Home
Cursus GIMP : Werken met (laag)maskers
Met een laagmasker kan je instellen welke pixels van een laag zichtbaar zijn en
welke niet. Het
voordeel van maskers is dat pixels niet permanent moeten worden verwijderd,
maar alleen "afgedekt". Ze blijven bewerkbaar en ze kunnen ook terug zichtbaar worden gemaakt.
Een masker wordt voorgesteld door een zwart-wit vlak. Zwart
op de plaatsen die tegenhouden, wit op de doorlatende plaatsen, grijstinten voor de vloeiende
overgangen.
Door rechtsklikken op de laag komt men in het lagenmenu en daar kan men
laagmaskers instellen
- toevoegen = een laagmasker aanmaken
- toepassen = laagmasker wordt definitief toegepast op de
laag, waarna het wordt verwijderd
- verwijderen
- tonen = de zwart-wit inhoud van het laagmasker
tonen - er komt een groene rand in de lagendialoog
- bewerken = op het laagmasker schilderen, men ziet alleen
het effect op de laag zelf - er komt een witte rand
- uitzetten = met ziet weer de volledige laag - er
komt een rode rand
Samenvloeien van meerdere lagen
We gaan nu twee foto's in mekaar laten overvloeien.
Kies twee foto's waarmee je dat wenst te doen.

