![]() |
|
Werktuigen
zijn attributen die heksen gebruiken bij hun rituelen, maar zeker
niet noodzakelijke. Ze vormen een verlengstuk van jezelf en kunnen je
extra krachten en zelfvertrouwen geven of gewoon leuk zijn om te hebben
en te gebruiken. Je moet zo zelf wat aanvoelen hoe jij ertegenover
staat. Je kan tegenwoordig al heel wat werktuigen kopen maar het beste
is nog altijd dat je ze zelf maakt, zo zit ook jouw energie erin.
Alvorens nieuwe werktuigen te gebruiken zuiver je ze best met bv water
en zout, met wierook, door ze door vuur te halen, er een pentagram over
maken, het bij volle maan in het maanlicht leggen, het voorwerp
gedurende enige tijd in de aarde te begraven. Hierna een korte
toelichting waarvoor ze gebruikt te worden. HET
ALTAAR Het
altaar is de gewijde plaats van ontmoeting tussen de geestelijke sfeer
en de materiële wereld. Hier doordringen de werelden elkaar en vindt er
een uitwisseling van krachten plaats. Het woord “altaar” komt van
het Latijnse altus ara, wat offertafel betekent. Op altaren werd
oorspronkelijk aan de goden, de natuurgodheden en krachten van een
hogere orde geofferd om hen te eren, mild te stemmen, met hen in
verbinding te treden… Daartoe werd het offer gewijd en op het altaar
volgens een bepaalde rite aangeboden. Altaren
zijn bij de meeste culturen en volken aan te treffen. Vaak waren het
geschikte stenen platen in de natuur op bepaalde krachtplaatsen. Deze
altaren waren vaak op de stand van de zon georiënteerd, zodat in
bepaalde seizoenen de eerste of de laatste zonnestraal die op het altaar
viel, een ritueel inleidde. In
tempels, kloosters en kerken bevond zich het altaar meestal binnen het
heiligdom, dat alleen door de priesters mocht worden betreden. Bij
bepaalde gelegenheden werden altaren versierd met bloemen, kaarsen
brandbare reukwerken, magische en rituele voorwerpen, beeldjes, spijzen,
elementen en afbeeldingen. Ze waren op een traditionele manier voor de
ceremonie gerangschikt om de krachten te bundelen en ze op de juiste
manier te activeren. Bij sjamanen, heelmeesters, heksen, druïden,
mensen met een religieuze of spirituele achtergrond, in spirituele en
religieuze gemeenschappen, bij mensen die nauw samenwerken met de
geesteswerelden, zijn altaren aan te treffen met magisch-rituele
voorwerpen die bij de geestelijke activiteit worden gebruikt. Het altaar
is als een poort naar de wereld van de geest. Daarop worden de krachten
geconcentreerd en gebundeld en speciale energieën geactiveerd, die
bijdragen aan het magische resultaat. Van hieruit werken de krachten en
ondersteunen ze de mens die hen dient. Als
men de kaarsen aansteekt, reukwerken brandt, voorwerpen op het altaar
wijdt en zegent – bv. Dranken, spijzen en werktuigen die voor een
bepaalde taak nodig zijn - , gebeden spreekt, wordt er contact met de
geestelijke werelden gelegd. De krachten, die vaak in symbolische vorm
op het altaar vertegenwoordigd zijn, beginnen daardoor te werken en
worden tijdens het hele ritueel in stand gehouden. Een
altaar in de woning dient voor het aanroepen, activeren en oriënteren
van bepaalde krachten. Een altaar in een vertrek is het lichtkanaal naar
andere rijken, de plaatsen waar we in verbinding kunnen treden met
wezens die ons ondersteunen en ons kracht geven. Het altaar is een
plaats van zegening en wijding, een plaats waar we inspiratie en leiding
vinden. Hier herinneren we ons de geestelijke wereld, die ons te allen
tijde bij al onze voornemens ondersteunt, als we hen erom vragen en hun
krachten in ons leven roepen door bv. een kaars op ons altaar aan te
steken. Altaren
geven het goddelijke een ruimte, bieden heilige voorwerpen met een
bijzondere betekenis een passende plaats. Ze bevorderen de meditatie,
waardoor we actuele processen kunnen ondersteunen. Ze helpen bepaalde
krachten te roepen en te prijzen. Op een altaar kunnen we aan het
Goddelijke offeren. Ze zijn een plaats waarop we kracht krijgen en ons
weer kunnen oriënteren, waar onze ziel zich kan sterken. Op een altaar
kunnen we voorwerpen, spijzen en dranken wijden. In hun omgeving kunnen
we geestelijke krachten activeren. Bij rituelen krijgen we er leiding en
inspiratie. Ze houden krachten en energieën een tijdlang in het licht,
zodat ze zich kunnen opladen en in het leven kunnen verwezenlijken.
