|














 |
Julische Alpen
De fiets is één der zaligste manieren om de Julische Alpen te
verkennen. Ieder toerismekantoor biedt kaarten aan met ingetekende
fietsroutes, gemakkelijke familieroutes maar ook zware panoramawegen. De
procentuele toename van toeristen in het Nationaalpark Triglav in het
noordwesten van Slovenië piekt de laatste jaren het hoogst bij de
Belgen. Vooral de actieve vakantiegangers zoals bergwandelaars,
fietsers, mountainbikers en liefhebbers van watersporten als canyoning,
rafting en kajak vinden hun weg hier naartoe.
GPS-track:
www.routeyou.com/route/view/197114/cycling-route-julische-alpen-tolmin-kranjska-gora.en
www.routeyou.com/route/view/197121/cycling-route-julische-alpen-kransjka-gora-triglav-noordwand.en
www.routeyou.com/route/view/197150/cycling-route-julische-alpen-triglav-noordwand-bled.en
www.routeyou.com/route/view/197160/fietsroute-julische-alpen-bled-meer-van-bohinj.nl
www.routeyou.com/route/view/197162/fietsroute-julische-alpen-meer-van-bohinj-station-bohinjska-bistrica.nl
www.routeyou.com/route/view/197178/cycling-route-julische-alpen-station-podbrdo-tolmin.en
www.routeyou.com/route/view/197183/fietsroute-julische-alpen-tolmin-houten-bergkerk-tolmin-ravijn.nl

Zlatorog
Triglav gaat
gepaard met Zlatorog. Zlatorog is alom vertegenwoordigd aan het meer van
Bohinj. Het hotel aan het einde van het meer noemt Zlatorog, de camping
en zelfs het bier. Zlatorog, de sage uit de Julische Alpen en Bohinj,
genoemd naar “bog” – God – dat de mensen uit Bohinj “boh” noemen. Toen God de
wereld onder de mensen verdeelde, bemerkte hij een groepje bescheiden en
geduldige mensen die niet aandrongen zoals de anderen. Daarom kregen zij
zijn deel, het mooiste stukje van de aarde. In de Julische Alpen onder
de Triglav richting het meer van Bohinj lag eens een aards paradijs
bewoond door de witte vrouwen die geen indringers toelieten tot hun
bergwereld. Hun kudde witte gemzen begraasden hooggelegen bergweiden die
zeer steil in het Soča-dal
afhingen. De leider was een bok met gouden hoorns. De witte vrouwen
voorzagen hem van toverkracht die hem voor alle verwondingen vrijwaarde.
Op de aarde waar zijn bloed druppelde, ontbloeide de Triglav-roos en het
opeten van één enkel blad was voldoende om volkomen te genezen. De
gouden hoorn zou ook wonderen verrichten, één splinter zou voldoende
zijn om tot de door meerhoofdige slangen bewaakte goud- en zilverschat
te leiden in de berg Bogatin. Een jonge jager, de beste schutter uit de
buurt, drong het verboden paradijs binnen. Niet alleen uit lijdensschap
voor de schat maar het mooiste meisje uit het dal vroeg hem de
Triglav-roos als bewijs voor zijn liefde. De jager verwondde Zlatorog
maar door de toverkracht at deze de roos ontbloeiend uit zijn bloed,
stond snel terug te poot en stootte de jager in de afgrond. Uit woede
verlieten de witte vrouwen het paradijs en vernielde Zlatorog de mooiste
almen. Wat vandaag zichtbaar is in de kalkrotsen zijn de hoefslagen van
zijn machtige poten en de groeven van zijn hoorns.
Het
Nationaalpark Triglav
Het
Nationaalpark Triglav behoort tot de oudste van de Alpen en omvat
praktisch de gehele Julische Alpen. Reeds in 1908 is door Professor
Albin Belar een eerste aanvraag tot Nationaalpark gelanceerd en in 1924
kreeg het 1600 ha grote Zeven-zeeën-dal het predikaat natuurpark. Pas
vanaf 1961 onderging het park verdere uitbreiding (2000 ha) tot zijn
huidige vorm in 1981 (83807 ha). Het hoogste punt is de bergtop van de
Triglav (2864m) en het laagste de Tolminka-kloof (180 m). Het park is
dus genoemd naar de Triglav, wat drie koppen betekent, en is 83807 ha
groot. Het telt ongeveer 150 bergen over de 2000 m waarvan 25 boven de
2500 m. Naar het oosten gaan deze over in de hoogvlaktes Pokljuka en Mežakla. Talrijke valleitjes snijden in het gebergte als boter. Het
karstgebergte uit poreuze kalksteen met vele grotten en diepe smalle
spleten zorgt ervoor dat het water diep in het binnenste van de bergen
in grote onderaardse kommen en schachten sijpelt. Door de opgestapelde
druk komt het water dan onder de vorm van talrijke watervallen uit de
rotswanden gespoten. De Sava en Soča zijn de belangrijkste rivieren en omsluiten het majestueuze
Triglav-gebergte. Vooral de Soča
met zijn helder smaragdgroen water, zijn vele kloven en
stroomversnellingen lokt de recreatieve watertoerist. De bergkam tussen
beide rivieren vormt de waterscheiding tussen de Adriatische en de
Zwarte Zee. Tot de grote rijkdom van het Nationaalpark behoren de
gletsjerzeeën met het Bohinj-meer in het dal en de Triglav-, Križ- en
Krn-meren in het hooggebergte. Tweederde van het gebied bestaat uit bos.
