|














 |
Fietsen
in Zuid-Bourgogne
Saône-et-Loire
ontdekken vanaf de Voie Verte
Groene
tracés over voormalige spoorwegbeddingen en blauwe tracés over
jaagpaden langs kanalen, dit zijn de “Voies Vertes” en de “Voies
Bleus” in Frankrijk. In Zuid-Bourgogne in het departement Saône-et-Loire
loopt een 70 km lange “Voie Verte” tussen de steden Mâcon en Chalon.
Het Canal du Centre verbindt de rivieren Saône en Loire, erlangs loopt
een fietsweg. Beiden maken deel uit van een 600 km lange fietsweg in
volle ontwikkeling: de Tour de Bourgogne à Vélo.
Mâcon,
startplaats van de Bourgondische wijnroute
Met
de TGV reizen we vanuit Brussel-Zuid in vier uren naar Lyon en dan
in een half uur naar Mâcon. Ons hotel Terminus ligt zoals de naam
laat vermoeden vlakbij het station. Mâcon ligt aan de rivier de
Saône, een grote zijrivier van de Rhône. Het streekmenu
“Terroire du Bourgogne” en een Bourgognewijn brengen ons in de
gepaste stemming voor de fietstocht morgenvroeg. Na het eten maken
we nog een avondlijke wandeling door het oude pittoreske centrum
met zijn voetgangerszone. Sfeervol is een pleintje met eikenbomen
met onder het bladerdak leuke terrasjes. Aan de Saône loopt een
wandelboulevard tot aan een mooie brug met middeleeuwse peilers,
ook hier vind je menig tafeltje.
Tussen Mâcon en Chalon loopt een zeventig kilometer lange
fietsroute over een voormalige spoorwegbedding. In één dag
gemakkelijk te fietsen, maar vanaf de oude treinroute blijft de
ware Bourgogne vaak aan het oog onttrokken. Dit moeten de
bedenkers van deze fietsroute ook gedacht hebben toen ze de “Voie
Verte” met zestien lussen bedachten. De fietslussen starten
allemaal vanaf de “Voie Verte” bij een infobord met
overzichtskaart. Ze zijn bewegwijzerd door kleine witte bordjes
met een groen fietsje erop. Wij sneden de “Voie Verte” in drie
stukken en koppelden er iedere dag zulk een lus aan toe.
Na het ontbijt fietsen we over kleine wegen naar Charnay-lès-Mâcon,
de feitelijke startplaats van de “Voie Verte”. Het
stationnetje is omgebouwd tot toerismekantoor. Je kunt hier
fietsen huren zoals in meerdere stationnetjes onderweg. Het
fietspad op de spoorwegbedding loopt na enkele kilometers dwars
door de wijncoöperatieve van Prissé. De wijncoöperatieve
verwerkt de door de boeren aangevoerde druiven tot wijn. Vier
miljoen flessen op jaarbasis rollen over de toonbank waarvan 60 %
van de productie dient voor plaatselijk gebruik tegenover 40 %
voor wereldwijde export. De installatie is volledig
geautomatiseerd, inox is alom vertegenwoordigd. Enkel de kelder
waar wijn trekt op eiken vaten, geeft de sfeer weer van weleer.
Een wijndegustatie beëindigt het bezoek.

De
vallei van Lamartine
 De wijncoöperatieve is de startplaats
van lus 15 “Le Val Lamartinien: Joyau Paysager”, een
landschappelijk mooie tocht door de geboortestreek van de dichter-
en staatsman Lamartine. We fietsen door de oude dorpskern van
Frissé en beginnen gestaag te klimmen. We klimmen tussen twee
kanjers van rotsen, die van Solutré en die van Vergisson naar de
dorpjes Davayé en Vergisson. Beide staan op een solitaire heuvel,
onder de rotsblokken een smalle woudgordel en dan … alleen maar
druivelaars. Op de
kniehoge muurtjes langs de weg staan kleurrijke bloembakken.
“Route des vins Macconais Beaujolais” staat op een groot bord
langs de weg geschreven. Groene pijlwegwijzers wijzen de weg naar
de verschillende wijndomeinen- en boeren. Bij het overdekte
wasbekken van Vergisson genieten we van het panorama op de groene
wijnplantages, de oude dorpshuisjes in sepiakleuren met
lavendelblauwe luiken en de twee rotsen. Om de rots van Solutré
in zijn volledige glorie te bewonderen neem je buiten parcours de
weg naar het dorpje Solutré waardoor je volledig rond het
rotsblok fietst naar Vergisson.