BANDEN,
DRADEN, SNOEREN, TOUWEN, KOORDEN Banden
symboliseren de verbinding, de saamhorigheid, het verband en zijn vaak
bij het element lucht ingedeeld. Linten spelen in veel tradities een
belangrijke rol – vaak ook in de vorm van draden, snoeren, touwen en
koorden. Ze dienen goede geesten aan te trekken en boze geesten en
wezens op afstand te houden. In verschillende kleuren en in combinatie
met verschillende symbolen kunnen ze uiteenlopende betekenissen hebben.
Zo worden linten met goede wensen bv. in bomen opgehangen, die als
woonplaats van feeën worden beschouwd, in de hoop dat de wensen worden
verhoord. Bij sommige huwelijksceremoniën krijgt het bruidspaar een
lint om de handen die ze elkaar hebben gereikt, als symbool van de
nieuwe banden die nu worden gevormd. Linten worden doorgeknipt als
symbolische daad van overgave van een gebouw of straat aan de
openbaarheid. Linten worden bij bepaalde ceremoniën en rituelen
omgedaan of verleend, bv. ordelinten. Ze beschermen ons, onderscheiden
ons, verduidelijken en benadrukken. Er
zijn haarbanden, hoofdbanden, halsbanden, bovenarmbanden, armbanden,
gordels, voetbanden… Deze op verschillende plaatsen gedragen banden
verbeelden de overeenkomstige krachtcentra van het lichaam. De
fijnstoffelijke in- en uitgangen worden door de banden ondersteund,
geactiveerd en gefocust. Draden zijn
fijner gesponnen. Ze hebben een andere betekenis. Er zijn levensdraden,
de rode draad die ergens doorheen loop, de noodlotsdraad, die men spint,
laat vallen en weer opneemt. Waar we ook zijn en wat we ook doen, we
laten een fijne lichtdraad achter. Hoe vaker we op een plaats zijn, des
te intenser gaan we met mensen om, des te dikker en steviger wordt de
draad. We kunnen ook verstrikt raken in ons zelfgeknoopte net, niet van
een kwestie loskomen omdat we erin verstrikt zijn. Draden
horen meer bij de vrouwelijke magisch-rituele traditie, waartoe ook het
weven, spinnen, breien, naaien en stoppen horen. Het weven van de
levensdraad geschiedt onopvallend, ongemerkt, aan de rand van het leven,
in het verborgene, in het donker, in stilte, in een geheim kamertje. De
geweven draad verbindt mensen, leidt hen en brengt hen bij elkaar. Als
de tijd rijp is, komen dingen en gebeurtenissen bij elkaar en neemt het
lot zijn loop. Visioenen worden ’s nachts gesponnen. Er loopt een rode
draad door verhalen, sprookjes en vertellingen die verbonden zijn met
oude wijsheden, levenswetten, met het zelf. Zo wordt het oude in het
nieuwe geweven en doorweven. We
kunnen ons uit het net van verstrikking losmaken, onze kracht
terugkrijgen. Maar dan worden we gemaand de volle verantwoordelijkheid
op ons te nemen voor alles wat in ons leven is gebeurd, de levensdraad
die we gelegd hebben te aanschouwen en de kracht geleidelijk naar ons
terug te halen. Met rituelen en ceremoniën scheppen we een vrije
ruimte. Er gaat een venster op de Andere Wereld open, we kunnen het
levenslot leren kennen, beschouwen, veranderen, opnieuw oriënteren en
ons met nieuwe krachten verbinden die ons versterken. Maak los en bind. Snoeren verbinden
ons met leven en dood. Bij onze geboorte wordt de navelstreng
doorgeknipt via welke we tot dan toe zijn verzorgd. Als we sterven,
wordt het zilveren snoer die het geestelijke lichaam met het fysieke
