritterkreuz des Eisernen Kreuzes' onderscheiden werd, weigerde hij het front te verlaten. Rudel's eskader, bestaande uit 9 Ju-87 G-1's, werd toegevoegd ter ondersteuning aan de 3. SS-Panzer-Division 'Totenkopf'. Op de eerste dag van Operatie Citadel vernietigde Rudel tijdens zijn eerste aanvalsmissie 4 Russische tanks. 's Avonds bedroeg zijn score reeds 12 vijandelijke tanks. Naar aanleiding van het succes van Rudel's eskader, werden er 'Panzervernichtungsstaffel' opgericht. Rudel ontwikkelde nieuwe tactieken voor deze 'Panzervernichtungsstaffel'. Hij had ontdekt dat de Russische T-34's achteraan het kwetsbaarst waren (achteraan de tank bevond zich de motor met zijn koeling die slechts lichtbepantserd was). Aangezien de vijandelijke tank langs achter werd aangevlogen - in de richting van de eigen linies - bood deze tactiek het bijkomende voordeel dat indien het toestel bij de aanval beschadigd werd het gemakkelijker de eigen linies kon bereiken. De kans op beschadiging was zeer reëel, aangezien de vijandelijke tanks laag overgevlogen werden.

Hauptmann Rudel werd met ingang van 18 juli 1943 Gruppenkommandeur van de III./St.G. 2 'Immelmann'.

Op 12 augustus 1943 voert hij zijn 1300ste Feindflug uit en op 9 oktober 1943 zijn 1500ste. Op 18 oktober 1943 werd het Sturzkampfgeschwader 2 'Immelmann' omgedoopt tot het Schlachtgeschwader 2 'Immelmann'. Major Rudel bleef op post als Gruppenkommandeur van de III./S.G. 2 'Immelmann' tot 31 juli 1944.

Op 25 november 1943 ontving Rudel het 'Eichenlaub mit Schwertern zum Ritterkreuz des Eisernen Kreuzes'. Wederom werd hem verzocht om zijn leven (en zijn ervaring) niet langer in de weegschaal te leggen, maar hij bleef opstijgen met zijn Stuka.

Tijdens Feindflug nr. 8 van 20 maart 1944 sloeg het noodlot toe. Ondanks zwaar afweergeschut slaagde Rudel's eskader erin om de brug bij Jampol te vernietigen. Eén toestel werd echter aan de motor getroffen, en moest op enkele kilometers ten oosten van de Dnjestr noodlanden. Rudel besloot te landen om de bemanning op te pikken (dit was reeds de zevende reddingsoperatie op zijn actief), maar ditmaal slaagde hij er niet in weer op te stijgen (zijn toestel was te diep in de smeltende sneeuw weggezonken). Er bleef de beide Stukabemanningen niets anders over dan de ijskoude Dnjestr over te zwemmen. Rudel bereikte de oever, maar zijn vriend en metgezel bij 1400 aanvalsmissies, zijn boordschutter Oberfeldwebel Erwin Hentschel, verdronk in de ijzige stroom. Na een kortstondige gevangenname, kon Rudel ontsnappen. Bij zijn ontsnapping werd hij door een kogel getroffen in de schouder. Hij kon op het nippertje een tweede gevangenname vermijden en bereikte uiteindelijk de Duitse linies. Reeds op 22 maart 1944 werd hij feestelijk ingehaald door zijn eskader.

Major Hans-Ulrich Rudel

Major Hans-Ulrich Rudel
drager van het
'Eichenlaub mit Schwertern und
Brillanten zum Ritterkreuz des
Eisernen Kreuzes'

Wegens zijn moed werd Major Hans-Ulrich Rudel op 29 maart 1944 met het 'Eichenlaub mit Schwertern und Brillanten zum Ritterkreuz des Eisernen Kreuzes' - op dat ogenblik de hoogste Duitse dapperheidsonderscheiding - onderscheiden. Oberstleutnant Rudel volgde op 1 augustus 1944 Oberstleutnant Hans-Karl Stepp op als Geschwaderkommodore van het Schlachtgeschwader 2 'Immelmann'. In november 1944 werd Rudel in de dij getroffen, maar reeds enkele dagen later hernam hij zijn dienst met zijn been in de plaaster. Oberstleutnant Rudel werd op 1 januari 1945 met het 'Goldene Eichenlaub mit Schwertern und Brillanten zum Ritterkreuz des Eisernen Kreuzes' onderscheiden en tegelijkertijd tot Oberst bevorderd.

