Fietsreizen-wandelreizen

 Bourgogne

Home

Voorstelling

Inhoud

België

Duitsland

Frankrijk

Italië

Luxemburg

Oostenrijk

Slovenië

Zwitserland

Europa

Fietsnieuws

Fietsgidsen

Links

Fietsen in Zuid-Bourgogne

Saône-et-Loire ontdekken vanaf de Voie Verte

Groene tracés over voormalige spoorwegbeddingen en blauwe tracés over jaagpaden langs kanalen, dit zijn de “Voies Vertes” en de “Voies Bleus” in Frankrijk. In Zuid-Bourgogne in het departement Saône-et-Loire loopt een 70 km lange “Voie Verte” tussen de steden Mâcon en Chalon. Het Canal du Centre verbindt de rivieren Saône en Loire, erlangs loopt een fietsweg. Beiden maken deel uit van een 600 km lange fietsweg in volle ontwikkeling: de Tour de Bourgogne à Vélo.

Mâcon, startplaats van de Bourgondische wijnroute

Met de TGV reizen we vanuit Brussel-Zuid in vier uren naar Lyon en dan in een half uur naar Mâcon. Ons hotel Terminus ligt zoals de naam laat vermoeden vlakbij het station. Mâcon ligt aan de rivier de Saône, een grote zijrivier van de Rhône. Het streekmenu “Terroire du Bourgogne” en een Bourgognewijn brengen ons in de gepaste stemming voor de fietstocht morgenvroeg. Na het eten maken we nog een avondlijke wandeling door het oude pittoreske centrum met zijn voetgangerszone. Sfeervol is een pleintje met eikenbomen met onder het bladerdak leuke terrasjes. Aan de Saône loopt een wandelboulevard tot aan een mooie brug met middeleeuwse peilers, ook hier vind je menig tafeltje.
Tussen Mâcon en Chalon loopt een zeventig kilometer lange fietsroute over een voormalige spoorwegbedding. In één dag gemakkelijk te fietsen, maar vanaf de oude treinroute blijft de ware Bourgogne vaak aan het oog onttrokken. Dit moeten de bedenkers van deze fietsroute ook gedacht hebben toen ze de
“Voie Verte” met zestien lussen bedachten. De fietslussen starten allemaal vanaf de “Voie Verte” bij een infobord met overzichtskaart. Ze zijn bewegwijzerd door kleine witte bordjes met een groen fietsje erop. Wij sneden de “Voie Verte” in drie stukken en koppelden er iedere dag zulk een lus aan toe.

Na het ontbijt fietsen we over kleine wegen naar Charnay-lès-Mâcon, de feitelijke startplaats van de “Voie Verte”. Het stationnetje is omgebouwd tot toerismekantoor. Je kunt hier fietsen huren zoals in meerdere stationnetjes onderweg. Het fietspad op de spoorwegbedding loopt na enkele kilometers dwars door de wijncoöperatieve van Prissé. De wijncoöperatieve verwerkt de door de boeren aangevoerde druiven tot wijn. Vier miljoen flessen op jaarbasis rollen over de toonbank waarvan 60 % van de productie dient voor plaatselijk gebruik tegenover 40 % voor wereldwijde export. De installatie is volledig geautomatiseerd, inox is alom vertegenwoordigd. Enkel de kelder waar wijn trekt op eiken vaten, geeft de sfeer weer van weleer. Een wijndegustatie beëindigt het bezoek.

 

