|
| |
| Fietsen langs de Ourthe
61 km langs
vele mooie rotspartijen
Tussen Bouillon en Visé loopt de RV
7. Een langeafstandsfietsroute van Rando Vélo die zoveel mogelijk gebruik
maakt van rustige kleine wegen en RAVeL’s. Gemarkeerd door de conforme
geel-blauwe beschildering leggen zij een verbinding tussen de Waalse
jeugdherbergen.
Tussen Durbuy en Angleur loopt deze route over 61 km door het Ourthedal.
Waarvan de laatste 35 km, tussen Comblain-la-Tour
en Angleur, pal aan de rivier en dus volledig vlak zijn.
Wij fietsten de route in beide richtingen. Doordat de route door het diep
uitgesneden dal van de Ourthe verloopt, met het nodige bochtenwerk en de
pracht van de Ardennen, is dit zeker geen eentonige bedoening. Integendeel
zelfs, op onze terugweg werden ons nog vele, op de heenweg, verscholen
bezienswaardigheden geopenbaard. Men krijgt ook door het diep ingesneden
reliëf en de meanderende rivier een totaal ander zicht op de vallei.
Door het dal loopt de spoorlijn Luik-Marloie/Jemelle met haltes te
Angleur, Tilff, Hony, Esneux, Poulseur, Rivage, Comblain-la-Tour, Hamoir,
Sy, Bomal, Barvaux en Melreux. Het ganse traject kan, in combinatie met de
trein, in zijn geheel of in gedeeltes ervan worden afgelegd. Mogelijkheden
genoeg dus om een mooie rit te plannen.
|
 |
|
Durbuy -
Comblain-la-Tour; 26 km natuurpracht, maar niet zonder enig risico
Starten doen we in Durbuy.
Combineer je de tocht met de trein dan kan dit vanaf het station in
Barvaux. Naar Durbuy moet je dan 6 km extra fietsen. Ook kun je uitstappen
in Melreux. Neem dan de weg naar Ny en volg aldaar de geel-blauwe, Rando Vélo-beschildering
naar Durbuy. De rit naar Angleur wordt dan respectievelijk 67 km (Barvaux)
of 77 km (Melreux) lang.
Durbuy is uitgegroeid tot trekpleister voor massatoerisme. Het oude Durbuy
ligt er nu kraaknetjes bij onder de beschermende vleugels van het kasteel
van Ursel. Voorbij aan de vele eet- en drankhuizen en de parking kom je
bij een mooie fontein. Van hieruit loopt een fietspad over de oever van de
Ourthe naar Barvaux.
Oppassen met je hoofd bij de smalle doorgang langs de rots van Glahan. Ook
hier in Barvaux viert het toerisme hoogtij. Nu volgt een 3 km lange lichte
helling over de N86 naar Bomal. Een lang vlak recht stuk brengt ons bij enkele mooie
rotspartijen. Dan gaat het even flink bergop. Boven op de rots aangekomen
verlaten we de N86 en schieten we steil naar beneden, aan een slagboom
voorbij. Hier ligt de toegangsweg naar de ruïne van het kasteel van Logne. Het kasteel diende eertijds
als schuilplaats van het beruchte “Everzwijn van de Ardennen”
Guillaume de la Marck”, heer van Lummen. De daaropvolgende rustgevende
weg met enkele mooie gebouwen leidt naar de hoeve “Palogne”. Deze
hoeve is nu uitgebouwd tot een verzorgd recreatieoord met taverne. Hier
steken we de Ourthe over via een voetgangersbrug voorzien van een loopvlak
voor fietsen. Het vergt enige inspanning om de fietsen langs de steile
trap naar boven te duwen. Nu gaat het over een betonnen fietspad door de
diep ingesneden, smalle Ourthevallei. Deze wordt hier opgesmukt door
prachtige rotspartijen. Bij de spoorwegbrug van Sy
worden wij getrakteerd op een 800 m lange steile klim naar het dorpje Verlaine-sur-Ourthe.
Even naar beneden en opnieuw 400 m omhoog. Intussen zijn we op de N831
beland die over 1,5 km aan 7 % terug in het Ourthedal daalt. Langs de
spoorweg fietsen we naar Hamoir.
We verlaten de N831 bij de eerste huizen en volgen het riviertje de Neblon
naar rechts. Even verder dienen we enkele trappen te nemen. Zo komen we
opnieuw bij de Ourthe en zullen we op de oever blijven fietsen tot in
Angleur. De bestrating gaat over in een graspad. Een prachtige bosweg over
de, door een muur ondersteunde, oever leidt ons langs een grote meander
van de rivier. Dit wordt daarna een steenslagweg en weer wat verder een
bospad. Op dit bospad worden wij gehinderd door enkele overhangende,
doornige takken van braambesstruiken. Het pad wordt smaller en er duiken
meer boomwortels op. Op een steenslagpad met grote rolkeien zijn we zelfs
verplicht om de fietsen over een lengte van 200 m aan de hand te nemen.
Vervolgens loopt het pad op een hoogte over de steile oever. Hier is het
goed uitkijken of je bent sneller beneden dan je lief is. Dit pad geeft
uit op een camping waar we doorheen fietsen. Een graspad leidt terug naar
de Ourthe-oever en geeft uiteindelijk uit op N 654 in Comblain-la-Tour.
Wij deden meer dan 30 minuten over
de 5 km tussen Hamoir en Comblain-la-Tour. Ik verwacht dat dit stuk in de toekomst een verharding zal krijgen zoals het
hierop volgende deel van de route. Ben je doch met zwaar beladen fietstassen onderweg, hou je niet van dit
labeur, ben je niet trapzeker of fiets je in zwaar regenweer, laat dan
voorlopig deze martelweg rechts liggen. Deze is niet ongevaarlijk onder
deze omstandigheden.
Volg hiervoor de N654 over 4 km van Hamoir tot in Comblain-la-Tour. Er
moet dan wel eenmal geklommen en gedaald worden. Let wel, je mist dan wel
een enorme brok natuurschoon.
Comblain-la-Tour
– Angleur; 35 km door de Ardennen zonder hoogteverschillen
Een recent aangelegd fietspad
op de linkeroever brengt ons naar Comblain-au-Pont. Dit
toeristenstadje is vooral bekend om zijn kleine natuurreservaten, zoals de
"Roches Noires", "Chession" en "Vignoble",
die gekenmerkt worden door verscheidene rotsformaties. Aan de overzijde
van de Ourthe te Comblain-au-Pont vertrekt ons fietspad over de
rechteroever. We fietsen tussen deze rivier en de spoorweg met rechts van
ons een rotsformatie met als naam "Les Tartines". Zo genoemd
doordat 2 rotsplaten, op enkele meters van elkaar, uit de rotswand steken
en men zo het idee van 2 boterhammen krijgt. We komen in Rivage
waar de Amblêve in de Ourthe uitmondt. Vanaf hier tot in Esneux fietsen
we zo dicht mogelijk bij de Ourthe. Zo passeren we het station van Rivage
om even later het gehucht Canxhe
te bereiken. Op weekdagen is het hier wel even opletten. Men fietst hier
namelijk voorbij een steengroeve met het nodige aan- en wegrijden van
vrachtwagens. Het was ook een nogal stofrijke bedoening. Na dit gehucht
veranderen we van rivieroever. Een prachtig stuk nieuw aangelegd betonnen
pad voor langzaam verkeer. We fietsen over dit mooie pad voorbij enkele
arduinen rustbanken en 2 infoborden die uitleg geven over het visbestand
in deze rivier. Links van ons op geringe afstand de huizen van het dorp Poulseur. Via een spoorwegbrug
wisselt het opnieuw naar de rechteroever over een voetgangerspassage
van dit ijzeren gevaarte. Een smalle lange passage, 2 fietsers
kunnen elkaar onmogelijk kruisen. Vele mensen nemen op deze brug dan ook
de fiets ter hand. Een passerende trein maakt het allen maar spannender.
