STAMBOOM VAN DE FAMILIENAMEN (VAN) RELEG(H)EM, RELECOM EN
RELEKOM
GESCHIEDENIS
De voorgeschiedenis (1100 - 1700) van de families Van Releg(h)em, Relecom en Relekom speelt
zich vooral af in het Hertogdom Brabant, meer bepaald in de streek die wij
vandaag kennen als Vlaams-Brabant.
Willen we het nog nauwkeuriger omschrijven, dan zou men kunnen spreken
van de driehoek tussen de steden Mechelen, Brussel en Leuven.
Dorpen zoals Vilvoorde, Houtem, Zemst, Grimbergen, Eppegem,
Elewijt, Hofstade, Weerde, Perk, Berg, Hombeek, Kampenhout, en zeker niet te
vergeten, het dorp Relegem, speelden hier een zeer voorname rol. We zullen eerst het dorp Relegem onder de
loep nemen, aangezien dit immers het dorp is waar het allemaal begon. In dit dorp bevinden zich ontegensprekelijk
de roots van onze familienaam.
Misschien is het woord "bakermat" nog meer
aangewezen.
Relegem ligt in Vlaams-Brabant, ten noordwesten van Brussel.
De naam en de ligging
naast de Romeinse baan van Asse naar Elewijt, laten vermoeden dat het dorp zeer
oud is.
Steden danken hun
oorsprong dikwijls aan handel of ambachten die er werden uitgeoefend, terwijl
dorpen eerder ontstonden rond een klooster of een hoeve, waarrond de
dienstboden zich dan vestigden.
Het dorp zou zijn naam te danken hebben aan een versterkte
hoeve of villa, gelegen bij een Romeinse baan (Schapenweg) en een waterloop
(Molenbeek).
Gemeenten of dorpen waarvan de naam eindigt op -gem zijn
woonstnamen, ze dragen dikwijls de naam van het geslacht dat er ooit gevestigd
was. Ze zijn ontstaan in het Frankische tijdvak en zijn vermoedelijk uit
de beginperiode. (AO 370)
Men vermoedt zelfs dat deze Frankische hoeven op de puinen van
de Belgo-Romeinse hoeven (villas) zouden opgericht zijn. (Eigen Schoon X)
Heel waarschijnlijk was er een versterkte hoeve op de helling
(verbrand hof) tussen de weg naar Kobbegem en de Heuvelstraat, dus gelegen
tussen twee zeer oude wegen.
Dit was inderdaad een uitstekende plaats: niet ver van de Romeinse baan, in
de laagte was er de grote en de kleine landbeek met weiland, en een zonnige
helling voor de gebouwen en de kouter op de hoogte.
Dat duidde op veiligheid voor de hoeve en de kouter, langs de Vossenberg en
een uitgestrekt moeras naar Wemmel en Meise, met aan de westkant het
kreupelhout langsheen de Verbrande Weg en de Wilgenweg.
Ten noorden op de helling bevond zich De Kouter. Het is de benaming voor de oudste labeurgronden, terwijl
"veld" meer gebruikt werd wanneer men sprak over recent ontgonnen
gronden.
"De koutere van cultura" was met een haag omgeven en meestal
toegankelijk langs het "koutergat", een houten kruis draaiend op een
paal.
Kouter (-> koltere): Volgens Dr. Jan Lindemans was de
oorspronkelijke naam van het dorp "Radilingaheim". "Radeling" is een patroniem, dit
is een naam die afgeleid is van de naam van de vader. "Radelings" zou dus betekenen "zonen van
Rade" of "zonen van Radulf" en "Radelingheim" zou men
dus moeten vertalen als "de woonst van de zonen van Radulf".
In 1155 schreef men de naam van het dorp als
"Radeslengem", in 1198 als "Radelegem", in 1221 als
"Radelghem", van 1328 tot 1435 was het "Redelghem", in 1686
"Releghem" en zoals we het nu kennen is het "Relegem". U begrijpt dat dit uiteindelijk de uitleg is
die aan de oorsprong van onze familienamen ligt.
Het uitzicht van Relegem is gedurende vele eeuwen hetzelfde
gebleven. De aangroei werd
tegengehouden door allerlei oorlogen.
Op het einde van de 9de eeuw had de bevolking veel te lijden onder
de invallen van de Noormannen, die niet alleen de kuststreek verwoestten, maar
ook de rivieren opvaarden om te plunderen en te moorden. Via de Zenne kwamen ze in het jaar 884 in de
omgeving van Zemst terecht.
Op het ogenblik dat de gekende geschiedenis van Relegem
begint, hadden de Heren van Relegem met een groot gedeelte van het volk hun woonst verplaatst. Dat gebeurde in de 11de en de 12de eeuw, een
tijdperk waarin de geschillen meestal met geweld werden opgelost.
In Relegem stond er een versterkt huis dicht (De Vijf Bunders)
op de plaats (De Mot) tussen de vijvers en de twee landbeken.
Om enig idee te hebben van de grootte van het dorp Relegem in
de Middeleeuwen: in 1435 waren er 21 inwoners, 12 in 1480 en 36 in 1525.
In 1480 waren er 16 huizen en in 1525 waren er 15. In 1686 waren er 12 huizen, 2 herbergen, 1
brouwerij en 1 weverswerkplaats.
Industrie was onbestaande.
In 1686 waren er op een totale oppervlakte van 303 bonniers
(oude oppervlaktemaat) 259 bonniers landbouwgrond, 38 bonniers weide en 32
bonniers bos. In 1786 waren er 108
inwoners, 171 in 1799, 279 in 1831 en 424 in 1846. In 1846 waren er 77 huizen.