lichaam verbindt, doorgesneden. Touwen en koorden zijn
grover en steviger dan draden en banden. Ze kunnen ons verzorgen,
binden, verbinden, vasthouden, bijeenhouden, maar ook boeien, insnoeren,
onvrij maken. Touwen en koorden herinneren ons aan beloften, aan snoeren
die, als ze niet worden binnengehouden, valstrikken kunnen worden. Zo
was de stropdas bv. ooit het symbool van een geheime loge; als lus om de
hals moest hij de drager aan zijn beloften herinneren. Als hij de
beloften niet nakwam, werd de lus aangetrokken. Ze laten uiteindelijk allemaal saamhorigheid en de band binnen een groep beseffen. Ze verbeelden de rechten en plichten die door een verbinding ontstaan. Ze kunnen bij rituelen verbindingen tot stand brengen, nieuwe creëren en oude die geen nut meer hebben aflossen. Ze helpen krachtcentra te beschermen en op bijzondere wij te activeren. Ze zijn een teken van respect voor het element lucht, zijn offergaven aan de lucht. In overeenstemming met hun kleur belichamen ze bepaalde krachten; wit-rood-zwar staat bv. voor de drievoudige godin, zwart-rood-wit-geel voor de vier elementen, wit voor vrede, groen voor genezing, roze voor liefde. Ze helpen boze geesten op afstand te houden en goede geesten aan te trekken. Ze helpen het noodlot te sturen.
KLEDING Elk
kledingstuk heeft zeggingskracht, een symbolische waarde, die naast de
uitstraling is waar te nemen. Vaak kleden we ons onbewust en
onderstrepen of verhullen we onze uitstraling, datgene wat in ons werkt.
Kleding kan door kleur, vorm en snit kenbaar maken hoe een mens zich
voelt en wat hij in deze levensfase, op deze dag doormaakt. Kleding kan
beschermen, bedekken, tonen, stralen, reflecteren, verhogen, onthullen,
verhullen, openbaren, oriënteren, manipuleren, misleiden, veranderen,
camoufleren, betoveren. Zwarte kleding bv. is vaak een teken van
bescherming, afgrenzing en droefheid. Ze verbergt het licht, absorbeert
het, laat het niet naar buiten komen. Wit daarentegen is het teken van
licht. Het reflecteert en straalt het licht in de wereld. Onder kleding
vallen ondergoed, bovengoed, schoenen, handschoenen, hoofdbedekkingen,
sjaals en alles wat we op ons lichaam dragen en waarin we ons lichaam
hullen, zoals lappen en doeken. Ook in de dagelijkse werkelijkheid
dragen we bepaalde kleren voor bepaalde doelen. In een operatiekamer bv.
is beschermende kleding vereist – vaak heeft ze zelfs de kleur groen,
die bij genezing hoort. Als we bij een luchtvaartmaatschappij of in een
restaurant werken dragen we dienstkleding, die uitdrukt dat we bij dat
bedrijf in dienst zijn en dat we, zolang we die kleding dragen, ons
competent achten voor het bedrijf te werken. Bij bijzondere gelegenheden
wordt bijzondere kleding gedragen, bv bij bruiloften, begrafenissen en
feesten. Pastoors en priesters, monniken en nonnen dragen speciale
kleding als teken dat ze in dienst van het Goddelijke werken. Als
we een ritueel, spiritueel of magisch werk doen, is het een goed idee
ons in overeenstemming daarmee te kleden. Kleding kan namelijk een
handeling krachtig ondersteunen. We dienen dus aan te trekken wat onze
overtuigingskracht en ons zelfvertrouwen versterkt en onze invloed
vergroot. Bij het werken met gevaarlijke en duistere krachten kunnen we
ons beschermen met kleding die van passende symbolen is voorzien.