Op de oever van de Ourthe loopt ook een mooi nieuw fietspad naar het
Ardens toeristencentrum Esneux.
We verlaten Esneux over de rechteroever en beginnen aan een enorme kronkel
van de Ourthe omheen het hoger gelegen dorpje Han. Op het verste punt van
deze meander zien we de rotsformatie "Roche aux Faulcans". Net
voor het gehucht Hony,
steken we de Ourthe over en zullen we tot Luik op de linkeroever fietsen.
Voorbij dit dorp gaat het even over een fietspad achter een industriezone
door, om uiteindelijk opnieuw langs de Ourthe het station van Tilff te bereiken. Op
de andere oever loopt een nieuw aangelegd fietspad eveneens naar Tilff, zo
vermijd je de industriezone. Om het gezellige
marktpleintje met de nodige terrasjes te bereiken, dient men de brug over
te steken.
We passeren het openluchtzwembad met cafétaria, speeltuin en minigolf.
Let op dit laatste gedeelte naar Luik ook eens op de 2 wildwaterbaan
parcours voor kaakkers. Bij momenten fiets je hier letterlijk op de boord
van de Ourthe. Op de andere oever worden we begeleid door het lawaai van
de auto ‘s op de A26. Via een sluisje
steken we een binnenkanaal over. Nog even de Ourthe volgend, bereiken we
uiteindelijk het winkelcentrum "Belle Île" waar we onze auto
achtergelaten hadden. Links van dit winkelcomplex ligt het station van Angleur, dat als startplaats kan
gekozen worden voor mensen die gebruik willen maken van de trein. Vervolgt
men hier het fietspad langs de Ourthe dan komt men na 1 km bij de monding
in de Maas. Aldaar kan men de RAVel 1 naar o.a. Luik centrum nemen, dat
van hieruit nog zo ‘n 3 km verwijderd is.
Beoordeling
Eén brok natuur, zo kun je
dit Ardens gebied het best omschrijven. Jammer van de toch wel drukke 6,5
km over de N86 tussen Barvaux en Logne. Over het eerste gedeelte van
Durbuy naar Comblain-la-Tour dient men eveneens enkele malen te klimmen en
te dalen. Voeg hier nog eens de 5 km hard labeur over gras-, bos-, grint-
en steenslagpaden tussen Hamoir en Comblain-la-Tour aan toe en je kunt
veronderstellen dat deze eerste 26 km niet voor iedereen weggelegd zijn.
Het tweede stuk over 35 km van Comblain-la-Tour naar Angleur geven een
totaal ander beeld. Mooie fietspaden, en volledig vlak en voor 95%
verkeersvrij. Hierdoor uiterst geschikt voor een daguitstap met kinderen,
wat voor het eerste deel niet aan te raden valt. Voor wie van de Ardense
natuurpracht wil genieten, maar niet houdt van het klimwerk dat deze
streek meebrengt, zijn deze 35 km eveneens een ideaal geschenk.
De alom veertegenwoordige spoorlijn biedt vele mogelijkheden om de tocht
naar wens te beginnen of te beëindigen. Om de 5 km heb je wel een
station. Deze zijn verbonden aan mooie toeristenplaatsjes met de nodige
horeca.

|
|
Maasdalroute in Nederlands
Limburg
In de brede maasvlakte ten zuiden en ten noorden van de stad Maastricht
is een fietsroute uitgezet met de toepasselijke naam de Maasdalroute. In
het noorden verloopt deze op de vlakte gelegen tussen de rivieren de Maas
en de Geul. Ten zuiden van Maastricht snijdt de Maas dwars door het
Mergellandschap, waardoor aan weerszijde van de vallei steile
hellingbossen ontstaan zijn. In het westen verloopt de route merendeels in
de buurt van de Maas en in het oosten aan de voet van de hellingbossen.
De route wordt bewegwijzerd door witte
zeshoekige borden met in het rood het opschrift Maasdalroute. In de zomer
van 2000 werd het fietsroutenetwerk Zuid-Limburg in gebruik genomen. Dit
routenetwerk, dat de fietser wegwijs maakt d.m.v. genummerde knooppunten,
loopt voor 95% samen met de Maasdalroute en zal later geïntegreerd worden
in dit netwerk. Vanaf het station van Maastricht geeft dit volgend
knooppunten: 02-08-14-13-09 -(hier kan men, indien gewenst, dadelijk naar
knooppunt 07) maar wij volgen 19 richting Meersen. Voor de spoorweg
verlaten wij dit netwerk naar rechts, onder de autoweg door tot bij een
café met groot terras.Vervolgens naar rechts gaat het terug via
07-06-05-73-74-78-77-76-75-04-02.
Het verdronken land
Achter het station de spoorweg volgend naar het noorden, verlaat de
route het centrum van Maastricht. Doorheen de wijk Limmel komen we bij de
plaats waar het bevaarbare gedeelte van de Maas overgaat in het
Julianakanaal. We fietsen over de sluis naar de vlakte tussen dit kanaal
en de hier fel slingerende Maas. De 2 dorpjes Borgharen en Itteren kwamen
eind 1994 in ongunstige zin in het nieuws toen tijdens de kerst- en
nieuwjaarsperiode de Maas buiten haar oevers trad. De huizen stonden er
tot meer dan 1,5 meter onder water. In Bunde, opnieuw aan de andere zijde
van het Julianakanaal, fietsen we langs een moderne nieuwbouwwijk. De
route vervolgt zijn weg in de buurt van het riviertje de Geul, dat zijn
oorsprong vindt in het 50 km verder gelegen Hauset bij Aken.
Hellingbossen
Via Rothem komen we, na over enkele wildroosters gefietst te hebben,
bij een afgelegen café met groot terras, dat erg in trek is bij fietsers,
wandelaars en ruiters. Deze 2 laatste groepen maken hier veelal gebruik
van de natuurreservaatjes en de hellingbossen
waar verscheidene routes zijn uitgezet.
Wie de Geul verder stroomopwaarts volgt, komt na een 5-tal km in
Valkenburg terecht. Het meest toeristisch uitgebouwd centrum van
Zuid-Limburg. Met o.a. een ruïne, vele grotten, een pretpark en een
sprookjesbos, zeker een omweg waard.
Stroomafwaarts bereiken we na een kleine klim de moderne nieuwbouwwijken
ten oosten van Maastricht. Het fietspad, aan de voet van de hellingbossen,
loopt voorbij de molen van Gronsveld, het dorp Rijckholt en brengt ons in Eysden.
Deze streek wordt gekenmerkt door de vele fruitplantages. Nadat we voorbij het
kasteel fietsen, is het historisch centrum van Eysden, met zijn vele
terrasjes, een aangename plaats om even te vertoeven. De Maasvallei
Het verdere verloop van de route gebeurt in de nabijheid van de Maas. We
fietsen o.a. langs een jachthaven en een dagrecreatiegebied. Aan de
overzijde zien we de heuvel de Observant, enkele schietgaten van het Ford
van Eben-Emael, het diep doorheen de mergelberg uitgegraven Albertkanaal
en de Sint Pietersberg met ruïne.
