Fietsen langs de Ourthe

61 km langs vele mooie rotspartijen

Tussen Bouillon en Visé loopt de RV 7. Een langeafstandsfietsroute van Rando Vélo die zoveel mogelijk gebruik maakt van rustige kleine wegen en RAVeL’s. Gemarkeerd door de conforme geel-blauwe beschildering leggen zij een verbinding tussen de Waalse jeugdherbergen.
Tussen Durbuy en Angleur loopt deze route over 61 km door het Ourthedal. Waarvan de laatste 35 km, tussen  Comblain-la-Tour en Angleur, pal aan de rivier en dus volledig vlak zijn.
Wij fietsten de route in beide richtingen. Doordat de route door het diep uitgesneden dal van de Ourthe verloopt, met het nodige bochtenwerk en de pracht van de Ardennen, is dit zeker geen eentonige bedoening. Integendeel zelfs, op onze terugweg werden ons nog vele, op de heenweg, verscholen bezienswaardigheden geopenbaard. Men krijgt ook door het diep ingesneden reliëf en de meanderende rivier een totaal ander zicht op de vallei.
Door het dal loopt de spoorlijn Luik-Marloie/Jemelle met haltes te Angleur, Tilff, Hony, Esneux, Poulseur, Rivage, Comblain-la-Tour, Hamoir, Sy, Bomal, Barvaux en Melreux. Het ganse traject kan, in combinatie met de trein, in zijn geheel of in gedeeltes ervan worden afgelegd. Mogelijkheden genoeg dus om een mooie rit te plannen.

 

Durbuy - Comblain-la-Tour; 26 km natuurpracht, maar niet zonder enig risico

Starten doen we in Durbuy. Combineer je de tocht met de trein dan kan dit vanaf het station in Barvaux. Naar Durbuy moet je dan 6 km extra fietsen. Ook kun je uitstappen in Melreux. Neem dan de weg naar Ny en volg aldaar de geel-blauwe, Rando Vélo-beschildering naar Durbuy. De rit naar Angleur wordt dan respectievelijk 67 km (Barvaux) of 77 km (Melreux) lang.
Durbuy is uitgegroeid tot trekpleister voor massatoerisme. Het oude Durbuy ligt er nu kraaknetjes bij onder de beschermende vleugels van het kasteel van Ursel. Voorbij aan de vele eet- en drankhuizen en de parking kom je bij een mooie fontein. Van hieruit loopt een fietspad over de oever van de Ourthe naar Barvaux. Oppassen met je hoofd bij de smalle doorgang langs de rots van Glahan. Ook hier in Barvaux viert het toerisme hoogtij. Nu volgt een 3 km lange lichte helling over de N86 naar Bomal. Een lang vlak recht stuk brengt ons bij enkele mooie rotspartijen. Dan gaat het even flink bergop. Boven op de rots aangekomen verlaten we de N86 en schieten we steil naar beneden, aan een slagboom voorbij. Hier ligt de toegangsweg naar de ruïne van het kasteel van Logne. Het kasteel diende eertijds als schuilplaats van het beruchte “Everzwijn van de Ardennen” Guillaume de la Marck”, heer van Lummen. De daaropvolgende rustgevende weg met enkele mooie gebouwen leidt naar de hoeve “Palogne”. Deze hoeve is nu uitgebouwd tot een verzorgd recreatieoord met taverne. Hier steken we de Ourthe over via een voetgangersbrug voorzien van een loopvlak voor fietsen. Het vergt enige inspanning om de fietsen langs de steile trap naar boven te duwen. Nu gaat het over een betonnen fietspad door de diep ingesneden, smalle Ourthevallei. Deze wordt hier opgesmukt door prachtige rotspartijen. Bij de spoorwegbrug van Sy worden wij getrakteerd op een 800 m lange steile klim naar het dorpje Verlaine-sur-Ourthe. Even naar beneden en opnieuw 400 m omhoog. Intussen zijn we op de N831 beland die over 1,5 km aan 7 % terug in het Ourthedal daalt. Langs de spoorweg fietsen we naar Hamoir. We verlaten de N831 bij de eerste huizen en volgen het riviertje de Neblon naar rechts. Even verder dienen we enkele trappen te nemen. Zo komen we opnieuw bij de Ourthe en zullen we op de oever blijven fietsen tot in Angleur. De bestrating gaat over in een graspad. Een prachtige bosweg over de, door een muur ondersteunde, oever leidt ons langs een grote meander van de rivier. Dit wordt daarna een steenslagweg en weer wat verder een bospad. Op dit bospad worden wij gehinderd door enkele overhangende, doornige takken van braambesstruiken. Het pad wordt smaller en er duiken meer boomwortels op. Op een steenslagpad met grote rolkeien zijn we zelfs verplicht om de fietsen over een lengte van 200 m aan de hand te nemen. Vervolgens loopt het pad op een hoogte over de steile oever. Hier is het goed uitkijken of je bent sneller beneden dan je lief is. Dit pad geeft uit op een camping waar we doorheen fietsen. Een graspad leidt terug naar de Ourthe-oever en geeft uiteindelijk uit op N 654 in Comblain-la-Tour.
Wij deden meer dan 30 minuten over de 5 km tussen Hamoir en Comblain-la-Tour. Ik verwacht dat  dit stuk in de toekomst een verharding zal krijgen zoals het hierop volgende deel van de route. Ben je doch  met zwaar beladen fietstassen onderweg, hou je niet van dit labeur, ben je niet trapzeker of fiets je in zwaar regenweer, laat dan voorlopig deze martelweg rechts liggen. Deze is niet ongevaarlijk onder deze omstandigheden.
Volg hiervoor de N654 over 4 km van Hamoir tot in Comblain-la-Tour. Er moet dan wel eenmal geklommen en gedaald worden. Let wel, je mist dan wel een enorme brok natuurschoon.

