De oorsprong van deze honkvaste Vlaamse stam bevindt zich te Waregem, waar ook de eerste generatie's een bestaan hebben opgebouwd (zie 'Woonplaats eerste generaties').
De oudste naamvermelding van een verwante gaat terug tot de l4de eeuw. Een Gossin Manout (Waregem + ca.1365) is vermoedelijk een oom van Gillis Mannoot (+ ca. 1400), onze verste voorvader.
In de l4de eeuw evolueerde onze familienaam van 'Manout' naar 'Mannoot' (zie 'Naamevolutie'). In de l5de eeuw vinden we tevens de vormen 'Bannoot' en 'Menoot', maar vanaf de tweede helft van de l6de eeuw werd algemeen 'Benoot' geschreven. Door gelijkenis met de Franse voornaam 'Benoit' werd na 1600 veelal 'Benoit' geschreven maar in de Gaverstreke nog steeds als ' Benoot ' uitgesproken.
Vanaf het einde van de l5de eeuw konden onze rechtstreekse voorouders hun bezit sterk uitbreiden. Pieter Benoot bezat bij zijn overlijden in 1521 ca. 50 ha. grond te Waregem en Zulte. Zijn zegel is bewaard gebleven in het Rijksarchief te Brussel. Pieter woonde in de Drogenboomstraat te Waregem op het goed 'den Beyaert'. Jan, zijn oudste zoon, bouwde wat verder een nieuwe hofstede, nu Kivietstraat nr. 1 of 'het Goed te Quintins' (zie 'Woonplaats eerste generaties').
Tijdens de Godsdienstoorlogen had de familie het zwaar te verduren. De weduwe van Joos Benoot moest nagenoeg al de eigendommen te Waregem verkopen. Haar kinderen zouden Waregem verlaten. Pieter Benoot huwde een rijke brouwersdochter van St Eloois Vijve en kon zo de sociale status van de familie herstellen. Hij was lange tijd schepen van Vijve. Met Joos, zijn enige zoon, ging het aanvankelijk net zo goed, maar hij stierf vrij jong en liet 10 minderjarige wezen na. Het was meteen het einde van de welstand.
Joos zal als stamvader fungeren van de verschillende door ons onderzochte takken.
* Een erfenis van de grootmoeder bracht Carel I, de derde zoon van Joos naar Beveren Leie. Carel II bleef te Beveren Leie, maar zijn zoons zullen zich te Deerlijk vestigen. Vanuit Deerlijk zou deze tak zich verspreiden over de Leiestreek. Carel II had 4 broers: nl. Joos, Christiaan, Pieter en Andries. Joos is de stamvader van de tak van Peter Benoit, de componist. Deze tak bleef nog 4 generaties te Beveren Leie. Op 12 juni 1860 sloeg het noodlot toe voor Jan Baptist Benoit, de grootvader van Peter. Een hagelbui vernielde nagenoeg al zijn vruchten en Jan was geruineerd. Hij verhuisde met vrouw en kinderen naar Harelbeke. Deze tegenslag werd echter bepalend voor de bekendheid van onze familienaam: Door de gedwongen verhuis naar Harelbeke kon Peter zijn talent ontwikkelen in de muziekschool van Harelbeke. Zonder de hagelbui zat Peter Benoit zeer waarschijnlijk achter het weefgetouw in plaats van achter het orgel!
* De afstammelingen van Michaël, de vierde zoon van Joos, belanden met een omweg langs Wielsbeke, Oostrozebeke en Torhout opnieuw in Waregem. Daar zullen ze zich nu definitief vestigen. Veel van deze takken zijn echter nog niet onderzocht.
Reeds vanaf de l4de eeuw verspreidden onze verre verwanten zich in de Vlaanders. Een tak die de naam 'Mannoot' tot 1600 zal behouden vinden we eerst te Pittem, dan te Tielt en tenslotte te Kortrijk. In het begin van de l6de eeuw verhuisde een Jan Benoot van Waregem naar Gottem en 100 jaar later vinden we zijn talrijke afstammelingen terug in de streek van Tielt. In de Geuzentijd vluchtte Laureins Benoit van Waregem naar Anzegem. Een eeuw later vinden we zijn nageslacht te Kortrijk en Lauwe. Deze drie takken en de afstammelingen van de 4 broers van Carel Benoit wachten nog op afwerking
Benoit Filip en Eric