Eenmaal
over de kim dalen we met het nodige bochtenwerk naar Pierreclos. Voor
ons een kasteel met rode luikjes, de daken van de poorthuisjes en een
woontoren zijn bedekt met roodgeverfde leien en bezitten groene en gele
ruitmotieven. Het kasteel bezit authentieke vertrekken zoals de keuken,
de bakkerij, een ridderzaal, enkele slaapkamers, … Levensechte beelden
van Lamartine, een gevangene in een lugubere kerker of een gedood
everzwijn op een aanrecht in de keuken creëren sfeer. In de twaalfde
eeuwse gewelfde wijnkelder staan oude wijnvaten rechtop geplaatst die
dienen als tafels voor wijndegustatie, op ieder vat brand een kaars. Het
panorama vanaf de binnenkoer over de vallei met wijnvelden is subliem.
De kastelen in deze regio zijn vooral privé-bezit die om te overleven
afhankelijk zijn van inkomsten uit wijnoogst, maar ook uit inkomsten van
feesten, seminaries en … toerisme waardoor de al of niet adellijke
bewoners hun kastelen openstellen voor het publiek.
We fietsen weer een helling over naar het volgende dorp, Milly-Lamartine,
waar Lamartine zijn jeugd doorbracht in een adellijk huis. Terug op de
“Voie Verte” kom je oog in oog te staan met het op een heuveltop
over de streek dominerende middeleeuwse kasteel van Berzé-le-Châtel.
In terrasvorm staat de ringmuur met het kasteel bovenop een andere
ringmuur met daarop Franse tuinen, groenten-, fruit-, en kruidentuinen.
Even verder razen we met zijn 1600 m lengte door de langste
spoorwegtunnel voor fietsers in Europa. Jammer genoeg is net na de
tunnel een onderbreking in het spoorwegtraject door de aanleg van een
verkeersweg en de TGV, wat gepaard gaat met een fikse kuitenbijter. De
daaropvolgende afdaling brengt ons naar de abdijstad Cluny. Onder de
pauselijk macht sticht Willem de Vrome in 910 hier de machtigste
benedictijnenabdij van het westen. De godsdienstoorlogen in de 16de
eeuw en de Franse Revolutie maken hier een eind aan. De abdijmuren
bepalen nog steeds de enorme omvang van het complex, van de gigantische
kerk resten enkel nog stukken ruïne. De driedimensionale
multimediavoorstelling van de abdij is imponerend. Ik kan me voorstellen
dat mensen met hoogtevrees het best benauwd krijgen tijdens de virtuele
rondgang door de abdijkerk waar het net is of je rondzweeft in de nok
van de kerk. Het stadje, net als vroeger langgerekt tegen de abdijmuur
geperst, speelt volledig in op het massatoerisme en de stroom
bedevaarders op weg naar Santiago de Compostela die hier voorbij komen.
Een mooi uitzicht op de stad, de abdij en omgeving biedt een blik vanaf
de middeleeuwse toren boven het toerismekantoor. Het restaurant “Le
Cheval Blanc” is een aanrader.
De
aantrekkingskracht van Taizé en Cormatin
De
eerste 14 km van onze tweede etappe blijven we op de “Voie Verte” en
dit tot Cormatin. De eerste kilometers genieten we nog van het kerk- en
torenrijke stadssilhouet van Cluny, met op het einde een hypodroom …
een natuurrenbaan met hagen en waterbakken als hindernissen. Enkele
kilometers voor Cormatin ligt links op een heuveltop het dorpje Taizé.
