• De cerebrospinale vloeistof en de hersenvliezen

Bij de groei van de hersenen ontstaan ventrikels, inwendige ruimten, die onderling met elkaar in verbinding staan. In de ventrikels die zich in de grote hersenen hebben gevormd, bevindt zich een geplooid membraan, dat rijk is aan bloedvaten en dat de plexus chorioideus wordt genoemd. Op deze plaats wordt het hersenvocht ofwel de cerebrospinale vloeistof gevormd (bij een volwassene zo'n 500 ml per dag). Deze vloeistof dient om de druk rond de hersenen op peil te houden, fungeert als schokbreker en voorkomt dat de hersenen uitdrogen. De ruimten waarin de hersenvloeistof zich bevindt, staat in verbinding met de ruimten rond het ruggenmerg. Hieruit wordt duidelijk dat het zinvol kan zijn door een ruggeprik vocht af te nemen om hersenaandoeningen op te sporen. Het is dan ook wellicht beter te spreken van hersen- ruggenmergsvocht. De hersenen worden beschermd tegen beschadigingen door de schedel eromheen. Daarnaast worden de hersenen bedekt door een drietal vliezen, de hersenvliezen (meninges). Het buitenste vlies, de dura genaamd, is een stevig, hard membraan, dat bestaat uit stevig bindweefsel. Het vlies ligt direct tegen de schedel aan, ziet eruit als botvlies en dient om hersenen en ruggenmerg te beschermen. Onder het buitenste vlies ligt een dun membraan, het spinnenwebvlies of arachnoidea, van de dura gescheiden door een smalle subdurale ruimte. Door bindweefseldraadjes naar het binnenste vlies toe vormt dit vlies de subarachnoïdale ruimte. In deze ruimte circuleert de cerebrospinale vloeistof, die weer in de bloedstroom wordt opgenomen door het spinnenwebvlies. Direct op de hersenen, alle windingen van de hersenen volgend, ligt het zachte hersenvlies, de pia. Dit vlies is zeer rijk aan bloedvaten. Vanuit dit vlies worden de inwendige structuren van de hersenen van bloed voorzien. Hierdoor vervult het zachte hersenvlies een belangrijke functie bij de aanvoer van voedingsstoffen en zuurstof naar het hersenweefsel. Voordat chemische stoffen uit het bloed de hersencellen kunnen bereiken, moeten ze het zachte membraan passeren. Het voordeel van zo'n bloed- hersenbarrière is, dat bepaalde giftige stoffen de hersenen niet direct kunnen bereiken. Het nadeel ervan is dat bepaalde geneesmiddelen ook veel moeilijker in de hersenen terecht kunnen komen.