Aan de zijde van de Soča
ligt de boomgrens op 1600 m en is de beuk het hoogst voorkomende
exemplaar. Centraal en in het noorden ligt deze bij 1800 m en zijn dit
spar, lariks en dwergdennen. Kenmerkend voor de bergen is de grote
verscheidenheid aan bergweiden, almhutten en nederzettingen. Duizend
jaar erfgoed zijn terug te vinden in de Triglav-regio met traditionele
weidelandbouw, melk- en kaasboerderijen. Voor fauna en flora ben je hier
in het gebied van steenarend, lynx, adder, alpenmarmot en gems. De almen
en de overgangszone aan de boomgrens zijn ware plantentuinen vol wilde
bloemen: distels, gele monnikskappen, klokjesbloemen, geraniums,
cyclamen, lelies, sleutelbloemen, lijmkruid, duizendknoop, margrieten,
asters, zeepkruid, guldenroede, Johanneskruid, wildemanskruid,
zonneroosjes, akeleien, gentianen, orchideeën en nog veel meer. Vele
planten zijn typisch en komen enkel in deze regio voor. Zo is er de
Triglav-roos die in feite een ganzerik is: de potentilla nitida.
Een
goddelijke meer
Het
meer van Bohinj is langs drie zijden omgeven door bijna loodrechte
bergwanden die door weerspiegeling in het meer een droomwereld scheppen.
Vanaf de toegang aan de oostzijde van het meer is het zicht op deze
grote ketel dan ook imponerend, dat vlakke wateroppervlak omsloten door
immense bergwanden die 1000 m en meer langs de oevers de hemel in
schieten. Een meer van 4,1 bij 1,2 km hoofdzakelijk gevoed door de
rivier Savica. De vele vaste als periodieke nevenrivieren zorgen ervoor
dat het water in het meer drie maal per jaar volledig ververst. De
gemiddelde temperatuur bedraagt 8,5° C en dat in de zomer tot 23°
opwarmt. Rond het meer loopt een wandelweg van 12 km, aan de noordzijde
loopt deze op de rand van het Nationaalpark geklemd tussen meer en
bergwand. Op de zuidelijke oever ligt deze op een hoogte langs de
rijweg. Het gehucht Ukanc met het hotel en de camping Zlatorog ligt
helemaal achteraan aan het meer. Vanaf dit hotel is het een uur wandelen
naar de waterval Savica. Deze ontspringt in de rotswand van de berg
Komarča,
op 836 m hoogte en valt 89 m omlaag. Je
wandelt over een houten brug van de Savica onder door aan de Pršivec
(1761m) over een schaduwrijk bospad. Onderweg staat een wandelboom met
afstanden naar Brussel, Parijs, Amsterdam en enkele andere hoofdsteden.
Relatieve afstanden want Brussel en Amsterdam liggen beiden op 900 km?
Bij de parking, je kan hier dus ook met de fiets of de auto naar boven,
moet je 552 trappen beklimmen om bij het dranghek te komen dat de
toeristenmassa van de waterval scheidt.

De
panoramawegen rond Tolmin
Bij goed weer en goede thermiek zal de lucht boven
Tolmin zwart zien van parachutes. Paragliding is hier een begrip met
wereldfaam. De weg naar de Planini Strador met berghut is voor de
sportievelingen een uitdaging om naar boven te fietsen. Of voor de
extremisten onder ons verder omhoog over onverharde wegen en paden naar
de Planini Razor (1315 m), eveneens met berghut en dan terug over het
gehucht Tolminske Ravne naar Tolmin (180 m), goed voor 39 km hard
labeur.
Vanuit Tolmin loopt op de linkeroever een parallelweg met de op de
andere oever gelegen hoofdverkeersweg. Deze weg doorkruist enkele
typische boerendorpjes met authentieke gebouwen. De weg versmalt in de
dorpskernen en slingert zich tussen de huizen door. Volarja en Kamno
zijn geschikte voorbeelden. Tussen beiden dorpen staat het eenzame
kerkje van St. Bric en in Kamno heb je de keuze. Of je blijft in de
vallei of je klimt naar het dorpje Vrsno en eventueel naar het dorp Krn
aan de voet van de gelijknamige berg (2244 m). De specifieke vorm van
deze berg springt in het oog en maakt hem tot één der best herkenbare
in de Julische Alpen. In de geschiedenis staat hij bekent als frontlinie
tijdens WO I met uiterst bloederige gevechten. Vrsno is de
geboorteplaats van Simon Gregorčič,
geestelijke, aanbidder van de rivier Soča
en Slovenië’s meest geliefde dichter. Zijn geboortehuis is nu een
museum. In dit gebied bevinden zich drie beken die zich in de nabijheid
van Volarja verenigen om in de Soča te vloeien. Zij zijn gezegend
met talrijke stroomversnellingen en watervallen waaronder de 104 m hoge Brinta
van de beek Malenšček, de 88 m hoge Gregorčič
waterval van de Volarja en de 70
m hoge Dvojni waterval van de Mrzli
potok. Een bezoek aan dit natuurgeweld is aan te raden onder begeleiding
van een ervaren gids. Via het dorpje Smast krijg je vanuit Vrsno terug
aansluiting op de parallelweg in het Soča dal naar Kobarid.