De namen van geslachten werden bijna steeds genoemd naar hun
domein of heerlijkheid, en ze werden meestal bekend onder de naam van hun
bezittingen.
De eerste eigenaars van het dorp Relegem of Redelghem waren
edellieden die verwant waren met de voornaamste families uit de omgeving,
namelijk die van Crainhem en Bouchout.
Laten we eerst even kennis maken met de Crainhems.
Het adelijk huis Crainhem, in het bezit van de dorpen Kraainem, Sterrebeek
en Zaventem, was één der aanzienlijkste geslachten van Brabant. Het was bekend voor zijn onwankelbare
getrouwheid aan de Hertog van Brabant.
Om deze reden werd bijvoorbeeld aan Willem van Crainhem (1148),
een afstammeling van Lambertus van Crainhem (1094), opgedragen om vanuit de
burcht Boekhout in het beukenbos te Meise, de naburige Berthouts van
Grimbergen, aartsvijanden van de Hertog, in het oog te houden.
Grimbergen is bekend geworden door de herhaaldelijke strijd van de Heren
van Grimbergen, behorende tot het geslacht Berthout, tegen de Hertogen van
Brabant. (Oosthoek Encyclopedie)
Het kasteel van Grimbergen werd totaal verwoest door de
Brusselaars in 1488. De schrijver van
"De Grimbergse Oorlog" geeft aan Crainhem het volgende wapenschild:
"van gouden met eenen cruce daerin van kelen (rood), een craye in den
quartier van sabel (zwart) sele was zijn banier"
Volgens Gelre droeg Jan van Bouchout zilver met een kruis van
keel. Behalve de kleuren was het wapen
van de Van Redelghems gelijk aan dat van de familie Van Crainhem.
Hierbij zien we twee blazoenen van oude Brabantse geslachten
en we worden dadelijk getroffen door de eenvoud van de afgebeelde schilden. Eenvoud die getuigde van hun oudheid en
voornaamheid.
Oorspronkelijk werden
deze blazoenen aangewend als herkenningsteken in de strijd. Juist daarom moest het wapen eenvoudig en
duidelijk zijn.
Als hoofd van het geslacht voerde Gielis van Crainhem het volle
wapen.
De andere takken namen een breukteken. Het wapen komt o.a. voor in 1397 op een
zegel van ridder Jan Van Releghem en in 1409 op deze van Jan Van Releghem,
schepen van Brussel.
De wapens Van Releghem waren voorzien van vijf schelpen bij
Jan Van Releghem in 1358 en twee bij Jan Van Releghem in 1367 en 1368.
Willem van Crainhem stierf zonder kinderen en liet de burcht
na aan zijn neef Gielis van Wanghe (stamboomnummer 925).
Gielis van Wanghe en
zijn vrouw Katharina verkochten 15 bunders grond gelegen te Merchtem, door hen
in leen gehouden van de Aa's van Grimbergen, in 1265 aan de abdij van Afflighem
voor 150 Leuvense Ponden. Mits een som
van 380 ponden lieten ze aan dezelfde abdij 34 bunders gelegen te Merchtem en
te Steenhuffel na. Deze verkoop werd,
na het overlijden van Gielis, door zijn kinderen erkend op Reminiscere (d.i. de
tweede zondag van de vasten van het jaar 1278 - 1279).
Een episode van de strijd tussen de Hertog van Brabant en de
Berthouts of de beroemde slag van Ransbeke is beschreven in "De Grimbergse
Oorlog".
In de Koninklijke Bibliotheek van België wordt een handvest bewaard (nr.
221) waarin de voornaamste strijders uit die slag worden vernoemd (1137).
Daneel van Bouchout, zoon van Gielis, belooft dat zijn moeder
Katharina en zijn broers en zusters (Paridaen, Gielis, Margaretha, Katharina en
Beatrix) hun toestemming zullen geven.
De getuigen waren ridder Daneel van Reedelgem, oom van de kinderen, Jan
van Ossele en meester Niklaas, priester of pastoor van Buggenhout. (E.H. De Marneffe, cartulaire de l'abbaye d'Afflighem)
Men is er tot op heden nog niet in geslaagd om het stamhuis
van Katharina, de weduwe van Gielis Van Wanghe, te achterhalen vermits er nog
geen familienamen bestonden.
Het is dus met deze Gielis dat wij onze stamboom zullen
aanvangen.
Het erf kwam daarna in handen van zijn zoon Daneel, die in
1278 voor het eerst zijn naam bij deze van Bouchout voegde.
Het zilver blazoen met rood kruis en een kraai (Crainhem) werd
reeds gevoerd door Daneel 1, in de slag van Woeringen op 5 juni 1288.
Volgens Alphonse
Wauters in "Les environs de Bruxelles" was het dankzij de tussenkomst
van Daneel van Bouchout dat de Brabanders in deze veldslag aan de winnende hand
bleven.
Men ziet de Van Crainhem's, de Van Releghem's en de Bouchouts niet
alleen te Woeringen, maar ook op de slagvelden te Basweiler en Kortrijk (Slag
der Gulden Sporen).
Hun Hertog van Brabant, van wie ze machtige leenmannen waren, stonden ze
bij in overwinning en nederlaag.
HET DORP RELEGEM


Meer over de geschiedenis van het dorp Relegem volgt later. Laten we het eerst even hebben over de kerk.
De kapel van Relegem werd gebouwd in 1643, de restauratie en ombouwing tot
kerk gebeurden in 1912.
