Start

Wie ben ik - deel3cdt38ruis.jpg

    Inhoud  laatst bijgewerkt op: 1/07/17 9:26     Printen = 16 blz A4

Het ligt niet in onze bedoeling onszelf hier te promoten. Onze familienaam werd daarom op alle pagina’s vermeden en op alle bijlagen gewist.

Voor de lezers is niet onze persoon, maar het verhaal van belang, het kon net zo goed het verhaal zijn van een Bert, een Luc, een Karel, enz. want velen hadden gelijkaardige belevenissen die met een verplichte legerdienst begonnen.

 

Onze ouders en grootouders vertelden weinig over hun leven en over de Eerste- en Tweede Wereldoorlog; we bleven met veel vragen zitten en dat willen we voor onze nakomelingen beter doen.

Ook willen we voorkomen dat ons geheugen ons vroeg of laat parten speelt en onze herinneringen vervagen.

Deze webpagina is daarom in hoofdzaak bedoeld als naslagwerk voor onszelf en onze familie, maar kan toch door iedereen gelezen worden.

Aan de hand van een stukje autobiografie tonen we wat we allemaal beleefden en hoe het er VROEGER aan toe ging.

En hoe kan dat beter dan via het vertellen van eigen belevenissen?

 

 

Scrol door de pagina

of klik hieronder om direct te springen naar:

 

- Bezettingsleger & als militair met familie in Duitsland (1968-1978)

- Leven en werken als vrouw van een militair in de BSD in de jaren 1960-1970

- Graden bij de Landmacht tot 1999

- Graden bij de Landcomponent na 1999

- De wapens (soorten eenheden)

- Gedragscode

- Link naar websites van ex BSD eenheden & belevenissen van ex-Siegenaars

     

Bezettingsleger & als militair met familie in Duitsland

Bezettingsleger:

 

Na de tweede Wereldoorlog namen Belgische eenheden deel aan de bezetting van Duitsland.

 

Deze periode wordt gedetailleerd beschreven in het boek “Belgische bezetting in Duitsland”.

In eigen beheer uitgegeven door Commandant o.r. Walther Rotsaert (252 pagina’s)

 

Voor méér info klik op het boek a.u.b.  à

 

Nadien ontstond de NATO en werd West Duitsland een Natopartner.

image004

 

Belgisch Bezettingsleger (BBL)

en de

Belgische Strijdkrachten in Duitsland (BSD)

1945 – 1995

Persoonsgebonden kalender van feiten, ontwikkelingen en ervaringen gedurende de vijftig jaar Belgische militaire aanwezigheid in Duitsland

Voor méér info klik op het boek a.u.b.  à

… een persoonlijke kroniek door Commandant o.r. Walther Rotsaert (397 pagina’s)

 

 

boek2.jpg

 

Wij, BSD’ers !

Het menselijk verhaal van onze leger-gemeenschap op Duitse bodem (1945-2002).

Van Jan Backx  (Roularta books, 463 blz)

 

Bijna zestig jaar lang – vanaf de val van Hitlers derde Rijk en gedurende heel de Koude Oorlog- leefden er op Duits grondgebied vele honderdduizenden Belgen, in een kunstmatige wereld: “de BSD”. Dat begrip dekte àlles wat te maken had met de “Belgische Strijdkrachten in Duitsland”. Maar het betekende véél meer dan louter tanks en kanonnen! Er zat een enorm menselijk verhaal aan vast.

wijbsders.jpg

 

Van NSDAP tot Tweede Wereldoorlog; Nazisme, SA, SD, SS, Gestapo, Orpo, Sipo:  korte info klik hier

 

Bezetting van Duitsland:

 

newgif.gif     
 

WOII tijdens de laatste oorlogsmaanden. De Amerikanen willen Kassel en Frankfurt. Frankrijk wil ook Aken en doorstoten tot over de Rijn, maar de Amerikanen die Aken reeds op 21 oktober 1944 en Keulen op 7 maart 1945 in handen hebben, gaan daar niet mee akkoord.  Ze nemen Frankfurt in op 29 maart en Kassel op 4 april 1945.

De Britten willen Keulen in hun sector en krijgen dat bij de Amerikanen geregeld vooraleer de Fransen het in handen kunnen krijgen.

 

Er ligt geen enkele grote Duitse stad in de Franse zone. Frankrijk krijgt het intact gebleven Baden-Baden pas na teruggave van Karlsruhe en Stuttgart aan de Amerikanen.

TERLOOPS: De Fransen hadden einde mei tot begin juni 1940 de aftocht van de Britten en Belgen vanuit Duinkerke naar Engeland gedekt en voelden zich achteraf in de steek gelaten en bij de indeling in bezettingssectoren in Duitsland kregen ze in 1945 ook niet wat ze wensten.  De Franse generaal Charles de Gaule die later (in 1959) president van Frankrijk wordt, zal in 1966 de aftocht van de NATO-troepen uit Frankrijk eisen, tenzij ze zich er onder Frans bevel plaatsen. In juli 1966 verhuizen de hoofdkwartieren: SHAPE naar Casteau bij Mons (B), EUCOM naar Stuttgart (D), AFCENT naar Brunsum (Nl) en 30.000 NATO-soldaten verlaten Frankrijk. Frankrijk maakte tussen 1966 en 1996 geen deel meer uit van de militaire organen van de NATO maar is sinds 2009 terug volwaardig lid.

 

8 mei 1945:  Nazi Duitsland capituleert onvoorwaardelijk.

 

De behandeling van Duitsland wordt na de oorlog besproken door de Europese Adviescommissie waarin oorspronkelijk de ambassadeurs uit de Sovjet-Unie, VS en UK zetelden. Later komt ook Frankrijk er nog bij.
In die commissie wordt afgesproken dat alleen de bezettingszones van de Sovjet-Unie, VS en UK aan de demarcatielijn (ijzeren gordijn) mogen grenzen.

 

Op 21 juni 45 nemen de vier grootmachten de definitief overeengekomen bezettingszones in. Aan de Belgen is op dat moment nog geen eigen bezettingssector toegekend, die zal er pas later komen, als ondersector in de Britse zone.

zones.jpg

 

Amerikanen en Britten trekken zich daarop terug uit de Russische zone op voorwaarde dat de toegang tot Berlijn (door de vier grootmachten bezet) ongehinderd in de Russische zone mogelijk blijft.

 

De overwinnaars zijn uiteindelijk de Amerikanen, Britten, Fransen en Russen. De kleine continentale landen hebben in de ogen van de geallieerde grootmachten te weinig weerstand geboden. Ze krijgen niets te zeggen inzake zones van bezetting in Duitsland.

België, Nederland en Luxemburg proberen daarom het idee van een BENELUX-sector te lanceren.

 

De Britten stellen voor in elke bezettingszone van de 4 grootmachten zogenaamde 'auxiliary contingents' zoals België, Nederland en Luxemburg, op te nemen. Dat valt echter niet in goede aarde bij de Russen.  De Britten willen echter hulp in hun sector omdat ze zelf niet over voldoende effectieven beschikken. Bovendien vrezen de Britten dat de Amerikanen niet lang in Duitsland zullen blijven en dat dan nog een grotere sector door De Britten en de Fransen zal moeten bezet worden. De Russen geven tenslotte toe maar de kleine landen mogen enkel HULP bieden, zonder medezeggenschap. De kleine landen zullen dus onder het bevel staan van een grootmacht.

 

Nederland zou wel willen deelnemen aan de bezetting, maar ingevolge een tekort aan effectieven door de gebeurtenissen in Nederlands Indië (Indonesië dat zich op 17 augustus 1945 onafhankelijk verklaarde) en wegens tekort aan financiële middelen, kon Nederland uiteindelijk niet deelnemen aan de bezetting.

TERLOOPS: Op vraag van de NATO zal Nederland vanaf 1960, tijdens de Koude Oorlog, wel stationeringstrijdkrachten in het noorden van de Bondsrepubliek ter beschikking stellen, ter verdediging van West-Europa tegen het Warschaupact.  Alles begint met de 41e Lichte Brigade (die in 1962 de 41e Pantser Brigade wordt) en die gekazerneerd wordt in Höne, Fallingbostel en Seedorf;  de brigade maakt deel uit van de 4e Divisie van het 1e Nederlandse Legerkorps; de getalsterkte in Duitsland groeit later uit tot 40.000 Nederlandse militairen. Lees er hier meer over.

Video Nederlandse strijdkrachten in Duitsland tijdens de Koude Oorlog  De reportage duurt 26 minuten (reclame in het begin even laten voorbijgaan).

U heeft daartoe mogelijk ‘silverlight’ op uw PC nodig, download: http://www.microsoft.com/silverlight/

 

Reeds in juli 1944 verklaarde Frankrijk dat zijn natuurlijke grens de Rijn is. Frankrijk wil ook het stukje Duitsland van aan de Belgische grens tot de Rijn. Dat zorgt voor nervositeit in België. De Belgen en de Britten beschouwen dat gebied zeer geschikt voor bezetting door België.

 

In Engeland werd in 1943 de zogenaamde Belgische “Brigade Piron” gevormd.

Na haar deelname aan de gevechten om België te bevrijden kreeg ze officieel  de naam "Brigade Bevrijding".  Aan het einde van de oorlog werd ze 1ste Infanteriebrigade genoemd en werd achtereenvolgens gelegerd in Bonn, Gummersbach en Siegen.

bdePirongif.gif

 

Vanaf 1 januari 1946 opereren drie in Ierland opgeleidde Belgische infanteriebrigades onder bevel van Britse divisies en kan men van Belgische bezettingseenheden spreken.

Slechts na herhaalde onderhandelingen tussen de Belgische en de Britse politici kwam het begin maart 1946 dan ook tot een eigen ondersector voor de Belgen. Die ondersector mocht niet tot aan de demarcatielijn reiken, gezien wat in de Europese Adviescommissie was afgesproken. Ook veel later als de Belgen al een garnizoen in de Amerikaanse zone in Kassel hadden, bereikte de Belgische zone (het was toen al geen bezettingssector meer) niet de demarcatielijn. De bewaking van de demarcatielijn werd na het ontstaan van de NATO, toen er reeds terug West-Duitse divisies toegestaan waren, een opdracht van de Bundesgrenzschutz.

 

Er kwam geen BENELUX-sector. Op 20 okt 1945 bezette Luxemburg met 8 compagnies de streek van Bettburg, Merzig en de streek ten noorden en ten zuiden van Trier, als ondersector van de Fransen.