Maastricht rijden we binnen via het nieuwe economische centrum. Een
passage langs het Bonifanten museum, een streekmuseum met verscheidene
thema ‘s, brengt ons opnieuw bij de Maasoever. Net voor de voetgangers-
en fietsbrug naar het winkel- alsook het historisch centrum leidt de
Maasdalroute ons terug naar ons uitgangspunt, het station.
|
 |
| Een
circuit in Voeren en het Land van Herve
Fietsen over het
golvend landschap in het noordoosten van Luik vergt een behoorlijke
conditie. Voeren en het Land van Herve zijn nochtans prachtige streken met
tal van kleine wegen die
een bezoek zeker waard zijn. Het is niet evident om hier een bewegwijzerd
circuit, bestaande uit louter fietswegen, te vinden. Maar en combinatie
van RAVeL, LF 50, de Kastelenroute en lijn 38, een voormalig goederenspoor
creëert mogelijkheden.

RAVeL
De afrit aan het einde van de 2de
tunnel op de, door Luik lopende A602 brengt me bij het station van Angleur,
mijn vertrekpunt. Hier tegenover ligt het winkelcentrum “Belle-Île”,
waar ik mijn auto kwijt kan op de ruime parking. Langs de Ourthe loopt een
fietspad dat zowel door de RAVeL 5 als RandoVélo gebruikt wordt. Deze
fietswegen sluiten aan op de RAVeL 1 die langs de Maas door Luik loopt. Een brug brengt
mij in een park op een eiland. De RAVeL 1 loopt over een rood
aangelegd klinkerpad als een rode loper op de Maasoever
verkeersvrij door Luik. Op het einde van dit pad verander ik van
oever en fiets over het jaagpad langs het hier beginnende Albertkanaal tot
aan de brug van Hermalle-sous-Argenteau.
Hier merk ik de nieuwe bordjes van de RAVeL op en volg deze met verwijzing
naar Lanhaye. Over de brug kom ik zo opnieuw bij de Maas terecht, waar het
fietspad op de linkeroever mij naar Visé
brengt. 20 vlakke kilometers heb ik achter de rug, tijd voor iets anders.
Herbeschilderde
LF50
Ik fiets de brug over, onmiddellijk
valt mij de geel-blauwe beschildering van de LF50 op. Ik doorkruis “La
Cité de l’Oie” of de ganzenstad zoals Visé ook wel genoemd wordt.
Sinds 1995 heeft de LF50 tussen Visé en St-Martens-Voeren reeds meerdere
aanpassingen gehad. Onlangs werden de geel-blauwe markeringen ververst. Ik
fiets voorbij het sportcomplex omhoog. Een afdaling brengt mij in het
gehucht Mons, waar een mooie kleine weg
uitgeeft op de weg naar Bernaux. Onder het
230 m lange treinviaduct door rij ik dit dorp binnen. Links van mij licht
het monumentale kasteel van de familie de Borchgrave. Bij het kruispunt
houdt ik rechtdoor aan en kom zo in s’ Gravenvoeren. Hier wordt niet
meer de verkeersweg naar St-Martens-Voeren gevolgd,
maar gaat de LF rechtdoor over de Voer heen. Een venijnige klim, waar de
vroeger voor problemen zorgende rolkeien verwijderd werden, brengt ons in
het natuurgebied Altembroek . Rechts krijgen we een machtig zicht op het
Nederlands Limburgse Heuvelland. In het gehucht Ulvend
(Nl) draait onze LF rechts naar beneden naar de jeugdherberg van
St-Martens-Voeren. Wie zich ons artikel in R.F. nr 4 van okt. 1995
herinnert over de verlenging van de LF50 naar Aken, zal merken dat van
enige bewegwijzering vanaf St- Martens-Voeren nog steeds niets gekomen is.
Om Hombourg te bereiken zal men op kaart
het verdere verloop van de LF50 moeten volgen of zoals ik een
stukje van de Kastelenroute volgen. Hiervoor fiets ik beneden in
St-Martens-Voeren naar links omhoog om ietwat verder onder het alom
dominerende betonnen treinviaduct, dat het Voerdal en het dorp overspant
op een hoogte van 23 m, door te rijden. Hier kies ik voor de meest rechtse
en kleinste weg van de voor mij liggende driesprong en deze leidt naar de
voormalige commanderij van de Duitse Orde in St-Pieters-Voeren.
Voor deze commanderij ligt het aardige kerkje St-Pietersstoel met op het
kerkhof de grafsteen van de laatste commandeur, Willem Quaedt van Beeck
(+1661).
De Kastelenroute
De Kastelenroute gaat hier over de
hoofdweg terug richting St-Martens-Voeren. Bij de eerste splitsing moet ik
naar rechts. Hier ontbreekt al dadelijk een bord. De route wordt
bewegwijzerd door 3 grenspalen en een kasteel op een zeshoekig schild. Bij
een volgend kruispunt met bord gaat het rechtdoor gestaag bergop naar het
grensdorp De Plank.
Bij het voormalig douanekantoor sla ik rechtsaf om 500 m verder linksaf
naar Teuven te dalen. Bij het volgend
kruispunt moet ik naar rechts doorheen het dorp. Juist buiten dit dorp,
merk ik links achter een lange rechte, door bomen omgeven, oprijlaan het
prachtig gerestaureerde kasteel van Sinnich
op. Een kilometer verder kom ik aan het kasteel van Obsinnich
dat nu ook de naam draagt van “Castel Notre Dame”. De weg draait onder
een spoorwegbrug door, waarachter links de weg naar Hombourg
en dus ook het niet beschilderde verlengstuk van de LF50 loopt. Maar ik
wil nog een hellinkje extra en draai voor het kasteeldomein naar links een
weg voor lokaal verkeer in. Over een bruggetje over de Gulp en tussen de
paaltjes door, bergop het bos in. Boven op de grens met de Voerstreek en
Sippenaeken kom je rechts aan een gedenkteken voor de slachtoffers van de
elektrische draad die tijdens de 1ste Wereldoorlog bezet België en het
neutrale Nederland scheidde. De aangeboden uitzichten tijdens de afdaling
naar het kasteel van Beusdael zijn fenomenaal. In de bijgelegen boerderij
bevindt zich een “Gïte à la ferme”. Ik ben nu halverwege mijn tocht.
De weg stijgt terug tot in Sippenaeken
waar ik mij laat leiden door de kronkelende afdaling. Als de weg verder
lijkt te splitsen hou ik rechts aan en neem afscheid van de Kastelenroute.
Zo kom ik bij een wit kapelletje. Hier wijst een merkwaardige wegwijzer;
“Hombourg 3,3 km”, mij naar rechts de weg.
Voor mij, op een heuvel doemt een groot kruisbeeld op. Het gaat weer
omhoog achter de kerk van Hombourg door.
Schuin links voor mij slingert de weg richting Teuven en Remersdael naar
beneden. Net voor het riviertje de Gulp wijzen GR-markeringen links het
begin van de met steenkoolgruis bedekte spoorweglijn 38 aan.
