3.3 Vingers draaien of helse activiteit? Wat doet de e-moderator?

Studenten hebben, boven alles, vooral nood aan duidelijke afspraken. Wanneer het voor hen niet duidelijk is waarvoor het forum gebruikt wordt, wat er verwacht wordt van hen, of hun bijdragen gequoteerd zijn of niet, zal het forum niet veel succes hebben. Denk dus op voorhand duidelijk na over het inzetten van een forum, en stel jezelf enkele belangrijke vragen:

  • Ga je het forum modereren of niet? Het modereren van een forum houdt in dat je alle bijdragen leest, corrigeert of verplaatst waar nodig, antwoorden geeft waar je het gevoel hebt dat de studenten er zelf niet uitgeraken, en opvolgt of de studenten zich houden aan de elementaire beleefdheidsregels (zie ook netiquette).  Sommige docenten maken gebruik van een forum dat door studenten zelf wordt gemodereerd (bvb tweedejaars studenten modereren het forum van het eerste jaar), en worden hiervoor al dan niet beloond of krijgen hierop een quotering. Maak duidelijke afspraken wanneer je het forum opvolgt, zodat studenten weten wanneer ze een antwoord kunnen verwachten op prangende vragen.  Wees ook correct: wanneer de studenten merken dat je als docent ‘afwezig’ bent op het forum, en niet ingrijpt of geen bijdragen levert, zullen ze erg snel afhaken en zelf ook niet meer deelnemen. Daarentegenover staat dat een forum, wanneer je het correct modereert en goede afspraken maakt, kan uitgroeien tot een virtueel verlengstuk van je klassikaal onderwijs. Studenten zullen veel gemakkelijker vragen stellen, en je zult veel gemakkelijker tot een inhoudelijke discussie komen in een forum ten opzichte van een grote aula.

  • Ga je de studenten quoteren voor hun bijdragen? Het quoteren van bijdragen is vaak de grote sleutel tot het optimale gebruik van fora: hierdoor kan je studenten verplichten om inhoudelijk relevante bijdragen te leveren, met referenties en logische opbouw van hun betoog.  Deze manier van werken leidt ook tot een veel betere diepteverwerking van de leerstof, volgens de voorstanders van deze methode. Bedenk wel dat je het quoteren van alle bijdragen van de studenten niet mag onderschatten... Wanneer 100 studenten 5 berichten per week posten, zal je dus 500 teksten of tekstjes moeten nalezen en verbeteren per week. Vaak wordt er dan ook gewerkt met een gequoteerd forum dat maar beperkte tijd openstaat (bvb voor 1 of 2 groepswerken of verwerkingstaken), of wordt het aantal bijdragen beperkt (bvb elke student moet 1 verwerkingstaak indienen en 2 keer een feedback-post schrijven voor een andere submissie). Je kunt ook de studenten per groep tot een eindproduct laten komen, zodat je per groepje maar 1 tekst moet lezen, en enkel opvolgen of iedereen voldoende geparticipeerd heeft.

Maak sowieso goede afspraken zodat studenten weten hoe ze gequoteerd worden (aantal posten? Lengte van hun bijdrage? Inhoud? Timing? Juistheid van het betoog?), en bereid je voor op het bijsturen van je manier van werken. De kans is groot dat je niet van de eerste keer een systeem vindt dat zowel voor jou als voor je studenten werkbaar blijkt.

 

Praktijkvoorbeeld

 

  • Op welke manier verdeel je de discussiefora in topics of onderwerpen? Geef je de studenten een apart forum voor algemene vragen en daar bovenop 1 forum per cursushoofdstuk, of is 1 groot forum voldoende? Mogen studenten privé-boodschappen in het forum posten, of is hiervoor een aparte ruimte voorzien op de digitale leeromgeving?

Bij het gebruik van een discussieforum is vorm en inhoud van groot belang: zowel de praktische afspraken en de manier van werken, als de inhoudelijke moderering of feedback die je geeft in het forum, zullen bepalen of het een geslaagd experiment wordt. Over het e-modereren kan gemakkelijk een gans boek gevuld worden... Sommige e-modereringstechnieken zijn evident, zoals het feit dat je studenten steeds constructieve kritiek geeft en nooit afbreekt of belachelijk maakt, of het feit dat je door vragen te stellen een discussie op een hoger niveau kan brengen. Andere modereringstechnieken of –tips hebben meer specifiek op de digitale wereld betrekking.