De vallei van Lamartine

De wijncoöperatieve is de startplaats van lus 15 “Le Val Lamartinien: Joyau Paysager”, een landschappelijk mooie tocht door de geboortestreek van de dichter- en staatsman Lamartine. We fietsen door de oude dorpskern van Frissé en beginnen gestaag te klimmen. We klimmen tussen twee kanjers van rotsen, die van Solutré en die van Vergisson naar de dorpjes Davayé en Vergisson. Beide staan op een solitaire heuvel, onder de rotsblokken een smalle woudgordel en dan … alleen maar druivelaars.  Op de kniehoge muurtjes langs de weg staan kleurrijke bloembakken. “Route des vins Macconais Beaujolais” staat op een groot bord langs de weg geschreven. Groene pijlwegwijzers wijzen de weg naar de verschillende wijndomeinen- en boeren. Bij het overdekte wasbekken van Vergisson genieten we van het panorama op de groene wijnplantages, de oude dorpshuisjes in sepiakleuren met lavendelblauwe luiken en de twee rotsen. Om de rots van Solutré in zijn volledige glorie te bewonderen neem je buiten parcours de weg naar het dorpje Solutré waardoor je volledig rond het rotsblok fietst naar Vergisson.
Eenmaal over de kim dalen we met het nodige bochtenwerk naar Pierreclos. Voor ons een kasteel met rode luikjes, de daken van de poorthuisjes en een woontoren zijn bedekt met roodgeverfde leien en bezitten groene en gele ruitmotieven. Het kasteel bezit authentieke vertrekken zoals de keuken, de bakkerij, een ridderzaal, enkele slaapkamers, … Levensechte beelden van Lamartine, een gevangene in een lugubere kerker of een gedood everzwijn op een aanrecht in de keuken creëren sfeer. In de twaalfde eeuwse gewelfde wijnkelder staan oude wijnvaten rechtop geplaatst die dienen als tafels voor wijndegustatie, op ieder vat brand een kaars. Het panorama vanaf de binnenkoer over de vallei met wijnvelden is subliem. De kastelen in deze regio zijn vooral privé-bezit die om te overleven afhankelijk zijn van inkomsten uit wijnoogst, maar ook uit inkomsten van feesten, seminaries en … toerisme waardoor de al of niet adellijke bewoners hun kastelen openstellen voor het publiek.
We fietsen weer een helling over naar het volgende dorp, Milly-Lamartine, waar Lamartine zijn jeugd doorbracht in een adellijk huis. Terug op de “Voie Verte” kom je oog in oog te staan met het op een heuveltop over de streek dominerende middeleeuwse kasteel van Berzé-le-Châtel. In terrasvorm staat de ringmuur met het kasteel bovenop een andere ringmuur met daarop Franse tuinen, groenten-, fruit-, en kruidentuinen. Even verder razen we met zijn 1600 m lengte door de langste spoorwegtunnel voor fietsers in Europa. Jammer genoeg is net na de tunnel een onderbreking in het spoorwegtraject door de aanleg van een verkeersweg en de TGV, wat gepaard gaat met een fikse kuitenbijter. De daaropvolgende afdaling brengt ons naar de abdijstad Cluny. Onder de pauselijk macht sticht Willem de Vrome in 910 hier de machtigste benedictijnenabdij van het westen. De godsdienstoorlogen in de 16de eeuw en de Franse Revolutie maken hier een eind aan. De abdijmuren bepalen nog steeds de enorme omvang van het complex, van de gigantische kerk resten enkel nog stukken ruïne. De driedimensionale multimediavoorstelling van de abdij is imponerend. Ik kan me voorstellen dat mensen met hoogtevrees het best benauwd krijgen tijdens de virtuele rondgang door de abdijkerk waar het net is of je rondzweeft in de nok van de kerk. Het stadje, net als vroeger langgerekt tegen de abdijmuur geperst, speelt volledig in op het massatoerisme en de stroom bedevaarders op weg naar Santiago de Compostela die hier voorbij komen. Een mooi uitzicht op de stad, de abdij en omgeving biedt een blik vanaf de middeleeuwse toren boven het toerismekantoor. Het restaurant “Le Cheval Blanc” is een aanrader.

 