Daarmee kunnen we ons in andere werelden bewegen en transformeren zonder
schade op te lopen. Als we bepaalde kleding alleen voor speciale doelen
en bij bijzondere gelegenheden dragen, wordt ze opgeladen met de kracht
waarvoor ze wordt ingezet. Zodra we die kleding aantrekken, komen we
sneller in contact met die kracht en kunnen haar sneller opbouwen. Zo
kan kleding ons oriënteren, een krachtveld voor ons opbouwen en onze
concentratie enorm bevorderen. Bij een magische handeling gelden vaak
nauwkeurige voorschriften voor de kleding. Het rituele gewaad heeft
meestal een onderkleed met persoonlijke, magische symbolen die de drager
beschermen, oriënteren en sterker maken. Het bovenkleed dient weer ter
bescherming en is voorzien van passende tekens, maar vaak niet op
zichtbaar niveau. Er
zijn veel gevallen waarin duidelijk is waarvoor de kleding dient. Kleren
maken immers de man. Ze kenmerken krachten en energieën, en wie haar
sporen vol aandacht weet te lezen, kan veel over iemand te weten komen
zonder zich door het uiterlijk te laten beïnvloeden. Een magiër laat
zich niet misleiden , hij kijkt achter het masker, ziet de energieën en
het doel waarvoor ze gestuurd zijn. Hij kent de kracht die in een mens
werkt en door de kleding zichtbaar wordt gemaakt, maar ook de kracht
erachter. Kleding
omhult ons en verwarmt ons. Ze versterkt ons en onze krachten. Ze
beschermt ons en camoufleert ons. Ze helpt ons ten dienste te stellen
van een bepaalde kracht en deze op te roepen.
BESCHILDERING Beschilderingen
speelden en spelen een grote rol in vele culturen van alle tijden. Ze
dienen voor verandering, bescherming en het aanroepen van krachten. Ze
laten het lidmaatschap van een stam uitkomen, getuigen van de opname in
een bredere levenskring, bv in de kring van mannen, getuigen van een
initiatie, van het doorstaan van een moedproef. Verder helpen ze de
geesten en krachten van het geestelijke rijk te misleiden, ermee te
communiceren, zich met hogere krachten te verbinden. Bovendien laten ze
ons bepaalde krachten en verbindingen zichtbaar maken. Door de
beschilderingen van het lichaam bij bijzondere gelegenheden, zoals
oorlogsbeschildering, vruchtbaarheidstekens, kentekens op bepaalde
plekken van het lichaam, worden specifieke krachten geactiveerd. In het
oude Egypte had men een zwarte lijn om de ogen die de ogen moest
beschermen. Uit India kennen de we rode stip op het voorhoofd en de
hennatekeningen die bij bepaalde gelegenheden op handen en voeten worden
aangebracht; ze zijn een visuele uitdrukking van het lidmaatschap van
een kaste of een stam. Wereldwijd vinden we beschilderde lichamen bij
bijzondere feesten, zoals initiatiefeesten, dodenfeesten, jachtpartijen
of helingsceremoniën, bv bij de oorspronkelijke inwoners van Noord- en
Zuid-Amerika, geldt de beschildering als maatstaf voor het respect
binnen een groep; ze geeft informatie over de verdiensten en de krachten
van een man. De
oorsprong van tatoeëringen vindt men bij de bewoners van Polynesië,
het woord tatoeëring is afkomstig van het woord “tatau” dat zoveel
betekend als “wonden slaan”. Met naalden wordt er kleurstof onder de
huid aangebracht in een laag waaruit ze niet meer wordt weggespoeld. Op
die manier worden er patronen getekend die wapens en/of symbolen van
welstand en de vaardigheden van een mens weergeven. In Afrika komen
eveneens tatoeëringen voor; daar dienen ze voor de bescherming tegen
boze krachten en als afwerende magie. Lichaamsbeschilderingen zijn
daarnaast over de hele wereld aan te treffen bij opvoeringen van heilige
dansen en rituelen, in mysteriespelen en toneelkunst. Ook in de kunst
van het verleiden – zoals in de Kamasoetra, in de Japanse traditie van
de geisha, in de liefdeskunst in het algemeen – is de beschildering
van het lichaam bekend als manier om bepaalde plekken te benadrukken.
