De Clercq Armand Karel, gestorven voor België

Armand Karel De Clercq werd in Wetteren geboren op 17 november 1894. Hij was de zoon van Petrus (Pieter) De Clercq (foto links) en Nathalia Waeyenberghe (foto midden). Ze kwamen in juni 1899 uit Wetteren naar Heusden wonen. Met hun vier kinderen (Armand was de jongste) namen ze hun intrek in de Tramstraat op de wijk ‘Dorp’ (huisnummer 257). Later werd in Heusden nog een zoon geboren. Armand was brouwer. Hij was ongehuwd. Zijn kwartierstaat geeft zijn voorouders weer.

                

Armand wordt als soldaat milicien (lichting 1914, stamnummer 1736) ingelijfd op 26 februari 1915. Hij krijgt zijn opleiding in het Opleidingscentrum van de 5e Legerdivisie. Op 9 juni 1916 vervoegde hij het 13e Linieregiment (3e Bn 4e Cie). Wanneer op Kerstdag 1916 in De Panne officieel het 19e Linieregiment wordt gevormd uit het 12e en het 13e Linieregiment, wordt Armand in de 10e Cie (3e Bataljon) van het nieuw gevormde 19e Linie ingedeeld. Het 19e Linie vormt samen met het 13e Linie de 13e Brigade van de 4e Legerdivisie. Over de periode in het 13e Linieregiment ontbreken gegevens. Op 28 december trekt het 19e Linie naar het front. Ze bevolken de stellingen in de zuidelijke sector van Ramskapelle en Pervijze. In de volgende maanden bevindt Armand zich met zijn regiment achtereenvolgens in de buurt van Steenstraat, Merkem, Diksmuide en Oostkerke. Op 28 december trekt het 19e Linie naar het front. Ze bevolken de stellingen in de zuidelijke sector van Ramskapelle en Pervijze. In de volgende maanden bevindt Armand zich met zijn regiment achtereenvolgens in de buurt van Steenstraat, Merkem, Diksmuide en Oostkerke.

Op 12 november 1917 lost het 19e Linie de Franse troepen af in de buurt van Merkem. Die regio is één van de ergste plekken aan het front: honderden kraters, modder, kapot geschoten bomen, een fijne regen. Armand en zijn medesoldaten brengen de winter van 1917 - 1918 door in deze bijna onmenselijke omstandigheden: beschietingen, de kou en een voortdurende regen maar op 27, 28 en 29 november toch het hoofd biedend aan enkele Duitse aanvallen. Na deze gevechten vermindert de Duitse druk sterk. Het 19e Linieregiment kan de sector bezetten in een relatieve ‘rust’ waar schermutselingen tussen patrouilles onvermijdelijk blijken. Nadat het eerste Duitse offensief op de Somme (maart 1918) is afgebroken, kijken ze weer naar het Vlaamse front. Ze willen volgens hun plan Ieper omcirkelen door in het zuiden Bailleul en in het noorden Merkem aan te vallen. Op dat moment ligt het 19e Linieregiment als reserve in de zone van Boezinge.

In de nacht van 16 op 17 april lost de 10e Infanteriedivisie de 4e Infanteriedivisie af. Het 19e Linie met Armand krijgt de noordelijke sector Kortekeer toegewezen. Deze aflossing gebeurt onder voortdurend Duits artillerievuur. De obussen ontploffen rondom hen. De omgeving is vergiftigd door gasdampen. De nacht is bijna pikdonker. Armand bevindt zich met het 3e Bataljon in de voorste posten in de frontlinie. De 10e Compagnie zit in het midden van de hen toegewezen sector. Voor hen is het onbekend terrein. De bombardementen van de vorige gevechten hebben het terrein herschapen in een maanlandschap. De soldaten zitten in slechte voorbereide stellingen waar echte ‘verdedigingssystemen’ bijna onbestaande zijn: hier en daar wat beton en anders niets anders dan modder en nog eens modder. Het hele terrein is door obusinslagen omgeploegd, loopgraven ontbreken en de gevechtsposten blijken slechts bomkraters te zijn. Verbindingslijnen tussen de eenheden onderling enerzijds en met de commandoposten anderzijds ontbreken. De ‘coureurs’ moeten daarom langs vage, modderige, glibberige en bijna onzichtbare paden lopen. Zij zijn de enige communicatiemiddelen.

Allerlei omstandigheden doen de voorziene aanvalsdatum (19 april) uiteindelijk met twee dagen vervroegen. Het kaartje geeft een summier overzicht van de troepenbewegingen bij de slag bij Merkem (16 en 17 april 1918) met situering van de sector 'Kortekeer'. Op 17 april om 03.00 raken de patrouilles slaags in enkele schermutselingen. Om 05.30 rukken de Duitsers op: de eerste aanvalsgolf verovert een eerste vooruitgeschoven Belgische post. Om 08.30 palmen de Duitsers ook een post en een kruispunt in waar Armand met zijn compagnie, is opgesteld. Na de derde Duitse aanvalsgolf volgt om 14.00 de Belgische tegenaanval en tegen 19.00 zijn verschillende verloren gegane punten heroverd.

Armand overleed op 17 april 1918 ten gevolge van de verwondingen die hij opliep tijdens deze gevechten. Omdat er geen overlijdensakte werd opgesteld, sprak de Rechtbank van Eerste Aanleg op 18 juni 1924 een vonnis op rekwest uit dat het ‘volgens bijgaande stukken het voor vaststaand dient gehouden dat’ Armand Karel De Clercq te Boezinge sneuvelde op 17 april 1918’. Armand ligt nu begraven op de Belgische Militaire Begraafplaats van Westvleteren (graf 1061) (foto midden). Armand had eerst een ander graf (foto links). Het gedachtenisprentje ter ere van Armand is rechts weergegeven.

                          

Opmerking: De foto's komen uit de verzameling van wijlen mevrouw Marie-Anne De Clercq.