  • Grijp direct in wanneer je ziet dat een discussie ontaardt in een scheldpartij of indien de etiquetteregels geschonden worden. Wanneer de studenten weten wat kan en wat niet kan, en er bovendien zeker van zijn dat je overtredingen opspoort, zal je hier niet veel last van hebben.
  • Zorg er in het algemeen voor dat je aanwezigheid op het forum zichtbaar is: van zodra de studenten merken dat hun docent niet aanwezig is, of wel een forum gebruikt maar niet eens alle boodschappen leest die erop komen, haken ze erg snel af.
  • Verwijs expliciet naar het forum tijdens je hoorcolleges. Zorg er dus voor dat de studenten niet de indruk hebben dat het discussieforum feitelijk los staat van de lesinhoud of examenleerstof. Zoals ook met andere eleerhulpmiddelen, is het bij het gebruik van het forum van zeer groot belang om tijdens je eerste les duidelijk afspraken te maken en met je studenten eens gaat kijken in hun virtuele leeromgeving.
  • Wees zorgvuldig in het gebruik van humor: het informele gebruik van smilies (bvb ;-) is een knipoog of :-( betekent dat je bedroefd bent) is eigenlijk de enige manier om ervoor te zorgen dat emoties overgebracht worden. Zo is reeds meermaals gebleken dat het gebruik van humor soms niet aangewezen is in een digitale wereld... Menige online discussie is al ontaard in een scheldpartij omdat een van de deelnemers een grap of cynische opmerking verkeerd interpreteerde. Door de afwezigheid van lichaamstaal, intonatie en oogcontact moet je veel zorgvuldiger zijn met wat je neerschrijft en hoe je jezelf uitdrukt.
  •  Het aantal studenten dat je op een forum zinvol kan laten samenwerken, is ook een kritische factor. Wanneer je deelname niet verplicht maakt, en dus ook niet zal quoteren, staat hierop uiteraard quasi geen beperking op. Wanneer je de studenten echter gaat quoteren, zal je uiteraard nauwgezet in de gaten moeten houden wie wat bijdraagt. De studenten mogen zich niet kunnen ‘verstoppen’ achter hun meer actieve collega’s. Tien studenten per forum wordt vaak als praktische limiet gezien. Hoe kleiner de groep, hoe actiever elk lid zal moeten deelnemen aan de discussie om tot een goed eindproduct te komen. Deze manier van werken is vaak bijzonder succesvol, maar vereist uiteraard een niet te onderschatten praktische organisatie, vooral voor grote groepen studenten: bedenk goed wie al die subfora zal modereren en quoteren alvorens je hiertoe overgaat.
  • Het aantal bijdragen dat je van elke student mag verwachten, is ook een parameter waarmee je kunt spelen om het succes van je forum bij te sturen.  Stel je dit te laag in, dan kan een student zich een ganse tijd verbergen op de achtergrond, en met een zeer beperkt aantal posten zijn of haar punten binnenhalen. Dit vergroot bovendien de kans op plagiaat. Stel je deze parameter te hoog in, daarentegen, dan zal de kwaliteit per post hieronder lijden. Waarden die werkbaar blijken, zijn bijvoorbeeld 1 originele post per week, met bronvermeldingen en eigen inbreng, en twee of drie keer een post met feedback op bijdragen van collega’s.
  • Neem geen genoegen met louter meningen maar formuleer kwalitatieve en kwantitatieve criteria voor de bijdragen. Spreek dus ook duidelijk af op welke manier je de bijdragen van studenten zal verbeteren: enkel vormelijk (hebben ze het minimum aantal posten gedaan, en dit bovendien op tijd?), of ook inhoudelijk (hebben ze naar wetenschappelijke artikels of tijdschriften gerefereerd? Is hun bijdrage inhoudelijk correct, onderbouwd, en hebben ze de discussie verder gebracht? Maken ze gebruik van de juiste terminologie? ...). 
     
  • Bepaal een duidelijk doel van de discussie en zorg dat de discussie uitmondt in een concreet eindproduct.
  • Formuleer stellingen om rond te debatteren. Het soort stellingen dat je gebruikt, is in sterke mate bepalend voor de kwaliteit en kwantiteit van de bijdragen.

 

Praktijkvoorbeeld

 

  • Beslis de manier waarop wordt bepaald welke groepen voor een beloning of een sanctie in aanmerking komen.
  • Het voordeel van een discussieforum is dat het relatief eenvoudig is om een “expert” bij de discussie te betrekken, zonder dat je hiervoor organisatorische heksentoeren moet uithalen. Een specialist uit het vakgebied in kwestie uitnodigen in je les, vraagt heel wat voorbereiding. Diezelfde specialist zal wellicht veel sneller bereid zijn om eens een kijkje te nemen op het forum, en om daar gedurende enkele dagen deel te nemen aan een discussie.

Meerdere fora?

  • Binnen je eigen instelling ben je waarschijnlijk niet de enige die met een discussieforum zal werken. De volgende anekdote is hierbij illustrerend :
Twee docenten hebben vorig jaar het gebruik van discussiefora toegelicht tijdens een navormingsnamiddag voor het ganse docentenkorps. Hun enthousiasme werkte behoorlijk aanstekelijk. Drie weken nadien wilden reeds meer dan tien docenten het gebruik van discussiefora integreren in hun cursus. Desondanks alle goede intenties van de docenten verdwaalden de studenten in een labyrint van discussiefora. Bij het ene discussieforum waren er verplichte bijdrages, bij het andere niet, het ene was vrijblijvend, het andere was dan weer verplicht, etc… Studenten vinden over het algemeen het discussieforum een zinvol medium als aanvulling op de hoorcolleges maar elke dag klikken van het ene forum naar het andere is een beetje teveel van het goede.

  •  De veelheid van discussiefora is een aandachtspunt dat vaak opduikt. Van zodra er iets moet gebeuren (idee, probleem, …) krijgen we nogal snel de reactie: “Laten we een discussieforum openen”. Net zoals bij alle andere e-tools moet eerst de pedagogisch-didactische meerwaarde in functie van de opdracht en de doelstellingen grondig bevraagd worden, vooraleer het zoveelste forum te openen. Deze stap wordt wel nogal eens gemakkelijk overgeslaan.