Vooral de kleur rood gold vaak al bijzonder waardevol en in alle
religies zijn daar onheil-afwerende en magisch-mystieke krachten aan
toegeschreven. Bij de Indiërs, Perzen, Babyloniërs, Syriërs,
Egyptenaren, Grieken en Joden dezelfde kleurstoffen, o.a. henna, voor
huidbeschilderingen aangetroffen. Ook nu nog is de beschildering van het
lichaam een levendige kunst, bv bij tattoos, het kleuren met henna, de
bodypainting, maskerades bij bepaalde feesten zoals Halloween en
carnaval, bij pantomime, in het theater, in het beroepsleven enz. Wie
zich schminkt, kent het effect. Het is alsof men een tweede gezicht
draagt, dat in het dagelijkse leven, in een zakelijke omgeving,
bescherming biedt en waarachter men zijn energie en zijn gevoelens kan
verbergen. In haar magisch-rituele vorm wordt de beschildering van het
lichaam net als vroeger toegepast om met bepaalde krachten in contact te
komen, ze in zich op te roepen, ze te versterken en zich ermee te
verbinden. Veel gebruikte tekens zijn het tekens zijn het teken van de
godin, de liggende halvemaan op het voorhoofd, de rode stip als derde
oog, maar ook de lijn rondom het oog. Beschildering vormt een kenmerk. Ze benadrukt bepaalde lichaamsgebieden, onderstreept ze, accentueert ze. Ze biedt bescherming. Ze helpt bepaalde krachten te activeren. Ze helpt ons bij het oriënteren. Zij camoufleert, misleidt, verandert. Ze verbindt ons met de krachten van het geestelijke rijk. Ze laat ons onze rol uitbreiden, zodat we beter in een andere rol kunnen overstappen.
BEZEMS De
bezem is een magisch-ritueel voorwerp, dat vroeger in de vrouwelijke
mysteriën een grote rol speelde. Daar werd hij bij geboorte-,
initiatie-, huwelijks- en doodsrituelen gebruikt om de oude krachten weg
te vegen, demonen op afstand te houden en de toegang tot nieuwe
ontwikkelingsfasen en cirkel te openen. Maar ook op het algemene vlak
had de bezem een functie die boven zijn dagelijks gebruik uitging. Met
de borstel naar boven voor de voordeur neergezet weerhield hij boze
geesten en ziektedemonen ervan het huis binnen te dringen. In dodenriten
werd na drie dagen de kamer schoongeveegd opdat het oude kon gaan en er
plaats kwam voor het nieuwe. In
Rome veegden de priesteressen van Hekate na elke geboorte op een
bepaalde manier de drempel van het huis om de duistere wezens die moeder
en kind in de eerste zes weken konden schaden, verre te houden en te
verwijderen. Hekate is de belichaming van de Drievoudige Godin, die over
het huwelijk waakt. Haar oorsprong ligt in de Egyptische godin Heket; ze
symboliseert de volledige ontplooide kracht van het vrouwelijke. Ook in
andere tempels was het gebruikelijk bij bepaalde riten de bezem in te
zetten. De bezemsteel gold als symbool van seksuele vereniging van de
mannelijke en vrouwelijke kracht in haar hoogste vorm, namelijk in de
vrouw, want vrouwen kunnen zowel meisjes als jongens in zich vormen en
baren. Daarom was het belangrijk beide krachten van de vrouw ritueel te
heiligen. Als symbool van vruchtbaarheid, van de bevruchting, werd de
rit op de bezemsteel bij feesten als Beltaine (1 mei) ritueel toegepast
om de natuur in elke vorm vruchtbaar te maken. Bij oude huwelijksriten
was de sprong over de bezemsteel gebruikelijk, die vereniging en
bevruchting symboliseerde. Toen het christendom zijn intrede deed en de
kerkelijke vertegenwoordigers de kracht van het vrouwelijke doelbewust
verzwakten, werd de bezem het vervoermiddel en kenmerk voor de heksen.
Huwelijksriten met vereniging ‘door de bezem’ werden ongeldig
verklaard. Van een vrouw die een buitenechtelijk kind ter wereld bracht,
zei men dat ze ‘over de bezem gesprongen’ was. Het magisch-rituele
gebruik van de bezem is enigszins in vergetelheid geraakt. Op de
vrolijke avond voor de bruiloft wordt hij nog door het aanstaande
bruidspaar gebruikt om de scherven van het oude servies op te ruimen.
Het rituele vegen door mannen en vrouwen activeert geen geringe kracht.