Kobarid op het kruispunt van twee valleien heeft steeds een strategische
positie bekleed. Resten van nederzettingen uit de IJzertijd, talrijke
Romeinse vondsten en de antieke burcht Tonovcev bevestigen dit. We
fietsen het stadje binnen over de Napoleonbrug waaronder de uit een
lange kloof vloeiende smaragdgroene Soča
zich opent. In Kobarid lag ook de frontlinie, het Isonzofront,
in WO I tussen de Italianen enerzijds en de Duitsers en Oostenrijkers
anderzijds. Het knekelhuis in de zuilenkerk boven op een heuvel, resten
der verdedigingslinies en het Kobarid museum zijn trieste getuigen van
dit schouwspel. Het museum van
Kobarid opende in 1990 zijn deuren en is vooral gewijd aan het Isonzofront, het
grootste slagveld in de geschiedenis van de bergwereld. Het museum
fungeert als anti-oorlogsmuseum en kreeg hiervoor in 1993 de prijs van
het beste Europese museum. Een multimediavoorstelling maakt de bezoeker
vertrouwd met de gruwelijke levensomstandigheden aan het front, de
erbarmelijke toestanden in de bergen en het gebruik van het eerste
gifgas. Maquettes van de bergen met ingetekende linie weerspiegelen de
werkelijkheid. Iedere kamer stelt een ander aspect uit de oorlog voor.
Aangrijpend is een gesproken brief van een Duitse soldaat (levensgrote
pop) in een blokhut aan zijn familie. De opgenoemde bezienswaardigheden
samen met misschien wel de mooiste waterval, de Kozjak, zijn verbonden
in een 5 km lange historische wandelweg waar je gerust enkele uren voor
uittrekt.
Terugkeren naar Tolmin kan over de hoofdverkeersweg maar ook over de
panoramaweg op de bergkam van de Kolovrats. Deze weg loopt eerst omhoog
naar het dorpje Livek (690 m) en bevindt zich op de bergzadel tussen de
Matajur (1642 m) en de Kuk (1243 m), de hoogste top van deze bergketen.
Op de kam op de Sloveens-Italiaanse grens is het genieten op de Soča en de Julische Alpen in het noorden en op het heuvelland van
Venetië, de Po-vlakte en de Golf van Triest aan de andere zijde. Naar
beneden gaat het dan na 42 km en 940 m hoogteverschil over Volče
terug naar Tolmin.
Waterrijk

Vanuit
Kobarid kun je een vlakke fietslus van 25 km in het dal van de Nadiža maken, één der zuiverste en warmste
alpenrivieren. Volgens de locale bevolking bezit de rivier een heilende
werking. Verleng je deze tocht met 20 km tot in het oord Breginj dat
tijdens de aardbeving in 1976 op de kerk na volledig vernield is en het
meest westelijk gelegen dorp van Slovenië Robidišče,
dan krijg je 450 m hoogteverschil te verwerken. Na de aardbeving is er
werk van gemaakt niet alleen de huizen opnieuw op te richten en oude
gebouwen tot vakantiehuizen te herstellen maar ook nieuwe fiets- en
wandelpaden aan te leggen.
Wij fietsten van Tolmin over de parallelweg naar Kobarid waar we opnieuw
een keuze moesten maken. Of over de hoofdweg met betrekkelijk weinig
verkeer of 5 km bergop met 300 m hoogteverschil naar het mooie dorpje Drežnica
(540 m) met op een hoogte de Heilig Hartkerk. Indien je geen berggeit
bent en de panoramawegen rond Tolmin links hebt laten liggen dan kan je
nu eventueel inschatten hoe je morgen de tocht over de Vrsič-pas
zal verteren die 10 km lang is met een hoogteverschil van 900 m. Na de
gehuchtjes Jecerca en Magozd verandert de weg in een steenslagweg die
alsmaar verslechtert. Wij fietsten deze laatste route maar ondervonden
dat hij enkel geschikt is voor stevige fietsen, waarover wij gelukkig
beschikken, en zeker niet voor bagagekarretjes of kinderwagens. De
hoofdweg is anders ook zeer mooi en loopt op een hoogte boven de Soča tegen een rotswand en geeft mooie panorama’s op de bergketen.
Je moet sowieso even in de richting van Drežnica fietsen maar na
enkele honderden meters ga je links een grindweg op naar de parking van
de Kozjak waterval. Een
wandeling van een halfuur brengt je bij enkele loopplanken tegen de
rotswand en even later sta jij, op een houten platform boven een
smaragdgroen bassin met overhellende rotswanden, je te vergapen aan de
naar beneden stortende watermassa. Of je nu wel of niet de berg op
fietst op weg naar Bovec, in ieder geval moet je naar de hangbrug over de Soča in Trnovo ob Soči
(bij de camping en het watersportcentrum) om een kijkje te nemen naar de
rafters en de kajakers in de immens spectaculaire kloof.
Over de hoofdweg gaat het dan verder naar Srpenica en Zaga. Na eerst een
hellinkje omhoog fietst het vlot en lang gezapig naar benenden. We komen
terug bij een brug over de rivier die we eerst nog even rechts laten
liggen. In de volgende bocht ligt een langere brug over een beekvallei
met een spectaculair zicht. Uit de rotswand spuit de grootste massa
water van alle watervallen in de Julische Alpen, 106 m in vrije val met
een verlengde van nog eens 30 m. De Boča is via een wandelpad in
1,5 uur aan de linkerkant van de brug te bereiken. We fietsen terug naar
de brug over de Soča, die we over een gladde zandweg stroomopwaarts
volgen op de andere oever. Het dal opent zich en wij fietsen de
Bovec-vlakte in, een komvormig dal tussen de bergen. Het eerste dorpje
is Ceszoča waar zich een leuke uitspanning bevindt. Fiets je
rechtdoor op het kruispuntje in dit dorp dan blijf je rechts van de Soča
die je dan pas oversteekt aan het begin van de Trenta-vallei. Zo mijd je
de verkeersweg maar ook het toeristische stadje Bovec.
Intermezzo
Bovec
Bovec
(460 m) is het toeristenplaatsje bij uitstek aan de Soča.