Lijn 38
Deze voormalige goederenspoorlijn
wordt nu gebruikt als RAVeL. Ik word er dan ook begeleid door GR-tekens en
een tijdje zelfs door de St-Jacobsschelp van Compostella. Het is zwaar
trappen op deze ondergrond wanneer het licht bergop gaat en dit is het
geval over de eerste 15 km. Ik krijg over deze afstand een vals plat
voorgeschoteld waarbij ik 100 hoogtemeters dien te overwinnen. Hierbij
fiets ik na 5 km voorbij Aubel. Het
centrum ligt maar op een boogscheut van de spoorweg verwijderd. Op het
verdere verloop krijg ik vanaf deze spoorwegberm op vele plaatsen
schitterende vergezichten over het weidse ketellandschap dat het Land van
Herve kenmerkt. In het midden van deze ketel staat op een heuvel een
allesoverheersend wit kruis, het “Croix du Bois de Fièsse”. Niet ver
voor Battice bereik ik het hoogste punt
dat zich op 320 m bevindt. Hier word ik vergast op een vergezicht op de in
het zuiden gelegen Ardennen met zijn hoogvlaktes. Ik fiets daarna pal
langsheen het Fort van Battice en krijg een mooi zicht op de tankgrachten. Het gaat nu in dalende lijn richting Luik. Voorbij Herve
krijg ik plots 7 km asfalt onder de wielen. Dit voor deze streek unieke
pad wordt door vele recreanten gebruikt. Ik kom er fietsers, wandelaars en
skaters tegen. In Fleron is in 2005 het
verdere verloop van de RAVeL 5 voleindigd. Alle bruggen en oversteekplaatsen
zijn vernieuwd en met
de nodige verkeersborden voorzien. Het pad gaat nu door Grivegnee
een diepe spoorwegbedding
in. Uiteindelijk geeft deze uit op een asfaltwegje en veranderd in een rood klinkerpad. Een vervolg van de
“rode loper” vraag ik mij onmiddellijk af? Het rode pad brengt mij bij
de Vesder en een betonnen fietspad aan de brug in Vaux-sur-Chévrement. Ik fiets
de brug over en op de andere oever brengt,
een voor auto’s doodlopende, weg mij stroomafwaarts op de N61. Op de
splitsing neem ik richting Bastogne en Luxemburg en neem afscheid van de
Vesder. Een dikke kilometer moet je nu het drukke verkeer dulden. Op het einde gaat het naar links enkele honderden meters over een
vierrijvaksbaan tot bij de oprit van de autoweg. Vlak hiervoor loopt een
fiets-, voetgangerspassage naar rechts parallel aan de autoweg en brengt
mij bij de Ourthe die ik stroomafwaarts volg tot bij de parking van Belle
Île of het station van Angleur.
Beoordeling
Een zeer gevarieerde
tocht met van alles en nog wat. Eerst 20 km vlak langs de Maas en het
Albertkanaal. Daarna 30 km over de LF50 en de Kastelenroute met enkele
venijnige stukken bergop. Om te eindigen een 40 km lange tocht over een
voormalige spoorwegberm waarvan 22 km verhard en waar op geregelde tijd
enkel horecazaken opduiken. Zeker een aanrader
voor de recreatieve fietser die naar wat “anders” verlangt.

|
| Fietsrondritten
in de Oostkantons
Onder de Oostkantons verstaan wij de kantons Eupen,
Malmedy en Sankt-Vith die het oostelijk gedeelte van België vormen. Voor
1919 behoorden ze tot Duitsland, maar het verdrag van Versaille wees ze
aan België toe.
In afwachting van het in voorbereiding zijnde fietsroutenetwerk der
Oostkantons (streefdatum zomer 2003) zijn nu reeds 3 lange en 8 korte
fietsrondritten bewegwijzerd. De tussen St-Vith en Malmedy gelegen
"2-valleienroute" (18 km) en de route "Het land van
St.-Vith" (22 km), samen met de Pré-RAVeL (16 km), gecombineerd met
stukjes MTB-route en "Veen- en merenroute", kunnen tot een
86 km lang circuit gevormd worden.
De eerste 2 lussen worden volledig opgenomen in het geplande
fietsnetwerk, terwijl de Pré-RAVeL net zoals nu een eigen aparte
maekering toegewezen krijgt. Vorig jaar werd de bewegwijzering van deze
routes nagekeken en opnieuw van de nodige borden voorzien. De
bewegwijzering is gebaseerd op richtingveranderingen. Dit houdt in dat
enkel bij een richtingverandering een bord aanwezig is. De 2, voldoende
gedetailleerde brochures: "Fietsen in de Oostkantons" en
"Mountain Bike in het zuiden van de Oostkantons", zijn dan ook
een zekerheid om op terug te vallen. Ze zijn bovendien gratis te bekomen
op de Dienst voor toerisme van de Oostkantons, PB 66, 4780 St-Vith (tel:
+32 (0)80-227664, e-mail: info@eastbelgium.com)
Pré-RAVeL (16 km) (nrs.
150, 135, 139, 151, 150 van het fietsnetwerk Oostkantons)
Vanaf het "Heimatmuseum", dat ondergebracht is
in het oud stationsgebouw van St-Vith,
fiets ik 5OO m in noordelijke richting. Hier vangt het eigenlijke
RAVeL-traject aan. De bewegwijzering bestond voorheen uit een rechthoekig
plankje met daarop RAVeL en een richtingpîjl maar is nu, ligt gewijzigd,
geïntegreerd in het fietsnetwerk van de Ostkantons. De voormalige spoorweg loopt door natuurgebied en is niet
verhard. In den beginne is er nogal wat steenslag, maar dit vermindert
geleidelijk en wordt uiteindelijk een grindbedekking.
|
 |
| De natuur laat zich van zijn
mooiste kant zien langs het beekje "Die Emmels". Zo kom ik in Born.
Attractiepool is hier zonder twijfel het 18 m hoge spoorwegviaduct uit WO
1. Bij de kapel net voor deze brug verlaat ik het spoorweggebeuren en gaat
het links omhoog over een verbindingsweg, die ik in de klim nogmaals naar
links verlaat. Het gaat nu steeds rechtdoor. De kleine weg wordt onverhard
en een korte venijnige, met steenslag bedekte, klim leidt een bosje in.
Bij het volgende kruispuntje krijg ik weeral een idyllische aanblik op de
mooie vallei van de bovenloop van "Die Emmels". Bij de
Emmelsmolen houd ik links en klim langzaam uit dit dalletje. Ik kom
op een verbindingsweg die ik naar links volg en onmiddellijk rechts
opnieuw verlaat. Voor mij in het dal ligt St.-Vith
dat ik over een onverharde weg benader. In het centrum staat de
"Büchelturm", een restant van de stadsverdedinging uit de 14de
Eeuw, die in 1961 gerestaureerd werd.
Naar de 2-valleienroute via Montenau
Vanuit Born vervolg
ik mijn weg over de voormalige spoorweg onder het viaduct door. Over de
grintlaag is het comfortabel fietsen. Ik passeer de grillhut van Born. Montenau
oogt idyllisch bij het binnenrijden. De jonge Amel (Amblève) wringt zich
hier in menige kronkel. Ik rij dit dorp binnen langs de "Montenauer
Schinkenraucherei", die men kan bezoeken. Op de hoek ligt het café Terminus met mooi
terras. Bij het buitenrijden, op de weg naar Ligneuville, ligt aan deze
rivier een immens grote paardenfokkerij. Een Antwerps zakenman heeft hier
de volledige vallei opgekocht en over een lengte van 2 km zie je dan ook
niets anders dan mooi afgerasterde paardenweiden met daarin
"Quarterhorses" en "Painthorses". In het verlengde
ligt het voormalige klooster St.-Raphaël dat nu als vormings- en
seminariecentrum dienst doet. De weg daalt terug naar de Amel.
