|













 |
Over de spoorwegen van de kleine trein in
de Ardèche
Bij de
Ardèche denken we aan een wilde onstuimige natuur van bergen en diep
ingesneden ‘Gorges’ met loodrechte rotsen en kleine zandstrandjes. Een
paradijs voor kajakkers, rotsklimmers, wandelaars en mountainbikers.
Kleine afgedankte spoorwegen krijgen een nieuwe bestemming die ook
gewone fietsers al dan niet in gezinsverband toelaat deze ongerepte
natuur kan ontdekken.
Fietsen op
maatTijdens
een zoektocht naar fietsmogelijkheden in de Ardèche vallen we op een
fietsarrangement aangeboden door de reisorganisatie voor actieve reizen
Safran Tours. Een agentschap dat uitpakt met een waaier aan fietsreizen
maar ook met enkele wandel-, kano- en andere actieve reizen verdeelt
over Frankrijk. Zij organiseren meerdaagse tochten op maat van de
aanvrager. De Ardèche is ons bekend als een ruig landschap en wij zijn
dan ook verwonderd dat wij een arrangement aantreffen voor zowel
fietsende gezinnen als sportievere fietsers. De fietsroute heeft als
basis het gezinsparcours aangepast met extra lussen voor de meereisende
fietser. Het basispakket is daarbij aan te passen naar de noden van het
fietsgezelschap. Het fietsarrangement ‘Les anciennes voies du petit
train’ was het pilootarrangement van de reisorganisatie. Na meerdere
jaren zijn budgetten en subsidies vrijgemaakt om de volledige Voie Verte
door de vallei van de Eyrieux fietsvriendelijk te maken. Deze zomer zijn
de balustrades vernieuwd en weldra volgt de verbetering van het wegdek.
Via
internet nemen we contact met het agentschap. We melden dat we met de
TGV aanreizen naar Valence en dat we drie dagen willen fietsen. Enkele
weken later krijgen we per post een map toegestuurd met een routeboekje
en A4-kleurenkopies van stafkaarten met ingetekende route. Het
routeboekje is op naam en vermeldt praktische gegeven zoals
telefoonnummers voor technische assistentie onderweg in geval van pech
of nood, informatie over de verschillende moeilijkheidsniveaus van de
etappes en een handleiding om een band te plakken. Iedere etappe staat
volledig uitgeschreven inclusief kilometeraanduiding en hoogteprofiel.
Uiteraard ook informatie over de door hun gekozen overnachtingen.
Raadgevingen betreffende inkopen voor een picknick en informatie over
het transport naar de feitelijke vertrekplaats waar we nog op terug
komen.
Tournon-sur-Rhône
We
hebben onze treintickets al maanden op voorhand aangekocht waardoor we
van sterk gereduceerde prijzen genieten. Kijk je echt geduldig uit naar
aanbiedingen op de TGV, kan je met wat geluk promoties vinden aan € 25
of 50. Vanuit Brussel sporen we in minder dan vier uur naar Valence-TGV.
Een taxi is voor ons geregeld. De taximaatschappij ‘Payan’ waar Safran
mee samenwerkt bezit een taxibusje waar twee fietsen in kunnen, maar ook
een grote aanhangwagen waarop fietsenrekken gemonteerd zijn voor tien
fietsen. Natuurlijk kan je ook met de fiets naar Tournon-sur-Rhône dat
ongeveer 20 km verwijderd ligt. Kom je met de auto dan kan je deze aan €
4,50 in een garage van onze uitvalbasis het hotel Les Azalées, niet ver
van het station van Tournon.
Tournon-sur-Rhône is een oude vestingstad met smalle straatjes en een
voetgangerszone die toegankelijk is via de Portes des Mauves, slechts op
enkele stappen van ons hotel verwijderd. In het verlengde ligt de Rue du
Doux, tot in de 19de E een prestigieuze straat met
residenties voor de Bourgeoisie en de officieren van de toenmalige
garnizoenstad. Links en rechts liggen verborgen steegjes en pleintjes.
Één dezer zijdelings van gelegen pleintjes is opgevat als één grote
‘trompe l’oeil’ met muurschilderingen van de achter de gebouwen
verscholen heuvels en zogenaamde doorkijken op de wijnbergen.