Tussen de twee gotische kerken ligt een plein met typische huizen,
restaurants en hotels. De vlakte van Bovec is omgeven door steile
bergwanden met de Kanin (2587 m) als hoogste berg. Een kabelbaan brengt
je in een
half uur over vier stations op 2200 m hoogte van waaruit prachtige
bergwandelingen vertrekken over gemarkeerde paden. Vanaf het eerste
tussenstation (979 m) kan je downhill mountainbiken naar het dalstation
(436 m). Het pittoreske stadje bezit vele
overnachtingsmogelijkheden waaronder vier campings in de nabije
omgeving. In het centrum heb je twee grote uitnodigende overdekte
terrassen, maar een aanrader is zeker de gerestaureerde
Dobra-Vila-Bovec. Een trendy hotel-restaurant, stijl jaren 60 met
kleurrijke kamers, een modern ogend restaurant en wintertuin. Bovec is
net zoals Tolmin standplaats voor de sportieve recreant en geeft een
kaart uit met bewegwijzerde wandelwegen en 15 fietswegen. Het gaat hier
om zogenaamde mountainbikepaden waarvan vele geëigend zijn voor
degelijke hybriden. Ook de panoramawegen, de Trenta-vallei en enkele
zijdalen zijn hierin opgenomen als fietsroute. In Bovec komen de
valleien van de Soča
en de Koritnica samen. Beiden rivieren stromen door bergengten waar nog
juist extra plaats is voor een weg. De weg langs de Koritnica loopt naar
de Perdelpas (1156 m), de grens met Italië. Aan de samenvloeiing van de
Koritnica en de Šumnik
ligt het fort Kluže. Diep onder de brug stroomt het water in een
smalle diepe kloof. Een strategische plek waar eerst een vesting en
later een versterkt fort deel uitmaakten van het eeuwenlange
strijdgewoel. Op de weg naar de Predel-pas ligt ook het dorp Log pod
Mangrtom, je bevind je nu in het dal van de honderd watervallen. Bij
voldoende regen storten zich hier tientallen watervallen naar beneden,
niet zichtbaar vanaf de weg maar verborgen in duistere kloven waar
gemarkeerde wandelpaden naartoe voeren. Ieder nevendal vergezeld door
een straatje is de moeite om omhoog te fietsen of te wandelen, allen
eindigen bij een bron, watervallen of in een cirque van bergwanden die
dan weer startpunt zijn voor een bergwandeling. Net voor de grens
vertrekt de 11 km lange Mangrt panoramaweg ( 1100 m – 2040 m), een
tolweg van slechts € 3,00 die eveneens vergezeld is van een
bewegwijzerd wandelpad. De tolweg is een uitdaging voor wielerfanaten
van alle pluimage, zowel mannen als vrouwen zien wij naar boven kruipen.
De weg is smal en de dieptes oneindig. Drie onverlichte tunnels en
geiten op de weg spreken boekdelen. Op het hoogste punt van de route, de
Mangrt-zadel, wacht je een hemels panorama. Over het zadel, naar het
noorden, vergapen wij ons in het Italiaanse dal, de Valle della Lavna,
met in de diepte de Laghi di Fusine of de Mangrt-meren (924 en 929 m).
Van hieruit wandel je in twee uur (drie uur voor de via ferrata) naar de
top van de Mangrt (2678 m). Hiervoor heb je drie mogelijkheden: de
rechtse Sloveense weg vooral in gebruik als toegangsweg, hoogtevrees is
hier niet op zijn plaats en trapzekerheid is vereist. De linkse
Italiaanse weg is gemakkelijker en zelfs geschikt voor onervaren
wandelaars en kinderen. Aan Italiaanse zijde ligt ook nog een via
ferrata, de steilste in de Julische Alpen waarbij de laatste honderd
meter over een loodrechte wand voeren. Terug op de weg tussen de
panoramaweg en de pas Predel tref je op een ruďne van een Oostenrijks
fort. Aan de weg een monument, een grafsteen in de vorm van een
piramide, met aan de voet ervan een gewonde leeuw. Oostenrijkse
grensbewakers leverden hier op 15 mei 1809 drie dagen lang een bitsige
strijd tegen de overmacht van Napoleons leger. Van overgave wilden zij
niet weten, ze streden met de moed van een leeuw en stierven een
heldhaftige dood. Interessante nevenvalleien met Gorges
en watervallen zijn het bovendal van de Koritnica, de Nemčlja en de
Šumnik.