 

1 april 1946 is de feitelijke start van de Belgische bezetting in Duitsland door de 1e Infanteriedivisie, met een staf in Bad Godesberg. De Belgische ondersector liep in het westelijk deel van Nord Rhein Westfalen vanaf de Belgische en Nederlandse grens tot een beetje voorbij de Rijn.

1div.gif

 

Vanaf 1 oktober 1946 wordt de bezettingssector in oostelijke richting verder uitgebreid in Nord Rhein Westfalen en wordt de ganse sector bezet door het 1e Legerkorps met daarin de 1e en 2e Infanteriedivisie. De staf van het 1e Legerkorps vestigt zich op 26 oktober in Lüdenscheid.

1be.gif

De 1e Infanteriedivisie omvat in december 1946 de 1e, 2e en 6e Infanterie Brigade. De 2e Infanteriedivisie omvat de 3e, 4e en 5e Infanterie Brigade.

 

In oktober 1948 verhuist de staf van het 1e Legerkorps, herdoopt tot Gevechtskorps, naar Bonn.

 

Overzicht van de uitbreidingsfazen van de Belgische ondersector.

bezani.gif

 

In het kader van het Marshallplan dat West Duitsland er economisch terug bovenop moest helpen werd in West-Duitsland de Deutsche Mark (DM) ter vervanging van de waardeloos geworden Reichsmark ingevoerd. De Russen reageerden op 24 juni 1948 met de Blokkade van Berlijn, waarop de Amerikanen, Britten en Fransen van juni 1948 tot april 1949 een luchtbrug onderhielden om hun bezettingssectoren in West Berlijn te bevoorraden.

 

 

Ontstaan BRD:

 

Toen op 23 mei 1949 West Duitsland (De Bondsrepubliek) ontstond, moest een plaats gevonden worden waar de regering zou zetelen. Berlijn kon niet meer vermits het in de Russische zone lag. Er werd voor Bonn gekozen. De Belgische troepen die toen ook in die streek gelegerd waren, moesten Bonn verlaten want een West-Duitse regering in een gebied onder controle van vreemde troepen kon maar slecht en bovendien waren er gebouwen tekort. Generaal Piron verhuisde zijn staf slechts met tegenzin en op uitdrukkelijk bevel van de Britten naar Weiden, waar het hoofdkwartier nadien ook bleef.

De 2e Infanteriedivisie omvat vanaf december 1948 nog slechts de 4e Infanterie Brigade en gaat vanaf september 1949 in reserve.  De 1e Infanteriedivisie omvat vanaf dan de 1e, 4e en 7e Infanterie Brigade.

 

 

Ontstaan NATO:

 

Op 4 april 1949 ontstond de NATO en de Belgen stonden kort daarop ook niet meer onder het bevel van de Britten.

 

In de sector van de Sovjets ontstond op 7 oktober 1949 de DDR (Deutsche Democratische Republik) met Oost-Berlijn als hoofdstad. In West-Berlijn bleven de Amerikanen, de Britten en de Fransen in hun sectoren aanwezig.
Beide
Duitslanden waren van elkaar gescheiden door de zogenaamde Innerdeutsche Grenze, die deel ging uitmaken van het ‘IJzeren Gordijn’.

 

Sinds ook de Sovjet-Unie vanaf 29 augustus 1949 een atoombom had, bestond er een permanente kerndreiging tussen de Verenigde Staten (NATO) en de Sovjet-Unie. De koude oorlog was nu goed in gang. De Amerikanen vonden uranium in Colorado, maar het meeste uranium voor hun Manhattanproject kwam uit het toenmalige Belgisch Kongo. De Sovjets haalden hun uranium in Oost Duitsland (DDR) uit het mijnbouwgebied in het Harzgebergte via de Wismut-onderneming.

 

In 1951 wordt het Gevechtskorps opnieuw Legerkorps genoemd; de 2e Infanteriedivisie ging reeds in september 1949 in reserve en de 16e Pantserdivisie komt in de plaats met 4 pantser Infanterie bataljons: 1Cy, 2Cy, 3Cy en 4Cy.

1div16div.gif

In de 16e Pantserdivisie worden ook de rijdende artillerie eenheden 17RA, 18RA en 19 Ach opgericht en achtereenvolgens uitgerust met houwitsers M7 (105mm), M44 (155mm), M108 (105mm), M109 en M109A2 (155mm).

Opeenvolgende garnizoenen van deze eenheden:

  17RA: Aken (1951), Altenrath (1951-52), Longerich (1952-56), Altenrath (1956-94).

  18RA: Altenrath (1951-52), Euskirchen (1952-65), (B) Brasschaat (1965-94).

  19Ach: Düren (1951-73), Siegen (1973-94).

 

In 1952 komt de 4e Infanteriedivisie in Luik (B) er nog bij, met de 10e Brigade in Siegburg (en twee Infanterie Brigades in België: 11e in Tongeren en 12e in Bastogne). Ze gaat in 1956 in Reserve en wordt in 1968 afgeschaft.

3divs.gif

 

Op 6 maart 1952 kwam er een akkoord tot stand tussen de Hoge Commissaris van Uk en VS over de stationering van Belgische troepen onder eigen commando in de Amerikaanse zone, nl. in Arolsen, Korbach stadt en Landkreis, Kassel, Waldich, Hofgeismar en Wolfshagen. De Belgen hebben nu niet alleen in Nord Rhein Westfalen garnizoenen, maar ook in een noordwestelijk stukje van Hessen.  De Belgische sector in Duitsland is nu meer dan 100 km breed en meer dan 250 km lang (in oppervlakte ongeveer vergelijkbaar met 2/3 van België).

Het was niet mogelijk om de meerderheid van onze eenheden ver en ten oosten van de Rijn, in de nabijheid van het ijzeren gordijn te stationeren, zoals de voorwaartse strategie van de NATO het wilde.  Daarom werd de onafhankelijke Groepering Dekkingsstrijdkrachten, op basis van verkennings- en Genie-eenheden, in de onmiddellijke nabijheid van het ijzeren gordijn gestationeerd, om bij een verrassingsaanval de ter plaatse stelling (build up) en bescherming van onze troepen mogelijk te maken.

Op 30 oktober 1952 wordt het 1e Regiment Jagers te paard (1JP) dat sinds 1946 in Arnsberg gelegerd is en dat als verkenningseenheid deel uitmaakt van de 16e Pantser Divisie, voor een jaar geïnstalleerd in Kassel (SPB36) om dat garnizoen in te richten. Eind 1952 is ook het 2e Jagers te Paard (2JP) volledig in Kassel geïnstalleerd. Op 5 oktober 1953 verhuist 1JP daarop terug naar Arnsberg.

Arolsen (SPB37) wordt een Belgisch garnizoen in augustus 1952. De voorwacht van het 2e bataljon Carabiniers Wielrijders (2Cy), komende uit Siegburg, neemt intrek in Arolsen. Het “Haus des Kurgastes” wordt door de Belgen van de Amerikanen overgenomen en tot september 1955 als familieclub gebruikt. De woonwijk “100 Tage-Siedlung” wordt gebouwd op het terrein “Neuer Garten.”

Op 1 november 1952 wordt de streek van Arolsen en Kassel, de “Ondersector Kassel” die dan rechtstreeks afhangt van de Staf 1(BE)Corps.

Eenheden die oorspronkelijk deel uitmaakten van de Dekkingsstrijdkrachten:

1JP, 2JP, 4L (later afgelost door 4JP), C Esk 2L, 6Gn, 18 Cie ATK, 21 Tpt Cie (later 10 Tpt Cie), 202 Cie Ordnance, 107 Pl Kwartiermeesters, 7 Cie Med (later 5 Cie Med), B Pl 16 Cie MP, sectie Provoost, Sectie CIC.

 

Einde bezettingsstatuut:

 

Na 5 mei 1955, het einde van het bezettingsstatuut, was er geen sprake meer van bezettingssectoren, maar eerder van zones in West-Duitsland, waarin de garnizoenen van de Amerikanen, de Britten, de Fransen en de Belgen gelegen waren. De voormalige bezettingsstrijdkrachten zijn nu Stationeringstrijdkrachten.

 

Op 14 mei 1955 werd op voorstel van Nikita Chroesjtsjov het communistische Warschaupact opgericht. Van toen af stond de NATO tegenover het Warschaupact.

 

Op 23 oktober 1956 brak in Hongarije een volksopstand uit tegen het Sovjet bewind. Op 4 november 1956 vielen troepen van het Warschaupact het land binnen en sloegen de opstand neer. De tanks reden Boedapest binnen. De Hongaren trachtten ze met Molotovcocktails tegen te houden, terwijl de radio het Westen om hulp vroeg. Het mocht niet baten want het Westen wou geen oorlog riskeren.

 

Op 1 maart 1960 werd het “Commando” der Dekkingsstrijdkrachten in kazerne De Gete in Kassel-Wilhelmshöhe opgericht. Dit Commando voert vanaf dan het bevel over de Groepering Dekkingsstrijdkrachten die voordien onder rechtstreeks bevel van de Staf 1(BE)Corps viel. De Dekkingsstrijdkrachten pasten in het kader van een reorganisatie van het 1ste Belgische Legerkorps, waarbij de vorming van twee divisies van het Landcent-type centraal stond. Op 13 mei 1960 wordt het 1e Regiment Jagers te paard (1JP) komende vanuit Arnsberg gekazerneerd in Kwarter Olt Antoine in Arolsen en zal er blijven tot in 1994 (nadien Belgie – Leopoldsburg).  2Cy verhuist naar Arnsberg.

 

Op 1 mei 1960 vierden Amerikaanse, Belgische en West Duitse eenheden de Week van de Vriendschap in Kassel.

 

In augustus 1961 werd in het centrum van Berlijn door de DDR prikkeldraad uitgerold die achteraf zou uitgroeien tot een muur op het grondgebied van de DDR, rond gans West Berlijn, waarin zich de zones van de Amerikanen, Britten en Fransen bevonden.

 

Een gevaarlijk moment voor een atoomoorlog kwam er in 1962, toen  ternauwernood een confrontatie vermeden werd, nadat op Cuba Sovjet-raketten met een kernlading gezien waren door  U2-verkenningsvliegtuigen van de VS. Fidel Castro had zich immers, na de mislukte invasie door de Amerikanen in de varkensbaai, tot de Sovjet-Unie gewend voor militaire bijstand.
Via de Sovjet kolonel Oleg Penkowski die voor de westerse CIA en MI6 spioneerde, was President Kennedy ervan op de hoogte dat er 99 sovjet raketten type SS4 op Cuba gestationeerd werden. Kennedy verordende een blokkade van Cuba maar greep Cuba niet aan. In een televisietoespraak verwittigde Kennedy de wereld ervan dat Chroesjtsjov hiermee de ganse USA bedreigde. Na onderhandelingen met Chroesjtsjov en toegevingen vanwege de Amerikanen (Amerikaanse raketten weg uit Turkije), werden de sovjet raketten op Cuba ontmanteld. Zonder de informatie die Kolonel Oleg Penkowski aan het westen bezorgde was het toen bijna zeker tot een atoomoorlog gekomen.

