|
NEWSLETTER september 2007
FILTERS
IN COACHING
"Als
een rommelig bureau zou duiden op een rommelige geest, waar
duidt een opgeruimd bureau dan op ?"
- A. Einstein -
('Het
Peterprincipe, waarom alles altijd verkeerd gaat.' van Laurence
J.Peter)

"DE
OORRING" : ZEN-verhaal
Enkele
leerlingen discussieerden met elkaar over de vraag waarom
hun meester zijn oorring in het linkeroor droeg.
Een
leerling wees erop dat sommige zeelieden een oorring in
hun linkeroor droegen om aan te geven dat ze ooit de Evenaar
waren overgestoken. Wellicht wees de oorring van hun meester
erop dat hij een 'persoonlijk Evenaar' was overgestoken?
Een
tweede leerling, die Chinese geneeskunde had bestudeerd
opperde : "Aangezien het oor een miniatuur is van het menselijk
lichaam, draagt onze meester zijn oorring wellicht op een
speciaal acupunctuurpunt om het te stimuleren en zo een
bijzondere harmonisering tussen geest en lichaam te creëren."
"Ja",
knikte een derde leerling, " en aangezien het linkeroor
in verbinding staat met de rechterhersenhelft die -anders
dan de rationele, analyserend linkerhersenhelft- verantwoordelijk
is voor intuïtie, creativiteit en heelwording van de mens,
zou de oorring in het linkeroor wel eens die vermogens activeren
in deze hersenhelft van onze meester.'
Opeens
verscheen de meester en vroeg hun waarover ze zo levendig
aan het debatteren waren. Een beetje verlegen zei een van
de leerlingen : "Meester, we zouden graag weten waarom u
uw oorring in uw linkeroor draagt en niet in uw rechter".
De
meester antwoordde: "Omdat ik graag op mijn rechteroor slaap".
...
FILTERS
IN COACHING
Een
cruciale stap in het begeleiden van mensen is de 'probleemdefiniëring'
: bepalen wat voor de cliënt/de medewerker het probleem
is en de doelstelling die hij wil bereiken : "Waar sta je
nu en waar wil je naartoe? "
Tijdens
deze diagnosefase kan diegene die de intake doet fouten
maken door niet goed naar de cliënt te luisteren en te snel
vanuit zijn eigen referentiekader conclusies te trekken.
Door stereotiep, via eigen filters, te redeneren kan de
coach al te snel menen te weten wat er aan de hand is. Daarmee
kan de diagnose een eigen leven gaan leiden, losgekoppeld
van de inzichten van de betrokken persoon.
Men
zou kunnen stellen dat dit geen probleem is omdat de cliënt
juist daarom beroep doet op een coach, omdat hij/zij er
zelf niet aan uitgeraakt en zichzelf onvoldoende kent.
Toch
draagt deze opstelling van de coach een groot gevaar in
zich. Wie garandeert dat de coach de cliënt/de medewerker
beter kent dan de persoon zichzelf kent?
Vandaar
dat onbevooroordeeld luisteren en de ander uitvoerig aan
het woord laten zo belangrijk is om samen tot een probleem-en
doelstellingdefinitie te komen en de geschikte tools te
bepalen. De kans dat deze aanpak vruchten afwerpt is groter
omdat de client de invloed die hij zelf op het gebeuren
heeft zal waarderen. Dit verhoogt ook de betrokkenheid.
Coaching gaat immers over autonomie en zelfverantwoordelijkheid.
De
coach geeft voorrang aan het perspectief van de cliënt,
zijn visie op het probleem, zijn visie op het doel van de
behandeling en hoe hij het doel wil bereiken. De weg ernaartoe
gebeurt in overleg. De coach is tolerant maar wil niet behagen:
de taak van de coach is ook de visie van de cliënt kritisch
te bevragen, hem te confronteren met de consequenties van
zijn keuzes en alternatieven te laten genereren.
De
coach houdt ook in de gaten of de opties die de coachee
formuleert inderdaad aansluiten bij de eerder geformuleerde
probleemstellingen/doelstelling. Pas dan sluiten coach en
coachee een contract af.
Daniëlle
De Wilde - Verantwoordelijke Coaching Ways NL
|