2-valleienroute (20,5 km) (nrs.
128, 129, 168, 167, 132, 126, 123, 122, 128 van het fietsnetwerk
Oostkantons)
Van rechts komt de weg van Odenval en gelijk zitten we
op de 2-valleienroute. Deze fietslus loopt door het Franssprekende
gedeelte van de Oostkantons en wordt bewegwijzerd door een zeshoekig bord
met groene fiets en richtingspijlen. De route loopt nu door de uitlopers van het
"Wolfsbusch". Ligneuville
klim ik uit over een fietsstrook langs de N62. Met het stukje N632 in
Baugné erbij fiets ik noodgedwongen 4 km over hoofdverkeerswegen. In een
bocht op de daaropvolgende kleine weg krijg ik een mooi panorama op
Malmedy. Na nog een korte klim gaat het steil naar beneden in het dal van
de Warchenne, voorbij aan de indrukwekkende steengroeve
"Bodawré". De mooie kleine weg in het dal van de Warchenne,
aangelegd voor het aan- en afrijden van de vrachtwagens, brengt mij in Waimes.
Bij de nieuwe rotonde moet ik naar links en vlak achter de
St.-Saturnuskerk naar rechts. Deze "Zweischiffenkirche" is enig
in zijn soort in België. Het is een kerk uit 1554 met 2 middenschepen met
geribde gewelven en centrale pilaren. De N676 brengt mij in Steinbach.
Vanaf hier loopt de route ook samen met de "Veen- en
merenroute". Doorheen het dorpje Odenval
en door een mooie beekvallei kom ik terug bij de Amblève en op de weg
Ligneuville-Montenau. Over deze "Veen- en merenroute" kan men
via Montenau terug naar Born, waar deze naar rechts wegdraait richting
Recht.
Van Ligneuville naar Recht
Over de Amblève tegenover de kerk van Ligneuville volg
ik de MTB-tekens nr. 4 (blauwe driehoek met 2 blauwe bollen, een gele stip
en nr.4), die tot bij de autoweg samenlopen met de wit-rode beschildering
van de GR 56. Na het opnieuw oversteken van de Amblève volgt een zeer
zware klim naar deze autoweg. Over een mooie bosweg, waar ik een
Ardens trekpaard bomen zie sjouwen, kom ik in Recht,
waar ik richting kerk fiets. Terug naar Ligneuville kan door de
"Veen- en merenroute" over de N660 en vervolgens, na de Amblève
overgestoken te hebben, opnieuw de GR-tekens te volgen.
Het land van St.-Vith (27 km) (nrs.
161,165, 181, 164, 166, 169, 160, 156, 161 van het fietsnetwerk
Oostkantons)
Deze route wordt zoals de 2-valleienroute bewegwijzerd
maar op een ietwat groter bord. Bij het buitenrijden van Recht
verlaat ik de hoofdweg en fiets het "Emmelser Wald" in. Ook hier
krijg ik weer een aardig stuk door de bossen voorgeschoteld. De daarop
volgende autoluwe N676 verlaat ik bij het buitenfietsen van dit bos
richting Hinderhausen. Het landschap wisselt van Ardens naar Eifel. Open
hoogvlaktes met weiden openbaren zich. De kleine wegen deinen op en neer.
Het gaat van Crombach naar Neundorf.
Dit dorp bezit een laatgotische O.L.V.-kerk en net als Born een
spoorwegviaduct. Voorbij de voormalige spoorweg staat naast een rustbank
met daarlangs een houten kruis, waardoor dit gebied de passelijke naam "Am Holzern
Kreuz" meekreeg. Het volgende dorp is Rodt.
Aan de Tomberg bevindt zich het biermuseum. Dit vrij te bezoeken museum
bezit zo een 3000 flessen van verschilllende biersoorten met de daarbij
horende glazen. Na de kerk gaat het links omhoog. Net voor de A27 autoweg
draai ik weeral links naar omhoog en kom zo op het hoogste punt van mijn
tocht nl. 580 m. Even fiets ik over een hoogvlakte langs de autoweg en wat
later brengt een lange steile afdaling mij terug in Recht,
waar ik mijn remmen enkele malen moet toeknijpen om geen
snelheidsovertreding te begaan.
Combinatietocht vanuit St.-Vith (86 km)
Hiervoor neem ik de RAVeL over de voormalige spoorlijn
via Born naar Montenau.
Hier nam ik de weg naar Ligneuville,
waar ik de Amblève kruiste en de MTB-route nr. 4 samen met de GR-tekens
volgde naar Recht. Van hier uit fietste ik de complete route "Het
land van St.-Vith". Opnieuw in Recht
ging het over de "Veen- en merenroute", gevolgd door de
MTB-route nr. 4 en de GR-tekens, en dit na het verlaten van de N660 waar
ik de Amblève overbrugde. Terug in Ligneuville
vervolledigde ik de "2-valleienroute" over Waimes.
Na Steinbach liep mijn weg samen met
de "Veen- en merenroute"
terug via Montenau naar Born
waar ik naar het viaduct afzakte. Daar
vervoleindigde ik de
"Pré-RAVeL" die mij terug in St.Vith
bracht.

|
| Fietsrondrit
naar de Naamse Maas
Ten noorden van
Namen, net over de Vlaams-Brabantse grens, bevindt zich een uitloper van
Haspengouw. De Waalse fietsorganisaties Rando Velo en RAVeL (Réseau
Autonome de Voies Lentes) hebben hier een aansluiting gemaakt op de LF6
“Vlaanderen Fietsroute”. Ze maken hiervoor, tussen Hoegaarden en de
Naamse Maas, gebruik van doorgaans dezelfde wegen. Vanaf Eghezée kiezen
beiden hierbij voor een eigen traject naar Namen en creëerden daarbij
onrechtstreeks een bewegwijzerde rondrit van 51 km. Het handelt hier
respectievelijk om gedeeltes van de RV2 (31 km) en de RAVeL2 (20 km).
Mijn auto laat ik achter op de immense parkeerplaats van het Cultureel
Centrum van Eghezée, aan het voormalig station.
Aan de parkeerplaats vind ik onmiddellijk de geel-blauwe beschildering van
de RV2 terug. De beide routes lopen hier nog samen over de voormalige
spoorlijn 142. Met in het achterhoofd de gedachte dat een trein geen
steile hellingen kan nemen, besluit ik langs de RV2 naar Namen te fietsen
en terug te keren via de RAVeL2 over het voormalig spoorwegtracé van lijn
142. Ik hoop zo een moeilijke klim te ontwijken bij mijn terugkeer uit de
Maasvallei. Dit blijkt achteraf gezien een wijze zet.
|
 |
|
Waar de wind
heerst
Over de
voormalige lijn 142 vertrekt het dus, doorheen Eghezée.
Na 1 km verlaat de geel-blauwe beschildering
deze RAVeL naar links en steekt de drukke N01 over naar Hanret.
Ik fiets voorbij aan het kasteel van “Frocourt” en de “Ferme de
Moulin”, één der vele grote witgekalkte vierkantshoeves die tekenend
zijn voor deze streek. In Hanret is het even uitkijken naar de Rando
Velo-tekens. Soms is er door de aanwezigheid van meerdere wegen verwarring
mogelijk. Het is dan ook nodig op de ingeslagen weg naar een volgend baken
te speuren. Even gaat het over een verbindingsweg die ik in een bocht
verlaat. Rechtdoor fiets ik naar Cortil-Wodon.