Als lid van de NATO (en partner van de VS) was voor onze eenheden in de BSD de atoomoorlog nooit veraf en de opleiding en training omvatte dan ook Nucleaire Biologische en Chemische oorlogvoering.

 

Op 21 augustus 1968 rolden Russische tanks de Tsjecho-Slowaakse hoofdstad Praag binnen. De troepen van het Warschaupact maakten er een bruusk eind aan de zogenaamde ‘Praagse Lente’ (de periode van liberalisme en socialisme met een menselijk gezicht van Alexander Dubcek).  Buiten de permanente dreiging van een kernoorlog, was dit tijdens de ‘Koude Oorlog’ alweer een incident waarvoor de NATO en dus ook onze eenheden in de BSD in een beperkt alarmstadium van waakzaamheid belandden. Als jonge Officier bleef ik toen van permanentie in de staf van 210 Cie Ord Maint want men vreesde dat een inval tot de mogelijkheden lag.

 

In 1969 telt het 1e Belgische Legerkorps nog twee Divisies.

16.gif

- De 1e Divisie met drie pantserinfanteriebrigades: (1e Ps Inf Bde in Siegen, 4de Ps Inf Bde in Soest en 7e Ps Inf Bde in Spich). Zelf heb ik deel uitgemaakt van de Nederlandstalige 1 Ps Inf Bde in Siegen (december 1970 tot september 1974) en van de Franstalige 7 Ps Inf Bde in Spich (oktober 1974 tot juli 1976).

Elke brigade bestond uit: een  Cie HK (compagnie hoofd kwartier), een Cie Gn (compagnie genie), een Cie ATK (compagnie antitank), een Cie Rav & Tpt (compagnie bevoorrading en transport), een Cie Mat (compagnie onderhoud en herstelling materieel), een Cie Med (compagnie medische interventies), een Bn Ps Inf (bataljon pantser infanterie), een Bn Tk (bataljon tanks) en een Bn Aie (bataljon artillerie).

 

- De 16e Pantser Divisie heet nu 16e Divisie.

 

Naast deze divisies waren er in het 1(Be)Corps ook nog Groeperingen, zoals de 1e en 2e Groepering Logistiek, met logistieke bataljons waarvan de logistieke eenheden verspreid waren over de ganse BSD-zone. Zelf deed ik ook enige tijd dienst in het 20e Bn Ordnance in de 210 Cie Ord Maint in Probsteierwald (oktober 1967 tot dec 1970), en in het 18e Bn Logistiek in het Detachement 202 Cie Materieel in Arolsen (augustus 1976 tot november 1977) en aansluitend in hetzelfde bataljon maar in 202 Cie Materieel in Lüdenscheid (december 1977 tot juni 1978).

 

In  maart 1969 werd de groepering dekkingsstrijdkrachten (die in 1952 was opgericht), in het garnizoen Kassel (en de ondersector Kassel) ontbonden. Een nieuw tijdperk voor de verkenningseenheden die hoewel korpstroepen, dan worden toegevoegd aan de 16de Divisie, die weldra in haar Staf te Neheim een supplementaire sectie Recce telde.

Vermits beveiliging van de Belgische sector, hoe minimaal ook, nog steeds noodzakelijk was, werden de drie verkenningsregimenten, 1JP (in Arolsen), 2JP (in Lüdenscheid) en 4JP (in Arnsberg), elk met drie eskadrons, in maart 1969 onder bevel geplaatst van de Commandant van de 16de Divisie, tot de sectie CRecce (Commando van de Verkenningstroepen) er vier maanden later werd opgericht.

Het 6e Genie Bataljon verhuist op 7 augustus 1969 vanuit Kassel naar Delbrück. Het 2e Regiment Jagers te paard (2JP) verhuist op 15 augustus 1970 vanuit Kassel naar Lüdenscheid (en wordt in 2004 afgeschaft). Het terugtrekken van deze dekkingsstrijdkrachten werd niet gezien als afbreuk aan de veiligheid vermits de oude tanks zouden vervangen worden door veel snellere en beter uitgeruste Leopard tanks.

Vanaf 1976 viel de Sectie Recce niet meer onder de operationele controle van de Staf van de 16 Divisie en werd zij aangehecht aan de Staf van het 1(BE)Corps.

In september 1977 verhuisde de Sectie Recce van Neheim-Hüsten naar het meer oostwaarts gelegen Arolsen en nam haar intrek in het Kwartier Onderluitenant Antoine waar op dat ogenblik 1JP, Detachement 202 Cie Materieel, 107 Pl Rav en 14 Cie Gn gekazerneerd waren.  Ik was er commandant van het Detachement 202 Cie Materieel (1976-77).
Het 3L (een tankbataljon) versterkt in januari 1979 de Verkenningstroepen. Sinds die dag beval de CRecce vier eenheden, drie verkenningsregimenten (1JP, 2JP, 4JP) en één tankregiment (3L).

 

In de daaropvolgende jaren onderging de organisatie van de BSD nog heel wat hervormingen, teveel om ze hier allemaal op te noemen.

Er waren enige tijd (tot de jaren 70) Engelstalige Canadezen in de Britse sector (gelegen ten noorden van de Belgische ondersector) en Franstalige Canadezen in de Franse sector (gelegen ten zuiden van de Belgische ondersector).

 

Rond 1980 verbleven nagenoeg 60.000 Belgen in de BSD-zone, daarvan 20.000 militairen, 10.000 dienstplichtigen, 3.000 BAK (Burgerlijke Arbeids-Krachten) en 27.000 familieleden.

 

In 1985 werd Michail Gorbatsjov president van de Sovjet-Unie.  Hij hoopte de vastlopende Sovjet-Unie weer op gang te kunnen krijgen door ‘glasnost’ (openheid) en ‘perestrojka’ (hervorming). Er kwam vanuit de Sovjet-Unie wat meer openheid naar het buitenland. De Sovjets zaten in een diepe malaise en waren verwikkeld in een uitzichtloze strijd in Afghanistan en ze kampten binnenslands met onlusten wegens de slechte economische situatie. De industrie was verouderd en voor het eerst was het morele gezag van de communistische partij tot het nulpunt gedaald.

Einde augustus 1989 kwam in Polen onder invloed van Solidarność, een eerste niet-communistische premier achter het IJzeren Gordijn. Dit was nooit eerder gezien in de Oostblok-landen. En voor het eerst werd door de machthebbers in Moskou afgezien van een militaire tussenkomst. Er kwam persvrijheid en de overgang van de planeconomie naar markteconomie. Het bracht in Centraal- en Oost-Europa een beweging op gang die in het najaar van 1989 zou leiden tot vreedzame omverwerping van de communistische regimes en de val van de Berlijnse Muur.

 

Einde koude oorlog:

 

Na de val van de Berlijnse muur op 9 november 1989 (het symbool van het einde van de Koude Oorlog) volgde de wedervereniging van Oost- en West Duitsland.

Kanttekening: Gorbatsjov liep gevaar dat men in de Sovjet–Unie zijn toestemming tot de wedervereniging van Duistland niet zou aanvaarden en hem opzij zou schuiven (wat achteraf ook gebeurde). Bovendien zat de Sovjet-Unie economisch aan de grond en waren er onlusten. Tijdens de gesprekken voorafgaand aan de wedervereniging had Helmut Cool (West Duitsland) aan Gorbatjov hulp toegezegd (niet zonder eigenbelang om die wedervereniging er door te krijgen). Zo werd door West-Duitsland ondermeer voedsel geleverd.

Anderzijds waren de andere westerse grootmachten, USA, Frankrijk en Groot Brittannië zeer verwonderd toen ze weet kregen over die mogelijke wedervereniging van Oost- en West-Duistland; en ze waren er ook niet direct een voorstander van. De Fransen zeiden zelfs dat ze Duitsland zo graag zagen, dat er zelfs twee van mochten blijven bestaan.

Niet alleen tussen Helmut Cool (West Duitsland) en Gorbatjov waren er gesprekken, maar ook de NATO werd er in betrokken. Gorbatjov toetste of de NATO dan niet naar het oosten zou uitbreiden, maar dit werd natuurlijk ontkend en er werd bevestigd dat de oostgrens van de NATO zou blijven waar ze op dat moment liep.

Later is gebleken dat de NATO-grens toch overal naar het oosten is opgeschoven, wat Vladimir Putin (Russische Federatie) thans ziet als een schending van de toenmalige afspraken.

 

De opheffing van de Sovjet-Unie op 26 december 1991 wordt gezien als het daadwerkelijke einde van de Koude Oorlog.

De Koude Oorlog liep op zijn eind en onze eenheden en de families van de militairen konden vanuit de BSD terug naar België gebracht worden. Er volgden meerdere restructuraties waarbij ook veel eenheden afgeschaft werden en de laatste Belgische militairen tenslotte in 2003 vanuit Spich de BSD verlieten.

Het hoofdkwartier van de 1e Divisie verhuisde naar Verviers (B); de 7e Pantserinfanteriebrigade (uit Spich) naar Marche-en-famenne (B) en de 1e Pantserinfanteriebrigade (uit Siegen) naar Leopoldsburg (B).

Een voorbeeld van Belgische troepen die hun garnizoen in Duitsland verlaten:

6A verlaat Soest (deel1) - Youtube

6A verlaat Soest (deel2) - Youtube

 

Alle eenheden met hun opeenvolgende garnizoen in Duitsland opsommen was hier niet mogelijk

 

In 1993 werd de dienstplicht opgeschort.

In 1995 werd het 1(BE)Corps omgevormd tot Interventiemacht met de 1e Gemechaniseerde Divisie en de Brigade Para-Commando. Het hoofdkwartier vestigde zich in 1996 in Saive bij Luik (B).
Het einde van de Koude Oorlog brengt voor de Belgische militairen een taakverschuiving teweeg; de aandacht verschuift  van het verdedigen van NATO-grondgebied naar crisisbeheersing ver buiten onze landgrenzen.