Comblain-la-Tour – Angleur; 35 km door de Ardennen zonder hoogteverschillen

Een recent aangelegd fietspad op de linkeroever brengt ons naar Comblain-au-Pont. Dit toeristenstadje is vooral bekend om zijn kleine natuurreservaten, zoals de "Roches Noires", "Chession" en "Vignoble", die gekenmerkt worden door verscheidene rotsformaties. Aan de overzijde van de Ourthe te Comblain-au-Pont vertrekt ons fietspad over de rechteroever. We fietsen tussen deze rivier en de spoorweg met rechts van ons een rotsformatie met als naam "Les Tartines". Zo genoemd doordat 2 rotsplaten, op enkele meters van elkaar, uit de rotswand steken en men zo het idee van 2 boterhammen krijgt. We komen in Rivage waar de Amblêve in de Ourthe uitmondt. Vanaf hier tot in Esneux fietsen we zo dicht mogelijk bij de Ourthe. Zo passeren we het station van Rivage om even later het gehucht Canxhe te bereiken. Op weekdagen is het hier wel even opletten. Men fietst hier namelijk voorbij een steengroeve met het nodige aan- en wegrijden van vrachtwagens. Het was ook een nogal stofrijke bedoening. Na dit gehucht veranderen we van rivieroever. Een prachtig stuk nieuw aangelegd betonnen pad voor langzaam verkeer. We fietsen over dit mooie pad voorbij enkele arduinen rustbanken en 2 infoborden die uitleg geven over het visbestand in deze rivier. Links van ons op geringe afstand de huizen van het dorp Poulseur. Via een spoorwegbrug wisselt het opnieuw naar de rechteroever over een voetgangerspassage van dit ijzeren gevaarte.  Een smalle lange passage, 2 fietsers kunnen elkaar onmogelijk kruisen. Vele mensen nemen op deze brug dan ook de fiets ter hand. Een passerende trein maakt het allen maar spannender. Op de oever van de Ourthe loopt ook een mooi nieuw fietspad naar het Ardens toeristencentrum Esneux.
We verlaten Esneux over de rechteroever en beginnen aan een enorme kronkel van de Ourthe omheen het hoger gelegen dorpje Han. Op het verste punt van deze meander zien we de rotsformatie "Roche aux Faulcans". Net voor het gehucht Hony, steken we de Ourthe over en zullen we tot Luik op de linkeroever fietsen. Voorbij dit dorp gaat het even over een fietspad achter een industriezone door, om uiteindelijk opnieuw langs de Ourthe het station van Tilff te bereiken. Op de andere oever loopt een nieuw aangelegd fietspad eveneens naar Tilff, zo vermijd je de industriezone. Om het gezellige marktpleintje met de nodige terrasjes te bereiken, dient men de brug over te steken.
We passeren het openluchtzwembad met cafétaria, speeltuin en minigolf. Let op dit laatste gedeelte naar Luik ook eens op de 2 wildwaterbaan parcours voor kaakkers. Bij momenten fiets je hier letterlijk op de boord van de Ourthe. Op de andere oever worden we begeleid door het lawaai van de auto ‘s op de A26. Via een  sluisje steken we een binnenkanaal over. Nog even de Ourthe volgend, bereiken we uiteindelijk het winkelcentrum "Belle Île" waar we onze auto achtergelaten hadden. Links van dit winkelcomplex ligt het station van Angleur, dat als startplaats kan gekozen worden voor mensen die gebruik willen maken van de trein. Vervolgt men hier het fietspad langs de Ourthe dan komt men na 1 km bij de monding in de Maas. Aldaar kan men de RAVel 1 naar o.a. Luik centrum nemen, dat van hieruit nog zo ‘n 3 km verwijderd is.

Beoordeling

Eén brok natuur, zo kun je dit Ardens gebied het best omschrijven. Jammer van de toch wel drukke 6,5 km over de N86 tussen Barvaux en Logne. Over het eerste gedeelte van Durbuy naar Comblain-la-Tour dient men eveneens enkele malen te klimmen en te dalen. Voeg hier nog eens de 5 km hard labeur over gras-, bos-, grint- en steenslagpaden tussen Hamoir en Comblain-la-Tour aan toe en je kunt veronderstellen dat deze eerste 26 km niet voor iedereen weggelegd zijn.
Het tweede stuk over 35 km van Comblain-la-Tour naar Angleur geven een totaal ander beeld. Mooie fietspaden, en volledig vlak en voor 95% verkeersvrij. Hierdoor uiterst geschikt voor een daguitstap met kinderen, wat voor het eerste deel niet aan te raden valt. Voor wie van de Ardense natuurpracht wil genieten, maar niet houdt van het klimwerk dat deze streek meebrengt, zijn deze 35 km eveneens een ideaal geschenk.
De alom veertegenwoordige spoorlijn biedt vele mogelijkheden om de tocht naar wens te beginnen of te beëindigen. Om de 5 km heb je wel een station. Deze zijn verbonden aan mooie toeristenplaatsjes met de nodige horeca.


Maasdalroute in Nederlands Limburg

In de brede maasvlakte ten zuiden en ten noorden van de stad Maastricht is een fietsroute uitgezet met de toepasselijke naam de Maasdalroute. In het noorden verloopt deze op de vlakte gelegen tussen de rivieren de Maas en de Geul. Ten zuiden van Maastricht snijdt de Maas dwars door het Mergellandschap, waardoor aan weerszijde van de vallei steile hellingbossen ontstaan zijn. In het westen verloopt de route merendeels in de buurt van de Maas en in het oosten aan de voet van de hellingbossen.
De route wordt bewegwijzerd door witte zeshoekige borden met in het rood het opschrift Maasdalroute. In de zomer van 2000 werd het fietsroutenetwerk Zuid-Limburg in gebruik genomen. Dit routenetwerk, dat de fietser wegwijs maakt d.m.v. genummerde knooppunten, loopt voor 95% samen met de Maasdalroute en zal later geïntegreerd worden in dit netwerk. Vanaf het station van Maastricht geeft dit volgend knooppunten: 02-08-14-13-09 -(hier kan men, indien gewenst, dadelijk naar knooppunt 07) maar wij volgen 19 richting Meersen. Voor de spoorweg verlaten wij dit netwerk naar rechts, onder de autoweg door tot bij een café met groot terras.Vervolgens naar rechts gaat het terug via 07-06-05-73-74-78-77-76-75-04-02.

Het verdronken land

Achter het station de spoorweg volgend naar het noorden, verlaat de route het centrum van Maastricht. Doorheen de wijk Limmel komen we bij de plaats waar het bevaarbare gedeelte van de Maas overgaat in het Julianakanaal. We fietsen over de sluis naar de vlakte tussen dit kanaal en de hier fel slingerende Maas. De 2 dorpjes Borgharen en Itteren kwamen eind 1994 in ongunstige zin in het nieuws toen tijdens de kerst- en nieuwjaarsperiode de Maas buiten haar oevers trad. De huizen stonden er tot meer dan 1,5 meter onder water. In Bunde, opnieuw aan de andere zijde van het Julianakanaal, fietsen we langs een moderne nieuwbouwwijk. De route vervolgt zijn weg in de buurt van het riviertje de Geul, dat zijn oorsprong vindt in het 50 km verder gelegen Hauset bij Aken.

Hellingbossen

Via Rothem komen we, na over enkele wildroosters gefietst te hebben, bij een afgelegen café met groot terras, dat erg in trek is bij fietsers, wandelaars en ruiters. Deze 2 laatste groepen maken hier veelal gebruik van de natuurreservaatjes en de hellingbossen waar verscheidene routes zijn uitgezet.
Wie de Geul verder stroomopwaarts volgt, komt na een 5-tal km in Valkenburg terecht. Het meest toeristisch uitgebouwd centrum van Zuid-Limburg. Met o.a. een ruïne, vele grotten, een pretpark en een sprookjesbos, zeker een omweg waard.
Stroomafwaarts bereiken we na een kleine klim de moderne nieuwbouwwijken ten oosten van Maastricht. Het fietspad, aan de voet van de hellingbossen, loopt voorbij de molen van Gronsveld, het dorp Rijckholt en brengt ons in Eysden. Deze streek wordt gekenmerkt door de vele fruitplantages. Nadat we voorbij het kasteel fietsen, is het historisch centrum van Eysden, met zijn vele terrasjes, een aangename plaats om even te vertoeven.