Ook hier is het goed uitkijken naar de markeringen. In dit dorp kom ik een
bink tegen, een centraal gelegen, met gras bedekt, plein omgeven door
bomen. Ik houd rechtdoor aan en beland in Noville-les-Bois.
Nu volgt een op en neer deinende, strak naar het zuiden lopende,
verbindingsweg. De wind staat pal op kop en de 3 glooiingen voor mij,
verplichten mij tot een krachtige tret. Links ligt de waterburcht van Fernelmont.
Tegenover het bos Fernelmont werd een industrieterrein ingepland. Dit en
een op- en afrit voor de E40, zorgt
voor meer verkeersdrukte op weekdagen.
Idyllisch
intermezzo
Eenmaal over de
autoweg gaat het steil bergaf naar Franc-Waret,
een in het oog springend dorpje. Langs mij kabbelt een riviertje. Achter
hoge, in bakstenen opgetrokken muren, gaan enkele vierkanthoeves
verscholen. Eeuwenoude bomen overschaduwen dit valleitje. Aan het einde
van het dorp staat een opvallend kasteel in een oase vol groen. Omheen de
ovale vijver leiden symmetrisch aangelegde toegangswegen naar de, in
grijze steen opgetrokken, voorgevel. Een watergracht omgeeft het, met
hoektorens voorziene, vierhoekige complex. Achteraan zie ik een deel van
een in terrassen aangelegde Franse tuin. Over Marchovelette
bereik ik Gelbressée. De woningen in
grijze Ardense steen kondigen aan dat ik het weidse akkerland inruil voor
de beboste en rotsachtige Maasvallei. De N80 schuin overstekend daal ik
verder door de bossen. Rechts achter een hoge muur bevindt zich het enorme
complex van de abdij “Notre-Dame du Vivier”. Ik fiets hier door het
Dominale woud van Marche-les-Dames.
Voorbij aan het militair kwartier Luitenant Generaal Roman waar de
para’s hun thuishaven hebben. Tegen en tussen de rotsen hangen allerlei
kabel- en andere structuren die niet aan mensen met hoogtevrees besteed
zijn. Bij de Maas aangekomen fiets ik onderaan de klimrotsen voorbij, waar
Koning Albert I verongelukte. Een kapel en een stenen kruis doen hieraan
herinneren. Bij een jachthaventje ruil ik de openbare weg voor een jaagpad
aan de Maas. Na het autowegviaduct van Beez
moet ik terug de weg op. Een steile klim brengt mij op een brug die ik
oversteek. Op de andere oever leidt, een tussen de struiken verscholen,
asfaltpad mij terug naar het water. Over het jaagpad kom ik bij de brug
van Jambes in Namen.
Hier moet ik terug naar de andere kant, zo vertelt mij de aangebrachte
bewegwijzering. Eerst geniet ik hier nog even van de unieke kijk op de
monding van de Samber in de Maas, met daarboven de allesoverheersende
citadel. Er is zeer druk verkeer op deze brug en ik begeef mij dan ook zo
snel mogelijk naar de RAVeL op de lager gelegen Maasoever. Dit pad draait
de loop van de Samber op. Aan mijn linkerhand aan de overzijde, klimt de
toegangsweg naar de citadel omhoog. Een uitdaging voor menig fietser.
Rechts bevindt zich het oude stadscentrum met zijn vele smalle straatjes.
Leuk om een terrasje te zoeken, gaat het door mijn hoofd. Ik neem een
smalle doorgang die naar het pleintje “Place M. Servaes” leidt. Hier
wordt momenteel aan straattheater gedaan. De hier neergeplante cabarettent
en enkele woonwagens geven het geheel een middeleeuwse karakter. De
volgende blok om en ik sta op een pleintje aan de kerk St-Jean. Het kleine
vierhoekige “Place Marche au Légumes” is één groot terras.
Lijn 142; Namen
- Tienen
Terug aan de Samber
vervolg ik deze verder over de linkeroever tot bij een spoorweg. Ik moet
onder de brug door en draai scherp rechts de weg op. Een voetgangerstunnel
leidt naar de andere zijde van een volgende spoorlijn. Ook hier gaat het
weer scherp terug. Vervolgens naar beneden en ik fiets op de voormalige
lijn 142. Over een helling van maximum 2,5% en 6 km lang verlaat ik Namen
en de Maasvallei. Op deze klim in het gehucht Frizet,
geniet ik van de machtige kasteelboerderij. Gelegen op een heuvel voor mij
met in de hellende weiden eromheen vele vredig grazende koeien. Onderaan
bevindt zich een paviljoentje aan een vijvertje. Ook al is de klim niet
zwaar, hier even stoppen is een “must”. Het fietst hier trouwens, door
een tunnel van groen, vlotter bergop dan voorheen over de door wind
geteisterde Haspengouwse wegen. Voorbij het autowegklaverblad loopt het
RAVeL-pad bijna rechtlijnig over dit Haspengouws plateau terug naar Eghezée.
Ditmaal gestuwd door de wind, is dit een makkie. Eenmaal moet ik nog van
dit spoorwegtraject af, en dit om de suikerfabriek van Longchamps
te omzeilen. Eveneens noemenswaardig op het afgelegde traject over lijn
142 zijn de uitstekend gerestaureerde stations van Leuze
en Eghezée, die een andere functie
toegedeeld kregen.
Beoordeling
Een
mooie tocht, niet ver over de grens van Vlaams-Brabant, in een uitloper
van het vruchtbare Haspengouw. Een open, licht golvend plateau met grote
witte vierkantshoeves en kleine dorpen, waar de wind vrij spel heeft. De
overgang naar de Maasvallei levert zowel enkele korte afdalingen als
hellinkjes op. Gevolgd door een kilometers lange vrije val naar de Maas.
De smalle straatjes en de sfeervolle pleintjes in het oude stadsdeel van
Namen mag men zeker niet links laten liggen. Wie het aandurft kan ook de
citadel eens omhoog fietsen. Het goed lopende fietspad over lijn 142 leidt
terug naar Eghezée. De tocht is vergelijkbaar met routes in het Limburgse
Haspengouw, maar krijgt een surplus door een apart stukje Maasvallei en
een sfeervolle, geschiedenisrijke provinciehoofdplaats.

|
|
Noord-Franse
fietssfeer in Luiks Haspengouw
50 km over smalle autoluwe
asfaltwegen
Luiks Haspengouw of “La Hesbaye Liégoise”,
is een streek met Noord-Franse trekken. Een streek ten westen van
Luik, bevangen door de E40 en de E42. Al het verkeer trekt er naar de
enkele grote verkeersaders en verschaft zo veel fietsvrijheid op de vele
achtergebleven verbindingswegen. De dorpen zijn aaneengesnoerd via kleine
en ook middelgrote asfaltwegen. Deze asfaltwegjes, de slaperige dorpjes,
de kleine beekvalleien afgewisseld met grootse open vlaktes laten toe je
even in Frankrijk te wanen. Deze honderden kilometers aan sluimerende
asfaltwegen verbergen een netwerk aan fiets-”wegen” waar ik een tip
samenstelde aan de hand van pijlwegwijzers en zo weinig mogelijk
richtingsveranderingen.