 

Hieronder een bondig overzicht van plaatsen waar tussen 1946 en 2002 Belgische garnizoenen en/of Belgische scholen waren.

image009.gif

 

Het oefenterrein Vogelsang werd in 1946 door de Amerikanen overgedragen aan de Britten, die het op hun beurt in 1950 overdroegen aan de Belgen vermits het in de Belgische ondersector van de Britten gelegen was.

In het kader van de herstructurering van de Belgische strijdkrachten werd Kamp Vogelsang in juli 2005 ontbonden en is sinds 1 januari 2006 opengesteld voor bezoekers; het maakt nu deel uit van het Nationalpark-Eifel.

 

De Landmacht beschikte over vliegvelden voor lichte vliegtuigen (waaronder helikopters) in Merzbrück (18e Esc Lt Avn), Bütsweilerhof (16e Esc Lt Avn) en Werl (17e Esc Lt Avn). Onderhoud en herstelling werden gedaan in Bütsweilerhof door 255 Cie Ord Lt Avn, later 255 Cie Maint & Dep Lt Avn genoemd.

In Köln Wahn was er een groter vliegveld.

 

In elk garnizoen was er een Medisch Huis waar de families van de militairen terecht konden.  De Belgische strijdkrachten in Duitsland beschikten ook over twee militaire hospitalen, waar ook de families van de militairen terecht konden; een in Köln (in de Ottostraße) en een in Soest.

 

Er was een krijgsauditoraat in Neheim en in Köln-Marienburg; in beide heb ik gezeteld in de Krijgsraad.

 

Tussen 1959 en 1990 stonden Nike luchtdoelraketten opgesteld in Belgische Luchtmachteenheden ten westen van de Rijn, nabij de grenzen van België en Nederland (9e Misile Wing in Grefraht, Xanten, Kapellen, Herhahn, Hinbeck en 13e Misile Wing in Düren, Blankenheim, Euskirchen, Kaster).  Hawkraketten stonden tussen 1966 en 1990 opgesteld in Belgische Artillerie eenheden ver ten oosten van de Rijn, nabij de demarcatielijn (43A in Brakel, 62A in Essentho, Korbach).

 

Reeds in 1946 was men in de garnizoenen gestart met Belgische lagere scholen voor de kinderen van de militairen.

Na de zomer van 1948 kwam er ook een secundaire school (internaat) in Bad Honnef, zowel Franstalig als Nederlandstalig (Latijn-Grieks en Latijn-Wetenschappelijk). Op 13 januari 1950 verhuisde deze school naar de ”Harding Barracks” in Wuppertal, maar slechts tot de Paasvacantie op 5 april 1950.

De gebouwen aan en rond Schloss Venauen in Rösrath waren klaar einde maart. De toenmalige prefect Paul Sak vestigde zich op 5 april 1950 in Schloss Lerbach (in de buurt van Rösrath). De leerkrachten kwamen aan op zondag 15 april 1950 en op maandag 16 april begonnen de lessen in Rösrath.  Een tweetalig en bovendien gemengd (weliswaar gescheiden) internaat en dat was in die tijd een unicum in de Belgische scholengeschiedenis !!
Er kwamen in de daarop volgende jaren naast Rösrath en Bensberg ook secundaire scholen in Volkmarsen, Soest, Lüdenscheid, enz.
In 1966 kwam het in Bensberg tot een Koninklijk Atheneum.

 

buren.jpg

De leerlingen van de heel ver oostelijk gelegen garnizoenen o.a. Essentho – Brakel – Arolsen – Volksmarsen – Korbach en Kassel vertrokken in de jaren 60 vanuit Bensberg met de bus naar het station van Köln en vandaar met de trein naar Kassel eindstation. Ze vertrokken op vrijdagnamiddag om 15 h om pas ‘s avonds laat thuis aan te komen. Onderweg stapten de leerlingen van een aantal eveneens ver oostelijk gelegen garnizoenen reeds uit in Volksmarsen (Warburg) en werden van daaruit met bussen naar hun respectievelijke garnizoenen gebracht.

Op zondagmiddag 13h vertrok de trein terug vanuit Kassel naar Bensberg; trein tot in Köln en dan bus naar Bensberg, waar men ‘s avonds aankwam rond 18h. De leerlingen uit Büren gingen naar Soest en van daaruit met de bus naar Bensberg. Een hele onderneming voor kinderen van 11 à 12 jaar en voor het eerst op internaat, met een grote valies voor 14 daags verblijf en nog een zware boekentas bovenop.
NB: De treinreizigers waren de enigen die 14 dagen op internaat  bleven. Vanaf de jaren 70 verbleven ze in het nieuw bijgekomen internaat in Soest en keerden wekelijks huiswaarts.

 

De leerlingen uit al de minder ver oostelijk gelegen garnizoenen kwamen altijd per bus naar Bensberg; hoe groter het garnizoen, hoe meer bussen. Als het weekend begon vertrokken zo’n 45 militaire bussen vanuit Bensberg: eerst de internen naar de ver van Köln gelegen garnizoenen en dan naar de garnizoenen wat dichter bij Köln;  vervolgens al de externen die in de buurt van Köln woonden.
Slot Bensberg (vanaf 1965) was in die tijd de middelbare school voor Vlaamse kinderen zowel internaat als externaat. De Waalse jongeren waren in Rösrath gebleven.

Na openstellen van eveneens een internaat in Soest (begin 70) en het verdwijnen van garnizoen Kassel was er nog enkel busvervoer.

Aanvankelijk droeg het onderwijzend personeel het militair uniform en was gelijkgesteld Lager officier (de Prefect gelijkgesteld Hoger Officier). Het verplicht militair uniform was in voege tot in 1959 en werd trouwens niet alleen door de leerkrachten maar ook door de leerlingen gedragen. Voor de leerlingen (jongens en meisjes) eerst allemaal in kaki en later voor de meisjes een luchtmachtblauw uniform met baret en er was tevens een dagelijkse vlaggegroet. Met dank aan Katrien van Hoey, leerlinge Bensberg 67-73 voor haar bijdrage aan de rubriek over de scholen.

Link naar website Koninklijk Atheneum Bensberg

 

 

Uit het bundel 'Belgisch Bezettingseger (BBL) en de Belgische Strijdkrachten in Duitsland (BSD) 1945 -1995; van Cdt. o.r. Walther Rotsaert

 

Effectieven 1 (Be) Korps

December 1968
De BSD telt nu 65.000 leden in 27 garnizoenen over een oppervlakte zo groot als België met 12.000 gezinnen (waaronder 21.500 kinderen).

September 1970
Actieve officieren: 1.648
Reserve oficieren: 332
Actieve onderofficieren: 6.249
Reserveonderofficieren: 679
Beroepsvrijwilligers: 5.389
Dienstplichtigen: 15.994
Totaal: 30.291
Gezinsleden: 33.781

 

December 1967

Actieve officieren:

Reserve officieren:

Actieve onderofficieren:

Reserve onderofficieren:

Beroepsvrijwilligers:

Dienstplichtigen:

Totaal:

Gezinsleden:

 

2.004

482

7.570

1.307

5.270

21.400

38.033

32.819

 

 

 

 

 

 

 

 

 

September 1970

Actieve officieren:

Reserve officieren:

Actieve onderofficieren:

Reserve onderofficieren:

Beroepsvrijwilligers:

Dienstplichtigen:

Totaal:

Gezinsleden:

 

1.648

332

6.249

679

5.389

15.994

30.291

33.781

 

April 1980

Militairen:
Beroeps + dienstplichtig

Burgerlijke leden:

 

 

31.265

27.656

 

Februari 1992

Beroepsmilitairen:

Dienstplichtigen:

Totaal:

Gezinsleden:

 

13.300

8.000

21.300

21.000

 

 

 

 

November 1996

Militairen:

Burgerlijke leden:

 

3.135

6.760

 

Mei 2001

Militairen:

Familieleden:

 

2.109

4.180

 

Op 7 juni 2002 greep de Afscheids- en Ontbindingsparade plaats in het kwartier Deschepper in Spich, naar aanleiding van de terugkeer van de resterende eenheden uit de BSD naar België, onder voorzitterschap van koning Albert II en de president van de Bondsrepubliek Duitsland, Johannes Rau. Dit is het officiële einde van de tegenwoordigheid van de Belgische Strijdkrachten in Duitsland.

Augustus 2002:

Militairen:

Gezinsleden:

 

1.789

3.657

 

 

.

433 gezinnen met ca. 1.400 gezinsleden wensen in Duitsland te blijven wonen

 

Met dank aan Commandant b.d. Walther Rotsaert voor zijn bijdrage aan deze pagina.

 

 

Op 16 september 2011 was er een TV-uitzending op de WDR over de Belgische ‘bezettingstroepen’, later ‘stationeringstroepen’ in de BSD in Duitsland: "Pommes, Panzer & Pralinen". Commandant b.d. Walther Rotsaert wiens boek over de Belgische bezetting in Duitsland hierboven vermeld is, komt regelmatig aan het woord in deze uitzending.

 

Het is mogelijk de reportage te herbekijken op Youtube via onderstaande links:

Deel 1 http://www.youtube.com/watch?v=652YB8RnbsM    (15 minuten)
Deel 2 http://www.youtube.com/watch?v=BqUXW0433M0   (15 minuten)
Deel 3 http://www.youtube.com/watch?v=4PY0mMkMeaQ   (15 minuten)

 

 

Meerdere filmfragmenten 50 jaar BSD op de website Kamp Vogelsang

          http://www2.kamp-vogelsang.be/bsd/bz_b20a/index.php

 

 

Televox uitzendingen uit 1986 over de secundaire scholen in de BSD

Het is mogelijk de reportages te herbekijken op Youtube via onderstaande links:

Deel1: http://www.youtube.com/watch?v=AMifmhDSS6I&feature=related  (9 minuten)

Deel2: http://www.youtube.com/watch?v=fnIO0w-xqlo&feature=relmfu     (9 minuten)

Deel3: http://www.youtube.com/watch?v=_DX83CEHPEM&feature=relmfu (5 minuten)

 

 

Reportage van het KTRC uit de jaren 60 over de verplichte legerdienst. Met dank aan Paul Van Gestel.

Het is mogelijk de reportages te herbekijken op Youtube via onderstaande links:
Deel1: http://www.youtube.com/watch?v=d1dXaiLtXmA&feature=player_embedded (14 minuten)

Deel2: http://www.youtube.com/watch?v=0m7vkm2BGC8 (13 minuten)

 

 

Reportage over laatste schot met een Leopard tank in Höhne.