De Maasvallei

Het verdere verloop van de route gebeurt in de nabijheid van de Maas. We fietsen o.a. langs een jachthaven en een dagrecreatiegebied. Aan de overzijde zien we de heuvel de Observant, enkele schietgaten van het Ford van Eben-Emael, het diep doorheen de mergelberg uitgegraven Albertkanaal en de Sint Pietersberg met ruïne.
Maastricht rijden we binnen via het nieuwe economische centrum. Een passage langs het Bonifanten museum, een streekmuseum met verscheidene thema ‘s, brengt ons opnieuw bij de Maasoever. Net voor de voetgangers- en fietsbrug naar het winkel- alsook het historisch centrum leidt de Maasdalroute ons terug naar ons uitgangspunt, het station.

 

 

 

Een circuit in Voeren en het Land van Herve

Fietsen over het golvend landschap in het noordoosten van Luik vergt een behoorlijke conditie. Voeren en het Land van Herve zijn nochtans prachtige streken met tal van kleine wegen die een bezoek zeker waard zijn. Het is niet evident om hier een bewegwijzerd circuit, bestaande uit louter fietswegen, te vinden. Maar en combinatie van RAVeL, LF 50, de Kastelenroute en lijn 38, een voormalig goederenspoor creëert mogelijkheden.

RAVeL

De afrit aan het einde van de 2de tunnel op de, door Luik lopende A602 brengt me bij het station van Angleur, mijn vertrekpunt. Hier tegenover ligt het winkelcentrum “Belle-Île”, waar ik mijn auto kwijt kan op de ruime parking. Langs de Ourthe loopt een fietspad dat zowel door de RAVeL 5 als RandoVélo gebruikt wordt. Deze fietswegen sluiten aan op de RAVeL 1 die langs de Maas door Luik loopt. Een brug brengt mij in een park op een eiland. De RAVeL 1 loopt over een rood aangelegd klinkerpad als een rode loper op de Maasoever verkeersvrij door Luik. Op het einde van dit pad verander ik van oever en fiets over het jaagpad langs het hier beginnende Albertkanaal tot aan de brug van Hermalle-sous-Argenteau. Hier merk ik de nieuwe bordjes van de RAVeL op en volg deze met verwijzing naar Lanhaye. Over de brug kom ik zo opnieuw bij de Maas terecht, waar het fietspad op de linkeroever mij naar Visé brengt. 20 vlakke kilometers heb ik achter de rug, tijd voor iets anders.

Herbeschilderde LF50

Ik fiets de brug over, onmiddellijk valt mij de geel-blauwe beschildering van de LF50 op. Ik doorkruis “La Cité de l’Oie” of de ganzenstad zoals Visé ook wel genoemd wordt. Sinds 1995 heeft de LF50 tussen Visé en St-Martens-Voeren reeds meerdere aanpassingen gehad. Onlangs werden de geel-blauwe markeringen ververst. Ik fiets voorbij het sportcomplex omhoog. Een afdaling brengt mij in het gehucht Mons, waar een mooie kleine weg uitgeeft op de weg naar Bernaux. Onder het 230 m lange treinviaduct door rij ik dit dorp binnen. Links van mij licht het monumentale kasteel van de familie de Borchgrave. Bij het kruispunt houdt ik rechtdoor aan en kom zo in s’ Gravenvoeren. Hier wordt niet meer de verkeersweg naar St-Martens-Voeren gevolgd, maar gaat de LF rechtdoor over de Voer heen. Een venijnige klim, waar de vroeger voor problemen zorgende rolkeien verwijderd werden, brengt ons in het natuurgebied Altembroek . Rechts krijgen we een machtig zicht op het Nederlands Limburgse Heuvelland. In het gehucht Ulvend (Nl) draait onze LF rechts naar beneden naar de jeugdherberg van St-Martens-Voeren. Wie zich ons artikel in R.F. nr 4 van okt. 1995 herinnert over de verlenging van de LF50 naar Aken, zal merken dat van enige bewegwijzering vanaf St- Martens-Voeren nog steeds niets gekomen is. Om Hombourg te bereiken zal men op kaart  het verdere verloop van de LF50 moeten volgen of zoals ik een stukje van de Kastelenroute volgen. Hiervoor fiets ik beneden in St-Martens-Voeren naar links omhoog om ietwat verder onder het alom dominerende betonnen treinviaduct, dat het Voerdal en het dorp overspant op een hoogte van 23 m, door te rijden. Hier kies ik voor de meest rechtse en kleinste weg van de voor mij liggende driesprong en deze leidt naar de voormalige commanderij van de Duitse Orde in St-Pieters-Voeren. Voor deze commanderij ligt het aardige kerkje St-Pietersstoel met op het kerkhof de grafsteen van de laatste commandeur, Willem Quaedt van Beeck (+1661).

De Kastelenroute

De Kastelenroute gaat hier over de hoofdweg terug richting St-Martens-Voeren. Bij de eerste splitsing moet ik naar rechts. Hier ontbreekt al dadelijk een bord. De route wordt bewegwijzerd door 3 grenspalen en een kasteel op een zeshoekig schild. Bij een volgend kruispunt met bord gaat het rechtdoor gestaag bergop naar het grensdorp De Plank. Bij het voormalig douanekantoor sla ik rechtsaf om 500 m verder linksaf naar Teuven te dalen. Bij het volgend kruispunt moet ik naar rechts doorheen het dorp. Juist buiten dit dorp, merk ik links achter een lange rechte, door bomen omgeven, oprijlaan het prachtig gerestaureerde kasteel van Sinnich op. Een kilometer verder kom ik aan het kasteel van Obsinnich dat nu ook de naam draagt van “Castel Notre Dame”. De weg draait onder een spoorwegbrug door, waarachter links de weg naar Hombourg en dus ook het niet beschilderde verlengstuk van de LF50 loopt. Maar ik wil nog een hellinkje extra en draai voor het kasteeldomein naar links een weg voor lokaal verkeer in. Over een bruggetje over de Gulp en tussen de paaltjes door, bergop het bos in. Boven op de grens met de Voerstreek en Sippenaeken kom je rechts aan een gedenkteken voor de slachtoffers van de elektrische draad die tijdens de 1ste Wereldoorlog bezet België en het neutrale Nederland scheidde. De aangeboden uitzichten tijdens de afdaling naar het kasteel van Beusdael zijn fenomenaal. In de bijgelegen boerderij bevindt zich een “Gïte à la ferme”. Ik ben nu halverwege mijn tocht. De weg stijgt terug tot in Sippenaeken waar ik mij laat leiden door de kronkelende afdaling. Als de weg verder lijkt te splitsen hou ik rechts aan en neem afscheid van de Kastelenroute. Zo kom ik bij een wit kapelletje. Hier wijst een merkwaardige wegwijzer; “Hombourg 3,3 km”, mij naar rechts de weg.
Voor mij, op een heuvel doemt een groot kruisbeeld op. Het gaat weer omhoog achter de kerk van Hombourg door. Schuin links voor mij slingert de weg richting Teuven en Remersdael naar beneden. Net voor het riviertje de Gulp wijzen GR-markeringen links het begin van de met steenkoolgruis bedekte spoorweglijn 38 aan.