De
wildromantische Soča
Smaragdgroen helder water en volgens insiders de mooiste bergrivier van
Europa is vanaf de bron tot Tolmin een langgerekte grote
bezienswaardigheid. Tussen Srpenica en Kobarid vloeit hij met grote
kracht doorheen de Kobarider dalengte, een kloof waar kajakers, rafters
en andere wildwaterfanaten de enorme waterkracht trotseren. De stroming
richting Tolmin neemt daarna in sterkte af en het water vloeit door een
bedding van ronde witte rolkeien. Veel aandacht van het natuurbeheer
gaat uit naar de kweek van de unieke reuzenforel, de Soča Forel of
Salmo marmoratus met een gemiddelde lengte tussen 50 en 70 cm. Een logo
van deze vis is eveneens het embleem van het wandelpad van de Soča
in de Trenta vallei. Dit is 20 km lang en het oudste pad in het
Nationaalpark Triglav. Het loopt van de bron tot in het dorpje Kršovec op de grens van het natuurpark in de buurt van Bovec en is te
combineren met de bus. Waar de weg langs de Soča terug de
bergengte opzoekt staat het bord dat je opnieuw het nationaalpark
betreedt. Parkeren doe je op de parking bij een oude kabellift. Net
voorbij de bocht daalt een steil voetpad naar de hangbrug bij de ingang
van de Gorge at Kršovec Zmuklica, een zeer nauwe kloof. Hier begint ook
het wandelpad van de Soča. Een kilometer verder tref je opnieuw een
hangbrug waar je alweer geniet van het onstuimige water. Van de andere
kant van de brug kom je wanneer je voor Bovec in Ceszoča
op de linkeroever van de Soča verder fietst. Op deze
grindweg zal je enkele honderden meters wel verplicht zijn de fiets ter
hand te nemen. Het is omwille van de spectaculaire kloof ook raadzaam al
deze hangbruggen langs de route op te zoeken. De volgende hangbrug fiets
je opnieuw over. Opnieuw rechts van het water gaat het over een zandweg
in het dal van de Lepenjica voorbij aan een camping en gastenkamers (450
m). De Lepenjica vallei eindigt na 6 km bij de Dom Dr. Klementa Juga
(700 m), een berghut en is zeker de moeite om naartoe te fietsen. Deze
berghut is ook uitgangspunt voor een gemakkelijke twee urenwandeling
naar het Krnska jezero of Krn-meer (1394 m) en de top van de Krn (2244
m) die nog een uurtje verder ligt. Aan de ingang van de vallei bevindt
zich de Lepena Gorge. We blijven rechts van de Soča en naderen het
gelijknamige dorp. Pal ervoor ligt de grote Soča Gorge die 750 m
lang is en 15 m diep. Net voorbij het dorp stoot je op de volgende
nevenvallei, die van de Vrsnica en de Suhi-potok … weeral
met Gorges en watervallen. Over de hoofdverkeersweg gaat het dan verder
naar Trenta. Typerend is de bouwstijl van de zogenaamde Trenta-huizen
met lang overhangend houten dak en daaronder een balkon met trap. In het
gehucht Na Louga kun je in het informatiecentrum van het Nationaalpark
Triglav via multimediavoorstellingen en exposities alles te weten komen
over hydrologie, geologie, milieu, natuur en cultuur. Op het
bovenverdiep bezoek je een restauratie van een Trenta-huis met
schapenalm. Vanuit Trenta (620 m) is een mooie twee- of driedaagse
huttentocht (twaalf uren wandelen in het totaal) te maken naar de top
van de Kanjavec (2568 m) met overnachting in de berghutten Tržaška
Koča (2151 m) of de Zasavska Koča (2071 m).Een ander
natuurschouwspel is de Botanische alpentuin “Julijana” die tot stand
kwam door Albert Bois de Chesne (1871-1953), geholpen door diens
bergvriend Julius Kugy. Je vindt hier niet alleen alpenplanten uit het
nationaalpark maar ook planten uit omringende bergketens, zoals de
Karawanken en Kamnik-Savinja Alpen. Even verder voor de eerste
haarspeldbocht richting de Vršič-pas loopt een weg naar de parking
om de bron van de Soča te
bezoeken. Een half uurtje wandelen brengt je in een wilde vallei.
Beneden zie je een ruige bergstroom in ettelijke watervallen naar
benenden storten. Voor de bron moet je naar boven en via een staalkabel
balanceer je op een smalle richel een zevental meters boven het water.
De bron is een bassin in een grot, meestal staat deze in de zomer te
laag om naar buiten te spuiten, maar wees toch op je hoede.
De
Vršič-pas
De Vršič
panoramaweg bestaat uit 50 bochten, 24 omhoog vanuit Trenta en 26 omlaag
naar Kransjka Gora. Een reden om de route in deze richting te fietsen is
dat je tot aan het begin van de bergpas haast geen merkbaar
hoogteverschil hebt moeten overwinnen, de hoogteoverwinning verliep
vooral in een lang vals plat. De 11,6 km lange klim naar de pas gaat
geleidelijk aan een bijna continue stijging naar boven. De bochten zijn
genummerd, maar was het nu in bocht 39 of 38 dat die waterval lag? Voor
wie er tegen aan ziet kan altijd proberen zijn fiets op de bus te zetten
en boven uit te stappen. In de tweede bocht naar boven staat het
standbeeld van Julius Kugy waarnaar de Julische Alpen genoemd zijn. Op
de pas zelf liggen enkele berghutten en heb je een heerlijk uitzicht op
de Prisojnik (2547 m). De afdaling is in 26 bochten opgedeeld over een
afstand van 12,4 km. Ergerlijk zijn hier de kasseien in de bochten.
Wanneer je op je zadel zit te wroeten en dan nog die ellendige kasseien
moet verwerken in de klim is een reden te meer om de route in de door
ons voorgestelde richting te fietsen. In de afdaling kom je voorbij een
houten donkerbruine Orthodoxe Russische kapel. In de bergwand voor ons,
na lang zoeken, herken je een gezicht. Peter, onze begeleider vroeg of
we de persoon tegen de bergwand zagen, daar bij die witte stip. Die
bergwand was zover af en wij vroegen ons af waar hij die persoon zag.
Dat meisje daar, herhaalde hij. Welk meisje, hoe weet jij dat het een
meisje is. Door dat lange haar, antwoordde hij. Een lachbui volgende
toen bleek dat wij naar een reuzengroot gebeeldhouwd gezicht in de
rotswand moesten uitkijken, dat van die lange haren had hij even erbij
gefantaseerd. Bij de eerste huizen van Kransjka Gora houden wij halt bij
een grote vijver. Op de oever staat een monument van Zlatorog, de gems
met de gouden hoorns. Ons gasthuis Gostilna Cvitar ligt pal in het
centrum van Kranjska Gora, op de markt langs de kerk. Het was een drukke
dag vandaag en al laat. Van vroeg in bed kruipen komt echter niets in
huis, tijdens een nagesprek met de waart vergast die ons op
blauwbessenjenever. Na enkele glaasjes moet Sonja de specialiteit van
het huis proeven, een pruimenstrudel.
Nadat Peter en ik de fles schnaps
geledigd hebben, laat de waart ons los … inmiddels zijn we middernacht
al ver voorbij.