Op een
rots langs de Rhône-oever ligt het 16de eeuwse kasteel, nu
een museum over de geschiedenis van de stad. Aan de hoofdweg op de kade
ligt de ene eetgelegenheid langs de andere. Een aanrader is de wijnbar
‘Carafes en Folie’, waar de jonge eigenaars naast het serveren van
heerlijke hoogkwalitatieve haast kunstzinnige maaltijden uitbundig
gepaste wijnen suggereren. Hier maken we kennis met de grands crus
wijnen van de Ardèche: de witte Condrieu, de rode wijnen Cornas en Saint
Joseph. De stad ligt tegen een steile wijnhelling waarin drie torens
liggen met op eentje een reuzengroot Mariabeeld. De GR42, deels
samenlopend met de Sentier des Tours, komt hier langs en klimt
naar een oriëntatietafel boven op de rotsen. Le Jardin d’Eden is de in
de helling verborgen tuin van het klooster van de Notre Dame de
Tournon die eeuwenlang verboden terrein was en sinds kort
opengesteld is voor het publiek. Een historische houten voetgangersbrug
met slechts één grote peiler in het midden van de rivier die de brug via
dikke stalen kabels draagt, verbindt Tournon met het op de andere oever
gelegen Tain l’Hermitage. De Rhône vormt de grens tussen de Ardèche op
de rechteroever en de Drôme op de linkeroever.
Hoebel
de boebel
’s
Morgens haalt een taxi ons, de fietsen en onze bagage op aan ons hotel.
Via de vallei van de Doux, een zijrivier van de Rhône, met zicht op
indrukwekkende Gorges rijden we naar Lamastre, de poort naar het
Parc Naturel des Mont d’Ardèche. Vanaf 2010 is gunstiger fietstransport
voorzien met het daarvoor speciaal terug in gebruik nemen van de oude
spoorlijn tussen Tournon en Lamastre. De 30 km over de niet al te lastige
kronkelende weg met de fiets naar boven rijden is natuurlijk een andere
mogelijkheid. De rit van Lamastre naar St-Cierge-sous-le-Cheylard
bedraagt volgens ons routeboekje slechts 19 km. Belachelijk korte
afstand is onze eerste gedachte, maar daar komen we nog op terug. Het is
marktdag en we nemen onze tijd om te vertrekken. Onze bagage laten we
achter in het toerismebureau op de markt. Een taxi komt deze naar
verluidt later ophalen. Aan het einde van het stadje zien we de oude
spoorwegbedding die in de vallei ligt van de Sumene, een zijriviertje
van de Doux. Al snel begrijpen we dat 19 km over deze steenslagweg met
op de eerste 11 km spoorweg meerdere met dikke keien bezaaide tracés
geen wandelingetje betekent. In tegendeel, de eerste 11 km gaan dan ook
nog bergop tot we in St-Prix via een 300 meter lange tunnel de
waterscheiding overschrijden. De geleidelijke klim met een
stijgingspercentage van circa twee procent, blijft continue in de smalle
vallei waar we over mooie viaducten enkele zijriviertjes overbruggen.
Net voor de tunnel waarvan sprake ligt het aardige dorpje Saint-Prix.
Hiervoor moeten we wel het vals plat van de spoorweg verlaten
voor de met groter verval begeleidende weg. Aan de dorpingang langs
enkele zitbanken staan melkkannen. Tijdens onze picknick stopt een
tankwagen die de temperatuur van de melk meet en enkele tests uitvoert
voor hij de melk opzuigt via een grote buis. Steil omhoog gaat het door
smalle straatjes, voorbij aan het kerkje en dan terug de spoorweg op
richting tunnel. De tunnel maakt een bocht en erin is het pikdonker.
Zelfs met fietslicht is de oneffen bodem een hachelijke bedoening. We
komen er ongeschonden doorheen en fietsen enige tijd tussen rotswanden
en er volgen nog enkele kleinere tunnels. Maar daarna krijgen we
fantastische dieptezichten. De spoorweg maakt een enorme bocht en daar
beneden zien we het viaduct waar we straks overheen moeten. Beneden in
de vallei ligt een groot stuwmeer, het bassin d’Eyrieux, met aan
het begin, van onze positie gezien het einde, de industriestad Cheylard.
We zijn tot bijna aan het meer afgedaald. Rechts boven op de heuvelkam
ligt ons einddoel voor vandaag, het dorpje
St-Cierge-sous-le-Cheylard.