In 1132 komt de naam "Radelegim" voor in een diploma
van Liethardus, bisschop van Kamerijk.
Het bevestigt aan de abdij van Grimbergen het bezit van de kerk van
Wemmel en van de hulpkapellen van Berchem, Relegem en Ramsdonk.
De heilige Sint Jan Evangelist werd als patroonheilige
erkend. In 1803 wordt de kerk
samengevoegd met de kerken van Kobbegem en Bollebeek om één parochie te
vormen. Nog later wordt ze een bijkerk
van Hamme, maar behoudt haar eigen pastoor.
In 1808, bij gebrek aan een pastorij en door onvoldoende bezoldiging aan
zijn functie verbonden, beslist deze geestelijke zijn overplaatsing aan te
vragen.
Eerwaarde Heer Craux, pastoor te Hamme, wordt gelast hem op te volgen.
Op 07/01/1806 stemt de gemeenteraad om de som van 600 BEF (15
EUR) per jaar toe te kennen aan de priester die regelmatig godsdienstige
activiteiten zou organiseren in de kerk.
Deze subsidie zal echter maar in 1822 besteed worden.
Het besluit van 28 september 1825 erkent het wettelijk bestaan
van de kerk van Relegem. Meer
informatie over het kerkelijk gebeuren van Zemst, Eppegem, Weerde en Elewijt
vindt u in "Leven rond de kerk 1559-1616" door Marc Alcide.
Deze kerk heeft de vorm van een Latijns kruis.
De hoofdbeuk is in drieën verdeeld door zuilen, waarvan de kapitelen met
bladeren zijn versierd. In de hoofdbeuk
vertoont het bakstenen gewelf gekruiste nerven, terwijl de zijbeuken vroeger
bekleed waren met een plafond met arabeske versieringen.
Bij de restauratie zijn de bakstenen gewelven
blootgelegd. Aan de constructie van
deze laatste kan zonder enige twijfel het jaar 1643 toegeschreven worden. We kunnen dat nog lezen in de zuidelijke
kruisbeuk boven het kleine venstertje.
Het interieur van de kerk is bijzonder mooi. Buiten de bakstenen gewelven zien we o.a. op
het hoofdaltaar een schilderij dat de onthoofding van de heilige Joannes
Baptist voorstelt, een zeer mooi werk van Vanderheyden uit 1632 of 1634.
Het is niet geschilderd door Rubens of Van Dijck, zoals sommige
dorpsbewoners wel eens durven beweren. De
preekstoel is in de stijl van Lodewijk XVI en de mooie communiebank in stijl
Lodewijk XIV.
Aan de ingang van de kerk staat een mooi houten gepolychromeerd beeld dat
de moeder van Smarten voorstelt. Er is
eveneens een sculptuur te zien van de heilige Sint Jan Evangelist.
Schilderijen als "de Kruisafneming" en "het
Laatste Oordeel" verfraaien het interieur.
Een relikwieënkast van de heilige Sint Jan Baptist, die jaarlijks in de
processie wordt meegedragen, verdient onze aandacht, alsook de biechtstoel en de
grafstenen die in de vloer zijn ingemetseld.
De laatste grote werken, waaronder het aanbrengen van
vloerverwarming, zijn uitgevoerd in 1998.
DE STAMBOOM
Keren we even terug naar onze stamboom. Wat de families Relecom en Van Releg(h)em
betreft is de afstamming van de Heren van Relegem een bewezen feit.
Ik stel o.a. vast dat onze familienaam in Vilvoorde zeer veel
voorkwam tussen 1500 en 1700. Vandaag
komt hij er niet meer voor.
De naam (Van) Releg(h)em komt vandaag echter nog betrekkelijk
veel voor in de omgeving van Zemst.
Een bijgevoegde lijst toont een vijfenveertigtal verschillende
schrijfwijzen van onze familienaam die ik tijdens mijn onderzoek heb
gevonden. (periode van AO 1200 tot 2000)
De resultaten van het genealogisch onderzoek van Dr. J.B. Van
Schijndel en van Dr. Emile Spelkens tonen aan dat de families Relecom, Van
Releg(h)em en Relekom de naam dragen van het toch wel roemrijke huis Van
Relegem. Dit huis heeft een zeer
belangrijke rol gespeeld in de geschiedenis van het Hertogdom Brabant en in het
bijzonder van de stad Brussel. Hier
treffen we verschillende leden van het huis aan als schepen of
hoogwaardigheidsbekleder.
In de Middeleeuwen telde onze gewesten een groot aantal families. Aanvankelijk bestonden die uit onvrije
lieden die hun vorsten als militaire begeleiders, lijfwachten, hofbeambten of
als zaakwaarnemer gediend hadden.
Als beloning voor bewezen diensten kregen ze dan leengoederen
en werden ze ook met "heerlijke rechten" beloond.
Met andere woorden, ze klommen dus hoger op de maatschappelijke
ladder, om soms zelfs in de adel te worden opgenomen.
Een typisch voorbeeld in onze stamboom is bv. Joannes Baptist
van Relegem, gehuwd met Anna van Vaerenberg (nr. 1395 en nr. 1824).
In de volkstelling van 1796 kanton Kampenhout onder Berg met
nr. 524 lezen we:
"État ou profession Censier".
Volgens
Van Dale "seigneur", "leenheer", "schatting innend
persoon".
Reeds in de XIVde eeuw kennen we verschillende takken van de familie
en de tak Brussel heeft als voorouder Jan van Relegem Junior, Amman van de stad
Brussel. Zijn vader de geëerde
kapitein, stierf op het slagveld te Basweiler in 1424.