Lijn 38

Deze voormalige goederenspoorlijn wordt nu gebruikt als RAVeL. Ik word er dan ook begeleid door GR-tekens en een tijdje zelfs door de St-Jacobsschelp van Compostella. Het is zwaar trappen op deze ondergrond wanneer het licht bergop gaat en dit is het geval over de eerste 15 km. Ik krijg over deze afstand een vals plat voorgeschoteld waarbij ik 100 hoogtemeters dien te overwinnen. Hierbij fiets ik na 5 km voorbij Aubel. Het centrum ligt maar op een boogscheut van de spoorweg verwijderd. Op het verdere verloop krijg ik vanaf deze spoorwegberm op vele plaatsen schitterende vergezichten over het weidse ketellandschap dat het Land van Herve kenmerkt. In het midden van deze ketel staat op een heuvel een allesoverheersend wit kruis, het “Croix du Bois de Fièsse”. Niet ver voor Battice bereik ik het hoogste punt dat zich op 320 m bevindt. Hier word ik vergast op een vergezicht op de in het zuiden gelegen Ardennen met zijn hoogvlaktes. Ik fiets daarna pal langsheen het Fort van Battice en krijg een mooi zicht op de tankgrachten.  Het gaat nu in dalende lijn richting Luik. Voorbij Herve krijg ik plots 7 km asfalt onder de wielen. Dit voor deze streek unieke pad wordt door vele recreanten gebruikt. Ik kom er fietsers, wandelaars en skaters tegen. In Fleron is in 2005 het verdere verloop van de RAVeL 5 voleindigd. Alle bruggen en oversteekplaatsen zijn vernieuwd en met de nodige verkeersborden voorzien. Het pad gaat nu door Grivegnee een diepe spoorwegbedding in. Uiteindelijk geeft deze uit op een asfaltwegje en veranderd in een rood klinkerpad. Een vervolg van de “rode loper” vraag ik mij onmiddellijk af? Het rode pad brengt mij bij de Vesder en een betonnen fietspad aan de brug in Vaux-sur-Chévrement. Ik fiets de brug over en op de andere oever brengt, een voor auto’s doodlopende, weg mij stroomafwaarts op de N61. Op de splitsing neem ik richting Bastogne en Luxemburg en neem afscheid van de Vesder. Een dikke kilometer moet je nu het drukke verkeer dulden. Op het einde gaat het naar links enkele honderden meters over een vierrijvaksbaan tot bij de oprit van de autoweg. Vlak hiervoor loopt een fiets-, voetgangerspassage naar rechts parallel aan de autoweg en brengt mij bij de Ourthe die ik stroomafwaarts volg tot bij de parking van Belle Île of het station van Angleur.

Beoordeling

Een zeer gevarieerde tocht met van alles en nog wat. Eerst 20 km vlak langs de Maas en het Albertkanaal. Daarna 30 km over de LF50 en de Kastelenroute met enkele venijnige stukken bergop. Om te eindigen een 40 km lange tocht over een voormalige spoorwegberm waarvan 22 km verhard en waar op geregelde tijd enkel horecazaken opduiken. Zeker een aanrader voor de recreatieve fietser die naar wat “anders” verlangt.

Fietsrondritten in de Oostkantons

Onder de Oostkantons verstaan wij de kantons Eupen, Malmedy en Sankt-Vith die het oostelijk gedeelte van België vormen. Voor 1919 behoorden ze tot Duitsland, maar het verdrag van Versaille wees ze aan België toe.
In afwachting van het in voorbereiding zijnde fietsroutenetwerk der Oostkantons (streefdatum zomer 2003) zijn nu reeds 3 lange en 8 korte fietsrondritten bewegwijzerd. De tussen St-Vith en Malmedy gelegen "2-valleienroute" (18 km) en de route "Het land van St.-Vith" (22 km), samen met de Pré-RAVeL (16 km), gecombineerd met stukjes MTB-route en "Veen- en merenroute",  kunnen tot een 86 km lang circuit gevormd worden.
De eerste 2 lussen worden volledig opgenomen in het geplande fietsnetwerk, terwijl de Pré-RAVeL net zoals nu een eigen aparte maekering toegewezen krijgt. Vorig jaar werd de bewegwijzering van deze routes nagekeken en opnieuw van de nodige borden voorzien. De bewegwijzering is gebaseerd op richtingveranderingen. Dit houdt in dat enkel bij een richtingverandering een bord aanwezig is. De 2, voldoende gedetailleerde brochures: "Fietsen in de Oostkantons" en "Mountain Bike in het zuiden van de Oostkantons", zijn dan ook een zekerheid om op terug te vallen. Ze zijn bovendien gratis te bekomen op de Dienst voor toerisme van de Oostkantons, PB 66, 4780 St-Vith (tel: +32 (0)80-227664, e-mail: info@eastbelgium.com)

Pré-RAVeL (16 km) (nrs. 150, 135, 139, 151, 150 van het fietsnetwerk Oostkantons)

Vanaf het "Heimatmuseum", dat ondergebracht is in het oud stationsgebouw van St-Vith, fiets ik 5OO m in noordelijke richting. Hier vangt het eigenlijke RAVeL-traject aan. De bewegwijzering bestond voorheen uit een rechthoekig plankje met daarop RAVeL en een richtingpîjl maar is nu, ligt gewijzigd, geïntegreerd in het fietsnetwerk van de Ostkantons. De voormalige spoorweg loopt door natuurgebied en is niet verhard. In den beginne is er nogal wat steenslag, maar dit vermindert geleidelijk en wordt uiteindelijk een grindbedekking.

De natuur laat zich van zijn mooiste kant zien langs het beekje "Die Emmels". Zo kom ik in Born. Attractiepool is hier zonder twijfel het 18 m hoge spoorwegviaduct uit WO 1. Bij de kapel net voor deze brug verlaat ik het spoorweggebeuren en gaat het links omhoog over een verbindingsweg, die ik in de klim nogmaals naar links verlaat. Het gaat nu steeds rechtdoor. De kleine weg wordt onverhard en een korte venijnige, met steenslag bedekte, klim leidt een bosje in. Bij het volgende kruispuntje krijg ik weeral een idyllische aanblik op de mooie vallei van de bovenloop van "Die Emmels". Bij de Emmelsmolen houd ik  links en klim langzaam uit dit dalletje. Ik kom op een verbindingsweg die ik naar links volg en onmiddellijk rechts opnieuw verlaat. Voor mij in het dal ligt St.-Vith dat ik over een onverharde weg benader. In het centrum staat de "Büchelturm", een restant van de stadsverdedinging uit de 14de Eeuw, die in 1961 gerestaureerd werd.

Naar de 2-valleienroute via Montenau

Vanuit Born vervolg ik mijn weg over de voormalige spoorweg onder het viaduct door. Over de grintlaag is het comfortabel fietsen. Ik passeer de grillhut van Born. Montenau oogt idyllisch bij het binnenrijden. De jonge Amel (Amblève) wringt zich hier in menige kronkel. Ik rij dit dorp binnen langs de "Montenauer Schinkenraucherei", die men kan bezoeken. Op de hoek ligt het café Terminus met mooi terras. Bij het buitenrijden, op de weg naar Ligneuville, ligt aan deze rivier een immens grote paardenfokkerij. Een Antwerps zakenman heeft hier de volledige vallei opgekocht en over een lengte van 2 km zie je dan ook niets anders dan mooi afgerasterde paardenweiden met daarin "Quarterhorses" en "Painthorses". In het verlengde ligt het voormalige klooster St.-Raphaël dat nu als vormings- en seminariecentrum dienst doet. De weg daalt terug naar de Amel.