(Tussen haakjes vermelde ik de pijlwegwijzer
of de aanknopingspunten).
|
 |
|
Starten doe je in Bergilers,
enkele kilometers van Waremme en de E40. Parkeren kan tegen de muur met
daarachter een weide en de kerk.Met de rug tegen de muur (RA) en de
gedachte in Frankrijk vertrek je over een brede asfaltweg naar het
zuiden (richting Remicourt, Limont). Na de overtocht van de E40 en
het HST-spoor is het genieten van het op een heuvelrug pronkend kerkje van
Lamine, boven het groene dal van de Yerne (RA; Pousset). In Bleret
(LA; Huy, Bovenistier, verweerde pijlwegwijzer tegen muur) nemen we
weer een zuidelijk georiënteerde richting aan. De jongste jaren zien we
hier tussen de vele graanakkers meer en meer vlasvelden opduiken. In Bovenistier
(RD; Viemme) steek je de N637 over en (1ste
RA) parallel aan deze verkeersweg fietsen we naar Faimes.
Noodgedwongen gaat het hier een honderd tal meters over de N65 (RA).
In de eerste straat links is een laan aangelegd van esdoorns met geel
gevlekt blad. Erachter verschuilen zich vele herenhuizen en een statisch
gemeentehuis met ervoor een oorlogsmonument. Indien je deze dreef in fietst,
zou je voor lange tijd geen richtingverandering meer hebben.
Ware het niet dat de volgende straat (LA) uitgeeft op een der
mooiste gehuchten van deze streek. In de schaduw van het kerkje van Saives
ligt een imposant Haspengouws landgoed. De kasteelhoeve hoeft qua
bouwpracht niet onder te doen voor het kasteel, je zou in twijfel trekken
welk van beide de voorkeur geniet. Om volop te genieten van dit tafereel
moet je even een rondje draaien van een honderdtal meters. We passeren
langs de achterkant van de kasteelhoeve (bij kapelletje LA) en zien
voor ons, begroeid met talrijke bomen en struiken, een grote tumulus. Een
smal asfaltwegje (RA) daalt naar de kerk van Celles.
Les Waleffes, Vieux-Waleffes
en de molen van Toultia in Dreye
liggen in rechte lijn naar Warnant –Dreye. Het massieve kasteel van
Oultremont met kasteelkapel prijkt bij het binnenfietsen van dit
alleraardigst dorp rechtsboven op een heuvel. Riante vierkanthoeves sieren
deze dorpen, de ene al indrukwekkender dan de andere. Op vele binnenkoeren
of erven van deze hoeves is op de plaats waar eens de mestkuil stond, nu
een mooie binnentuin aangelegd. Vele toegangspoorten staan uitnodigend
open en een blik naar binnenwerpen is niet te versmaden. Aan de kerk van Warnant-Dreye
ligt een dorpscafé en er staan enkele tafeltjes buiten. Het dorp telt
menig herenhoeve en geeft een slaperige indruk. Spelende kinderen op het
kerkplein geven sfeer. Neem tegenover dit kerkplein de weg naar Vaux-et-Borset.
Ook in noordelijke richting blijf je steeds rechtdoor fietsen
over de smalle asfaltwegjes. Terug in Les
Waleffes passeer je ditmaal aan het 18de E kasteel
met kasteelhoeve. De smalle torentjes van de kasteelhoeves hebben iets
sprookjesachtig. Het kasteel zelf was vroeger eigendom van de familie
Curtius. Langs dit complex ligt nog een andere bezienswaardigheid, een
hoeve in halfronde vorm met een prachtig binnenplein. Langs de poort hangt
een gedenkplaat ter ere van het verzet en het geheime leger in WO II. De
weg draait weg van dit oord naar Borlez
en via Viemme gaat het naar Haneffe
in het dal van de Yerne. De tempelierhoeve, de reproductie van de Heilig
Grafkerk van Jeruzalem, het oorlogsmonument op het immens grote kruispunt,
alles ligt er even rustig bij. Op deze enorme viersprong ligt het café
“Vieux Haneffe” in Franse stijl. Een terras met rieten
matten overtrokken, rustieke hardhouten meubilair en een petankbaan doen
Frans aan.
Haneffe ligt dan ook op de “Groene fietsweg naar het zuiden” en de
nieuwe aansluiting op de “Groene Valleien fietsroute” van Paul
Benjaminse. Met een beetje geluk tref je hier dus fietsreizigers aan op
weg naar Frankrijk en verder. Een andere
romantische plek is de dorpskern van het zusterdorp Donceel.
Een, tot de verbeelding
sprekend, kasteel in het dal geeft uitzicht over een plein op een
versterkte hoeve met erlangs een kerkje in grijze natuursteen op de
heuvel. Vanuit Haneffe gaat het opnieuw rechtdoor rechtaan. Jeneffe,
Momalle (Gîtes) en Fize-le-Marsal
bieden nog meer dorpsschoon om uiteindelijk (weg naar Lens-s-Geer,
negeer weg naar Crisnée) in het open veld bij de kapel du
Frenay te belanden. Links voorbij de kapel brengt een holle weg je terug
bij de Jeker. De weg achter de Jeker (LA) brengt je in de kortste
keren terug in Bergilers.

|
| Fietsen
met “TARPAN” in Léglise
Het netwerk
“TARPAN” is een initiatief van tien gemeenten, onderverdeeld in vier
afzonderlijke partnerschappen met als doel de herwaardering van rustige
wegen en paden te bevorderen voor wandelaars , ruiters, fietsers,
mountainbikers en langlaufers. ”Wandelen… maar dan anders”, dit
staat voor “TARPAN”: Tourisme
(toerisme), Accueil
(onthaal), Randonnée (zwerftochten), Patrimoine
(erfgoed), Agriculture
(landbouw) en Nature
(natuur). De thematisch
bewegwijzerde routes, plaatsen het natuurlijk en bouwkundig erfgoed op
de voorgrond en nodigen uit tot een ontdekkingstocht naar lokale
producten en tradities. Het netwerk “TARPAN” ontwierp in
samenwerking met het NGI de wandelkaart “Léglise” voor de
grensstreek van Gaume en Ardennen. Niet allen de 7 voorgestelde
wandeling tussen 5,6 en 14,5 km, maar ook het voorgestelde fietsnetwerk
op de kaartrugzijde trok onze aandacht. De drie gemeenten Léglise,
Neufchateau en Habay-la-Neuve stellen op deze kaart drie fietslussen
voor, waarbij iedere lus twee ingekorte varianten telt. Deze routes zijn
in tegenstelling tot de wandelpaden niet bewegwijzerd en zijn dus op
kaart te fietsen. Oei,… kaartlezen, zul je denken? Neen hoor, hier is
dit werkelijk een niemendalletje. De trajecten lopen over overwegend
rustige asfaltwegen van dorp naar dorp en over langere afstanden geldt
een rechtdoor rechtaan fietsen. Het is dus enkel opletten bij die enkele
richtingveranderingen waar pijlwegwijzers ontbreken om je de goede weg
uit te sturen. Een hele boterham vol dus, waarvan wij u van gaan laten
proeven. |
|

|
LENGTE:
(3 fietslussen met ingekorte varianten)
“1” Neufchateau: 52 km, 2
varianten van 25 en 28
km
“2” Léglise: 38 km, 2
varianten van 25 en 35
km
“3” Habay: 47 km, 2
varianten van 28 en 35
km
BEWEGWIJZERING: geen, maar zeer gemakkelijk op kaart te fietsen;
meermaals wordt lange tijd rechtdoor rechtaan gefietst en van dorp naar
dorp.