Integendeel, ze doet de energieën krachtig opwaaien om ze opnieuw te
vormen. Wat symbolisch en grondig in een ceremonie wordt gedaan, is ook
in het leven te zien. De bezem geld dan ook als werktuig van
scheppingskracht en persoonlijke macht op alle niveaus. In
mysteriespelen werd de tempel geveegd om hem gereed te maken voor de
intrede van de Hoogste. Vegen verduidelijkt de eeuwige verandering van
krachten. Bezems
verbeelden het schoonmaken op alle niveaus. Met de bezem kunnen we
dingen naar andere rijken vegen. Ze helpen een huis of een tempel schoon
te houden. Ze symboliseren scheppingskracht, zelfbestemming en
zelfvorming van de krachten en energieën in het leven. Ze helpen
demonen en duistere krachten te verwijderen en op afstand te houden. Met
de bezem kunnen we een feestzaal voor een ritueel reinigen en daarmee
voorbereiden en hem naderhand weer van alle opgeroepen krachten
bevrijden. Een bezem gemaakt van berkenhout staat voor reinheid,
essenhout voor bescherming, vlierhout voor magische bezigheden.
BUIDELS Buidels
werden meestal om de gordel gedragen en men deed er geld, kruiden,
tabak, medicijnen, orakelstenen en alles wat men dagelijks nodig had,
in. Er waren en zijn echter ook bijzondere buidels. Buidels waarin
heilige, magische en rituele voorwerpen werden bewaard. Vaak werden de
buidels speciaal voor een bepaald voorwerp gemaakt, met
beschermingssymbolen versierd en gezegend, opdat ze een veilige
omhulling vormden waarin het heiligste bewaard kon worden. Sommige
werden o een bijzondere manier vervaardigd en gewijd, zodat ze als
medicijn werkten in het energieveld van een mens, in zijn levenssituatie
van dat moment. Dan bevatten ze edelstenen, kruiden, zalven, druppels of
symbolen. Ze konden beschermen, helpen verdriet te overwinnen, krachten
in het leven blijvend veranderen of stabiliseren. Onze
voorouders geloofden dat alle dingen een geest, een eigen levenskracht
bezaten en dat alle krachten met elkaar verbonden waren. Elke steen, elk
dier, elke plant, elke plaats, elk mens had volgens hen een unieke
levensvonk in zich. Voorts waren ze ervan overtuigd dat elk leven
onderworpen is aan leiding. Als ze hun pad wilden volgen en hun kracht
wilden verzamelen, bundelen en helen, verzamelden ze in een buidel
dingen die op hun weg lagen en hun een bijzondere kracht gaven. Op die
manier sloegen ze de kracht op en bewaarden ze versterkende invloeden en
herinneringen die in tijd van nood, bij ziekte en beproevingen konden
worden geactiveerd door het dragen van de medicijnbuidel. Ook wij kunnen
dat doen. De voorwerpen in zo’n buidel zijn heel persoonlijk. In
momenten van stilte kunnen we ze tevoorschijn halen en bekijken. Af en
toe halen we het oude eruit en voegen er iets nieuws aan toe. Op die
manier kunnen we, waar we ons ook in het leven bevinden, kracht krijgen
en blijven we op de rechte weg. De
medicijnbundel van een indianenstam bevat een grotere kracht dan de
buidel van een individu. Hij wordt meestal van de ene sjamaan op de
andere doorgegeven, want met deze kracht moet men weten om te gaan. De
medicijnbundel wordt alleen bij heel bijzondere gelegenheden geopend en
het is een grote eer daarbij aanwezig te mogen zijn. Zo’n gelegenheid
is bv de zonnedans, als mensen bij zeer grote hitte zonder eten en
drinken drie dagen achter elkaar dansen. Daarbij biedt de bundel
spirituele ondersteuning. Voor en tijdens een grote helingsceremonie
dient hij om krachten te activeren en spirituele ondersteuning te
krijgen voor de behandeling, die meestal enkele uren duurt en waarin
veel mensen genezing, kracht en versterking kunnen ervaren. We kunnen er
spirituele medicijnen in bewaren. Met hun hulp kunnen we krachten
vernieuwen en nieuwe helende en ondersteunende krachten inweven. Ze
ondersteunen een heelmeester, versterken hem, zodat hij zijn energie in
stand kan houden, opdat hij met raad en daad wordt bijgestaan door de
wezens van de Andere Wereld.
|