2-valleienroute (20,5 km) (nrs. 128, 129, 168, 167, 132, 126, 123, 122, 128 van het fietsnetwerk Oostkantons)

Van rechts komt de weg van Odenval en gelijk zitten we op de 2-valleienroute. Deze fietslus loopt door het Franssprekende gedeelte van de Oostkantons en wordt bewegwijzerd door een zeshoekig bord met groene fiets en richtingspijlen. De route loopt nu door de uitlopers van het "Wolfsbusch". Ligneuville klim ik uit over een fietsstrook langs de N62. Met het stukje N632 in Baugné erbij fiets ik noodgedwongen 4 km over hoofdverkeerswegen. In een bocht op de daaropvolgende kleine weg krijg ik een mooi panorama op Malmedy. Na nog een korte klim gaat het steil naar beneden in het dal van de Warchenne, voorbij aan de indrukwekkende steengroeve "Bodawré". De mooie kleine weg in het dal van de Warchenne, aangelegd voor het aan- en afrijden van de vrachtwagens, brengt mij in Waimes. Bij de nieuwe rotonde moet ik naar links en vlak achter de St.-Saturnuskerk naar rechts. Deze "Zweischiffenkirche" is enig in zijn soort in België. Het is een kerk uit 1554 met 2 middenschepen met geribde gewelven en centrale pilaren. De N676 brengt mij in Steinbach. Vanaf hier loopt de route ook samen met de "Veen- en merenroute". Doorheen het dorpje Odenval en door een mooie beekvallei kom ik terug bij de Amblève en op de weg Ligneuville-Montenau. Over deze "Veen- en merenroute" kan men via Montenau terug naar Born, waar deze naar rechts wegdraait richting Recht.

Van Ligneuville naar Recht

Over de Amblève tegenover de kerk van Ligneuville volg ik de MTB-tekens nr. 4 (blauwe driehoek met 2 blauwe bollen, een gele stip en nr.4), die tot bij de autoweg samenlopen met de wit-rode beschildering van de GR 56. Na het opnieuw oversteken van de Amblève volgt een zeer zware klim  naar deze autoweg. Over een mooie bosweg, waar ik een Ardens trekpaard bomen zie sjouwen, kom ik in Recht, waar ik richting kerk fiets. Terug naar Ligneuville kan door de "Veen- en merenroute" over de N660 en vervolgens, na de Amblève overgestoken te hebben, opnieuw de GR-tekens te volgen.

Het land van St.-Vith (27 km) (nrs. 161,165, 181, 164, 166, 169, 160, 156, 161 van het fietsnetwerk Oostkantons)

Deze route wordt zoals de 2-valleienroute bewegwijzerd maar op een ietwat groter bord. Bij het buitenrijden van Recht verlaat ik de hoofdweg en fiets het "Emmelser Wald" in. Ook hier krijg ik weer een aardig stuk door de bossen voorgeschoteld. De daarop volgende autoluwe N676 verlaat ik bij het buitenfietsen van dit bos richting Hinderhausen. Het landschap wisselt van Ardens naar Eifel. Open hoogvlaktes met weiden openbaren zich. De kleine wegen deinen op en neer. Het gaat van Crombach naar Neundorf. Dit dorp bezit een laatgotische O.L.V.-kerk en net als Born een spoorwegviaduct. Voorbij de voormalige spoorweg staat naast een rustbank met daarlangs een houten kruis, waardoor dit gebied de passelijke naam "Am Holzern Kreuz" meekreeg. Het volgende dorp is Rodt. Aan de Tomberg bevindt zich het biermuseum. Dit vrij te bezoeken museum bezit zo een 3000 flessen van verschilllende biersoorten met de daarbij horende glazen. Na de kerk gaat het links omhoog. Net voor de A27 autoweg draai ik weeral links naar omhoog en kom zo op het hoogste punt van mijn tocht nl. 580 m. Even fiets ik over een hoogvlakte langs de autoweg en wat later brengt een lange steile afdaling mij terug in Recht, waar ik mijn remmen enkele malen moet toeknijpen om geen snelheidsovertreding te begaan.

Combinatietocht vanuit St.-Vith (86 km)

Hiervoor neem ik de RAVeL over de voormalige spoorlijn via Born naar Montenau. Hier nam ik de weg naar Ligneuville, waar ik de Amblève kruiste en de MTB-route nr. 4 samen met de GR-tekens volgde naar Recht. Van hier uit fietste ik de complete route "Het land van St.-Vith". Opnieuw in Recht ging het over de "Veen- en merenroute", gevolgd door de MTB-route nr. 4 en de GR-tekens, en dit na het verlaten van de N660 waar ik de Amblève overbrugde. Terug in Ligneuville vervolledigde ik de "2-valleienroute" over Waimes. Na Steinbach liep mijn weg samen met de "Veen- en merenroute" terug via Montenau naar Born waar ik naar het viaduct afzakte. Daar
vervoleindigde ik de "Pré-RAVeL" die mij terug in St.Vith bracht.

Fietsrondrit naar de Naamse Maas

Ten noorden van Namen, net over de Vlaams-Brabantse grens, bevindt zich een uitloper van Haspengouw. De Waalse fietsorganisaties Rando Velo en RAVeL (Réseau Autonome de Voies Lentes) hebben hier een aansluiting gemaakt op de LF6 “Vlaanderen Fietsroute”. Ze maken hiervoor, tussen Hoegaarden en de Naamse Maas, gebruik van doorgaans dezelfde wegen. Vanaf Eghezée kiezen beiden hierbij voor een eigen traject naar Namen en creëerden daarbij onrechtstreeks een bewegwijzerde rondrit van 51 km. Het handelt hier respectievelijk om gedeeltes van de RV2 (31 km) en de RAVeL2 (20 km).
Mijn auto laat ik achter op de immense parkeerplaats van het Cultureel Centrum van Eghezée, aan het voormalig station. Aan de parkeerplaats vind ik onmiddellijk de geel-blauwe beschildering van de RV2 terug. De beide routes lopen hier nog samen over de voormalige spoorlijn 142. Met in het achterhoofd de gedachte dat een trein geen steile hellingen kan nemen, besluit ik langs de RV2 naar Namen te fietsen en terug te keren via de RAVeL2 over het voormalig spoorwegtracé van lijn 142. Ik hoop zo een moeilijke klim te ontwijken bij mijn terugkeer uit de Maasvallei. Dit blijkt achteraf gezien een wijze zet.