Het is mogelijk de reportages te herbekijken op Youtube via onderstaande links:

https://www.youtube.com/watch?v=hudJrZGqBzw

 



Als militair met familie bij de “BSD” in Duitsland (WIJ verbleven er tussen 1968 en 1978)

 

Enkele begrippen:

BSD: De Belgische Strijdkrachten in Duitsland.  Vanaf 1 april 1946 waren er drie Belgische infanteriebrigades in Duitsland onder Brits bevel en kon men in feite al over ‘bezettingseenheden’ spreken. Kort daarop kregen de Belgen een eigen ondersector, binnen de Britse bezettingssector, steeds onder Brits bevel.  Op 4 april 1949 ontstond de NAVO (verdrag getekend in Washington). Op 23 mei 1949 ontstond in west Duitsland de Bondsrepubliek Duitsland (BRD). Op 7 oktober 1949 ontstond in oost Duitsland de Duitse Democratische Republiek (DDR) onder communistisch regime. De BRD werd op 9 mei 1955 NAVO-partner.

De nieuwe gezamenlijke vijand was nu de Sovjet-Unie met zijn Warschau pact (waaronder de DDR), dat werd opgericht op 14 mei 1955. Van bezettingssectoren was nu binnen de NATO geen spraak meer en de Belgen stonden ook niet meer onder Brits bevel.

 

SBSD: Sector van de Belgische Strijdkrachten in Duitsland (toen soms onze 10de provincie genoemd).

OBBSD: Opper Bevelhebber der Belgische Strijdkrachten in Duitsland.

Garnizoen: Plaats waar zich een kazerne bevindt. Militairen gelegerd in Duitsland mochten hun garnizoen slechts verlaten mits toestemming van hun compagniecommandant (en dus niet zo maar naar een andere stad gaan winkelen).

Militaire identiteitskaart: De grote, meestal rode stempels, met namen zoals ELDORADO of PANAMA op de militaire identiteitskaarten, waren codenamen. Via deze codenamen konden grote groepen militairen die bijvoorbeeld met verlof waren in België, via een openbaar radiobericht naar hun eenheid worden teruggeroepen. Door het toekennen van diverse codenamen aan diverse eenheden of personeelscategorieën, was het mogelijk selectief bepaalde groepen terug naar het garnizoen te roepen en andere nog niet.

DVT: Dagelijkse Verlofgangers Trein. Trein die reed tussen Brussel en de garnizoenen in Duitsland. Voorbehouden aan militairen en hun families; wagons opgedeeld volgens categorie (officieren, onderofficieren en troep).  Vertrok bvb vanuit Siegen naar Brussel rond 03 uur ’s nachts en deed al de garnizoenen aan die langs die lijn gelegen waren.

Reisdagen: Bovenop de verlofdagen kregen militairen een aantal bijkomende reisdagen. Hoe verder in Duitsland gelegerd, hoe méér bijkomende reisdagen.

DHF: De Dienst Huisvesting Families beheerde in de garnizoenen in Duitsland de huizen en meubelen die aan de gehuwde militairen en hun families gratis ter beschikking gesteld werden. Wanneer men pas in een nieuw garnizoen was toegekomen kon het gebeuren dat men op een wachtlijst kwam te staan omdat er geen gratis woning beschikbaar was.  Desgewenst kon men dan zelf iets huren en kreeg men daarvan een gedeelte terugbetaald.

Medisch huis: Elk garnizoen beschikte over een militaire dokter waarop de familie van de militair gratis beroep kon doen. Ook de medicijnen waren gratis.

Militair Hospitaal: De militairen hadden ook in Duitsland recht op gratis verzorging in een militair hospitaal; ook hun familie kon daar terecht.  Militairen gekazerneerd in Duitsland, maar met verlof in België, konden de medische kosten die ze in België maakten terugvorderen. Onze zoon, Mike, werd geboren in de kraamafdeling van het Militair Hospitaal in Köln, wij woonden toen in Spich. De geboorteakte werd opgesteld in mijn compagnie en getekend door de korpscommandant, met als getuigen enkele militairen. De akte werd nadien opgestuurd naar onze gemeente in België om er opgenomen te worden in het bevolkingsregister.

Mess: In elk garnizoen was er een Mess voor officieren, een Mess voor onderofficieren, een mess voor BV’s en een refter + kantine voor soldaten miliciens.  De families van de militairen hadden elk toegang tot hun specifieke mess.

Mess officieren:

Op gelijkvloers

bar, mess, keuken.

Op 1ste verdieping logementen.

 

(Probsteierwald 1968)

mess.jpg


In de mess officieren en de mess onderofficieren gaat niemand aan tafel vooraleer de ‘hoogste in graad’ plaats neemt.

Wie nadien binnen komt stelt zich voor aan ‘de hoogste in graad’ en vraagt toestemming om ook aan tafel te gaan.

Scholen: In elk garnizoen was er een kleuterschool en een lagere school. Vanaf de middelbare school gingen de kinderen op internaat in de Belgische scholen in Bensberg of Rösrath; voor weekends en verloven werden ze met militaire bussen terug naar het garnizoen gebracht. Het onderwijzend personeel kreeg toegang tot de mess officieren.

Welfare in de garnizoenen: In elk garnizoen was er een cinema waar dagelijks ondertittelde films gespeeld werden (gratis voor de dienstplichtigen).

Belgische radio: De muziek en groeten tijdens “Het Half uurtje van de soldaat” kende een groot succes, maar in de garnizoenen ten Oosten van de Rijn was de Vlaamse radiozender praktisch niet te ontvangen. De uitzending werd beluisterd in de kantien troep, tijdens het avondmaal van de troepen want radio’s waren op de kamer verboden vanwege het elektriciteitsverbruik (radio’s nog met buizen i.p.v. transistoren).

AFN: American Forces Network. De Amerikaanse zender met nieuws en muziek voor de Amerikanen en geallieerden in West-Duitsland.

TV: Tot in het begin van de jaren 70 kon men in de garnizoenen uitsluitende de Duitse TV zenders ontvangen (ARD, WDR, ZDF). Nadien werd in bijna alle garnizoenen een zendmast geplaatst via de welke de Belgische TV programma’s in relais konden ontvangen worden in de kazernes en bij de gezinnen van militairen.

Militair zwembad: In de meeste garnizoenen was er een militair zwembad (soms in open lucht) waarvan ook de families gratis gebruik mochten maken.

Verwijderingsvergoeding: In Duitsland kregen gehuwde beroepsmilitairen een belastingsvrije bijkomende vergoeding (in Deutsche mark).  In 1965 werd ze als volgt vastgelegd, per dag: 13DM voor opperofficieren, 12 DM voor hoofdofficieren, 10DM voor subalterne officieren, 5,1DM voor onderofficieren en 4DM voor korporaals en soldaten. 1DM was toen ongeveer gelijk aan 12 Bef.

In 1968 verdiende ik als jonge officier (onderluitenant) in de BSD een wedde van zo’n 11.000 Bef/maand (=275 euro/m)+ zo’n 305 DM/maand verwijderingsvergoeding = 3.660 Bef/m (= 91 euro/m); samen 14.660 Bef (=366 euro/m).  Dienstplichtigen moesten het alleen redden met hun karige soldij.

In 1974 verhoogde de verwijderingsvergoeding: Opper-en hogere officieren 14DM/d, subalterne officieren 12DM/d, onderofficieren 7DM/d en korporaals en soldaten 6DM/d.

CMC-MHK: Cantine Militaire Centrale , Militaire Hoofdkantine: Belgische winkels in de garnizoenen in Duitsland waar de militairen en hun families taksvrij konden kopen.
Maar de Belgische militairen konden ook taksvrij hun inkopen doen in de winkels van de geallieerden in de Franse-, Britse- en Us-zone. Voor moderne elektronische apparaten werd de winkel van de Amerikanen in Wiesbaden druk bezocht en als er een groot bataljonsfeest was werden de wijnen al eens gehaald bij de Fransen. Tijdens de oefeningen in Höne (N-Duitsland) kon men daar terecht in de Britse NAAFI-winkels (
Navy, Army and Air Force Institutes) om bvb wat parfum te kopen voor de echtgenote.

In de Britse sector werkten Canadezen samen met de Britten, zonder er een eigen Canadese zone te hebben (gezien hun gering aantal en de vlak na de oorlog nog geringe politieke invloed van Canada). Ook in de Franse sector waren er Canadezen. De Belgische militairen konden ook in die Canadese winkels terecht.
Als je vanuit Duitsland waren mee naar België bracht, moest je die bij de douane wel aangeven. Voor goederen waarop in Duitsland BTW betaald was, kon je die BTW (mehrwertsteuer) evtl. recupereren na het betalen van de Belgische invoerrechten, maar je verloor dan heel wat tijd aan de grensovergang (zeker als de douanebeambten juist van ploeg wisselden). De beroepsmilitairen die door de BZ-plaat op hun auto goed herkenbaar waren, werden er aan de grensovergangen dikwijls uitgepikt voor een stevige controle.

BELAAC: Belgian and Allied Army Clubs (VZW 1945 -1955).

Zie: Tijdschrift VICI 1953 op website Kamp Vogelsang en BELAAC (in het Engels)

Telefoon: In die jaren bestond de GSM nog niet; het eerste netwerk in België kwam er pas in 1994; de verplichte legerdienst was dan al opgeschort (1993). Ook over een vaste telefoon beschikten in de jaren 50, 60 en 70 nog maar weinigen in België en in de BSD had nagenoeg niemand een vaste telefoon; de contacten tussen families en vrienden uit België en de militairen in de BSD verliepen vooral via briefwisseling.

SPB-BPS: In elk Belgisch garnizoen in Duitsland kwam er een afdeling van de Belgische Post... SPB: (Secundair Post Bureel). In het Frans BPS. Elk garnizoen had zijn eigen SPB-nummer. Niet de naam van het garnizoen maar wel het SPB-Nr werd in het militair adres vermeld. Zo werden de garnizoensplaatsen een beetje verdoezeld op de briefwisseling; voor een buitenstaander was het niet meteen duidelijk waar bijvoorbeeld SPB2 zich zou kunnen bevinden. Mits vermelding van het SPB-nummer, het stamnummer en de letters M.D. in de rechter bovenhoek van de brief, was de post van en naar miliciens in de BSD gratis voor brieven tot 20 gr. In elke SPB was er een postmeester (personeelslid van de post). In de eenheden was er een militaire brievendrager die de post afhaalde in het SPB en ze nadien in de eenheid verder verdeelde. In het SPB kon men ook financiële verrichtingen doen.
SDS: De dienst voor estafettes verzorgde interne militaire post tussen de garnizoenen en van en naar België.