Hij liet echter een bastaardzoon na, Walewijn van Relegem, die
in 1418 huwde met Maria van der Meeren, waaruit afstammelingen.
De Van Relegems, eigenaars van het huis "de Croen"
te Zemst moeten zeker als zijn afstammelingen aanzien worden.
Ze worden in Zemst vernoemd in de 15de eeuw. Het is in Zemst dat in de XVde eeuw het
kasteel van de Heer van Relegem zijn torens ten hemel richtte.
Dit was het verblijf van Jan van Relegem, zoon van Geeraert
van Relegem, Amman van de stad Brussel.
Hij sneuvelde samen met Wencelas van Luxemburg in de slag van Basweiler.
De eerste bezitter van het kasteel van Zemst was Hendrik van Ophem. De eerste eigenaars van het dorp Relegem
waren trouwens verwanten van de familie van Ophem. Het kasteel werd ook eigendom van Jan van Carondelet, kanselier
van Bourgogne en van Phillip van Harelbeke.
Momenteel is het kasteel eigendom van de familie 't Kind de Rodebeke.
Door vernieling en wederopbouw van het kasteel is het karakter van een
oninneembare vesting verloren gegaan.
De fotokopie van het kasteel in 1694 heb ik gekregen van de echtgenote van
dhr. Michel Relecom, directeur van Unibra te Brussel, en werd genomen uit het
boek "Les environs de Bruxelles". Het komt oorspronkelijk uit
"mobilium Brabantiae, coenobiaque celebrioza, Leyde 1699 p. 70. Le Roy, Castella et
Praetoria".
Het is trouwens deze
familie die opdracht gaf aan Dr. B.W. Van Schijndel, om de stamboom van de naam
Relecom op te zoeken. Deze stamboom was
op sommige punten wat onvolledig en bevatte enkele onjuistheden, doch hij
bevatte een schat aan informatie.
Nogmaals mijn oprechte dank.
We
kunnen met volledige zekerheid zeggen dat het hier om het kasteel van Zemst
gaat.
Dat blijkt duidelijk uit de omschrijving van Van Schijndel wat betreft de
slotpoort en de hoge ronde toren met uitkijkvensters. Van hieruit zagen de wachters de vijand naderen en had men een
uitzicht tot aan de poorten van Mechelen
Zijn vierkante slottoren steunde op een hoofdgebouw, dat
nauwelijks verlicht werd langs de smalle schietgaten. Het slot was slechts toegankelijk langs een ophaalbrug en een
grote poort was als het ware vervat in een spitsboog. Het geheel had het uitzicht van een indrukwekkende vesting.
De inwoners van dorpen leefden onder voortdurende spanning en
bedreiging. Men was genoodzaakt
woonplaatsen te versterken en met grachten te omgeven, om in tijden van geweld
een veilig onderkomen te vinden.
Het meest illustere geslacht dat het kasteel Relegem bewoonde
was de familie Carondolet. Ze kwamen in
Zemst wonen rond 1450.
Sire de Maulde, alias Paul de Carondolet, werd op het kasteel
geboren als zoon van Paul 1 de Cardolet in 1551.
Ferry de Cordolet was gedurende zijn hele leven Heer van Relegem, als
zevende zoon van Jean de Carondolet.
Het praalgraf van Jean de Carondolet, later bisschop, is te
bewonderen in de Kathedraal te Brugge.
("De Semse nummer 3" van Roger Van Kerckhoven en "Het
kasteel van Relegem" door Marc
Alcide)
Zo ervaren we dat er op het grondgebied Zemst in de loop der
tijden maar liefst 16 kastelen werden gebouwd ("nieuw Zemstenaar" van
André Ver Elst):
1. The
Relegem castle 11. Het Schans
2. Malfiante 12. Heetvelde
3. Village castle Hofstade13. Impel De Mot
4. Muizenhoek 14. Het Kattenhuis
5. Ambroos 15. Wolfslinde
6. Carpentier 16. Linterpoorten
7. Ter Borght
8. Het Slotje
9. Het Steen
10. Nederghem
Over het volk dat uitweek naar Zemst schrijft Dr. Spelkens in
"Intermédiaire", 1961, op blz. 216 het volgende:
"C'est sans doute que descent la famille de Zemst, dont on peut
actuellement lire le nom au cimétiaire de cette commune. Existe-t-il une généalogie de cette famille
permettant de le rattacher a l'ancienne famille féodale de ce nom?" (Het is zonder twijfel dat de familie van Zemst afstamt,
waarvan we tegenwoordig de naam kunnen terugvinden op het kerkhof van deze
gemeente. Bestaat er een stamboom van
deze familie die toelaat haar te verbinden met de oude feodale familie die deze
naam droeg?)
Dr. Spelkens verwijst hier duidelijk naar Antonetta Van
Releghem, geboren op 18/09/1841 te Zemst en gehuwd met Joannes Theodorus De
Keyser op 30/08/1865. Ze is op
18/05/1928 te Zemst overleden en heeft geen kinderen nagelaten.
Dit is zonder enige twijfel een doodlopende tak van de familie Van Releghem.
Sommige inwoners van Zemst en omliggende dorpen werden poorter
van de stad Mechelen. Zo werd o.a. een
Jan Van Releghem, zoon van Henricus, "Cleedmacker te Zempse", poorter
van Mechelen op 14/08/1466 (1/57). Gielis Van Releghem, zoon van Michael
Coperslager te Eppegem, werd poorter van Mechelen op 10/02/1466 (1/55).