Oberst Hans-Ulrich Rudel

Oberst
Hans-Ulrich Rudel
na zijn beenamputatie
(april 1945)

Op 8 februari 1945 werd Oberst Rudel zwaar gewond toen hij in de buurt van Lebus (bij Frankfurt an der Oder) getroffen werd door luchtafweergeschut waarbij zijn rechterbeen verbrijzeld werd. Hij slaagde erin te landen op door Duitse troepen gecontroleerd gebied en werd snel overgebracht naar een veldhospitaal waar zijn rechterbeen geamputeerd werd. Daarna werd hij overgebracht naar een hospitaal in Berlijn waar men hem voorzag van een prothese. Op 21 april 1945 - iets meer dan 2 maanden na zijn beenamputatie - hernam hij het bevel over het Schlachtgeschwader 2 'Immelmann'. Hij bleef aanvalsmissies uitvoeren tot het einde van de oorlog.

Toen Duitsland op 8 mei 1945 de wapens neerlegde, waren de staf en de II./S.G. 2 'Immelmann' gestationeerd in Kummer (Bohemen), de I./S.G. 2 'Immelmann' in Oostenrijk en de III./S.G. 2 'Immelmann' in de omgeving van Praag. De I. en de III. Gruppe van het Schlachtgeschwader 2 'Immelmann' konden westwaarts ontsnappen aan het Rode Leger. Hoewel de staf en de II./S.G. 2 'Immelmann' slechts over weinig luchtwaardige toestellen beschikte, werd besloten zoveel als mogelijk mensen per vliegtuig te evacueren, terwijl het gros van de manschappen met een voertuigenkonvooi het Westen zou trachten te bereiken. Dit konvooi werd later aangevallen en vernietigd met slechts enkele overlevenden. Oberst Rudel vloog met zijn Ju-87 G-2 vergezeld van 2 andere Ju-87's en 4 FW-190's in de namiddag van 8 mei 1945 westwaarts. Het eskader slaagde erin radiocontact te maken met het US XIX Tactical Air Command dat hen naar het vliegveld van Kitzingen (bij Würzburg) leidde. Bij de landing vernielde Oberst Rudel opzettelijk zijn onderstel en zijn propeller. Twee andere piloten volgden zijn voorbeeld, maar de overige toestellen vervoerden passagiers - waaronder een vrouw - en landden daarom op de geëigende manier. Oberst Rudel ontsnapte zo aan gevangenname door de Sovjets en een gewisse dood in krijgsgevangenschap aangezien Stalin zelf een prijs van 100.000 roebel op zijn hoofd plaatste.

Rudel werd eerst in Engeland en later in Frankrijk ondervraagd. Daarna werd hij naar een ziekenhuis in Beieren overgebracht waar hij kon herstellen van zijn oorlogsverwondingen. In 1946 werd hij uit het Beierse ziekenhuis ontslagen en begon hij te werken als transporteur. In 1948 week hij uit naar Argentinië waar hij - net zoals andere Duitse piloten, waaronder Adolf Galland - voor de State Airplane Worksand ging werken. In 1951 publiceerde Rudel twee boekjes in Buenos Aires :

Deze boekjes werden gevolgd door andere van gelijke strekking.

Begin jaren '50 keert hij terug naar Duitsland. In 1953 publiceert hij zijn oorlogsdagboek 'Trotzdem'. Er was vooraf enige discussie over het feit of zijn dagboek al dan niet gepubliceerd mocht worden aangezien hij bekend stond als een nazi. Hij kwam - overigens zonder succes - op voor de ultraconservatieve partij D.R.P. (Deutsche Reichspartei) bij de parlementsverkiezingen van 1953.

Op 18 december 1982 overleed Hans-Ulrich Rudel in Rosenheim. Bij zijn teraardebestelling in Dornhausen (Mittelfranken) vlogen 2 Phantom-straaljagers laag over, wat tot een schandaal bij de Bundeswehr leidde.

Afgezien van zijn politieke overtuiging was Hans-Ulrich Rudel een bijzonder man en ongetwijfeld één van Duitslands grootste soldaten die zowel door vriend als vijand gerespecteerd werd. Bewijs daarvan is het warme en lovende voorwoord van Douglas Bader en Pierre Clostermann - 2 van de grootste geallieerde gevechtspiloten - in de heruitgave van het oorlogsdagboek van Rudel (1984). Beide mannen waren ongetwijfeld niet op de hoogte van de politieke activiteiten van Rudel.

Rudel's bekendste citaat was : 'Verloren ist nur, wer sich selbst aufgibt.' (Alleen hij die zichzelf opgeeft, is verloren).