De aantrekkingskracht van Taizé en Cormatin

De eerste 14 km van onze tweede etappe blijven we op de “Voie Verte” en dit tot Cormatin. De eerste kilometers genieten we nog van het kerk- en torenrijke stadssilhouet van Cluny, met op het einde een hypodroom … een natuurrenbaan met hagen en waterbakken als hindernissen. Enkele kilometers voor Cormatin ligt links op een heuveltop het dorpje Taizé. Het slapend uitziende dorpje krijgt een totaal andere uitstraling bij de helse beklimming naar de kerk. Dit dorpje haalde enkele jaren geleden het nieuws, volgend krantenbericht laat waarschijnlijk een licht op gaan: “De 90 jarige Zwitserse geestelijke Roger Schultz, beter gekend als Frére Roger, oprichter van de Oecumenische Taizé-gemeenschap, werd tijdens een dienst in Taizé, in het Franse Bourgondië door een verwarde Roemeense vrouw met een mes neergestoken...”Drie keer per dag komt alles op de heuvel van Taizé tot stilstand: het werk, de bijbelstudies en de groepsgesprekken. De klokken roepen op tot het gebed in de kerk. Honderden, soms duizenden jongeren uit allerlei landen ter wereld bidden en zingen dan met de broeders van Taizé. De in 1940 gestichte kloosterorde met katholieke en protestantse broeders uit twintig landen, met als doel eenheid te brengen tussen beide kerken, hadden zich voor het leven verbonden om materiële en geestelijke goederen te delen, om celibatair en in grote eenvoud te leven. Nu telt de gemeenschap van Taizé een honderdtal broeders uit meer dan vijfentwintig landen en is in de loop der jaren uitgegroeid tot een bedevaartsoord voor voornamelijk jongeren uit de gehele wereld op zoek naar een periode van rust, soberheid en bezinning. Enorme tentenkampen, chalets en slaapblokken nemen bezit van een immens terrein bovenop de heuvel in het oude dorp.
Het “Musée du Vélo” ligt even verder aan “Voie Verte”. Het museum is uniek in Frankrijk en stelt de geschiedenis van de fiets tentoon van de laatste 200 jaar, 150 fietsen en een 7000 tal attributen staan over twee verdiepen in een oude grote stal verdeeld. Collecties Franse en Belgische taksplaten, borden, wijnflessen, sigarenbandjes, affiches, kaartspelen, zegels, postkaarten, bierviltjes, aanstekers, … alle denkbare verzamelvoorwerpen waar de fiets deel van uitmaakt zijn aanwezig.
Cormatin is een kleine druk bezochte toeristische plaats en het kasteel met zijn prachtige tuinen is hier zeker niet vreemd aan. Het leven speelt zich af aan de lange hoofdstraat met in de buurt van de kasteeltoegang verscheidene restaurants. Het pronkvol ingerichte kasteel bezit een nog intact appartement van Louis XIII, volledig geschilderd en rijk aan vergulde houtsnijkunst. De andere salons zijn in 1900 weelderig ingericht door de operadirecteur van Monaco, de toenmalige eigenaar. Het 12 ha grote park bezit een Franse en Engelse tuin, een oranjerie, een labyrint, een groenten- en kruidentuin. Een jachtpaviljoen is omgevormd tot volière en de grasperken zijn gedecoreerd met in figuren geknipte buxusplanten. Een grondig bezoek aan Cormatin kost je snel enkele uurtjes. Bij het “Musée du Vélo” ligt een klein exclusief restaurant en nabij het kasteel eet je lekkere pizza bij “Pizz’à Marco”.