Ogen
te kort
Kranjska
Gora ligt aan de bovenloop van de Sava Dolinka op enkele kilometers van
de Italiaanse en Oostenrijkse grens. De stad is bekend om zijn
wintersportcentrum dat in richting Italiaanse grens ligt. De volgende
morgen fietsen we parallel aan de hoofdweg voorbij aan die skipistes
naar de bron van de Sava. Onze fietsen laten we achter bij de toegang
tot een bosje. We gaan te voet verder want borden maken ons duidelijk
dat fietsen hier verboden is. De met grind verharde wandelpaden in het
natte boslandschap Zelenci zijn een aangename verrassing. Een oase in de
bergen waar een goed uitgezette bewegwijzering ons de weg toont.
Uiteindelijk komen we bij een magnifieke biotoop, een veenachtig gebied
met smaragdgroene plas, een uitkijktoren en infoborden. Een plaats van
rust, een plek om even te verwijlen. De bron zit verborgen onder de
struiken, bij iedere sprong op de oever ontsnappen luchtbellen uit de
bodem en wij creëren even een bubbelbad. Terug in Kranjska Gora
verlaten wij het stadje langs de andere zijde over een geasfalteerd
fietspad op een oude spoorwegbedding, een fietssnelweg door bomen
onttrokken aan de hoofdweg. In Gozd Martuljek draaien we rechts de
vallei in en laten onze fietsen achter op de wandelparking. We wandelen
een kloof binnen met loodrechte wanden en een met witte keien bezaaide
bedding. Via enkele brugjes komen wij tot bij de onderste Martuljkov
waterval. Imposant hoe het water in zes stages naar beneden stort, met
zekerheid is dit in zijn totaliteit de hoogste waterval op onze
rondreis. Het nog steeds bewegwijzerde fietspad op de voormalige
spoorweg naar Mojstrana veranderd in een goed fietsbaar grindpad. In dit
dorp lopen twee wegen naar het zuiden. De rechtse naar de Vrata vallei
met de bergrivier Bistrica die na 11,5 km eindigt bij de noordwand van
de Triglav. Net voorbij de laatste huizen fietsen we links naar de
rivier en stuiten op een prachtig stukje groen, een voortreffelijke
picknickplek aan de met witte keien bezaaide beekbedding. Na 5 km staan
wij op de parking van de Peričnik waterval. Een half uurtje
wandelen brengt ons bij de van een overhellende rots vallende
watermassa, 52 m hoog naar beneden. Onder in de waterval ontwaren wij
een regenboog. Leuk is ook dat je achter de immense watermassa door kunt
wandelen in de uitgeholde rotswand. Nat is het wel, door condens ontsnap
je niet aan een frisse douche. Langs de waterval gaat het omhoog naar
het op een rots gelegen waterbekken en merken wij dat ook daar een
waterval van 16 m naar beneden klettert. Aan deze kleinere waterval zit
een familie lekker Vlaams te praten, de wereld is klein, niet? Boven op
de rots kun je vanaf de richel in de diepte kijken, niets voor mensen
met hoogtevrees. Na de waterval wacht ons een klim van 25 % over twee
kilometer die daarna uitvlakt. Sonja besluit bij de blokhut op de
parking te wachten zodat ik mijn bagage bij haar achterlaat. Peter en ik
pakken de helse klim richting Triglav noordwand aan. Gelukkig is de
steilste helling geasfalteerd en wanneer ik mij omdraai zie ik Peter
mijn gezel, mountainbiker en 20 jaar jonger, zijn tanden stuk bijten om
dat Belgske te volgen … hij ziet af en ik maar grappen over
plattelandfietsers en ouderdomsdekens. De Triglav-wand is hier maar
liefst 1500 m hoog en geliefd bij bergbeklimmers. Bij een reusachtige
monumentale kettingschakel ter herinnering aan Partizaanse
bergbeklimmers, aanschouwen we nogmaals de wand en keren daarna terug.
Ditmaal bergaf en in geen tijd staan zijn wij terug bij Sonja. Terug in
Mojstrana draaien we naar rechts, de tweede weg naar het zuiden, en
klimmen gelijkmatig de vallei uit. Na 4 km in een bocht net voorbij de
top nemen we rechtdoor een smalle weg omlaag door het bos. Deze mondt
uit in de machtige Radovna vallei met in het verlengde de Krma vallei,
die ik maar niet vastgelegd krijg op camera. Drie-dimensioneel zicht
omzetten in twee- dimensioneel beeld is niet evident en brengt niet
altijd het verwachte resultaat. In het gehucht Zgornja Radovna bevindt
zich de museumboerderij Pocar. De langzaam door het bos dalende grindweg
langs de Radovna is van onbeschrijfbare schoonheid, dit is genieten.
Deze vallei is top: partizanenmonumenten, almen, hutten,
hooidroogrekken, kapelletjes, bergwanden en een zuivere bergrivier. Een
tiental informatiebordenborden geven uitleg.

Massatoerisme
in Bled
De
vallei van de Radovna krijgt naar het einde toe een asfaltlaag en in
Gorje verliezen we de rivier even uit het oog. We vinden hem terug in de
kloof Vintgar. Wellicht het bekendste natuurmonument uit de omgeving en
omwille van het massatoerisme het best vroeg in de morgen of laat in de
namiddag te bezoeken. Zo mijd je op de smalle loopplanken en paden de
grote horten toeristen per bus aangevoerd. De kloof, sinds 1893
toegankelijk gemaakt, is een 1,6 km lange en 100 m diepe engte met
loopbruggen beneden langs de wanden, enkele meters boven het
wateroppervlak. Aan het einde zorgt een afdamming onder een spoorwegbrug
ervoor dat de waterdruk op de 16 m hoge waterval Šum
behouden blijft. Voor een foto moet je een lange trap naar beneden, een
eindje verder over een brug en langs de andere oever over een bospad
terug naar de voet van de waterval. Het ovale meer van Bled (475 m) met
in het midden het eilandje is bekend als vanwege zijn pelgrimskerk met
wensklok. Het kerkje is vooral in gebruik voor huwelijksplechtigheden.