Anderen verhuisden naar Vilvoorde. Van deze laatsten zijn de families uit Antwerpen en Brussel zeker
de afstammelingen.
Vilvoorde telde in het jaar 1574 ongeveer 1400 inwoners. Dat aantal liep echter zo sterk terug, dat
er in 1598 (de periode dat velen van onze voorouders er leefden) nog slechts
300 inwoners waren.
In 1672 waren er volgens de burgelijke stand dan weer 1687 inwoners (steeds
volgens A. Wauters in "Les environs de Bruxelles Livre nr 6-B").
Waren epidemieën misschien de reden voor deze verschillen?
Als er in 1598 maar 300 inwoners waren en er werden in die periode (van
1600 tot 1700) ongeveer 70 naamgenoten geboren, dan mogen we hier van een zeer
sterke concentratie van onze familienaam spreken.
Bij diegenen die uitweken naar Zemst en burger werden van Mechelen, zien we
eigelijk maar weinig naamsverandering optreden. Het blijft beperkt tot: "Van Relegheem", "Van
Relegeem" of "Van Rellegeem".
Op het einde van de 17de en in de 18de eeuw zien we de namen
"Relecom" en "Van Relecom", "Relegem" en
"Van Relegem" gemengd voorkomen.
Ik stel vast dat de familienamen van dezelfde personen
gewijzigd zijn bij verschillende gebeurtenissen (bv. doop, huwelijk of
overlijden).
Het neerschrijven van een naam afgaande op het gehoor kan soms
verschillend geïnterpreteerd worden: namen kunnen onduidelijk uitgesproken
worden, er waren priesters die goed en minder goed konden schrijven, in welke
toestand kwam de vader het kind aangeven, enz.
Allemaal redenen die hierbij een rol kunnen gespeeld hebben.
Walewijn Van Relegem woonde te Borsbeek in de XIVde eeuw en
vele van zijn nakomelingen vestigden zich te Antwerpen.
Ik vond o.a. een Roeland Van Relegem die op 15/05/1433
"goutsmit" was te Antwerpen (Historische nota's van De Burbure, deel
111, blz. 5).
Ook een huwelijksakte van Adriaan Van Bevernaige met Maaike
Van Relegem in de Sint-Jacobskerk te Antwerpen op 25/05/1589 (film MFM nr.
296.288, stadsarchief Antwerpen).
Rond het einde van de XVde eeuw zien we dat de naam Van
Relegem verdwijnt uit de archieven van Borsbeek en ook uit die van de stad
Antwerpen.
Het dorp Relegem had vroeger zijn persoonlijke beoordeling bij
de verdeling van hulp en geldelijke steun, en op dat vlak waren er tussen de
bewoners en deze van Wemmel nogal wat betwistingen.
De inwoners van Wemmel zegden o.a. dat Relegem slechts één schepen nodig had,
die dan deel uitmaakte van het schepencollege van Wemmel. De inwoners van Relegem aanvaardden dat
echter niet.
De gemeenschap leed erg onder de oorlog in het jaar 1489. In dat verband kreeg Relegem een
vermindering van 52 sous op het aandeel van de hulpverlening in 1490.
De eerste Heren Van Relegem wiens namen in de oorkonden zijn
bewaard gebleven, zijn de Radelghems en de Reedelghems.
Ywein Van Radelghem had twee zonen: Geeraert en Daneel.
Daneel 2 Van Reedelghem (1295) zijn zuster Beatrijs en dochter
Margaretha. Ywein van Radelghem was
zeer waarschijnlijk de broer van Wouter Van Wamble (Wemmel) en de schoonbroer
van Willem Van Ophem.
De kleinzoon van Ywein Van Radelghem, Daneel Van Reedelghem genaamd, wordt
vermeld in een charter van 1278 in verband met de afstand van gronden aan de
abdij van Afflighem.
Ywein en Wouter (Walter) komen in 1198 op als getuigen (in de
hoedanigheid van oom) bij de gift van een bunder vrij eigen grond gelegen te
Zellik en gedaan aan de abdij van Afflighem, door Americ, Adam, Wouter en
Paridaen, zonen van wijlen Willem Van Ophem.
Diezelfde Ywein is waarschijnlijk gehuwd met een dochter van
een adellijke familie uit het land van Stijne (latijnsboek of boek van de
leenmannen van Hertog Jan III).
Hier wordt vermeld dat Daneel Van Redelghem gronden gelegen te Ekeren, bij
de Schelde, overmaakt aan de Antwerpenaar Willem Bernecolve.
Eveneens wordt een land gelegen te Alshout bij Austruweel
overgedragen aan Willem Van Eeckhoven van Antwerpen.
In de akten van het einde van de 12de eeuw vinden we de naam
van een andere ridder, Daniel Van Reedelghem, namelijk in 1295, 1296, 1301 en
1356.
(Archief van de openbare onderstand, Brussel ter kisten B 1455)
In 1295 belooft Daneel jaarlijks op kerstdag een cijns te
betalen ten voordele van de Heilige Geest tafel van Sint-Goedele te
Brussel. (ibid. cartularium v.d.
Heilige Geest folio 4 r°)
In 1296 erkent hij een jaarlijkse rente te moeten betalen aan
de abdij van Groot Bijgaarden. (folio 3
r°)
In 1301 schenkt hij aan de voorgenoemde Heilige Geest tafel
drie dagwant beemt gelegen te Radelghem en te Ham. (Cart. v.d. H. Geest, St-Goedele B folio 4 r°)
Daneel Van Reedelghem's enige dochter Margaretha Van
Reedelghem huwt met Jan Van Schoonhoven.