Dikke twee kilometer klimmen we over de kronkelende weg naar boven. De
beloning is een oude site aan de voet van de rots Le Ranc Courbier met
een superbe panoramisch zicht op de het meer met achteraan Cheylard, de
spoorviaducten, de weg, de loofbossen, kastanjes, vijgen, perziken en de
bergen. Ons logement de
rustieke herberg, Auberge Le Champêtre, ligt tegenover het kerkje De
mensen leven hier op het ritme van de spoorweg in de vallei, de spoorweg
waar nu geen trein meer rijdt.
De Ardèche van de
Gorges
We
starten uiteraard met de twee kilometer van gisteren, maar nu in vrije
val naar beneden. Het hoort een leuke dag te worden, altijd in de vallei
over de spoorweg met de stroming mee en dus bergaf. En wat een luxe, de
eerste tien kilometer zijn geasfalteerd of van degelijke kwaliteit
grind. De natuur is wondermooi, steile rotsen, aan één kant de
verkeersweg, aan de andere kant de oude spoorweg op peilers tegen de
wand aangeplakt en waarop wij ons bevinden. Het is oktober en we
genieten al twee dagen van een zachte zuidenwind. Boven op de rotswanden
staan kastanjebomen en bij momenten rijden we letterlijk over een bruin
tapijt van kastanjebolsters. De spoorweg door de ruige vallei van de
Eyrieux is als Voie Verte geklasseerd en hiervoor zijn subsidies
vrijgemaakt om de hem als toeristische route uit te bouwen. De 14
laatste kilometers beneden in de vallei zijn al klaar, maar hier hogerop
hebben ze nog pas de oude relingen vervangen en de spoorwegbedding
heraangevuld met keien. Dat maakt dat enkele gedeelten momenteel zeer
onaangenaam fietsen zijn, maar bij het verschijnen van dit artikel
waarschijnlijk in een veel betere staat verkeren. De vallei versmalt en
we fietsen de wildromantische Gorges de l’Eyrieux binnen. Dit is de
Ardèche ten toppen uit. De rotsen bezitten niet de grootsheid van de
Gorges de l’Ardèches die je best met een kajak afvaart, het zou hier
trouwens ook niet kunnen van het te ondiepe water, maar doorheen deze
Gorges kan je wel fietsen. Aan het einde ligt het station van het
middeleeuwse stadje Chalencon. Erachter ligt het oude Hôtel de la Gare,
de vensters bedekt met vaalblauwe luiken. Aan de spoorwegrand staat een
oude watersilo voor de vroegere stoomlocomotieven van water te voorzien.
Hier zijn een vijftal picknickbanken geplaatst, de ideale plaats om te
lunchen. Het eigenlijke middeleeuwse centrum van Chalencon ligt 300 m
boven de vallei. Er volgt een majestueuze driekoppige rotswand. Op de
rotsblokken aan de spoorwegrand liggen bruine salamanders te zonnen,
zich weinig storend aan onze aangapende blikken. Na een tunneltje komen
we in St-Saveur-de-Montagut, een ietwat groter stadje met alle
voorzieningen. Vanaf hier is de vallei iets minder rotsig en hebben de
vroegere bewoners en herders smalle terrassen aangelegd om de bodem te
bewerken. De Voie Verte is vanaf nu lekker berijdbaar. We logeren in de
knusse chambres d’hôtes de la Combe Noire, uitgebaat door een Nederlands
echtpaar dat 13 jaar terug dit goed aankocht. Recent hebben ze een mooi
zwembad aangelegd en overal in de omgeving van het huis vinden we
gezellige hoekjes met tafeltjes en stoelen. Zij hebben enkele Noorse en
Franse vrienden uitgenodigd voor een gezellig avondje. Een wijnquiz
onder de vorm van wijn proeven uit geblindeerde flessen vindt plaats in
de grandioze wijnkelder die de heer des huizes heeft aangelegd. Achteraf
eten we lokale specialiteiten en ledigen de flessen die geopend zijn
tijdens onze fameuze wijntest. Mijn score: twee op acht, het kon
slechter.
De Côtes
du Rhône
Het
eerstvolgende dorp is Les Ollières-sur-Eyrieux. Op het einde van het
dorp waar we terug de spoorweg op kunnen staan de deuren van een leuk
met klimop begroeid café-restaurant open. Drinken we nog een theetje?