In het voorbeeld zijn meisjetelefoon.jpg en schachtbok.jpg
gebruikt.
Open een van de afbeeldingen, namelijk de foto met het
gewenste formaat (hier de foto met het meisje).
Indien je een ander formaat wenst dan open je gewoon een nieuwe lege
tekening.
Haal dan de foto's binnen die je nog nodig hebt, met
Bestand/Openen als Laag.
Laagmasker toevoegen
Klik met de rechter muiswijzer op de
bovenste laag en kies
Laagmasker toevoegen.
In het vervolgens verschijnende dialoogvenster kies Wit
volledig ondoorzichtig.
Laagmasker gebruiken om een deel onzichtbaar te maken
Kies
het verloopgereedschap met wit als voorgrond - en
zwart als achtergrondkleur.
Om zeker te zien dat het masker actief is, klik een
keer in het maskericoontje op de laag ( 1 ).
Klik daarna linksboven in het documentvenster en teken
een diagonaal verloop van rechtsonder naar
linksboven. Experimenteer tot het onderwerp van de onderste
foto
mooi zichtbaar is.
Nadat de verdeling van het beeld in orde is, kan je de afbeeldingen
zelf nog wat verschuiven. In het voorbeeld werd de schachtbok naar
links verschoven. Dit doe je met het
verplaatsingsgereedschap.
Let er wel op dat je niet met het masker aan het bewegen bent; klik dus
altijd op het fotootje in de lagendialoog (datgene wat actief is, heeft
een witte rand)
Andere soorten verlopen om lagen te laten overvloeien
In het voorbeeld hierboven is de overgang goed geslaagd.
Niet alle onderwerpen
Met Verlopen in een masker zijn heel mooie effecten te
bereiken.
Experimenteer met andere typen van verlopen. Bijvoorbeeld een radiaal
verloop etc.
Delen van een laag onzichtbaar maken, zonder ze te wissen
In
plaats van een ongewenst deel van een laag te selecteren en te wissen,
kan je die selectie ook onzichtbaar maken met een laagmasker.
Dat
levert hetzelfde resultaat maar je kan achteraf wel nog correcties
uitvoeren (door het laagmasker met zwart of wit te beschilderen).
Toepassing : ringen in mekaar haken
Maak een groene ring door een ovale selectie te vullen met groen; kies
dan Selectie/Selectie krimpen (bijv 20px) en kies dan Bewerken/Wissen.
Maak een nieuwe transparante laag en maak een purperen ring op dezelfde
manier
Stel nu op die laag een wit laagmasker in
Ga naar de onderste laag en maak een selectie met "Selectie van
gebieden op kleur"
Selecteer het laagmasker en vul de selectie met zwart.
Hierdoor wordt de bovenste laag onzichtbaar boven de onderste
ring
Blijf op het laagmasker en wis nu met het gommetje over een van de
overgangen. De bovenste ring wordt daar weer zichtbaar, en de
rest van de selectie transparant dus daar is het groen toch zichtbaar .
 |
Het
laagmasker hieronder heeft alleen invloed op de
plaats waar het snijdt met de magenta cirkel. Daar houdt
het de magenta kleur tegen en ziet men dus het groen.
De rest ligt op een transparant deel dat toch geen invloed heeft. |
Vignettering toepassen
In bepaalde gevallen willen we de aandacht van de kijker trekken naar
een hoofdonderwerp. Bij een donkere foto kan dat door het
hoofdonderwerp
helderder te maken (en de omgeving niet), alsof het
hoofdonderwerp in het zonnetje staat.
Dit doen we door de afbeeldingslaag te dupliceren.
We
stellen de laagmodus van de nieuiwe laag in op "scherm"; hierdoor wordt
de hele afbeelding
opgehelderd.
Op diezelfde laag stellen we een laagmasker in; vul dat met zwart zodat
de hele laag transparant wordt (alles lijkt nu terug normaal).
We maken nu een selectie in die het hoofdonderwerp overlapt.
In dit geval werd een ellips geselecteerd met verzachte
randen
(ingesteld op 100).
Die selectie wordt vervolgens gevuld met wit.
Nu is alleen het hoofd helderder geworden.
Je kan ook omgekeerd tewerkgaan, namelijk de randen donkerder maken.
In dat geval stel je de laagmodus in op Vermenigvuldigen,
maak je
een wit laagmasker en vul je de selectie met zwart.
| origineel |
met laagmasker |
dialoog Lagen |
 |
 |
 |
Laagmasker als grijswaardenkopie
Met een laagmasker maak je bepaalde delen van een afbeelding
transparant.
Wanneer je twee identieke lagen boven elkaar hebt en de bovenste heeft
een laagmasker, dan blijven alleen die delen van de bovenste laag
zichtbaar waar het laagmasker wit is. Wanneer de lagen
identiek
zijn dan merk jer daar niets van.
Wanneer je daarna de bovenste laag wijzigt dan zal je die wijziging
alleen zien op de delen waar het laagmasker wit is (of grijs).
Wij vinden de volgende foto wat overbelicht. Wij gaan nu de
laag
dupliceren. Op de gedupliceerde laag stellen we een
laagmasker als grijswaardenkopie van de
laag. Dat laagmasker gaan we
in dit geval inverteren; daardoor wordt het zwart waar de lucht is en
heeft het
onderaan lichtere waarden (zie dialoog).
Nu maken we terug de afbeelding van de bovenste laag actief en we
gebruiken het gereedschap Kleuren/Helderheid-contrast. Daar
schuiven we de schuiver van de helderheid helemaal naar links.
De bovenste laag wordt dus donkerder.
Nu zal de foto donkerder worden op de plaatsen waar het
laagmasker wit of grijs is, dus niet in het gedeelte van de
lucht.
Opmerking
Wanneer je dezelfde methode wenst toe te passen om het contrast te
verhogen
dan hoeft het laagmasker niet te worden geïnverteerd want dan
willen we net de herdere gedeelten aanpakken.
| Origineel |
met laagmasker |
 |
 |
| zonder laagmasker |
dialoog Lagen |
 |
 |
Structuureffecten d.m.v. laagmaskers gevuld met een patroon
Maak een nieuw bestand. en vul de achtergrond met een kleur.
Open het Lagenvenster (eventueel eerst het venster aanmaken met Bestand
- >
Dialogen - > Lagen, kanalen).
Maak een nieuwe laag. (Klik Ctrl + N of klik op het pictogram "Nieuwe Laag" , of kies Hoofdmenu/Laag/Nieuwe Laag.)
In het nu verschijnende venster Nieuwe laagopties vink je als vultype Wit aan.
Klik met de rechter muiswijzer op de nieuwe laag en kies uit
het
rollmenu "Laagmasker toevoegen".
In het venster voor de maskeropties vink Zwart aan (doet er eigenlijk niet toe). Klik op
OK.

Op de nieuwe laag verschijnt naast het pictogram van de
laaginhoud
een zwart rechthoekje: het laagmasker. De witte rand eromheen
betekent dat het masker actief is en bewerkt kan worden.
Nu ga je dit laagmasker met een patroon vullen. Dubbelklik op
het
emmertje en vink bij Vultype "Met patroon vullen" aan.
Kies dan een
patroon, in het voorbeeld is dat Maple Leaves.
Klik
dan één
keer met de muis in de afbeelding. Wanneer het masker actief
is - een witte rand heeft- wordt dat nu gevuld met de
grijswaarden van het patroon en krijg je volgend effect:

Giet eventueel in de witte
laag een andere kleur met het emmertje.