(Heerdij bij Aarschot)
Die had uit zijn huwelijk met Margaretha Van Lille (bij Berg)
een zoon, ook Jan Van Schoonhoven genaamd.
(C.
Butgens; trophees du Brabant II suppl. blz. 41)
Margaretha was reeds
weduwe in 1339.
Daarna huwde Margaretha (dame van Empel en Meerwijck) met
Phillipe Van Waver, bijgenaamd De Jager (zoon van Jan Meeuwen, Heer van Waveren
en Donckelberghe).
(zie C. Butkens, trophées du Brabant, généalogies Wavre - Dongeberg)
Ze bracht door haar huwelijk de heerlijkheid Relegem met huis,
gronden, vennen, cijnzen, lenen, enz. aan Phillipe Van Waveren.
De twee echtgenoten hadden een geschil met Jan Van Schoonhoven over door
Sir Hugo Van Goudenberghe en zijn echtgenote verwaarloosde eigendommen.
Op 29 en 30 mei 1340 registreerden de schepenen van Brussel een
overeenkomst tussen Jan Van Schoonhoven en zijn stiefmoeder Margriet Van
Reedelghem, betreffende de nalatenschap van zijn grootmoeder Maria Van
Goudenberghe (uit "les anales de la société d'archives de Bruxelles"
tomus 41 blz. 85)
Ze onderwierpen zich aan de arbitrage van Willem, Heer van
Waveren, Willem Van Pipenpoy, en Pasteel Van Aarschot, die zich uitspraken in
het voordeel van Ridder Van Schoonhoven, en dit op dinsdag na Hemelvaart 1339
(volgens A. Wauters uit "Les environs de Bruxelles").
Op 2 juli 1369 werd, in tegenwoordigheid van de schepenen van
Brussel, door Margaretha Philips en hun zoon Jan Van Gaveren beloofd, al hun
goederen te Relegem over te maken aan Laurentius Van Liedekerke, mandataris van
de Burggraaf van Brussel, Jan Van Bouchout.
(volgens Spechtboek folio 44 V°)
"Jan Van Bouchout 't goit te Raidelghem dat hi cocht jegen vrouwen
Margrieten, dochter Heren Daniels Van Raidelghem, wijf heren Philips Van
Waveren."
Tenslotte op 15/09/1369 stonden Margriet, Philips en hun zoon,
ten voordele van Jan Van Redelghem, zoon van Geeraert Van Redelghem, al hun
rechten af op de goederen van Ympele en Meerwijck.
De Heer Jan Van Bouchout liet Relegem over aan zijn zoon Lonys
Van Bouchout.
Die was knecht en opperkeldermeester (bottelier) van de Hertogin
Joanna, die hem zelf het ambt gaf van wagenmeester en van allerlei taken die
aan godshuizen, kloosters, en kloosterhoeven verbonden waren. (Brabantse Yeesten 2 blz. 726)
Jan Van Bouchout de laatste "Van Crainhem" gehuwd
met Joanna Van Hellebeke, die hem echter geen kinderen schonk.
In 1371 voerde hij de Brusselaars aan in de slag van Basweiler. Hij liet ettelijke bastaards na, waaronder:
Lonys Van Bouchout, aan wie hij Relegem schonk.
Geeraert Van Bouchout, Heer van Raemdonck (ontving 't hof ten Bossche te
Raemdonck).
Gertrude Van Bouchout.
Jan Van Bouchout, die te Meise woonde.
Laureis Van Bouchout, deken van Sint-Goedele.
Gielis Van Bouchout, die een dochter huwde van Gielis De Busco (Van Den
Bossche).
Catharina Van Bouchout, kloosterzuster te Oudergem.
Elisabeth van Bouchout, kloosterzuster te Leliëndal bij Mechelen.
Vermits kloosters geen mannen leverden voor de strijd, moesten
zij zorgen voor vervoerwagens en voor het proviand. Ze moesten ook aan de aanvoerders van de troepen gastvrijheid schenken,
en daarover was het dat Lonys toezicht moest houden.
Lonys van Bouchout huwde Elisabeth Boote, dochter van Amauric
Boote, een rijke Brusselaar die als handelaar fortuin had gemaakt.
Amaury kocht o.a. 160 bunders grond te Sterrebeek waarop hij
een kasteel bouwde, het slot van Sterrebeek.
(uit Stootboek)
Hij werd eigenaar van het kasteel Horst te Sint-Pieters-Rode en van de
Heerdij van Loupogne.
Zo kocht Boote o.m. ook een versterkt slotje of Klein
Kasteeltje genoemd. Dat werd later een
kazerne, en is bij velen onder ons nog bekend in verband met hun legerdienst.
Hij was ook een dapper strijder en steeds bereid om zijn vorst te
verdedigen.
In 1356 werd hij door de Mechelaars gevangen genomen. (Valerius Mechelse kronijcke blz. 140)
In 1371 nam hij deel aan de slag van Buerenfosse te
Basweiler. Hij stond aan het hoofd van
een belangrijke rot.
Samen met zijn vorst werd hij gevangen genomen en daarom kreeg
hij van Wencelijn in 1374 een vergoeding voor de geleden schade. In 1386, op 70-jarige leeftijd, nam hij nog
deel aan het Beleg Van Gaveren.
Hij was gehuwd met een dochter van Jan Van Gaveren en bezat in
Brussel een mooi Herenhuis, het huis van Gaveren dat gelegen was naast het huis
van Serclaes en naast de Sint-Goedelekerk.