De valleien van de Grosne en de Guye

De “Voie Verte” van Cluny tot Savigny loopt door de vallei van de Grosne. Acht kilometer voorbij Cormatin, schakelen we over op lus 13 “De la Grosne à la Guye”. Al dadelijk schieten we een heuvel omhoog en fietsen op zekere hoogte tussen de druivenplantages in de vallei van de Guye. Het zicht op de vallei vanaf de heuveltop bij de ruïne van een versterkte kerk in Saint-Hyppolite is grandioos. We blijven stijgen doorheen het pittoreske dorpje Besanceuil met zijn 12de eeuwse kasteel en oude smalle straatjes naar een beboste heuvelrug. Achter het bos dalen we terug in de vallei van de Guye die in een grote bocht omheen deze heuvel draait. Onze lus klimt op de andere oever stijl het dal weer uit. Wij blijven doch op deze zijde en dalen rechtstreeks naar Sigy-le-Châtel. Het dorp ligt onbeschrijfelijk mooi aan onze voeten. Temidden van een weidelandschap op een solitaire ronde groene heuvel staat de versterkte kerk. Op de eerstvolgende rotsige heuvel staat een ruïne, tussen beide heuvels ligt het slapende dorpje. Even buiten Curtil-sous-Burnand is een groot Merovingisch kerkhof teruggevonden. In Burnand zelf kan je logeren op een sprookjesachtig kasteel met kleurrijke daken. De weg trekt nog een laatste maal door een oude dorpskern. Op een kruispunt symboliseren een reuze wijnfles uit ijzervlechtwerk met klimop begroeid, enkele eiken wijnvaten, een paar aangeplante druivelaars en een oude wijnpers het productieproces van druif tot wijn. Hier sta je bij de wijncoöperatieve van Saint Gengoux-le-National. De laatste 3 km op de “Voie Verte” naar Etiveau geven zicht op de brede vallei van de Gronse, een landschap vol druivenplantages. We overnachten in landelijk gastverblijf “Les Vignes derrière”, behorende tot de organisatie “Accueil Paysan” Logies die een hartelijk landelijk onthaal in het vaandel dragen. Van onthaal gesproken … niemand thuis, de deur open, op het vuur staat confituur te sudderen. Een uur na aankomst komen Henri, Edith en hun dochter, onze gastgevers, opduiken … uit hun eigen druivenplantage. De oude boerderij is binnenin super gerenoveerd en biedt alle luxe. Edith is gids en oud-lerares geschiedenis, Henri is wijnboer. Beiden zijn wereldreizigers, deze zomer staat een hoogtetoer in het Himalayagebergte gepland. Na een welkomstdrankje, een Eau-de-vie met naam Marc de Bourgogne, beginnen Edith en co aan de bereiding van een Bourgondisch avondmaal. Henri trekt nog een uurtje de plantage in … druiventakken opbinden. Op het menu staan typisch landelijke gerechten uit de Bourgogne: kaassoesjes, hesp in een aspic van peterselie, gepocheerde eieren op toast met spek en champignons in een wijnsausje, warme kersen in Marc de Bourgogne ... en daarbij een flesje Bourgogne.

Van Voie Verte” naar “Voie Bleu

De eerste 18 km naar Givry lopen over de “Voie Verte”. Na 10 km staan we daarbij bij de wijncoöperatieve van Buxy. Met een productie van 6 miljoen flessen per jaar de grootste langs de “Voie Verte”. De oude wijnkelder met prachtig gewelfd plafond, waar de wijn op eiken vaten trekt onder de verkoophal, is alleen al de moeite waard voor een bezoek. In Givry fietsen we via Darcy-le-Fort door het “Forêt de Chalon-s-Saône”, een groot loofbos. Hier ontbreekt enige bewegwijzering, maar de grindweg het woud in komt op een kruispunt met drie slagbomen waar we de lange rechte weg naar rechts nemen. Op het einde het asfaltwegje, dat al in een gevorderd stadium is van zijn retour naar de natuur, naar links. In Farges-lès-Chalon fietsen we naar het Canal du Centre dat we even richting Chagny volgen. Na enkele kilometers bij een infobord met vermelding van 3 fietslussen (C2, C3 en C4) kiezen we voor de lus C3. Via Fontaines, het dorpje bezit verschillende bronnen, bereiken we het wijndorp Rully. Het dorpje is rijk aan particuliere wijnlanderijen en bezit hierdoor vele statische herenhuizen. Op het driehoekige centrale plein met parkje en fontein, omgeven door Lindebomen is het leuk vertoeven. Er omheen typische huizen met inbegrip van een beenhouwer, een bakker, een winkeltje en een hotel-restaurant. Achter de huizen op een heuvel de kerk en nog een kasteel van een wijngoed.
Het ware kasteel van Rully ligt op de rand van het dorp temidden van wijngaarden en is nog steeds bewoond door een gravin. Het kasteel bezit nog vele kenmerken van de middeleeuwse architectuur met een 12de eeuwse donjon, 14de eeuwse hoektorens, muren en toegangspoort met ophaalbare brug. In de vroege Renaissance kwamen dan de woongebouwen daartoe. Pareltje in het kasteel is de 7,5 m hoge gewelfde middeleeuwse keuken die de gehele benedenverdieping van de donjon in beslag neemt. Het kasteel was eigendom van de family Rully totdat Isabelle de Rully rond 1370 trouwt met Robert de Saint-Léger. De Saint-Léger’s blijven bijna 230 jaar heersers over het kasteel, met als laatste afstammeling Charles de Saint-Léger. Een belangrijk man aan het hof van de Hertogen van Bourgogne wiens wijnglas beroemd was. De overlevering wil dat Charles de Saint-Léger het glas met een inhoud van 3 liter in één keer leeg dronk. Het beroemde glas is te bewonderen in de vitrinekast in de woonkamer van de gravin.