Rond het meer ligt een wandel- en fietsweg van ca. 8 km. Op een rots
boven het meer staat de burcht van Bled waarin een streekmuseum is
ondergebracht. Aan de hoofdweg richting het meer met zijn winkels,
hotels en restaurants is veel bedrijvigheid. De pelgrimskerk op het
eiland is bereikbaar per boot. Over de breedte van het meer staan twee
banen getrokken voor de roeiclub. Slovenië is bekend om zijn vermaarde
roeiers die hier en op het meer van Bohinj hun trainingsbasis hebben,
zij leverden zelfs enkele wereldkampioenen. Bled geeft een toeristische
kaart uit met ingetekende fietswegen en 15 wandelwegen met op de
achterkant een kleine uitleg en de geschatte tijdsduur.
Autotrein
voor fietsvervoer
Deze
etappe gaat naar de autotrein in Bohinjska Bistrica die ons de smalle
weg over een weinig zeggende bergpas moet besparen. De trein rijdt
ongeveer om de twee en half uur. Je hebt twee mogelijkheden om deze
trein te halen. De eerste gaat over de hoogvlakte Pokljuka (1200-1500
m), een heuse klim dus. Boven op de top gaat de route linksaf over een
grindweg door moerassig natuurgebied. Wij kiezen voor de geleidelijk
aflopende hoofdweg naar Bohinjska Bistrica nadat we eerst eens rond het
meer fietsten. Op deze weg liggen drie dorpjes aan onze rechter kant
waar wij telkens de hoofdweg voor enkele kilometers verlaten. Het eerste
dorpje is Bohinsjka Bela. Bela, belle,
mooi, zo mag je het dorpje wel omschrijven. De straat klimt naar het
centrum en wringt zich tussen enkele oude typische huizen en schuren
doorheen het dorp. Boven het dorp bij een rotswand bevindt zich een
onbeduidende waterval die te bereiken is via nauwe straatjes.
Interessanter is een geleid bezoek aan de druipsteengrot Pod babjim
zobom. Afspraak van mei tot september op zaterdag om 10 uur voor het
gasthof Rot, in juli en augustus op woensdag, zaterdag en zondag. Het
volgende dorp is Nomenj en via het eerste wegje verlaten wij opnieuw de
hoofdweg. Als Bela voor mooi staat, dan is men dat hier in veelvoud
vergeten te vernoemen. Let ook eens op de kleurrijke bijenhutten in de
weiden of gewoon langs de weg. Hutten, want daar lijken ze op, alleen
dat de façade bestaat uit vele op brievenbussen lijkende bijenkorven
die de bijen toelaten naar binnen en buiten te vliegen. De Carnica- of
Carniola-bij is bij imkers een gewaardeerd insect en net zoals in
Karinthië aan de andere kant van het Karawankengebergte is de honing
van deze vlijtige beestjes een gegeerd product. Vanuit het dorp kun je
te voet nog naar enkele watervallen. Wij fietsen niet de hoofdweg op na
het dorp maar nemen de in verval geraakte oude, in het begin haast
overwoekerde, weg. Wanneer wij uiteindelijk dan toch op de hoofdweg
geraken, steken we deze over en via een houten brug geraken we op de
andere oever van de Sava Bohinjka met een picknickzone aan de rivier. We
leggen ons in het gras en kijken naar de vissen in het water. Aan de
andere kant van de weg boven een huis stort nog een smalle waterval naar
beneden. Even verder verlaten we opnieuw de hoofdweg en fietsen door het
gehucht Bitnje. In een weide op de rand van het gehucht staat een
typisch kerkje met vierkante toren en gekleurde bakstenen op de hoeken.
Hier komt ook de route over de hoogvlakte Pokljuka naar beneden. Na nog
drie kilometer verkeersweg staan we bij het stationnetje van Bohinjska
Bistrica. Een half uur voor de trein van half twee, goed op tijd dus.
Wie de huttenwandeling de eerste twee dagen niet gedaan heeft raad ik
aan om minstens één overnachting in hotel Zlatorog of op de
gelijknamige camping te overwegen en een bezoek te brengen aan de Savica
waterval, het goddelijke meer en al het andere moois. De oude autotrein
is na aanleg van de smalle bergweg over de bergpas haast niet meer in
gebruik, maar voor fietsers is dit een meevaller. In zes minuten sta je
na een 6339 m lange tunnel in Podbrdo (508 m) aan de andere kant van de
bergketen en dit voor € 6,25 voor twee personen en twee fietsen.
Bovendien bevinden zich in de aparte fietswagon achttien fietshaken en
enkele in de bodem verankerde riemen om karretjes en zo vast te maken. We
fietsen nu door de Baška grapa
of de vallei van de Bača. De weg is verlaten, smal en loopt op een
hoogte langs de rivier tegen de rotswand. Op een helling naar een dorpje
boven in de vallei na loopt de 25 km lange weg naar beneden tot de
rivier uitmondt in de Soča
in het dorpje Bača.
De oude spoorbaan uit 1906 met mooie viaducten is uitgegroeid tot een
historisch en architectonisch monument. De spoorweg brengt je tot in
Postaja tot op 7 km van Tolmin en kan dus dienen als alternatief.
Onderweg lagen maar enkele uitspanningen waarvan er slechts ééntje die
dag open was, een combinatie van minisuperette en bar met een terrasje
van twee tafeltjes in een bocht boven het dorpje Kneža.