Na zijn dood op 03/07/1391 werd zijn huis verkocht om zijn
schulden te betalen, en op 3 augustus van datzelfde jaar toegewezen aan de heer
Jan Van Ophem. (A. Wauters; "Les environs de Bruxelles
III" blz. 214)
Lonys komt op 9 oktober 1405 voor in een akte van verdeling
voor de schepenen van Leuven, als erfgenaam van Amaury, en Relegem ging over
aan de afstammelingen van haar oom, ook Jan Van Bouchout, Heer van Humbeek en
gehuwd met Elisabeth, dochter van Gislebert Taye van Elewijt.
Volgens Gelre droeg Lonys als wapenschild: Zilver met een
kruis van keel, barensteel van Sinopel, met boven een ruit van goud.
Lonys stierf zonder nakomelingen en zijn vermogen ging terug
naar de Heren Van Bouchout.
Daniel Van Bouchout was gehuwd met Elisabeth, dochter van Walter Eggloy, een
patricier van Brussel.
Daniel V was Heer van Humbeek, Loenhout, Bouchout, Diepensteyn, Steenhuffel
en Relegem. Hij was van 1415 tot 1425
Burggraaf van Brussel.
De dochter van Daniel V, Joanna, huwde met Jan, Heer van
Wezemaal en Falleys.
Hun zeven kinderen stierven vroegtijdig en Relegem ging in
1447, bij gemis aan nakomelingen, naar een kozijn, Daniel VI, broer van Daniel
V, Heer van Diepensteyn en Cutsegem te Berg.
De nieuwe landheer Daniel VI was gehuwd met Margaretha Van
Poucke. Hij sneuvelde in januari 1456
te Montlery bij Parijs in de oorlog van Karel De stoute, Hertog van Bourgondië.
Reeds daarvoor had hij Relegem overgemaakt aan zijn broer Jan
Van Bouchout, echtgenoot van Joanna Van Vianen, vrouwe Beversweert.
Ook Margaretha, de zuster van Jan van Bouchout, gehuwd met
Ridder Willem Van Duvervoorde, Heer Van Drongen, stierf kinderloos.
Verhef van 09/07/1466
Jan Van Bouchout die de Heerlijkheid van zijn broer had verkregen, verkocht
Relegem aan Robert Cottereau.
Verhef van 22/09/1500
Verhef van 20/09/1529
Na Jan Cottereau kwam de Heerlijkheid in handen van zijn oudste zoon
Michael Cottereau, en vermits deze laatste geen nakomelingen had, deelden zijn
broer Jan, Heer van Wydoe, en Willem, ieder met de helft.
Verhef van 03/05/1522
Verhef van 20/06/1506
Willen Van Cottereau stierf ook zonder kinderen en Relegem werd terug een
leengoed onder Jan Van Cottereau, dit krachtens de gepatenteerde brieven van
Karel V, gegeven op 10/04/1529. Sedert dan bleef Relegem aangehecht bij de
baronie van Assche.
In 1456, bij de slag van Montlery, ziende dat Karel de Stoute
zich in groot gevaar bevond, komt Robert Cottereau hem ontzetten, op die manier
zijn leven redden, of hem tenminste voor gevangenschap behoeden.
Jan van Cottereau was geneesheer van Philip de Goede, gehuwd
met Joanna Bayart.
Hij werd door de vorst in de adel opgenomen als Heer van Puissieux en
Tournelles (bij Atrecht, Frankrijk).
De familie was niet van hoge adel, maar door het wapenfeit van
Robert verwierf de familie veel faam, en liet toe verwant te worden met de
belangrijkste families van het land.
Robert Cottereau bestelde wandtapijten waarop zijn wapenfeit was
voorgesteld, met in de vier hoeken de wapens van Cottereau, de Damartins, de
Bayarts en de Besançons.
Als wapen droeg de familie: in lazuren veld, een zilveren
keeper vergezeld van drie hanen, gesnaveld en gekamt van keel, 2 in het hoofd
en 1 in de punt.
Robert huwde met Margaretha Hendrix, zuster van Gossuin, abt
van Afflighem van 10/01/1457 tot 25/04/1494.
Hun huwelijk werd gezegend met 6 kinderen:
Adolf, kloosterling te Scheut.
Jan, geboren in 1460 te Puissieux (Frankrijk).
Philips, bewaarder der Keuren in Brabant.
Leendert, Raadsheer van Brabant.
Karel, Schatbewaarder OLV kapittel te Antwerpen.
En een dochter die gehuwd was met Hendrik Van Schoonhoven.
Na de dood van Margaretha in 1494 te Relegem, huwde Robert
Cottereau met Margaritha Licques.
Verhef van 09/07/1466
In 1466 verkocht Robert De Cottereau de Heerlijkheid Relegem aan Jan van
Bouchout. Hij stierf in 1500 en werd
begraven in de Kartuizerkerk te Scheut.
Het huis Relegem, in de parochie van Wemmel, met 39 bonniers
gronden, 9 tot 10 bonniers weiden, 2 bonniers vennen, met cijnzen ter waarde
van 15 florijnen, met leenrechten te Zellik en Ganshoren, enz., vormde een zeer
belangrijk leen in het Hertogdom Brabant, dat leendienst moest verlenen met
twee strijders te paard en een te voet.
Het kasteel van Relegem bestaat niet meer, en de hoeve die er
toe behoorde is verkocht met 59 bonniers gronden in 1826. Het eigendom behoorde aan de erfgenamen van
Dokter Caroly.