 

Waar de wind heerst

Over de voormalige lijn 142 vertrekt het dus, doorheen Eghezée. Na 1 km verlaat de geel-blauwe beschildering  deze RAVeL naar links en steekt de drukke N01 over naar Hanret. Ik fiets voorbij aan het kasteel van “Frocourt” en de “Ferme de Moulin”, één der vele grote witgekalkte vierkantshoeves die tekenend zijn voor deze streek. In Hanret is het even uitkijken naar de Rando Velo-tekens. Soms is er door de aanwezigheid van meerdere wegen verwarring mogelijk. Het is dan ook nodig op de ingeslagen weg naar een volgend baken te speuren. Even gaat het over een verbindingsweg die ik in een bocht verlaat. Rechtdoor fiets ik naar Cortil-Wodon. Ook hier is het goed uitkijken naar de markeringen. In dit dorp kom ik een bink tegen, een centraal gelegen, met gras bedekt, plein omgeven door bomen. Ik houd rechtdoor aan en beland in Noville-les-Bois. Nu volgt een op en neer deinende, strak naar het zuiden lopende, verbindingsweg. De wind staat pal op kop en de 3 glooiingen voor mij, verplichten mij tot een krachtige tret. Links ligt de waterburcht van Fernelmont. Tegenover het bos Fernelmont werd een industrieterrein ingepland. Dit en een op- en afrit voor de E40,  zorgt voor meer verkeersdrukte op weekdagen.

Idyllisch intermezzo

Eenmaal over de autoweg gaat het steil bergaf naar Franc-Waret, een in het oog springend dorpje. Langs mij kabbelt een riviertje. Achter hoge, in bakstenen opgetrokken muren, gaan enkele vierkanthoeves verscholen. Eeuwenoude bomen overschaduwen dit valleitje. Aan het einde van het dorp staat een opvallend kasteel in een oase vol groen. Omheen de ovale vijver leiden symmetrisch aangelegde toegangswegen naar de, in grijze steen opgetrokken, voorgevel. Een watergracht omgeeft het, met hoektorens voorziene, vierhoekige complex. Achteraan zie ik een deel van een in terrassen aangelegde Franse tuin. Over Marchovelette bereik ik Gelbressée. De woningen in grijze Ardense steen kondigen aan dat ik het weidse akkerland inruil voor de beboste en rotsachtige Maasvallei. De N80 schuin overstekend daal ik verder door de bossen. Rechts achter een hoge muur bevindt zich het enorme complex van de abdij “Notre-Dame du Vivier”. Ik fiets hier door het Dominale woud van Marche-les-Dames. Voorbij aan het militair kwartier Luitenant Generaal Roman waar de para’s hun thuishaven hebben. Tegen en tussen de rotsen hangen allerlei kabel- en andere structuren die niet aan mensen met hoogtevrees besteed zijn. Bij de Maas aangekomen fiets ik onderaan de klimrotsen voorbij, waar Koning Albert I verongelukte. Een kapel en een stenen kruis doen hieraan herinneren. Bij een jachthaventje ruil ik de openbare weg voor een jaagpad aan de Maas. Na het autowegviaduct van Beez moet ik terug de weg op. Een steile klim brengt mij op een brug die ik oversteek. Op de andere oever leidt, een tussen de struiken verscholen, asfaltpad mij terug naar het water. Over het jaagpad kom ik bij de brug van Jambes in Namen. Hier moet ik terug naar de andere kant, zo vertelt mij de aangebrachte bewegwijzering. Eerst geniet ik hier nog even van de unieke kijk op de monding van de Samber in de Maas, met daarboven de allesoverheersende citadel. Er is zeer druk verkeer op deze brug en ik begeef mij dan ook zo snel mogelijk naar de RAVeL op de lager gelegen Maasoever. Dit pad draait de loop van de Samber op. Aan mijn linkerhand aan de overzijde, klimt de toegangsweg naar de citadel omhoog. Een uitdaging voor menig fietser. Rechts bevindt zich het oude stadscentrum met zijn vele smalle straatjes. Leuk om een terrasje te zoeken, gaat het door mijn hoofd. Ik neem een smalle doorgang die naar het pleintje “Place M. Servaes” leidt. Hier wordt momenteel aan straattheater gedaan. De hier neergeplante cabarettent en enkele woonwagens geven het geheel een middeleeuwse karakter. De volgende blok om en ik sta op een pleintje aan de kerk St-Jean. Het kleine vierhoekige “Place Marche au Légumes” is één groot terras.

Lijn 142; Namen - Tienen

Terug aan de Samber vervolg ik deze verder over de linkeroever tot bij een spoorweg. Ik moet onder de brug door en draai scherp rechts de weg op. Een voetgangerstunnel leidt naar de andere zijde van een volgende spoorlijn. Ook hier gaat het weer scherp terug. Vervolgens naar beneden en ik fiets op de voormalige lijn 142. Over een helling van maximum 2,5% en 6 km lang verlaat ik Namen en de Maasvallei. Op deze klim in het gehucht Frizet, geniet ik van de machtige kasteelboerderij. Gelegen op een heuvel voor mij met in de hellende weiden eromheen vele vredig grazende koeien. Onderaan bevindt zich een paviljoentje aan een vijvertje. Ook al is de klim niet zwaar, hier even stoppen is een “must”. Het fietst hier trouwens, door een tunnel van groen, vlotter bergop dan voorheen over de door wind geteisterde Haspengouwse wegen. Voorbij het autowegklaverblad loopt het RAVeL-pad bijna rechtlijnig over dit Haspengouws plateau terug naar Eghezée. Ditmaal gestuwd door de wind, is dit een makkie. Eenmaal moet ik nog van dit spoorwegtraject af, en dit om de suikerfabriek van Longchamps te omzeilen. Eveneens noemenswaardig op het afgelegde traject over lijn 142 zijn de uitstekend gerestaureerde stations van Leuze en Eghezée, die een andere functie toegedeeld kregen.

Beoordeling

Een mooie tocht, niet ver over de grens van Vlaams-Brabant, in een uitloper van het vruchtbare Haspengouw. Een open, licht golvend plateau met grote witte vierkantshoeves en kleine dorpen, waar de wind vrij spel heeft. De overgang naar de Maasvallei levert zowel enkele korte afdalingen als hellinkjes op. Gevolgd door een kilometers lange vrije val naar de Maas. De smalle straatjes en de sfeervolle pleintjes in het oude stadsdeel van Namen mag men zeker niet links laten liggen. Wie het aandurft kan ook de citadel eens omhoog fietsen. Het goed lopende fietspad over lijn 142 leidt terug naar Eghezée. De tocht is vergelijkbaar met routes in het Limburgse Haspengouw, maar krijgt een surplus door een apart stukje Maasvallei en een sfeervolle, geschiedenisrijke provinciehoofdplaats.

Noord-Franse fietssfeer in Luiks Haspengouw

50 km over smalle autoluwe asfaltwegen

Luiks Haspengouw of “La Hesbaye Liégoise”,  is een streek met Noord-Franse trekken. Een streek ten westen van Luik, bevangen door de E40 en de E42. Al het verkeer trekt er naar de enkele grote verkeersaders en verschaft zo veel fietsvrijheid op de vele achtergebleven verbindingswegen. De dorpen zijn aaneengesnoerd via kleine en ook middelgrote asfaltwegen. Deze asfaltwegjes, de slaperige dorpjes, de kleine beekvalleien afgewisseld met grootse open vlaktes laten toe je even in Frankrijk te wanen. Deze honderden kilometers aan sluimerende asfaltwegen verbergen een netwerk aan fiets-”wegen” waar ik een tip samenstelde aan de hand van pijlwegwijzers en zo weinig mogelijk richtingsveranderingen.

(Tussen haakjes vermelde ik de pijlwegwijzer of de aanknopingspunten).