In Bača komen we op de
hoofdweg terecht naar Most na Soči,
ertussen ligt het station van Postaja
voor wie de trein tot hier nam. Most na Soči
ligt aan het stuwmeer op de samenvloeiing van de Soča en de Idrijca. Halverwege dit meer is het heerlijk vertoeven in
een uitspanning met Zuiderse sfeer … een strandhut met cocktailbar en
schaduwrijk terras. De weg loopt langs het langgerekte meer … Tolmin
is niet ver meer.
Tekst
en foto's:
Guy Raskin
Steekkaart
SITUERING:
Julische Alpen in Noordwesten van Slovenië,
grens met Italië en Oostenrijk
ROUTE: wandelen en fietsen
AFSTAND: minimum 232 km fietsen in 4 dagen / 18 uur wandelen voor de
huttentocht verdeeld over 2 tot 4 dagen
ETAPPE-INDELING: 2 - 4 dagen huttentocht + extra dagwandelingen naar
keuze / 4 - 5 dagen fietsen + extra dagtochten naar keuze
AARD VAN DE ROUTE: wandelen en fietsen in prachtige natuur, tijdens
fietsen ook wandelingen naar de watervallen van 1 ŕ 2 uur. Kies je voor
de minst zwaarste route dan is de Vršič-pas
(1611 m) de enige serieuze hindernis
VERVOER:
MET DE AUTO: E40 naar Aken – A4 tot Kerpen – A61 naar Manheim – A6
naar Heilbronn – A6 naar Nurnberg – A9 naar München – A8 naar
Salzburg – A10 naar Villach – A2 naar Slovenië
MET DE TREIN: Brussel – Keulen – München – Villach – Ljubljana
/ uitstappen in Bled
TERUG NAAR BEGINPUNT: normaal fiets je een lus in 4 ŕ 5 dagen, er rijdt
een trein tussen Bohinjska Bistrica ( 5 km tot meer van Bohinj) en Postaja (7 km tot Tolmin)
LOGIES:
Hotels en gasthuizen
Hotel Krn, Mestni trg3, SI – 5220 Tolmin, tel: +386 (0)5 388 19 11,
fax: +386 (0)5 388 10 61, www.hotel-krn.com,
hotel.krn@siol.net
Hotel Zlatorog, Ukanc 65, SI – 4265 Bohinjsko jezero, tel: +386 (0)4
572 33 81, fax: +386 (0)4 572 33 84, www.alpinum.net,
hotel.zlatorog@bohinj.si
Dobra Vila Bovec, Mala Vas 112, SI – 5230 Bovec, tel: +386 (0)5 389 64
00, fax: +386 (0)5 389 64 03, www.dobra-vila-bovec.com,
welcome@dobra-vila-bovec.com
Gostilna CVITAR, Borovška 83, 4280 Kranjska Gora, tel/fax: ++386 (0)4
588 36 00, www.cvitar.com, cvitar@g-kabel.si
Hotel Astoria, Prešemova 44, SI – 4260 Bled, tel : +386 (0)4 574
11 44, fax: +386 (0)4 574 3929, www.hotelastoria-bled.com,
astoria@vgs-bled.si
Jeugdhergergen: www.youth-hostel.si
KAARTEN:
Wander- und Freizeitkarte: Julische Alpen 1:50000 (freytag und berndt)
Serie Wandern + Freizeit spezial: Nationalpark Triglav – Kranjska Gora
– Planica – Bled 1:30000 (freytag und berndt)
Tourist map Kobarid – Tolmin 1:50000 (Geodetski Zavod Slovenije)
Tourist map Bovec 1:40000 (Geodetski institut Slovenije)
Tourist map Bled 1:30000 (Geodetski institut Slovenije)
Tourist map Kranjska Gora 1:30000 (Geodetski institut Slovenije)
Planinska Zveva Slovenije, Triglav 1:25.000
DOCUMENTATIE:
Brochure: cycling tour around the Julian Alps
INFO-ADRESSEN:
LTO Sotočje, Petra Skalarja 4, SI – 5220 Tolmin, tel: +386 (0)5
38 00 480, fax: +386 (0)5 38 00 483, www.lto-sotocje.si,
info@lto-sotocje.si
TIC Bovec, Trg golobarskih žrtev 8, SI – 5230 BOVEC, tel.: +386 (0)5 389
64 44, +386 (0)5 384 19
19, fax: +386 (0)5 389 64 45, www.bovec.si,
info.lto@bovec.si
LTO Bohinj, Triglavska cesta 30, SI – 4264 Bohinjska Bistrica, tel:.
+386 (0)4 574 75 90, fax: +386 (0)4 574 75 91, 572 18 64, www.bohinj.si,
lto@bohinj.si
LTO-Zavod za turizem obcine Kranjska Gora, Borovska c. 99a, SI – 4280
Kranjska Gora, tel: +386 (0)4 588 50 20, fax: +386 (0)4 588 50 21, www.kranjska-gora.si,
info@kranjska-gora.si
Bled tourist board, Cesta svobode 11, SI – 4260 Bled, tel: +386 (0)4
578 05 00, fax: +386 (0)4 578 05 01, http://www.bled.si,
info@dzt.bled.si
Triglav
National Park
, Kidričeva 2,
SI – 4260 Bled, tel: +386 (04) 578 02 00, fax: +386 (04) 578 02 01, www.gov.si/tnp,
triglavski-narodni-park@tnp.gov.si
INTERNET:
slovenie.pagina.nl
home-2.tiscali.nl/~rtc/rtc-main-slov.html
FIETSVERHUUR: in iedere locatie zijn er
meerdere fietsverhuurders |