De gezworen mannen van leen, van Relegem, bedienden zich tot
in 1439 van de stempel van Jette. Deze
vertoonde OLV met het goddelijk kind, staande onder een hemel met aan de
linkerzijde een helmstuk en aan de rechterzijde het wapen van Bourgondië, en
als randschrift "sigillum scabinorum ville Jette".
Later
kregen ze een eigen stempel, voorstellende de Heilige Joannes met een lam onder
de rechterarm en in de linkerhand een wapenschild met de wapens van Cottereau.
Links ziet u de stempel die gebruikt werd in de jaren 1478, 1487 en 1490.
Men volgde een beetje de gewoonten van Ukkel. In Relegem was er nog een tweede gerechtshof
appelerend aan dat van Ukkel. Het had
zijn origine eigelijk te danken aan een oude verdeling van de Heerlijkheid.
Margaretha en haar echtgenoot Philips Van Waveren verkochten
als vrijgoederen aan Rasse van Herzele: 26 bunders land en daarbij het recht
van vierden schoof (dit is een vierde der tienden) op 32 andere bunders.
De hoeve die op dit landgoed stond ontving de benaming
"rasselhof", naar de voornaam van de eerste bezitters, want
"Rasse" of "Rasso" was de naam die bij de Van Herzeles
overging van vader op eerstgeborene.
Renaat Van Herzele erft Relegem van
een grootouder, en hecht het terug aan bij het Hertogdom. (1403-1404)
Verhef van 04/06/1442
Willem Van Bakeren (genaamd "Couke") kocht Relegem van Jan
Gruwels.
Verhef van 22/11/1442
Hij schonk het aan Victor Van Bakeren.
Het werd verbeurd verklaard door koning Maximiliaan die het aan Hendrik Vandennieuwehove
schonk op 24/08/ 1488.
Verhef van 20/10/1509
Jan, zoon van Victor Van Bakeren, kannunik van Anderlecht, deed afstand ten
voordele van meester Crickengys.
Verhef van 25/03/1531-32
Wiens dochter Catharina, echtgenote van Jacobus Taye, en Barbara,
echtgenote van Petrus Boisot, het op hun beurt verwierven.
Verhef van 13/01/1552-53
Robert, zoon van Jacobus Taye, werd daarna eigenaar en liet Relegem over
aan zijn broers en zusters: Jacobus Heer van Coyck, Adrianus Heer van Wemmel,
Anna en Catharina.
Verhef van 07/08/1561
Heer Jan Cottereau voegde bij besluit van 31/10/1559 nog 142 ponden toe,
met hooggerecht, dominale cijnzen, enz.
Alles zou aan zijn kinderen blijven tot 1609.
Verhef van 07/03/1608
Deze laatste huwde met Marc De Grijse, en hun kleinkinderen de Heren
Antonis en Englebert herwaardeerden deze leenroerigheid.
Verhef van 14/09/1557
De Rekenkamer gaf de toestemming aan maalder Jan Segers en zijn echtgenote
Catharina Vuyterlicht om de molen van Relegem te bouwen.
De molen kwam vlak bij de weg van Dillighem naar Brussel. Men noemde de plaats "den Bossempt ter
windmolenstad, boven 't valveken".
Verhef van 12/01/1635
Antonius is ondertussen ridder geslagen bij decreet van 31/07/1626. Hij werd raadsheer van Brabant, en nam
contractueel voor een som van 2000 florijnen het hooggerechtshof van Relegem.
Verhef van 29/01/1639
Zijn broer Engelbert volgde hem op, hij had als erfgenaam zijn neef Petrus
van Geysel, zoon van Joannes Jacobus de Vocht, Heer van Zonnebeke, en Anna de
Grijse.
Verhef van 30/10/1651
Enige tijd later, op 18/03/1644 liet het hooggerechtshof Relegem verkopen
aan Baron Van Bouchout, die er een som van 3000 florijnen aan toevoegde, en het
verkocht aan Kinschot de Jette.
Op 06/11/1690 hypotekeerde Engelbert De Grijse, in zijn naam en in die van
zijn vader, alle goederen te Relegem.
Ze bestonden uit een Herenhuis opgetrokken in steen, schuren en
gebouwen, 63 bunders gronden, en met deze verklaarde aan deze garantie toe te
voegen, ter vervanging van de afgebrande schuren en gebouwen, de nieuwe
gebouwen van het kasteel te Marche.
Verhef van 24/03/1722
Engelbert De Grijse volgde zijn vader veel later op.
Verhef van 25/01/1723
Als opvolger had hij zijn broer Joannes Baptiste, Heer van Fontanelle.
Verhef van 15/09/1745
Daarna volgt zijn nicht Marie Josephine Van Riffart.
Het landgoed werd blijkbaar ook nog eigendom van Barones d'Ittre, van Baron
Van Attenrode, en Van Doorslaar.
Gérard van Doorslaar, burgemeester en armenmeester van
Relegem, huwde met met Marie Louwens. Hij
stierf op 29/01/1727 en Guillielmus Van Doorslaar, ook burgemeester en gehuwd
met Joanna Virginie De Cock, is gestorven op 15/03/1899.
Ze liggen beiden begraven in de kerk van Relegem.
Balthazar De Villegas erfde van zijn moeder, gravin Anna Françoise Kinschot,
in 1721 de Heerlijkheden van Ganshoren, Hamme, Relegem, Bever, enz.
Op deze wijze werden de titels van graaf van Sint-Pieter Jette en baron Van
Rivieren geherwaardeerd.
En zo bleef de Heerlijkheid Relegem aangehecht aan het huis
van Villegas tot aan de Franse Revolutie.
Homepage NL Homepage
FR Homepage UK