Tekstvak: NACHTWACHT

 
Je hebt zoveel woorden voor 
nacht en voor duister. Je hebt 
zoveel woorden voor donker … 

Hij was in zijn bed blijven staren,
had de uren geteld en gezien op
de klok. Had zich meermaals af-
gevraagd. Had zich niets afgevraagd,
en zichzelf en de stilte verwenst.
 
Was uiteindelijk toch maar opgestaan; 
wist de weg naar zijn stek. 
Daar een lamp aangedaan, op het punt 
gestaan terug naar af te gaan,
maar zijn ziel op de tafel gelegd.
 
En dan schreef hij zijn woorden. Zijn
woorden van nacht. Zijn woorden
van duister en donker.


© ERIC VANDENWYNGAERDEN