Abwickelung schein:
Document waarmee militairen de Duitse BTW (mehrwertsteuer) konden terugvorderen via de CMC, voor hun grote aankopen in Duitse winkels.

Provoost: Naast de ‘Militaire Politie’ was er in elk garnizoen ook een dienst ‘provoost’. De MP’s hielden zich vooral bezig met de wetgeving op militair vlak; de dienst ‘provoost’ (rijkswacht) met alles daarbuiten.

PK, Cachot: In die tijd kon een militair door zijn compagniecommandant zwaar gestraft worden, zonder recht op bijstand bij zijn verdediging.  Een aantal dagen ‘PK’ (Politie Kamer) kwamen veel voor. Ook ‘cachot’ kwam voor maar moest worden bevestigd door de Korpscommandant. Die korpscommandant zat met zijn staf soms in een ander garnizoen en de te straffen militair moest zich dan daar aanbieden bij die Hogere Officier die hij misschien voordien nog nooit gezien had; behoorlijk stresserend.  Bij ‘PK’ moest de gestrafte onmiddellijk na de diensturen met zijn matras naar het cachot om daar te overnachten; gedurende de dag vervulde hij gewoon zijn dienst.  Bij ‘cachot’ bleef de gestrafte gedurende de ganse straftijd in het cachot. Aan elke ingang van een kazerne, bij de wachtpost, waren toen meerdere cachotten (gevangeniscellen).  Als officier van wacht kon je een amokmaker meteen in het cachot steken.  Dienstplichtigen (miliciens) die in het cachot gezeten hadden moesten die tijd inhalen als hun kameraden al afgezwaaid waren; ze bleven dus ‘na de klas’.  In mijn diverse functies heb ik zulke straffen in die tijd helaas ook af en toe moeten uitspreken; maar meestal bleef het bij een ‘vermaning’. De door andere militairen ingediende verslagen ten laste diende ik immers te behandelen. Slechts zelden mocht iemand als straf niet in weekend of niet met verlof. Meestal  bleef het echter bij een vermaning of kwartierarrest. Maar iedereen, ook de officieren, hing hetzelfde systeem boven het hoofd.

CIC: In elk garnizoen was er een Counter Intelligency Center (zeg maar contra spionage centrum) dat toezicht hield op de militaire geheimhouding (opbergen van geclassificeerde documenten, beveiliging wapenmagazijnen, testen wachtconsignes, loslippigheid van militairen op openbare plaatsen, enz.)

Op reis: Als je als militair op reis wou naar een Oost-Europees land (bvb Joegoslavië), moest je daartoe de toestemming krijgen, zeker als je voor je taak toegang had tot vertrouwelijke of geheime informatie. Je beweegredenen werden door de veiligheidsdienst bekeken, ook de frequentie van die reizen. Vervolgens kreeg je een hoop richtlijnen waaraan je te houden voornamelijk met de bedoeling je te behoeden voor een compromitterende houding waardoor je nadien zou kunnen afgeperst worden om zó aan gevoelige informatie te geraken.

MILAC: Een Katholieke organisatie die in feite niets te zien had met de BSD maar die de dienstplichtigen steunde. In België in het leven gehouden door de pastoors en onderpastoors in de parochies. Bij de BSD werd de taak waargenomen door de aalmoezeniers.

BZ-plaat: Als militair in Duitsland mochten we een auto ‘in transit’ kopen en betaalden er dan geen BTW op. We reden met een zwarte nummerplaat met witte cijfers en letters, de zogenaamde BZ-plaat (British Zone vermits de BSD daarin gelegen was).

bz

BZ-controle: De personenwagens van de militairen kregen hun jaarlijkse technische keuring niet in een keuringsstation in België. De keuring werd uitgevoerd door mechanici van de compagnie Maintenance in hun garnizoen.

Benzinebons: We kregen bons waarmee we in Duitsland goedkoper konden tanken (in 1968 koste 1 liter benzine voor ons 2 Bef); hoe verder in Duitsland, hoe méér bons. 

Sectie grens liaison: Deze sectie was gelegen in Eynatten (aan de grens België-Duitsland) en was de militairen behulpzaam bij het afhandelen van de douanedocumenten bij hun verhuis van Duitsland naar België of andersom (en ondermeer ook bij het inklaren van hun BZ-voertuig). De verhuis van de huisraad van de militair en zijn familie (ook tussen garnizoenen) gebeurde in die tijd met militaire camions.

Quick Train: Een oefening waarbij alle militairen onverwacht (meestal ’s nachts) de kazerne moesten vervoegen om zo snel mogelijk met alle voertuigen en materieel te vertrekken naar een ander Kantonnement. De wapenuitrusting moest ook thuis steeds klaar liggen. De oefening kon enkele dagen duren, ook de familie bleef in het ongewisse van de duur ervan.

IJzeren Gordijn: Vanuit Arolsen reden we wel eens tot aan het IJzeren Gordijn in de buurt van Duderstadt (75 km ten oosten van Kassel). Hongarije begon op 2 mei 1989 als eerste met het afbreken.

Soxmis: Sovjet Exercise Mission.

Volgens een verdrag, tussen de geallieerden overeengekomen vlak na de Tweede Wereldoorlog, mocht de Sovjet-Unie gebruik maken van bepaalde wegen in West-Duitsland, ondermeer in de BAOR-sector (sector British Army Of the Rhine), waarin zich ook de BSD bevond. Hun voertuigen (niet-militaire), moesten voorzien zijn van een specifiek Soxmis-kenteken.

image074.gif

Maar het verdrag werd later (tijdens de Koude Oorlog) door de Sovjets misbruikt voor militaire spionage gericht tegen het Westen. De Soxmis-voertuigen weken daarvoor van de toegestane route af om bij Westerse militaire doelen te komen. Zeker tijdens NAVO-manoeuvres waren ze zeer bedrijvig. Het doel daarvan was, om inlichtingen over operaties en militaire installaties in het Westen te verzamelen.
Elke dienstplichtige had in de jaren 70 een infokaart, waarop zo'n Soxmis-kenteken stond en wat men moest doen als zo'n voertuig gezien werd.

Evacuatieplannen families: In al de garnizoenen, maar zeker in deze dicht bij het IJzeren Gordijn, bestonden er evacuatieplannen voor de familieleden van de militairen in geval van een aanval door het Oostblok.
Felicitaties: Dat ons werk in de BSD ook naar waarde geschat werd, blijkt uit onderstaande nota. Zoiets was slechts mogelijk dank zij de bekwaamheid en de volle inzet van de miliciens, de BV’s en de onderofficieren van mijn detachement, waarvoor ook thans nog mijn bijzondere dank.


                            STAF 18 Bn Log                                                                  
De: 26 Apr 77
                 Kwartier HOUTHULST – SPB 6                                                       Nr:  . . . .
BELGISCHE STRIJDKRACHTEN IN DUITSLAND                                         Bijlage(n):


                                           
Aan Comd Det 202 Cie Mat AROLSEN

 

 

ONDERWERP:  Steun Mat tijdens Oef WINTEX 77


Ik houd eraan U en Uw personeel te feliciteren voor de mooie
prestatie die zij geleverd hebben tijden de Oef WINTEX 77.
Praktisch ALLE defecte voertuigen van de deelnemende eenheden
werden, ondanks de grote verscheidenheid van materialen en de
enorme steunafstanden, nog tijdens de oefening hersteld.
Een exemplaar van deze nota zal in Uw persoonlijk dossier
geklasseerd worden.

                                             Getekend
                                          Lt Kol G .....
                                               Comd

 

 

 

Plaatsen waar wij in Duitsland woonden:

Stolberg:      Würzelenerstrasse 54  (SPB 2 = Probsteierwald)          

In Stolberg huurden wij een klein appartement in een moderne blok ver buiten de militaire woonkernen. Een groot gedeelte van de huur werd door het leger terugbetaald. In 1969 moesten we naar een aangrenzende appartementsblok verhuizen omdat het appartement waar wij in woonden verkocht werd.

image089.jpg

 

Siegen:         Schützenstrasse 37 en nadien Am Kulmberg  (SPB 3)

In Siegen woonden we in een zeer groot appartement, in blokken bestemd voor Officieren.

Op zeker ogenblik kreeg mijn vrouw van de DHF opdracht om ons te verhuizen van de Schützenstrasse naar Am Kulmberg en dit terwijl ik 3 weken op oefening zat in Höne; ik wist dus van niets.

Reden: de blok waarin wij ons appartement hadden werd nog uitsluitend door óns bewoond omdat de officieren van het Bn Bevrijding, die voordien ook in onze blok woonden, samen met hun Bn naar België waren teruggekeerd… en alleen voor óns die blok verwarmen werd voor het leger te duur.

Toen ik na de oefening thuis kwam in de Schützenstrasse, vond ik er de lege woning. Op de keukentafel lag een briefje van mijn vrouw met de tekst: Wij zijn verhuisd en wonen nu Am Kulmberg.  Zó simpel ging dat in die tijd.

image091.jpg    image093.jpg

 

Spich:          An der Polstadt 17 (SPB 14)

In Spich woonden we in een moderne appartementsblok ver buiten de militaire woonkernen. We dienden geen huur te betalen want het appartement was ons ter beschikking gesteld door de DHF.
image105.jpg

 

Arolsen:        Pyrmonterstrasse  (SPB 37)

In Arolsen woonden we in een moderne appartementsblok ver buiten de militaire woonkernen. We dienden geen huur te betalen want het appartement was ons ter beschikking gesteld door de DHF.
image107.jpg

 

Ludenscheid: Stettinerstrasse  (SPB 10)

In Lüdenscheid woonden we in een appartement in een blok bestemd voor Officieren maar ver van de grote militaire woonzones.

 

Ons verblijf in de BSD (1968 – 1978) bracht op 10 jaar tijd maar liefst 8 verhuizingen teweeg:

België -> Stolberg (nov 1968)
Stolberg -> ander appartement in Stolberg zelf (1969)
Stolberg -> Siegen (dec 1970)
Siegen -> ander appartement in Siegen zelf (1972)
Siegen -> Spich (okt 1974)
Spich -> Arolsen (aug 1976)
Arolsen -> Lüdenscheid (dec 1977)… ik logeerde er eerst een maand in de Mess
Lüdenscheid -> België (jun 1978)

                            Dat komt neer op één verhuis om de 15 maanden.

 

Verhuizen gebeurde in de BSD met Militaire camions.