Onderscheiding

Datum van toekenning

Foto

Medaille zur Erinnerung an den 1. Oktober 1938

-

Medaille zur Erinnerung an den 1. Oktober 1938

Eisernes Kreuz 2. Klasse

10 november 1939

Eisernes Kreuz 2. Klasse

Eisernes Kreuz 1. Klasse

18 juli 1941

Eisernes Kreuz 1. Klasse

Frontflugspange für Kampf- und Sturzkampfflieger in Gold

18 juli 1941

Frontflugspange für Kampf- und Sturzkampfflieger in Gold

Ehrenpokal für besondere Leistung im Luftkrieg

20 oktober 1941

Ehrenpokal für besondere Leistung im Luftkrieg

Deutsches Kreuz in Gold

30 december 1941

Deutsches Kreuz in Gold

Verwundetenabzeichen in Gold

-

Verwundetenabzeichen in Gold

Ritterkreuz des Eisernen Kreuzes

6 januari 1942

Ritterkreuz des Eisernen Kreuzes

Medaille 'Winterschlacht im Osten 1941/42' (Ostmedaille)

-

Medaille Winterschlacht im Osten 1941/42 (Ostmedaille)

Eichenlaub zum Ritterkreuz des Eisernen Kreuzes (nr. 229)

14 april 1943

Eichenlaub zum Ritterkreuz des Eisernen Kreuzes

Eichenlaub mit Schwertern zum Ritterkreuz des Eisernen Kreuzes (nr. 42)

25 november 1943

Eichenlaub mit Schwertern zum Ritterkreuz des Eisernen Kreuzes

Eichenlaub mit Schwertern und Brillanten zum Ritterkreuz des Eisernen Kreuzes (nr. 10)

29 maart 1944

Eichenlaub mit Schwertern und Brillanten zum Ritterkreuz des Eisernen Kreuzes

Gemeinsames Flugzeugführer- und Beobachterabzeichen in Gold mit Brillanten

-

Gemeinsames Flugzeugführer- und Beobachterabzeichen in Gold mit Brillanten

Frontflugspange für Schlachtflieger in Gold mit Brillanten und Anhänger mit Einsatzzahl '2000'

april 1944

Frontflugspange für Schlachtflieger in Gold mit Brillanten und Anhänger mit Einsatzzahl "2000"

Goldenes Eichenlaub mit Schwertern und Brillanten zum Ritterkreuz des Eisernen Kreuzes (nr. 1)

1 januari 1945

Goldenes Eichenlaub mit Schwertern und Brillanten zum Ritterkreuz des Eisernen Kreuzes

Goldene Tapferkeitsmedaille für Offiziere (*)

16 januari 1945

Goldene Tapferkeitsmedaille für Offiziere (Arany Vitézségi Érem tisztek számára)


(*)

Volgens sommige bronnen zou Oberst Hans-Ulrich Rudel op 16 januari 1945 de 'Goldene Tapferkeitsmedaille für Offiziere' - de hoogste Hongaarse dapperheidsonderscheiding, die in totaal slechts zevenmaal verleend zou zijn - ontvangen hebben.

dr. Szentváry-Lukács János, auteur van de website 'Hungarian Orders and Medals', acht dit echter onwaarschijnlijk.

Immers, volgens de statuten konden de diverse klassen van de 'Tapferkeitsmedaille (Vitézségi Érem)' enkel aan Hongaarse manschappen, onderofficieren of officieren toegekend worden.

Bovendien leverden de navorsingen van dr. Szentváry-Lukács János aan de hand van het officiële legerblad ('Hadsereg Hiradó'), nieuwsbrieven uit die tijd, andere originele documenten (hem ter beschikking gesteld door familie van dragers van de 'Tapferkeitsmedaille') en de informatie van 4 nog levende veteranen hieromtrent niets op.

De 'Tapferkeitsmedaille (Vitézségi Érem)' vond haar oorsprong in de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije. Ze werd op 14 april 1939 ingesteld in 4 klassen :

  1. Tapferkeitsmedaille in Bronze (Bronz Vitézségi Érem) ;
  2. Silberne Tapferkeitsmedaille 2. Klasse (2. osztályû Ezüst Vitézségi Érem) ;
  3. Silberne Tapferkeitsmedaille 1. Klasse (1. osztályû Ezüst Vitézségi Érem) ;
  4. Goldene Tapferkeitsmedaille (Arany Vitézségi Érem).

Deze 4 klassen werden voorbehouden aan onderofficieren en manschappen. Op 12 september 1942 werd de 'Tapferkeitsmedaille' uitgebreid met de instelling van de 'Goldene Tapferkeitsmedaille für Offiziere (Arany Vitézségi Érem tisztek számára)'. Deze werd 20-maal verleend (en niet 7-maal zoals sommige bronnen vermelden).


de belangrijkste onderscheidingen van Hans-Ulrich Rudel

De belangrijkste onderscheidingen van
Hans-Ulrich Rudel


Vernietigde doelwitten

Aantal

slagschepen ('Marat')

1

kruisers

2

destroyers

1

landingsvaartuigen

70

tanks (waarvan een 30-tal na zijn beenamputatie)

519

voertuigen

1.000

artillerie, Pak- en Flak-geschut

150

vliegtuigen (bij luchtgevechten met de FW-190 D-9)

11

Van de 2.530 aanvalsmissies die Oberst Rudel tijdens zijn militaire carrière uitvoerde, werden er een 400-tal met de FW-190 D-9 uitgevoerd.

venster sluiten


Free counter and web stats