Het slapend uitziende dorpje krijgt een totaal andere uitstraling bij de
helse beklimming naar de kerk. Dit dorpje haalde enkele jaren geleden
het nieuws, volgend krantenbericht laat waarschijnlijk een licht op gaan:
“De 90 jarige Zwitserse
geestelijke Roger Schultz, beter gekend als “Frére
Roger, oprichter van de Oecumenische Taizé-gemeenschap, werd tijdens
een dienst in Taizé, in het Franse Bourgondië door een verwarde
Roemeense vrouw met een mes neergestoken...”Drie
keer per dag komt alles op de heuvel van Taizé tot stilstand: het werk,
de bijbelstudies en de groepsgesprekken. De klokken roepen op tot het
gebed in de kerk. Honderden, soms duizenden jongeren uit allerlei landen
ter wereld bidden en zingen dan met de broeders van Taizé. De
in 1940 gestichte kloosterorde met katholieke en protestantse broeders
uit twintig landen, met als doel eenheid te brengen tussen beide kerken,
hadden zich voor het leven verbonden om materiële
en geestelijke goederen te delen, om celibatair en in grote eenvoud te
leven. Nu telt de gemeenschap van Taizé een honderdtal broeders uit
meer dan vijfentwintig landen en is in de loop der jaren
uitgegroeid tot een bedevaartsoord voor voornamelijk jongeren uit de
gehele wereld op zoek naar een periode van rust, soberheid en bezinning.
Enorme tentenkampen, chalets en slaapblokken nemen bezit van een immens
terrein bovenop de heuvel in het oude dorp.
Het “Musée du Vélo” ligt even verder aan “Voie Verte”. Het
museum is uniek in Frankrijk en stelt de geschiedenis van de fiets
tentoon van de laatste 200 jaar, 150 fietsen en een 7000 tal attributen
staan over twee verdiepen in een oude grote stal verdeeld. Collecties
Franse en Belgische taksplaten, borden, wijnflessen, sigarenbandjes,
affiches, kaartspelen, zegels, postkaarten, bierviltjes, aanstekers, …
alle denkbare verzamelvoorwerpen waar de fiets deel van uitmaakt zijn
aanwezig.
Cormatin is een kleine druk bezochte toeristische plaats en het kasteel
met zijn prachtige tuinen is hier zeker niet vreemd aan. Het leven
speelt zich af aan de lange hoofdstraat met in de buurt van de
kasteeltoegang verscheidene restaurants. Het pronkvol ingerichte kasteel
bezit een nog intact appartement van Louis XIII, volledig geschilderd en
rijk aan vergulde houtsnijkunst. De andere salons zijn in 1900 weelderig
ingericht door de operadirecteur van Monaco, de toenmalige eigenaar. Het
12 ha grote park bezit een Franse en Engelse tuin, een oranjerie, een
labyrint, een groenten- en kruidentuin. Een jachtpaviljoen is omgevormd
tot volière en de grasperken zijn gedecoreerd met in figuren geknipte
buxusplanten. Een grondig bezoek aan Cormatin kost je snel enkele
uurtjes. Bij het “Musée du Vélo” ligt een klein exclusief
restaurant en nabij het kasteel eet je lekkere pizza bij “Pizz’à
Marco”.


De
valleien van de Grosne en de Guye
De
“Voie Verte” van Cluny tot Savigny loopt door de vallei van de
Grosne. Acht kilometer voorbij Cormatin,
schakelen we over op lus 13 “De la Grosne
à la Guye”. Al dadelijk schieten we een heuvel omhoog en fietsen op
zekere hoogte tussen de druivenplantages in de vallei van de Guye. Het
zicht op de vallei vanaf de heuveltop bij de ruïne van een versterkte
kerk in Saint-Hyppolite is grandioos. We blijven stijgen doorheen het
pittoreske dorpje Besanceuil met zijn 12de eeuwse kasteel en
oude smalle straatjes naar een beboste heuvelrug. Achter het bos dalen
we terug in de vallei van de Guye die in een grote bocht omheen deze
heuvel draait. Onze lus klimt op de andere oever stijl het dal weer uit.
Wij blijven doch op deze zijde en dalen rechtstreeks naar Sigy-le-Châtel.