 

 

Heeft U opmerkingen, mogelijke aanvullingen, verduidelijkingen of aanpassingen voor de rubriek over de BSD, laat het ons dan weten a.u.b.

We vernemen ook graag Uw beoordeling… klik en mail:  mailto:ericvabe@telenet.be

 

 

Terug naar boven

 

 

Leven en werken als vrouw van een militair in de BSD in de jaren 1960-1970

De meeste van onze vrouwen in de BSD konden geen pensioenrechten opbouwen, ze zaten ver van familie en vrienden in België en heel dikwijls alleen, terwijl hun man her en der in Duitsland op oefening was (schietoefening, CPX, FTX, Vogelsang, steunperiode, wachtdienst, weekdienst, permanentie, enz.)


Om als vrouw van een militair in Duitsland te werken moest je uiteraard ook al een woordje Duits kennen, de eerste 6 maanden lukte dat nog niet goed. Je inschrijven in het “arbeitsambt” als werkzoekende, zelf ook actief werk zoeken en als vrouw van een officier kwam er dan nog bij dat de Korpsoverste van je man de toestemming moest geven voor de job die je wou gaan doen; je werd dus ook nog eens afgerekend op de status van je man als officier.
Het was toen niet gebruikelijk dat de vrouw van een officier ging werken en zo ja, moest dat ook een respectabele job zijn. Zelfs om te mogen trouwen diende door de officier een "Model B" ingediend te worden om er de militaire toestemming toe te vragen; de status van zijn toekomstige en haar familie werd dan nagegaan.


Dat mag NU allemaal vreemd klinken, maar zo was het toen.

 

Vervolgens waren er als officier de vele mutaties naar een volgend garnizoen (zeker in de logistiek), waardoor je vrouw meteen ook alweer HAAR job kwijt was want ze verhuisde uiteraard ook mee.
Zo was mijn vrouw in één garnizoen reeds na amper 3 maanden haar job in de Pharma-industrie kwijt en vermits we binnen de week 200 km verhuisden kon ze haar 3 maanden vooropzegtermijn niet waarmaken en verloor al haar rechten.
Op 21 december telegram uit Brussel waarin me gemeld werd dat ik reeds op 28 december in dat ander garnizoen aan de slag moest. In plaats van de kerstdagen te vieren en de familie in België te bezoeken werd het inpakken en verhuis regelen.
Op 2 januari vertrok ik aansluitend reeds als detachementcommandant op steunperiode naar Höhne in het noorden van Duitsland; mijn vrouw was nog niet eens ingeburgerd in dat nieuw garnizoen, onze woning nog niet eens gans ingericht en ze zat al 14 dagen alleen.


Je moest je man wel erg graag zien om hem naar Duitsland te willen volgen want zelf moest je er heel veel voor opgeven.
Maar opnieuw.... voor mezelf zou ik in dezelfde omstandigheden terug dezelfde keuze maken; in Duitsland had je als militair een veel actiever leven dan in België.


Troep en onderofficieren bleven veel langer in één zelfde garnizoen dan de officieren; een aantal van hun echtgenotes vond dan soms werk in de kazerne als BAK (Burger Arbeid Kracht); in die zin waren die kaders er beter aan toe.


Ik ben heel dankbaar dat mijn vrouw me altijd zo is blijven steunen en me overal is gevolgd en ik besef heel goed wat ze daardoor allemaal heeft moeten missen, toch heeft ze ook heel graag in Duitsland gewoond. In het Burgerlijk Wetboek, hoofdstuk VI, wederzijdse rechten en verplichtingen van echtgenoten stond toen:

Art 212 -De echtgenoten hebben de plicht samen te wonen.  Art 213 -De echtelijke verblijfplaats wordt door de man vastgesteld.

 

Pensioenaanvraag bij de DRV (Deutsche Rente Versicherung), situatie in 2013:

 


Zat je als militair in de BSD samen met je echtgenote en heeft ze in Duitsland gewerkt (niet als BAK = Burger Arbeidskracht in een Belgische kazerne, maar in de Duitse burgerij), dan heeft ze ook recht op een Duits pensioen.

De Belgische pensioendienst RVP zorgt voor de aanvraag ervan in Duitsland. Dat gebeurt automatisch nadat je voor het eerst pensioendocumenten van de RVP hebt ontvangen en daarop hebt kunnen aangeven dat je ook in Duitsland recht op een pensioen hebt. De Duitse pensioendienst DRV stuurt daarop rechtstreeks aan de gerechtigde een lijvig in te vullen bundel (in het Duits en in de taal van de rechthebbende). Die documenten komen van de
“Deutsche Rentenversicherung Rheinland.- Haubtverwaltung Düsseldorf”.

In Duitsland is de pensioenleeftijd opgetrokken naar 67 jaar (situatie in 2013), met een overgangsmaatregel waardoor dit, afhankelijk van de ouderdom van de rechthebbende, voor de meesten slechts enkele maanden vertraging betekent. Dit kan echter ook de uitkering van het Belgisch pensioen (op 65 jaar) enkele maanden vertragen, vermits de RVP rekening moet houden met al de pensioenen van man en vrouw en zodra die allemaal gekend zijn pas kan becijferen welk systeem het voordeligst uitvalt voor de gerechtigden (RVP-gezinspensioen of elk een afzonderlijk RVP-pensioen als de militair ook nog in de burgerij heeft gewerkt). 

De betaling van het Belgisch RVP-pensioen van de echtgenote gebeurt dan met terugwerkende kracht en de eerste keer meestal met assignatie tot de rechthebbende kiest voor een bankrekening.
De militair blijft zijn militair pensioen via PDOS ontvangen, maar de bedrijfsvoorheffing erop wordt verhoogd in verhouding tot het Belgisch RVP-pensioen dat zijn echtgenote ontvangt. Voor de verhoging van de bedrijfsvoorheffing op het pensioen van de militair via PDOS wordt geen rekening gehouden met het Duits pensioen van zijn echtgenote, dat later wel zal moeten aangegeven worden in de Belgische belastingaangifte, alsook in Duitsland.

Eens het Duits pensioen door de DRV toegekend werd, zorgt niet de “DRV”, maar de
“Deutsche Post in Berlijn” voor de maandelijkse stortingen van het Duits pensioen.
Niet de DRV maar de
Deutsche Post volgt het nadien ook verder op; laat wijzigingen aan de gerechtigde weten, enz. 

Indien de echtgenote gedurende haar verblijf in Duitsland ook voor één of meer kinderen zorgde (die ook in de BSD verbleven), heeft ze als toenmalige aanhang van de NATO-strijdkrachten recht op een vergoeding voor de opvoeding van de kinderen, zogenaamde "Kindererziehungszeiten", zoals ook Duitse moeders die krijgen. De DRV (Deutsche Rente Versicherung) vraagt daartoe een attest (bewijs van aanwezigheid als aanhang van de NATO) aan de “
Belgische verbindingsdienst in Köln”, als de gerechtigde ook aanspraak maakt op die vergoeding.

Het “
Bundescentralamt für Steuern in Bonn” stuurt een “persoonlijk indentificatienummer” dat men op elke correspondentie inzake steuer (Duitse belasting) moet vermelden.

De gerechtigde is wettelijk verplicht het Duits pensioen aan te geven aan het Deutsche Steueramt; voor wie in het buitenland woont (bvb in België) is dit het “
Finanzamt in Neubrandenburg”; er is dus in Duitsland belasting op te betalen (percentage ook afhankelijk van de keuze “Beschränkt steuerpflichtig” of “Unbeschränkt steuerpflichtig” en “zusammenveranlagung (splitting)” of niet. Men is niet verplicht een komplete Steuererklärung te sturen, maar elk jaar voor einde mei wel een document EU/EWR, en een document met het gekozen stelsel, naar het Finanzamt Neubrandenburg. Info en documenten zie: http://www.finanzamt-rente-im-ausland.de  

Via het Duitse keuzedocument kan de rechthebbende kiezen om geen komplete “steuererklärung” te moeten indienen en kan men de keuze maken tussen “beschränkt steuerpflichtig of unbeschränkt steuerpflichtig en dat laatste met of zonder Gezamtveranlagung” met de echtgenoot. Keuzedocument zie:
http://www.finanzamt-rente-im-ausland.de/de/formulare/ De Belgische inkomsten van de echtgenoot moeten naargelang die keuze ook aangegeven worden op het document EU/EWR. Dit document is te vinden op de website: https://www.formulare-bfinv.de/ Via volgende stappen: Formularcenter - Steuerformulare - Bescheinigung EU/EWR - Bescheinigung EU/EWR 2016 
Het document EU/EWR moet door de Belgische administratie ondertekend worden). Het document EU/EWR kan men bekomen in een Duits Finanzamt (bvb in Aken), in het Duits + andere talen waaronder het Nederlands; maar het kan ook gedownload worden van de site van het Finanzamt in Brandenburg. Het document heeft 3 luiken; twee ervan zijn bestemd voor het Finanzamt en één ervan blijft bij de belgische administratie. De berekening die het Duitse Finanzamt zal doen staat op de achterkant van het eerste luik.

Tussen Duitsland en België bestaat een overeenkomst om dubbelbelasting te vermijden: Dubbelbelastingsverdrag 
Maar de gerechtigde moet het Duits pensioen toch ook nog eens aangeven aan de Belgische belastingsdienst (in de jaarlijkse aangifte personenbelasting); hierdoor verhoogt het gezamenlijk inkomen van het Belgisch gezin en door werking van de huwelijkscoëfficiënt valt men dan mogelijk in een hogere belastingsschaal waardoor het gezin ook méér Belgische belasting moet betalen (en een grotere voorafbetaling op het pensioen); dit wordt door de Belgische staat echter niet gezien als een dubbele belasting op het Duits inkomen van de echtgenote, vermits door België niet rechtstreeks dat Duits inkomen van zijn echtgenote belast wordt. Tussen Nederland en Duitsland bestaat sinds 2012 een overeenkomst waarbij in bepaalde gevallen voor inkomsten uit Duitsland, onder de grens van 15.000 euro, het heffingsrecht enkel toekomt aan Nederland; in België is dat niet het geval.

