23 augustus 2002
Onze laatste dag ! Ik heb slecht geslapen. Het was verschrikkelijk warm en ons bed werd bezocht door mieren en muggen ondanks de klamboe. Toch positief: het nachtelijk concert van een echte gekko : ‘tokkeh, tokkeh…’ Ik heb ze geteld: 7 keer, dus een goede geest volgens Indah.
s’Morgens pakken we in, maken groepsfoto’s en geven de cadeautjes aan Indah die alweer haar eigen vrolijke zelf is bij het openmaken van de verrassingen. Het is toch wel echt een schattig kind.
Dan wordt het tijd om afscheid te nemen van Padangbai en ons op weg te begeven richting Klungkung voor de crematie.
Het wordt imposanter dan we dachten. De eerste nog niet, dat zijn er twee aan de kant van de weg, maar na wat zoeken vinden we de crematieplaats: rechtover een kerkhof, waar het alweer kermis lijkt: kraampjes, warungs, verkopers, families die zitten te piknikken op de graven. Er is een massa volk. Er staan heel wat brandstapels klaar. In de straat zien we van ver de stoet met de groepen aankomen. Elke familie heeft haar eigen gamelan mee, samen met offergaven, het is eigenlijk niet te beschrijven. Onder het uitstoten van woeste kreten worden de offers en de stoffelijke resten op het kruispunt rondgedraaid. Op de brandstapels staan houten nandi’s (stieren). Die worden nu opengesneden en gevuld met de offergaven: voedsel, water, maar ook geld, prachtige stoffen, matrassen, kortom alles wat je kan nodig hebben als je een nieuw leven wilt beginnen of wilt reincarneren. Hoe hoger de kasten, hoe rijker de gaven.
Daarna wordt elke stier in brand gestoken. Als de stier invalt, zie je soms het skelet liggen. Het is een hallucinant schouwspel. Later zal de as naar zee gebracht worden om er uitgestrooid te worden.
Eigenlijk is het prachtig, de sfeer die hier hangt is wonderlijk, geen verdriet, eerder trots om de mooie ceremonie. Eric koopt zijn schaakspel voor 110 000 IR. Het is heel mooi, uitgesneden houten stukken. Als we nu thuis ook nog tijd vinden om te schaken…
In Sanur eten we (figuurlijk) onze laatste roepia’s op. We besteden ze aan een vismaaltijd. Dan wordt het tijd om naar de luchthaven te vertrekken. We checken onze bagage in en nu moeten we definitief afscheid nemen van Indah en haar mooie land.
De luchthaven van Denpasar is aangenaam en vrij groot en modern. Wat Westerse luxe kan ik me nog permitteren met de overschot van de roepia’s.
In Singapore ‘piept’ de handbagage van Eric. Aha daar was zijn zakmes. Het moet mee in de bagageruimte en we mogen het afhalen in Brussel. Het schaartje van Annemie is spoorloos, waarschijnlijk verdwenen in de zakken van een ambtenaar.
Na een 14 uur durende vlucht landen we in een koud en doornat Brussel. Er is een wolkbreuk en vele straten in steden en dorpen staan onder. Hoe was het ook weer in de tropen?
lees
vervolg reisverslag ......