Het dorp ligt onbeschrijfelijk mooi aan onze voeten. Temidden van een
weidelandschap op een solitaire ronde groene heuvel staat de versterkte
kerk. Op de eerstvolgende rotsige heuvel staat een ruïne, tussen beide
heuvels ligt het slapende dorpje. Even buiten Curtil-sous-Burnand is een
groot Merovingisch kerkhof teruggevonden. In Burnand zelf kan je logeren
op een sprookjesachtig kasteel met kleurrijke daken. De weg trekt nog
een laatste maal door een oude dorpskern. Op een kruispunt symboliseren
een reuze wijnfles uit ijzervlechtwerk met klimop begroeid, enkele eiken
wijnvaten, een paar aangeplante druivelaars en een oude wijnpers het
productieproces van druif tot wijn. Hier sta je bij de wijncoöperatieve
van Saint Gengoux-le-National. De laatste 3 km
op de “Voie Verte” naar Etiveau geven zicht op de brede vallei van
de Gronse, een landschap vol druivenplantages. We overnachten in
landelijk gastverblijf “Les
Vignes derrière”, behorende tot de organisatie “Accueil
Paysan” Logies die een hartelijk landelijk
onthaal in het vaandel dragen. Van onthaal gesproken … niemand thuis,
de deur open, op het vuur staat confituur te sudderen. Een uur na
aankomst komen Henri, Edith en hun dochter, onze gastgevers, opduiken
… uit hun eigen druivenplantage. De oude boerderij is binnenin super
gerenoveerd en biedt alle luxe. Edith is gids en oud-lerares
geschiedenis, Henri is wijnboer. Beiden zijn wereldreizigers, deze zomer
staat een hoogtetoer in het Himalayagebergte gepland. Na een
welkomstdrankje, een Eau-de-vie met naam Marc de Bourgogne, beginnen
Edith en co aan de bereiding van een Bourgondisch avondmaal. Henri trekt
nog een uurtje de plantage in … druiventakken opbinden. Op het menu
staan typisch landelijke gerechten uit de Bourgogne: kaassoesjes, hesp
in een aspic van peterselie, gepocheerde eieren op toast met spek en
champignons in een wijnsausje, warme kersen in Marc de Bourgogne ... en
daarbij een flesje Bourgogne.


Van
“Voie
Verte”
naar “Voie
Bleu”
De
eerste 18 km naar Givry lopen over de “Voie
Verte”. Na 10 km staan we daarbij bij de wijncoöperatieve van Buxy.
Met een productie van 6 miljoen flessen per jaar de grootste langs de
“Voie Verte”. De oude wijnkelder met prachtig gewelfd plafond, waar
de wijn op eiken vaten trekt onder de verkoophal, is alleen al de moeite
waard voor een bezoek. In Givry fietsen we via Darcy-le-Fort door het
“Forêt de Chalon-s-Saône”, een groot loofbos. Hier ontbreekt enige
bewegwijzering, maar de grindweg het woud in komt op een kruispunt met
drie slagbomen waar we de lange rechte weg naar rechts nemen. Op het
einde het asfaltwegje, dat al in een gevorderd stadium is van zijn
retour naar de natuur, naar links. In Farges-lès-Chalon fietsen we naar
het Canal du Centre dat we even richting Chagny volgen. Na enkele
kilometers bij een infobord met vermelding van 3 fietslussen (C2, C3 en
C4) kiezen we voor de lus C3. Via Fontaines, het dorpje bezit
verschillende bronnen, bereiken we het wijndorp Rully. Het dorpje is
rijk aan particuliere wijnlanderijen en bezit hierdoor vele statische
herenhuizen. Op het driehoekige centrale plein met parkje en fontein,
omgeven door Lindebomen is het leuk vertoeven. Er omheen typische huizen
met inbegrip van een beenhouwer, een bakker, een winkeltje en een
hotel-restaurant. Achter de huizen op een heuvel de kerk en nog een
kasteel van een wijngoed.
Het ware kasteel van Rully ligt op de rand van het dorp temidden van
wijngaarden en is nog steeds bewoond door een gravin. Het kasteel bezit
nog vele kenmerken van de middeleeuwse architectuur met een 12de
eeuwse donjon, 14de eeuwse hoektorens, muren en toegangspoort
met ophaalbare brug. In de vroege Renaissance kwamen dan de woongebouwen
daartoe. Pareltje in het kasteel is de 7,5 m hoge gewelfde middeleeuwse
keuken die de gehele benedenverdieping van de donjon in beslag neemt.
Het kasteel was eigendom van de family Rully totdat Isabelle de Rully
rond 1370 trouwt met Robert de Saint-Léger. De Saint-Léger’s blijven
bijna 230 jaar heersers over het kasteel, met als laatste afstammeling
Charles de Saint-Léger. Een belangrijk man aan het hof van de Hertogen
van Bourgogne wiens wijnglas beroemd was. De overlevering wil dat
Charles de Saint-Léger het glas met een inhoud van 3 liter in één
keer leeg dronk. Het beroemde glas is te bewonderen in de vitrinekast in
de woonkamer van de gravin.