We fietsen langs het “Canal-du-Centre” naar Chalon-sur-Saône. Het jaagpad langs het “Canal-du-Centre” maakt deel uit van het traject van EuroVélo 6 en verbindt de Saône met de Loire. Naar het noorden kan je deze fietstocht eventueel uitbreiden met een fietstocht door de Côte d’Or via Chagny en Santenay naar Beaune. Tot het dorpje La Loyère komen we om de haverklap voorbij een sluisje. In Chalon leidt een groene fietsstrook naar het centrum. Het historische centrum bestaat uit nauwe straatjes. Het kleine vierkante marktplein met de tweetoornige kathedraal
is één groot terras en volledig omgeven door cafeetjes. Aan het station nemen we buslijn 7 terug naar Mâcon. De busreis neemt wel viermaal meer tijd in beslag dan de trein, maar je krijgt zo een terugblik op de driedaagse fietstocht … cadeau.

Tekst en foto's: Guy Raskin

Steekkaart

SITUERING: De streek tussen Mâcon en Chalon
ROUTE:

Etappe 1: Voie Verte Mâcon-Cluny + lus 15 = 40 km (47 km met uitwijking over Solutre)
Etappe 2: Voie Verte Cluny-Etivau + lus 13 = 60 km (afkorting via Sigy-le-Châtel = 50 km)

Etappe 3: Voie Verte Etivau-Chalon + lus C3 = 50 km

AARD VAN DE ROUTE: fietspad over voormalige spoorwegkleine, op de lussen zijn dit kleine departementale wegen met zeer weinig verkeer

VERVOER:

MET DE AUTO: E411/E25 Luxemburg, A31 Metz/Dyon/Langres, A6 Lyon uitrit 28 of 29 Mâcon

MET DE TREIN: TGV Brussel-Zuid – Lyon Part-Dieu (ca. 4 uur), trein naar Mâcon (30 à 45 minuten)
TERUGREIS NAAR MÂCON:

Buslijn 7: rijdt in ca. 2 uur de gehele weg terug voor € 5,40, fiets inbegrepen, fietshaken op voorhand telefonisch reserveren.
Rapides de Saône-et-Loire, Rue Antonin Richard, B.P. 317 71108 Chalon-su-Saône Cedex, tel: 0033-825 88 48

Trein: frequent rechtstreekse treinen: reisduur ca. 30 minuten

LOGIES:

Hotel Terminus, 91 rue Victor Hugo, F-71000 Mâcon, tel: 0033-3 85 39 17 11, fax: 0033-3 85 38 02 75, contact@hotelterminus.fr, www.macon-hotel-terminus.com

Hostellerie d’Héloïse, Pont de l'étang, F-71250 Cluny, tel: 0033-3 85 59 05 65, fax: 0033-3 85 59 19 43, hostelleriedheloise@tiscali.fr, www.hostelleriedheloise.com
Accueil Paysan Henri et Edith Bonnet, Etiveau F-71390 Saint Boil, tel: 0033-3 85 44 02 03 of 0033-6 11 38 33 62, bonnet.henri@wanadoo.fr, www.lesvignesderriere.fr

BROCHURE:
Voies Vertes et Cyclotourisme Saône-et-Loire/Bourgogne du Sud
INFORMATIE:
Maison de la Saône-et-Loire, 389, av. de Lattre de Tassigny, F-71000 Mâcon, France, tel: 0033-3 85 21 02 20, fax: 0033-3 85 38 94 36, info@bourgognedusud.com, www.bourgogne-du-sud.com
FIETSVERHUUR:
Ludisport, 60 Bis, Grande Rue de la Coupe, F-71850 Charnay-lés-Mâcons, tel: 0033 3 85 22 10 62 of 0033 6 62 36 09 58, contact@ludisport.com, www.ludisport.com (fietsen Trek/randonneur groep Shimano Alivio inclusief stuurtas Agu met kaartmap en regenhoes, reparatiemateriaal, binnenband, sleutelkit, fietsslot, pomp; ook kinderkarren en tandems)