Vanaf Les Ollières-sur-Eyrieux verbreedt de vallei. De hemel is
onheilspellend donker, een groot contrast met de vorige dagen maar de
temperatuur van 25° blijft gelukkig behouden. Nu het fietspad goed
berijdbaar is trekken de hemelsluizen open. In de kortste keren zien we
de valleihellingen zelfs niet meer. In St-Laurant-du-Pape verlaten we de
spoorweg en nemen de weg naar het middeleeuwse Beauchastel, dat bij de
monding in de Rhône in de heuvelflank ligt. Oude smalle straatjes liggen
steil in de helling aan de voet van de donjon. Normaal beschrijft ons
routeboekje een route over het balkon van de Rhône waarvoor we in het
totaal 600 hoogtemeters moeten overwinnen. Maar door de hevige regen in
de bergen lijkt ons dit zowel nutteloos als waanzin. We besluiten langs
de Rhône te blijven en trachten de in project verkerende fietsroute
Lemans-Middellandse Zee te volgen zoals deze op de fietskaart La Drôme à
vélo staat ingetekend, een kaart die ik op mijn eerste dag zag liggen en
mijn interesse trok. Waarschijnlijk minder spectaculair als de route
door de bergen, maar in deze omstandigheden wel te verkiezen en
uiteraard vlak. We willen over het jaagpad fietsen maar gezien dit net
als de spoorweg met dikke keien bezaaid is, zien we daar wijselijk zeer
snel van af. 150000 jaar geschiedenis zijn te bezichtigen in twee
prehistorische grotten te Soyons. Het weer klaart in de vallei wat op en
een schraal zonnetje komt zelfs af en toe piepen. Zo krijgen we toch nog
zicht op de wijnhellingen aan beide zijden van de rivier. In Valence
wisselen we van oever en zoeken na een passage door de smalle straten
van de voetgangerszone rondom de kathedraal met meerdere mooie 16de
eeuwse huizen, het jaagpad op. We volgen eerst het hier goed berijdbare
grindpad en daarna een weg met fietsstrook over een riviereiland. We
komen voorbij een Europees gocartcircuit en steken terug over naar de
linkeroever, deeluitmakend van de Drôme. Hier merken we verscheidene
genummerde fietsroutes op van La Drôme à vélo. In Tain
l’Hermitage betreden we de voetgangersbrug een soort fietssluis. Voor
ons ligt Tournon-sur-Rhône met zijn kasteel aan de voet van de
wijnhelling met zijn drie torens.
Tekst en foto's: Guy Raskin
Praktische fiche:
ARRANGEMENT: ‘Les
anciennes voies du petit train’ = 4 dagen/3 nachten - 5 dagen/4 nachten
- 8 dagen/7 nachten
Agence de voyages Safran, Les Cascades, F-26400 Mirabel et Blacons, tel:
+33 4 75 25 78 78, +33 4 75 25 78 77,
info@safrantours.com,
www.safrantours.com
AFSTAND: 125
km
Etappe 1:
Lamastre - St-Cierge-sous-le-Cheylard = 22 km; duur = 2:45 uur
Etappe 2:
St-Cierge-sous-le-Cheylard - Les Ollières-sur-Eyrieux = 33 km ; duur
3:30 uur
Etappe 3:
Ollières-sur-Eyrieux - Tournon-sur-Rhône = 60 km via de Rhône; 70 km via
het balkon van de Rhône
AFSTAND: 125
km
VERVOER:
Met de auto:
Autoroute de Soleil tot Valence = A31/A6/A7; afrit 13; D532 naar Tain l’Hermitage;
brug over naar Tournon-sur-Rhône = 815 km (vanuit Brussel)
Met de trein: TGV
Brussel-Zuid – Valence TGV; duur 3:40 uur
ETEN en DRINKEN:
Carafes en Folie, 56 Avenue Maréchal Foch +33 4 75 08 19 52,
www.carafes-en-folie.com
KAART en GIDS:
inbegrepen in het arrangement
LOGIES en INFO:
Ardèche Tourisme, Agence de Développement Touristique de l’Ardèche, 4
Cours du Palais, F-07000 Privas, tel: +33 4 75 64 04 66,
adt07@ardeche-guide.com,
www.ardeche-guide.com |