"...Alle weggebruikers dienen ervan uit te gaan dat ze onsterfelijk zijn De structuur van het Indiase verkeer is gebaseerd op een strikt kastenstelsel Geef voorrang aan: koeien, olifanten, zware vrachtwagens, bussen, regeringsauto's, dromedarissen, lichte vrachtwagens, bizons. jeeps, ossenwagens, particuliere auto's. motorscooters, moterriksja’s, geiten, fietsen (met lading), handkarren, fietsen {met passagier), honden en voetgangers..."(Insight Guido India)De tempels zijn maar, maar de kleuren.....

12 juli 2001

Vandaag nemen we ons ontbijt op straat. Het kost ons 11 roepie voor een milkcoffee en een lekkere koek van bij de plaatselijke bakker. We komen toe met één exemplaar, want hij is ook nog gevuld met allerlei lekkers, en dus loodzwaar.

We nemen voor ons vertrek nog een kijkje in de tempel die we gisteren enkel in het donker zagen.

Ons busje met de vriendelijke en vooral kundige chauffeur brengt ons veilig (wat hier een hele prestatie is) naar Gangakondacholapuram.

Dit is een klein dorpje met een pracht van een gerestaureerde tempel uit 1020. Vrouwen zijn bezig om het bassin naast de tempel leeg te maken, een stinkend en vuil werkje.

Het water was door de vele rituele was- en plasbeurten immers meer een groen riool geworden.

De tempel heeft een mooi verzorgde binnentuin en is een oase van rust.

Onze volgende tempelstop is in Kumbakonam, waar we een gids krijgen opgedrongen. De gopurams zijn in kitscherige zuurtjeskleuren gestoken, iets waar de Indiërs dol op zijn, maar die in onze ogen heel kitscherig aandoen.

Als we plots door een poort lopen en blijken buiten te staan roept Yvonne naar de gids: `Bye, thank you', denkend dat we zo kunnen ontsnappen aan de fooi.

Over de hete stenen wordt het gloeiende-kool-lopen naar de bus, waar de gids ons al opwacht. Zijn fooi zal hij niet mislopen.

In Dharasuram lopen we `Vreemde Continenten', afgekort 'de vreemde' voor de zoveelste keer tegen het lijf. Ze raden ons de gids aan, die een waar fenomeen blijkt Onze tempelgids.. te zijn. De man is in de zeventig, loopt zo krom als wat, maar heeft een grote boekenkennis over Europa en vergelijkt het hindoeïsme met het Christendom dat hij zeer blijkt te respecteren.

Hij laat zich ook gewillig fotograferen, loopt als een hinde over de moeilijkste hindernissen, ondanks zijn kromme rug en waagt zich aan ingewikkelde lichaamshoudingen, waarbij hij de beelden nabootst die in de stenen uitgehouwen zijn. Wij lopen allang te puffen in de hitte, maar hij schijnt er niet de minste last van te hebben. Zijn Engels is goed verstaanbaar en als hij denkt dat we het niet begrijpen probeert hij het met een andere taal, soms zelfs met een Nederlands woord.

Deze man is zijn fooi dubbel en dik waard!

's Avonds komen we aan in Thanjavur, waar we onze dankbaarheid voor onze uitstekende chauffeur niet onder stoeien en banken steken. We zijn er nu eindelijk ook achter dat het hoofdgewiebel een volmondig `ja' betekent en niet een `nee', zodat wij ons afvragen wie we al die tijd verkeerd begrepen hebben.

Het hotel is redelijk, veel beter dan gisteren.

De vele rijstschotels blijven hun werk doen: verstopping!

Het regent een beetje. Dus nemen we een aotoriksjaw, wat pas avontuurlijk blijkt te zijn, om ons naar een poepsjiek hotel te brengen waar we zullen eten. Het eten is duur naar Indische normen, maar wel erg lekker. Bestellen duurt lang, want iedereen wil zich uitgebreid laten inlichten over wat er in de gerechten zit.

 

lees vervolg reisverslag ......