VERTREK: Léglise, Neufchateau of Habay
KAART: wandelkaart Léglise “Pays de la forêt d’Anlier”
uitgegeven door het NGI: www.ngi.be,
sales@ngi.be
TREIN: station in Marbehan; op lus “3” tussen Léglise en
Habay
INFO: Net TARPAN: www.tarpan.be,
georis.tarpan@skynet.be
FIETSVERHUUR: Ets. Fineuse, Place de la
Foire 15, 6840 Neufchâteau, tel 061-27 75 94 |
| Rustige
wegen in het bos van Anlier
Startplaats
van mijn verkenning is het “Office de Tourime” in Léglise, het dorp
waarvan de kaart de naam draagt. Trouwens dit dorp ligt slechts enkele
kilometers verwijderd van de autoweg, net na de samensmelting van E411
en E25 en is dus vlot bereikbaar met de wagen. Op kaart staat bij iedere
lus een fietsrichting aangegeven, maar niemand belet je deze in de
andere richting te fietsen. Indien je lussen wilt combineren zul je hier
sowieso moeten van afwijken.
Na bestudering van de fietskaart staat mijn keuze vast, aanvangen met de
ingekorte variante van fietslus “3”: “De rustige wegen van het
woud van Anlier”, en vervolgens switchen naar lus “2”: “Ontdekking
van de mooie landschappen van de Ardennnen”. Het immense woud van
Anlier is op deze manier nooit ver uit de buurt en fietsen door de
Ardense bossen, daar komen we immers voor! Starten doen we in
tegengestelde richting op fietslus “2”, links van het “Office de
Tourisme” omhoog. Familiefietstochten …, staat toch op de kaart
aangegeven? Gelukkig gaat het na deze eerste pittige klim over kalme,
licht deinende wegen gezapig naar Thibessart, het dorp van de tien
Christuskruisen. Tijd om over te schakelen op fietslus “3” en dit in
de voorgestelde richting op de kaart. Na het kruisen van de autoweg is
er een doortocht door een bos. Daarna leiden een hoogspanningslijn en
een spoorweg naar het dorp Rulles. Hier even de kaart bestuderen om niet
in de fout te gaan. Opnieuw onder de autoweg door, voorbij aan een site
van een Romeinse villa, kom je in Habay-la-Vieille. Vieille…?
Vervallen en leegloop, ja! Dit dorp heeft een grote oplapbeurt nodig. De
huizen staan er troosteloos bij, de verf afbladerend van de muren,
…doods. Op het centraal plein, ooit in een vorig leven een mooie
brink, staat een in grijze Ardense steen opgetrokken nieuwbouw:
“Maison d’épicerie”,
kruidenbehandelingen e.d. Is dit misschien de ultieme poging om
verjonging in dit dorp te brengen…?
Het wegdek van de N897, die naar Habay-la-Neuve voert, is
trouwens ook aan vervanging toe. “Ces Lacs et ces…”
– zijn meren en zijn…- kondigt
een reclamepaneel beloftevol aan. Wil je daar iets van zien, kies dan in
Habay-la-Vieille voor de mountainbikeroute in de vallei en niet voor
deze hoofdweg. Je kunt zo, door het dal fietsend, de kaartroute terug
oppikken op het einde van Habay-la-Neuve. Aan de meren is het leuk
vertoeven en vind je trouwens enkele picknickplaatsen terug. De
doorsteek van Habay-la-Neuve is ook niet om naar huis te schrijven. De
kaart volgend fiets je opnieuw via enkele, nog net niet doodgebloede,
straten door dit stadje heen. Hier fiets je wel de kortere variante,
misschien dat de hoofdroute meer bekijks biedt van dit stadje. Nu het
dal uit, klimmen dus, recht het woud van Anlier in. Prachtig, naaldbomen
afgewisseld met in herfsttooi gestoken loofbomen, een ondergroei van
bruin afgestorven varens, dit is genieten. Plots ligt voor mij een
langgerekte rechte geasfalteerde 500-meter-schans, dit is eventjes
slikken om dan in glijvlucht af te dalen aan een snelheid van 57 km per
uur. De angstwekkende helling, van bovenaf gezien, vlakt gelukkig
beneden helemaal af naar het “Croix du Canard”, …het
eendenkruis, …met opnieuw zo een adembenemende afdaling. Mijn
snelheid schiet weer prompt de hoogte in. Degene die hier in de andere
richting omhoog moet, is dan misschien niet “canard” maar toch wel konijn.
Achter de daaropvolgende onvermijdelijke klim ligt een ruraal gebied met
enkele dorpen, omring door het immense woud van Anlier, vernoemd naar
één dezer dorpen. Na Vlessart volgt Louftémont waar je terug naar
Thibessart kunt fietsen om de lus te sluiten. Het is intussen middag en
32 km liggen achter mij. Een stralend najaarszonnetje staaft mijn
voornemen om de weg naar Fauvillers te nemen en zo voor fietslus “2”
te kiezen, evenwel in tegengestelde richting dan op de kaart is
aangeduid. Een korte stevige klim leidt terug naar het woud, tijd voor
een picknick op enkele boomstammen onder een hartverwarmend zonnetje.
Ontdekking
van de mooie landschappen van de Ardennen
Een nagenoeg
vlakke doortocht door het woud sluit af met het kruisen van het diepe
dal van “La Basseille”, een zijriviertje van de hier nog prille Sûre.
Dit gaat gepaard met een fikse afdaling rijk aan onbeschrijfelijk
natuurschoon. Je moet daarna natuurlijk aan de andere zijde dit dal…
weer uit! Je bent hier trouwens maar enkele kilometers verwijderd van
Martelange en dus van het Groothertogdom Luxemburg. Mijn kaart vertelt
me in Fauvillers links, de in rood ingetekende, N848 op te fietsen en
enkele kilometers verder de N825. Niet voor te stellen, op die vijf
kilometer verkeerswegen naar Witry kwam juist geteld één auto voorbij.
Het vervolg is prachtig, een beetje Schots: mosgroene valleien,
kabbelende beekjes al dan niet omgeven door open grasbeemden, een
grijsstenen boerderij met vijver en oude stenen bruggetje, weiden met
grazende paarden, hooglandrunderen of gewone koeien – de schapen
ontbraken –, enkele landbouwdorpjes met mooie boerderijen en namen
als Volaiville, Lescheret en Chêne. Hier vindt de mens innerlijke rust,
hier speelt tijd geen rol, dit is fietsen in een oergemoedelijke sfeer,
ook al begint het geaccidenteerd terrein zo stilletjes zijn tol te
eisen. Terug op de N825, ligt een boogscheut verder de weg naar Léglise.
Zes kilometers in haast immer dalende lijn resten nog om deze tocht van
62 km te voleindigen. Oh ja, in Volaiville heb je de mogelijkheid lus
“2” met enkele kilometers in te korten en vanaf Chêne lopen lussen
“2” en “1” samen naar Léglise. Hierbij is nog te vermelden dat
lus “1” de streek van Neufchâteau verkent. Maar, … die is aan
jullie om te ontdekken!
Beoordeling
Fietsen
in een prachtig landschap, dit is wat je hier zoekt en ook tegenkomt. De
benaming familietochten laat ik doch in het midden, niet iedere familie
is even sportief aangelegd als de andere. Ardennen gaat niet gepaard met
vlakke landschappen, alhoewel de hellingen op enkele diepe valleitjes na
betrekkelijk kort zijn. Ben je een liefhebber van vlaktes, dan is dit
niet je ding. De vele combinaties bieden mogelijkheden te over en er is
zeker voor ieder wat wils.

|
|