Vercauteren Jan
Roodkop papegaaiamadine, Erythrura psittacea

De roodkop papegaaiamadine komt voor op het eiland Nieuw-CaledoniŽ, ten oosten van AustraliŽ.
Heeft prachtige rode kop en donkergroen verenkleed.
Onderscheid tussen man en pop is niet altijd zo direct te zien, kan vastgesteld worden door de zang.
Poppen hebben nooit rode aarsveertjes, mannen hebben ook rode veertjes aan de binnenste vleugelrand.
Ze leven hoofdzakelijk van graszaden en leggen tussen 4-6 witte eitjes.
Ze beginnen te broeden vanaf het 3de ei gedurende 12 dagen .
Voeding:  exotenmengeling, grit, gemalen oesterschelp, sepia en regelmatig een trosje gierst.
Baden doen ze heel graag, hoe meer badgelegenheid je geeft, hoe beter ze in conditie komen.
Opgepast: sommigen hebben aanleg om vet op te stapelen.

In 2007 heb ik 2 koppels aangekocht.
Ze werden in een tentoonstellingskooi geplaatst gedurende 14 dagen, hierna gingen ze naar de vlucht.
De rode bavet van de man was groter en intensiever  tegenover die van de pop. Bij het andere koppel was dit minimaal.
Na 4 maanden was er nog geen verandering te zien.
Ze werden per koppel in een kweekbak gezet, er werd een nestbak voorzien en het nodige nestmateriaal zoals:  jute, coco, witte sisal.
Regelmatig eivoer werd gretig opgenomen
Ongeveer 2 weken later werd het nestbakje verder afgewerkt, het was nogal slordig, ofwel zat er spoed achter.
2 dagen later lag het eerste ei er, dit tot een legsel van 4 eieren op 17 - 02 - ' 08
Ze maakten geen aanstalten tot broeden. Ik legde de eieren onder de meeuwen.
Deze kipten uit op  04 - 03 -' 08 en op 08-04  werden er 3 jongen geringd met een C ring van 2.2 mm.
Tussendoor had het andere koppel nog geen aanstalten gedaan tot nestbouw, beide vogels waren mannen.
Het eerste koppel deed een tweede ronde, op  01 - 03 - ' 08 terug 4 eieren, weer geen aanstalten tot broeden.
Ze werden terug onder de meeuwen gelegd, op 20 - 03 - ' 08, kipten ze allen uit.
Werden goed opgebracht en op de 24 april werden ze geringd.
Na een maand waren ze zelfstandig, op 20 - 04 -' 08 kon ik al man en pop onderscheiden.
De man had een meer rood intensief masker tegenover de poppen, er werd een kleurring voorzien voor later onderscheid.
Er werd nog een 3de ronde gedaan, terug 4 eieren en terug geen aanstalten tot broeden.
2 jongen kipten uit onder de meeuwen op 10 - 04 - ' 08, ze werden geringd op 14 april en op 10 mei waren ze zelfstandig.
Bij het uitkippen van de jongen werd er telkens een kuur van 10 dagen lang met appelazijn gegeven:  waarde van 5,3 ph.
In totaal had ik van ťťn koppel 9 jongen, waarvan 2 mannen en de rest waren poppen.  Na 5 maanden waren ze allen op kleur.