We fietsen langs het “Canal-du-Centre” naar Chalon-sur-Saône. Het
jaagpad langs het “Canal-du-Centre” maakt deel uit van het traject
van EuroVélo 6 en verbindt de Saône met de
Loire. Naar het noorden kan je deze fietstocht eventueel uitbreiden met
een fietstocht door de Côte d’Or via Chagny en Santenay naar Beaune.
Tot het dorpje La Loyère komen we om de haverklap voorbij een sluisje.
In Chalon leidt een groene fietsstrook naar het centrum. Het historische
centrum bestaat uit nauwe straatjes. Het kleine vierkante marktplein met
de tweetoornige kathedraal
is één groot terras en volledig omgeven door
cafeetjes. Aan het station nemen we buslijn 7 terug naar Mâcon. De
busreis neemt wel viermaal meer tijd in beslag dan de trein, maar je
krijgt zo een terugblik op de driedaagse fietstocht … cadeau.

Tekst
en foto's:
Guy Raskin
Steekkaart
SITUERING:
De streek tussen Mâcon en Chalon
ROUTE:
Etappe 1: Voie Verte Mâcon-Cluny + lus 15 = 40 km (47 km met uitwijking
over Solutre)
Etappe 2: Voie Verte Cluny-Etivau + lus 13 = 60 km (afkorting via
Sigy-le-Châtel = 50 km)
Etappe 3: Voie Verte Etivau-Chalon + lus C3 = 50 km
AARD VAN DE ROUTE: fietspad over voormalige spoorwegkleine, op de lussen
zijn dit kleine departementale wegen met zeer weinig verkeer
VERVOER:
MET DE AUTO: E411/E25 Luxemburg, A31 Metz/Dyon/Langres, A6 Lyon uitrit
28 of 29 Mâcon
MET DE TREIN: TGV Brussel-Zuid – Lyon Part-Dieu (ca. 4 uur), trein
naar Mâcon (30 à 45 minuten)
TERUGREIS NAAR MÂCON:
Buslijn 7: rijdt in ca. 2 uur de gehele weg terug voor € 5,40, fiets
inbegrepen, fietshaken op voorhand telefonisch reserveren. Rapides
de Saône-et-Loire, Rue Antonin Richard, B.P. 317 71108 Chalon-su-Saône
Cedex, tel: 0033-825 88 48
Trein: frequent rechtstreekse treinen: reisduur ca. 30 minuten
LOGIES:
Hotel Terminus, 91 rue Victor Hugo, F-71000 Mâcon, tel: 0033-3 85 39 17
11, fax: 0033-3 85 38 02 75, contact@hotelterminus.fr,
www.macon-hotel-terminus.com
Hostellerie d’Héloïse, Pont de l'étang, F-71250 Cluny, tel: 0033-3
85 59 05 65, fax: 0033-3 85 59 19 43, hostelleriedheloise@tiscali.fr,
www.hostelleriedheloise.com
Accueil Paysan Henri et Edith Bonnet, Etiveau F-71390 Saint Boil, tel:
0033-3 85 44 02 03 of 0033-6 11 38 33 62, bonnet.henri@wanadoo.fr,
www.lesvignesderriere.fr
BROCHURE: Voies
Vertes et Cyclotourisme Saône-et-Loire/Bourgogne du Sud
INFORMATIE: Maison
de la Saône-et-Loire, 389, av. de Lattre de Tassigny, F-71000 Mâcon,
France, tel: 0033-3 85 21 02 20, fax: 0033-3 85 38 94 36, info@bourgognedusud.com,
www.bourgogne-du-sud.com
FIETSVERHUUR:
Ludisport,
60 Bis, Grande Rue de la Coupe, F-71850 Charnay-lés-Mâcons, tel: 0033
3 85 22 10 62 of 0033 6 62 36 09 58, contact@ludisport.com,
www.ludisport.com
(fietsen
Trek/randonneur groep Shimano Alivio inclusief stuurtas Agu met kaartmap
en regenhoes, reparatiemateriaal, binnenband, sleutelkit, fietsslot,
pomp; ook kinderkarren en tandems)
|