 

Starten doe je in Bergilers, enkele kilometers van Waremme en de E40. Parkeren kan tegen de muur met daarachter een weide en de kerk.Met de rug tegen de muur (RA) en de gedachte in Frankrijk vertrek je over een brede asfaltweg naar het zuiden (richting Remicourt, Limont). Na de overtocht van de E40 en het HST-spoor is het genieten van het op een heuvelrug pronkend kerkje van Lamine, boven het groene dal van de Yerne (RA; Pousset). In Bleret (LA; Huy, Bovenistier, verweerde pijlwegwijzer tegen muur) nemen we weer een zuidelijk georiënteerde richting aan. De jongste jaren zien we hier tussen de vele graanakkers meer en meer vlasvelden opduiken. In Bovenistier (RD; Viemme) steek je de N637 over en (1ste RA) parallel aan deze verkeersweg fietsen we naar Faimes. Noodgedwongen gaat het hier een honderd tal meters over de N65 (RA). In de eerste straat links is een laan aangelegd van esdoorns met geel gevlekt blad. Erachter verschuilen zich vele herenhuizen en een statisch gemeentehuis met ervoor een oorlogsmonument. Indien je deze dreef in fietst, zou je voor lange tijd geen richtingverandering meer hebben. Ware het niet dat de volgende straat (LA) uitgeeft op een der mooiste gehuchten van deze streek. In de schaduw van het kerkje van Saives ligt een imposant Haspengouws landgoed. De kasteelhoeve hoeft qua bouwpracht niet onder te doen voor het kasteel, je zou in twijfel trekken welk van beide de voorkeur geniet. Om volop te genieten van dit tafereel moet je even een rondje draaien van een honderdtal meters. We passeren langs de achterkant van de kasteelhoeve (bij kapelletje LA) en zien voor ons, begroeid met talrijke bomen en struiken, een grote tumulus. Een smal asfaltwegje (RA) daalt naar de kerk van Celles. Les Waleffes, Vieux-Waleffes en de molen van Toultia in Dreye liggen in rechte lijn naar Warnant –Dreye. Het massieve kasteel van Oultremont met kasteelkapel prijkt bij het binnenfietsen van dit alleraardigst dorp rechtsboven op een heuvel. Riante vierkanthoeves sieren deze dorpen, de ene al indrukwekkender dan de andere. Op vele binnenkoeren of erven van deze hoeves is op de plaats waar eens de mestkuil stond, nu een mooie binnentuin aangelegd. Vele toegangspoorten staan uitnodigend open en een blik naar binnenwerpen is niet te versmaden. Aan de kerk van Warnant-Dreye ligt een dorpscafé en er staan enkele tafeltjes buiten. Het dorp telt menig herenhoeve en geeft een slaperige indruk. Spelende kinderen op het kerkplein geven sfeer. Neem tegenover dit kerkplein de weg naar Vaux-et-Borset. Ook in noordelijke richting blijf je steeds rechtdoor fietsen over de smalle asfaltwegjes. Terug in Les Waleffes passeer je ditmaal aan het 18de E kasteel met kasteelhoeve. De smalle torentjes van de kasteelhoeves hebben iets sprookjesachtig. Het kasteel zelf was vroeger eigendom van de familie Curtius. Langs dit complex ligt nog een andere bezienswaardigheid, een hoeve in halfronde vorm met een prachtig binnenplein. Langs de poort hangt een gedenkplaat ter ere van het verzet en het geheime leger in WO II. De weg draait weg van dit oord naar Borlez en via Viemme gaat het naar Haneffe in het dal van de Yerne. De tempelierhoeve, de reproductie van de Heilig Grafkerk van Jeruzalem, het oorlogsmonument op het immens grote kruispunt, alles ligt er even rustig bij. Op deze enorme viersprong ligt het café “Vieux Haneffe” in Franse stijl. Een terras met rieten matten overtrokken, rustieke hardhouten meubilair en een petankbaan doen Frans aan. Haneffe ligt dan ook op de “Groene fietsweg naar het zuiden” en de nieuwe aansluiting op de “Groene Valleien fietsroute” van Paul Benjaminse. Met een beetje geluk tref je hier dus fietsreizigers aan op weg naar Frankrijk en verder. Een andere romantische plek is de dorpskern van het zusterdorp Donceel. Een,  tot de verbeelding sprekend, kasteel in het dal geeft uitzicht over een plein op een versterkte hoeve met erlangs een kerkje in grijze natuursteen op de heuvel. Vanuit Haneffe gaat het opnieuw rechtdoor rechtaan. Jeneffe, Momalle (Gîtes) en Fize-le-Marsal bieden nog meer dorpsschoon om uiteindelijk (weg naar Lens-s-Geer, negeer weg naar Crisnée) in het open veld bij de kapel du Frenay te belanden. Links voorbij de kapel brengt een holle weg je terug bij de Jeker. De weg  achter de Jeker (LA) brengt je in de kortste keren terug in Bergilers.

Fietsen met “TARPAN” in Léglise

Het netwerk “TARPAN” is een initiatief van tien gemeenten, onderverdeeld in vier afzonderlijke partnerschappen met als doel de herwaardering van rustige wegen en paden te bevorderen voor wandelaars , ruiters, fietsers, mountainbikers en langlaufers. ”Wandelen… maar dan anders”, dit staat voor “TARPAN”: Tourisme (toerisme), Accueil (onthaal), Randonnée (zwerftochten), Patrimoine (erfgoed), Agriculture  (landbouw) en Nature (natuur). De thematisch bewegwijzerde routes, plaatsen het natuurlijk en bouwkundig erfgoed op de voorgrond en nodigen uit tot een ontdekkingstocht naar lokale producten en tradities. Het netwerk “TARPAN” ontwierp in samenwerking met het NGI de wandelkaart “Léglise” voor de grensstreek van Gaume en Ardennen. Niet allen de 7 voorgestelde wandeling tussen 5,6 en 14,5 km, maar ook het voorgestelde fietsnetwerk op de kaartrugzijde trok onze aandacht. De drie gemeenten Léglise, Neufchateau en Habay-la-Neuve stellen op deze kaart drie fietslussen voor, waarbij iedere lus twee ingekorte varianten telt. Deze routes zijn in tegenstelling tot de wandelpaden niet bewegwijzerd en zijn dus op kaart te fietsen. Oei,… kaartlezen, zul je denken? Neen hoor, hier is dit werkelijk een niemendalletje. De trajecten lopen over overwegend rustige asfaltwegen van dorp naar dorp en over langere afstanden geldt een rechtdoor rechtaan fietsen. Het is dus enkel opletten bij die enkele richtingveranderingen waar pijlwegwijzers ontbreken om je de goede weg uit te sturen. Een hele boterham vol dus, waarvan wij u van gaan laten proeven.