Naargelang de gemaakte keuze, beschränkt steuerpflichtiger, unbeschränkt steuerpflichtiger , wel of niet gezamtveranlagung met de echtgenoot en men Duitsland méér inkomen heeft dan het “Grundfreibetrag” zal mogelijk ook in Duitsland belasting moeten betaald worden... en met wat de militair in België dan al meer moet betalen blijft er van dat Duits pensioen van zijn echtgenote mogelijk niets meer over of moet zelfs nog bijgelegd worden. Grundfreibetrag in 2014: 8.354 euro (Duits inkomen + Belgisch inkomen, incl. intrest op spaargeld). De keuze van het juiste stelsel is dus erg belangrijk... men raadpleegt best een Duitse Steuerberater.
Indien het slechts over een klein Duits pensioentje gaat en de militair zelf een hoog inkomen heeft (pensioen + andere inkomsten, zoals intresten op spaartegoeden; inkomsten van een verhuurd appartement tellen niet mee) kan men best overwegen het NIET aan te vragen, vanwege al de administratieve last (jaarlijks terugkomend keuzedocument en document EU/EWR) en de belasting erop, eventueel naargelang het geval zowel in Duitsland als in België.
Een “Steuerberater” in een grensgebied in Duitsland (bvb. Aken) raadplegen, is dus geen slecht idee, reken daarbij op zo’n 150 euro kosten. Kijk in elk geval eens op: 
http://www.finanzamt-rente-im-ausland.de

 

Terug naar boven

 

Graden bij de Landmacht tot 1999:

 

kepis

 

gradenvoor99

 

De onderofficieren vanaf de graad van adjudant en de officieren, droegen hun graad op spiegels op de kraag (of op schouderpassanten). Troep en onderofficieren tot de graad van 1e sergeant-majoor, droegen hun graad op de mouw (of op schouderpassanten).

 

 

Tenues van toen:

 

- Service Dress (met linnen gordel)

Met kaki hemd en das, kaki kousen, bruine schoenen, bruine lederen handschoenen en stick.

image049.jpg

 

- Tot in 1973 droeg ik als officier op de Service Dress soms ook een lederen gordel met schouderriem (baudrier) i.p.v. de linnen gordel; een overblijfsel van toen men nog een sabel droeg. Na een enquête bij de officieren over hoe hun tenue er in de toekomst moest uitzien, werd de gordel op de S.D. in 1973 afgeschaft.

gordel.jpg    image043.jpg

 

- Battle Dress  (links)

BD: met kaki hemd en kaki das, kaki kousen, bruine schoenen (als uitgangskledij)

Kon ook met gevercoteerde gordel, getten en zwarte botinnen (als werkkledij)

- Service Dress (midden)   

Met kaki hemd en das, kaki kousen, bruine schoenen en bruine handschoenen (vanaf 1973 zonder linnen of lederen gordel)

- Bleek beige Zomerkledij (rechts)

         Met bleek beige hemd, licht bruine das, beige kousen en bruine schoenen. Steeds zonder gordel.

kledij.jpg

 

- Service Dress als ceremonie kledij

Met wit hemd, zwarte das, zwarte schoenen, zwarte kousen, zwarte gestoffeerde gordel, gouden epauletten, kepie en witte handschoenen.
         In deze tenue moest men zich bij mutatie naar een nieuwe eenheid aan zijn nieuwe chef en het personeel voorstellen.

Deze kledij werd ook gedragen de dag van een bevordering, de spiegels op de kraag voorzien van de nieuwe graad.

Ook als je als officier zetelde in de Krijgsraad werd deze tenue gedragen maar dan tevens voorzien van de eretekens.

sdser.jpg  1968

 

- Gala tenue (ook blauwe tenue genoemd). In het Belgisch leger enkel gedragen door officieren.

  Met zwarte of gouden epauletten, eretekens en korte zwarte laarsjes met sporen.

image077.jpg1998

De blauwe streep op de broek verwijst naar de logistiek

blkep.jpg

kepie

 

 

 

image047.jpg

laarsjes met sporen,

als symbool dat de transporttroepen uit de huidige logistiek vroeger te paard reden.

 

- Werkkledij met gordel en zwarte bottinnen (linnen kledij)

  Hemdvest en linnen broek, gordel, bottinnen en getten (later vervangen door laarzen en geen getten meer).

image051.jpg

 

- Werkpak

  In een maintenance eenheid beschikte iedereen over een werkpak; ook de officieren.

pak.jpg

 

- Gevechtskledij

  Smokebroek, smokevest met kap, laarzen, gordel, helm, wapen

gev.jpg

 

- NBC-kledij

nb.jpg

 

Terug naar boven

Graden bij de Landcomponent na 1999:

 

 

gradenna99

 

De graad wordt nu door alle rangen gedragen op de epauletten (of op één passant op de borst). De kleur van de Service Dress is nu veel donkerder dan het kaki van vóór 1999.  België kent nu ook de 4-sterren-generaal.


Klik hier en je surft naar de website van het Belgisch Leger

Je vindt er de visuele voorstelling van de huidige graden voor de Lucht- en Zeecomponent

 

Terug naar boven

 

De wapens (soorten eenheden bij de landmacht):

De Landmacht is onderverdeeld in diverse ‘wapens’; dit zijn diverse types van legereenheden, elk met een specifieke opdracht: infanterie, pantsertroepen, artillerie, genie, logistiek, om er enkele te noemen.

Tot eind de jaren 90 kon men aan de hand van de spiegels op de kraag (of de schouderpassanten), heel goed herkennen van welk type eenheid iemand deel uitmaakte. Op die kleurrijke spiegels was bij de officieren bovendien hun graad aangebracht.

 

Als voorbeeld de kleuren van de ‘Logistiek’ gecombineerd met de graad van ‘Commandant’

graadCdtlog

 

Een prachtige symboliek die helaas, door reorganisatie en afvlakking op het einde der negentiger jaren, grotendeels verloren ging; alweer zijn we een stukje traditie kwijt.

 

Wie ooit zijn dienstplicht deed zal zich de kleuren van de spiegels op de kraag van zijn Battle Dress (BD) zeker herinneren want al de kameraden uit een zelfde eenheid droegen ook diezelfde kleuren.

Bij die kleuren voelde men zich thuis.

 

In de plaats ervan kwamen de zogenaamde modernere ‘pins’, maar deze kunnen de oudgedienden maar weinig bekoren.

 

Ter herinnering aan weleer, hiernaast de kleuren van de belangrijkste wapens in de periode 1960-1999 (kleur spiegel en bies).

 

Op die spiegels kwamen de graden onder de vorm van sterren en baretten (goudkleurig voor alle officieren;  zilverkleurig voor onderofficieren vanaf de graad van adjudant).

 

Er werden emblemen toegevoegd, ondermeer bij Grenadiers, Ardense Jagers, Cyclisten, Carabiniers, Artillerie, Genie en Medische dienst.

Maar ook emblemen die een bepaalde functie of brevet weergaven zoals, IMF (Ingenieur Militaire Fabrikaten), MAB (Militair Administrateurs Brevet), SBH (Staf Brevet Houder), Generaal, Krijgsauditeur, Griffier, Muziekkorps, enz.

 

De graden en de emblemen werden gecombineerd op de kraagspiegels alsook op de passanten (schouderstukken).

 

passant.gif

Klik voor overzicht à passanten

 

aalgif.gif

 

De wapenlogo’s van de Landmacht zien er thans als volgt uit:

image091.gif

 

Terug naar boven

 

Toenmalige gedragscode

-      Men groet een ‘hogere in graad’ steeds van op enkele passen afstand. De rechterhand wordt daarbij met en zwaai tot aan de muts, kepie of helm gebracht. De ‘hogere in graad’ groet daarop terug met het zelfde gebaar.

-      Indien men zijn rechter hand niet vrij heeft (omdat men bvb iets draagt), of geen hoofddeksel draagt, groet men door het hoofd even op te heffen. (NB: sinds het einde der 90-tiger jaren groet men ook met het handgebaar zelfs als men geen hoofddeksel draagt).

-      Wanneer een officier een groep nadert, of een klas of werkplaats betreedt, roept de eerste die de officier ziet ‘ter order’; iedereen staakt zijn bezigheden en gaat meteen in houding staan tot de officier zegt: ‘doe verder’.

-      Wanneer men zich tot een ‘hogere in graad’ wendt en die ‘hogere in graad’ is een onderofficier dan stelt men zich voor met zijn eigen graad en naam en zegt: ‘tot uw dienst

-      Wanneer men zich tot een ‘hogere in graad’ wendt en die ‘hogere in graad’ is een officier dan stelt men zich voor met zijn eigen graad en naam en zegt: ‘tot uw orders

-      Wanneer men een bevel krijgt bevestigt men het begrepen te hebben en te zullen uitvoeren met ‘tot uw dienst’ indien een onderofficier het bevel gaf, of ‘tot uw orders’ indien een officier het bevel gaf.

-      Wanneer men een gesprek met een officier begint is het gebruikelijk dit te doen met termen zoals:

Mijn respect luitenant…

Mijn eerbied kolonel…

-      In de mess gaat men niet aan tafel vooraleer de hoogste in graad dit doet.

-      Wanneer men te laat in de Mess komt, stelt men zich voor aan de hoogste in graad en vraagt toestemming om ook aan tafel te mogen gaan.

 

Het verschil in graad werd dus voortdurend zeer fors geaccentueerd. Al zijn die regels ook thans nog van toepassing, toch worden ze nu wat soepeler toegepast. Vroeger had elke personeelscategorie (officieren, onderofficieren, troep) een eigen Mess. Tegenwoordig is er in de meeste garnizoenen een ‘Mess All Ranks’ waar al de personeelscategorieën samen aan tafel gaan.

 

Terug naar boven

Link naar websites van ex BSD eenheden:

 

Deze rubriek is  moeilijk ‘up to date’ te houden; er verdwijnen helaas regelmatig websites; er komen er af en toe ook nieuwe bij.

Belevenissen van ex-Siegenaars   Ex-Siegenaars kunnen hun eigen belevenissen hier laten inlassen… stuur een email a.u.b.

1 Cie Mat (Siegen) 1971-2011

Legermuzeum

Verbroedering 1JP

Spich 1Cy

Nato

Camp_Astrid (probsteierwald) Wikipedia Duits

Camp Astrid (Probsteierwald)

4 Cie Mat Werl

Bataljon Bevrijding

5. Linieregiment

Museum BSD

Kon. Ver. Oprustgest. Offrn

Kamp Vogelsang

9 Linieregiment

13 TTr

2 RGT Jagers te Paard:  

www.Legerdienst.be + kazerens in BSD

Belgen in Lüdenscheid.de

http://www.neheim2000.net

Vriendenkring 4  Regiment Lansiers

Fraguylin belevenissen en verhalen

 


Terug naar boven

 

GA TERUG NAAR DEEL 1

 

Evtl. naar startpagina van de complete website