LENGTE: (3 fietslussen met ingekorte varianten)
“1” Neufchateau: 52 km, 2 varianten van 25 en 28 km
“2” Léglise: 38 km, 2 varianten van 25 en 35 km
“3” Habay: 47 km, 2 varianten van 28 en 35 km
BEWEGWIJZERING: geen, maar zeer gemakkelijk op kaart te fietsen; meermaals wordt lange tijd rechtdoor rechtaan gefietst en van dorp naar dorp.
VERTREK: Léglise, Neufchateau of Habay
KAART: wandelkaart Léglise “Pays de la forêt d’Anlier” uitgegeven door het NGI:
www.ngi.be, sales@ngi.be
TREIN: station in Marbehan; op lus “3” tussen Léglise en Habay

INFO: Net TARPAN: www.tarpan.be, georis.tarpan@skynet.be

FIETSVERHUUR: Ets. Fineuse, Place de la Foire 15, 6840 Neufchâteau, tel 061-27 75 94

Rustige wegen in het bos van Anlier

Startplaats van mijn verkenning is het “Office de Tourime” in Léglise, het dorp waarvan de kaart de naam draagt. Trouwens dit dorp ligt slechts enkele kilometers verwijderd van de autoweg, net na de samensmelting van E411 en E25 en is dus vlot bereikbaar met de wagen. Op kaart staat bij iedere lus een fietsrichting aangegeven, maar niemand belet je deze in de andere richting te fietsen. Indien je lussen wilt combineren zul je hier sowieso moeten van afwijken.
Na bestudering van de fietskaart staat mijn keuze vast, aanvangen met de ingekorte variante van fietslus “3”: “De rustige wegen van het woud van Anlier”, en vervolgens switchen naar lus “2”: “Ontdekking van de mooie landschappen van de Ardennnen”. Het immense woud van Anlier is op deze manier nooit ver uit de buurt en fietsen door de Ardense bossen, daar komen we immers voor! Starten doen we in tegengestelde richting op fietslus “2”, links van het “Office de Tourisme” omhoog. Familiefietstochten …, staat toch op de kaart aangegeven? Gelukkig gaat het na deze eerste pittige klim over kalme, licht deinende wegen gezapig naar Thibessart, het dorp van de tien Christuskruisen. Tijd om over te schakelen op fietslus “3” en dit in de voorgestelde richting op de kaart. Na het kruisen van de autoweg is er een doortocht door een bos. Daarna leiden een hoogspanningslijn en een spoorweg naar het dorp Rulles. Hier even de kaart bestuderen om niet in de fout te gaan. Opnieuw onder de autoweg door, voorbij aan een site van een Romeinse villa, kom je in Habay-la-Vieille. Vieille…? Vervallen en leegloop, ja! Dit dorp heeft een grote oplapbeurt nodig. De huizen staan er troosteloos bij, de verf afbladerend van de muren, …doods. Op het centraal plein, ooit in een vorig leven een mooie brink, staat een in grijze Ardense steen opgetrokken nieuwbouw: “Maison d’
épicerie”, kruidenbehandelingen e.d. Is dit misschien de ultieme poging om verjonging in dit dorp te brengen…?  Het wegdek van de N897, die naar Habay-la-Neuve voert, is trouwens ook aan vervanging toe. “Ces Lacs et ces” – zijn meren en zijn…- kondigt een reclamepaneel beloftevol aan. Wil je daar iets van zien, kies dan in Habay-la-Vieille voor de mountainbikeroute in de vallei en niet voor deze hoofdweg. Je kunt zo, door het dal fietsend, de kaartroute terug oppikken op het einde van Habay-la-Neuve. Aan de meren is het leuk vertoeven en vind je trouwens enkele picknickplaatsen terug. De doorsteek van Habay-la-Neuve is ook niet om naar huis te schrijven. De kaart volgend fiets je opnieuw via enkele, nog net niet doodgebloede, straten door dit stadje heen. Hier fiets je wel de kortere variante, misschien dat de hoofdroute meer bekijks biedt van dit stadje. Nu het dal uit, klimmen dus, recht het woud van Anlier in. Prachtig, naaldbomen afgewisseld met in herfsttooi gestoken loofbomen, een ondergroei van bruin afgestorven varens, dit is genieten. Plots ligt voor mij een langgerekte rechte geasfalteerde 500-meter-schans, dit is eventjes slikken om dan in glijvlucht af te dalen aan een snelheid van 57 km per uur. De angstwekkende helling, van bovenaf gezien, vlakt gelukkig beneden helemaal af naar het “Croix du Canard”, …het eendenkruis, …met opnieuw zo een adembenemende afdaling. Mijn snelheid schiet weer prompt de hoogte in. Degene die hier in de andere richting omhoog moet, is dan misschien niet “canard” maar toch wel konijn. Achter de daaropvolgende onvermijdelijke klim ligt een ruraal gebied met enkele dorpen, omring door het immense woud van Anlier, vernoemd naar één dezer dorpen. Na Vlessart volgt Louftémont waar je terug naar Thibessart kunt fietsen om de lus te sluiten. Het is intussen middag en 32 km liggen achter mij. Een stralend najaarszonnetje staaft mijn voornemen om de weg naar Fauvillers te nemen en zo voor fietslus “2” te kiezen, evenwel in tegengestelde richting dan op de kaart is aangeduid. Een korte stevige klim leidt terug naar het woud, tijd voor een picknick op enkele boomstammen onder een hartverwarmend zonnetje.

Ontdekking van de mooie landschappen van de Ardennen

Een nagenoeg vlakke doortocht door het woud sluit af met het kruisen van het diepe dal van “La Basseille”, een zijriviertje van de hier nog prille Sûre. Dit gaat gepaard met een fikse afdaling rijk aan onbeschrijfelijk natuurschoon. Je moet daarna natuurlijk aan de andere zijde dit dal… weer uit! Je bent hier trouwens maar enkele kilometers verwijderd van Martelange en dus van het Groothertogdom Luxemburg. Mijn kaart vertelt me in Fauvillers links, de in rood ingetekende, N848 op te fietsen en enkele kilometers verder de N825. Niet voor te stellen, op die vijf kilometer verkeerswegen naar Witry kwam juist geteld één auto voorbij. Het vervolg is prachtig, een beetje Schots: mosgroene valleien, kabbelende beekjes al dan niet omgeven door open grasbeemden, een grijsstenen boerderij met vijver en oude stenen bruggetje, weiden met grazende paarden, hooglandrunderen of gewone koeien – de schapen ontbraken –, enkele landbouwdorpjes met mooie boerderijen en namen als Volaiville, Lescheret en Chêne. Hier vindt de mens innerlijke rust, hier speelt tijd geen rol, dit is fietsen in een oergemoedelijke sfeer, ook al begint het geaccidenteerd terrein zo stilletjes zijn tol te eisen. Terug op de N825, ligt een boogscheut verder de weg naar Léglise. Zes kilometers in haast immer dalende lijn resten nog om deze tocht van 62 km te voleindigen. Oh ja, in Volaiville heb je de mogelijkheid lus “2” met enkele kilometers in te korten en vanaf Chêne lopen lussen “2” en “1” samen naar Léglise. Hierbij is nog te vermelden dat lus “1” de streek van Neufchâteau verkent. Maar, … die is aan jullie om te ontdekken!

Beoordeling

Fietsen in een prachtig landschap, dit is wat je hier zoekt en ook tegenkomt. De benaming familietochten laat ik doch in het midden, niet iedere familie is even sportief aangelegd als de andere. Ardennen gaat niet gepaard met vlakke landschappen, alhoewel de hellingen op enkele diepe valleitjes na betrekkelijk kort zijn. Ben je een liefhebber van vlaktes, dan is dit niet je ding. De vele combinaties bieden mogelijkheden te over en er is zeker voor ieder wat wils.